Last Duke Standing Beer style Rye Wine Alcohol percentage 11% Volume 330 ml ... Taste Notes Notes of (red) fruity sourness surrounded by spiced and thick sweet flavours of rye and caramel. ... This beer tells the story of the last independent feudal ruler in the Netherlands Charles II, Duke of Guelders. We decided a Rye Wine is the style capturing his period in time the best. Rye was a very popular grain used in his Duchy because it could grow more easily then other types of grain on poorer and sandy soils in regions like the Veluwe. Wine was one of the most prestigious beverages you could get in courts in Europe and especially the Rhine wine from Germany was a status symbol. That’s why we wanted to give the beer notes of (red) fruity sourness surrounded by the spiced and sweet flavours of the rye. Ingredients: Water, Barley (Maris Otter, Dextrin malt, Dark Crystal, Cara Gold), Rye, Maltodextrin, Hops (Saaz, Barbe Rouge), Yeast (Stalljen Kveik). https://yeasterdaybrewing.com/product/last-duke/
This is the story of Charles II, Duke of Guelders. He was the last independent feudal ruler in the Netherlands (1467 – 1538). It is the morning of the 21st of March 1514 when Charles looks through the trees towards his beloved city of Arnhem. He is standing with marshal Maarten van Rossem and a Guelderian army ready to take over the city. By now Charles has taken back control over most of his Duchy, but not the city meaning so much to him. In the days leading up to this moment they made a plan to retake the city. The plan is to hide up to 17 soldiers in a mill cart and to enter the city gate, the Sint-Janspoort, leading these soldiers inside the city walls. There they will have to wait for the right moment to sneak out of the cart and open the gate for Charles’ army. Will this plan succeed? He is not sure about it but for now all he can do is watch the mill cart approach the city gate, with guards waiting and ready to inspect the cart… Charles was born on the 9th of November 1467 in Grave as son of Arnold Of Egmond, Duke of Guelders, and Catherine of Bourbon. He was just 6 years old when the Burgundian armies of Charles the Bold invaded Nijmegen, an important city in the Duchy of Guelders, and took control over the Duchy. Charles was held hostage by the Burgundian army and taken to their court where he was raised. As a young knight Charles fought for Maximilian I, King of the Romans and King of Germans, who would later be crowned as Emperor of the Holy Roman Empire. After he fought several battles against France Charles was captured in the Battle of Béthune in 1487 and taken prisoner by the French. In the meantime Maximilian I took over the Duchy of Guelders from the Burgundian court and the Duchy fell into the hands of the House of Habsburg. During his imprisonment Charles was transformed into an ally of France. In 1492, 5 years after his imprisonment, the citizens of Guelders were unhappy with the rule of Maximilian I and a Guelderian delegation traveled to France to negotiate Charles’ release. Unfortunately the French asked for more money than the delegation could pay. To get Charles out of prison the delegation devised a plan. Vincent van Meurs, Count of Sarwerden, told the French that in return for Charles they would get his grandson Bernhard as bail until the rest of the ransom was paid. Vincent believed this would not take long, but due to the high costs of war the money would not be paid in full and his grandson would never be bailed out. After nineteen years Charles was finally back home and recognised as the new Duke of Guelders. His inauguration was celebrated grandly but he immediately faced concerning threats from the House of Habsburg. After twelve years of war against them Charles lost most of his cities and had no choice other than to surrender to Habsburg ruler Philip the Handsome, son of Maximilian I, in 1504. After his humiliating kneel in front of Philip at the castle of Rozendaal he travelled to Antwerp to wait for his deportation to Spain after his banishment. But Charles managed to escape his deportation and when Philip died in 1506 there was a chance to regain his Duchy back. …And after almost eight more years of fighting here he is, waiting to recapture the final city and complete his task to take back control over all his previously lost lands. They look closely and see how the guards let the cart trough into the city, and now they have to wait. After hours of waiting in uncertainty the gates are opened from inside and they could see the soldiers they have sent in waving to them. It is time to march to the city gate and so Charles, Maarten and their army do just that. When they reach the gate they can hear people cheering, with a little hesitation they continue and when entering the city they are greeted by a celebrating crowd, happy to see their Duke home once more. Charles takes back control over the whole of the Duchy of Guelders in 1514, but this is not the end of his story. In the years to follow he tries to gain more lands and plays an important part in wars to come. He also faces new enemies that look very familiar to his old ones. https://yeasterdaybrewing.com/stories/last-duke-standing/
Charles II (9 November 1467 – 30 June 1538) was a member of the House of Egmond who ruled as Duke of Guelders and Count of Zutphen from 1492 until his death. He had a principal role in the Frisian peasant rebellion and the Guelders Wars. https://en.wikipedia.org/wiki/Charles_II%2C_Duke_of_Guelders
Karel van Gelre of Karel van Egmond (Grave, 9 november 1467 – Arnhem, 30 juni 1538), uit het huis Egmond, was van 1492 tot aan zijn dood in 1538 hertog van Gelre en graaf van Zutphen. ... Karel van Gelre was de zoon van Adolf van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, en Catharina van Bourbon. Hij werd geboren in Grave en vanaf 1473 opgevoed onder voogdij van Karel de Stoute en later van aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, die hem op 9 april 1486 tot ridder sloeg. Hij overleed in Arnhem en ligt begraven in de Sint-Eusebiuskerk te Arnhem. ... Karel was zes jaar oud toen Bourgondische troepen onder leiding van Karel de Stoute Nijmegen onder de voet liepen. Hij werd als gijzelaar meegevoerd en grootgebracht aan het Bourgondische hof. Als jonge ridder vocht hij in het leger van Maximiliaan van Oostenrijk tegen de opstandige Vlaamse steden en tegen de Fransen. Die maakten hem krijgsgevangen in de slag bij Béthune en in de jaren aan het Franse hof werd hij omgevormd tot bondgenoot tegen de Bourgondiërs.[1] Met de dood van Karel de Stoute, in 1477 bij Nancy, was er een eind gekomen aan het Bourgondische bestuur in Gelre. De Geldersen belastten daarna Adolfs zuster Catharina met het bewind, eerst ten behoeve van de gevangen Adolf en na diens dood (1477) ten behoeve van zijn zoon, de jonge Karel van Egmond, die in 1492 zelf het bestuur aanvaardde nadat hij uit Franse gevangenschap was losgekocht. Bij zijn terugkomst in Gelre werd Karel gehuldigd en als hertog erkend. Zijn gebied bestond op het hoogtepunt uit Gelre, Graafschap Zutphen, Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen (op enkele steden na). In 1520 en 1530 noemde Karel zich 'heer van Groningen, de Ommelanden, Coevorden en Drente'.[2] ... Karel voerde niet het familiewapen uit het Egmondse huis, maar net als zijn vader Adolf het samengestelde wapen met de Gelderse en de Gulikse leeuw. Zij gaven hiermee het bezit of de aanspraken op de landen van Gulik en Gelre aan. Het wapen is te vinden op munten, op de lijst van een portret van Karel, en op zijn graf in de Eusebiuskerk in Arnhem. ... Tijdens zijn regering werd de zelfstandigheid van Gelre bedreigd door de Habsburgers in de persoon van keizer Karel V. Karel van Gelre wist zich gesteund door zijn veldheer Maarten van Rossum en kon de ongelijke strijd, die bekendstaat onder de naam Gelderse Oorlogen, nog enige tijd volhouden, maar moest uiteindelijk het hoofd buigen. Dit markeert een belangrijke fase in de vorming van de Nederlandse staat als geografische eenheid. Karel van Gelre was in feite de laatste zelfstandige feodale heerser in de Nederlanden. https://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_van_Gelre
Het feodalisme of de feodaliteit (van het Latijnse feudum of leen) is het gelaagde machts-, bestuurs- en samenlevingssysteem gebaseerd op een leenstelsel, dat zich in grote delen van Europa ontwikkelde na de Val van het West-Romeinse Rijk (circa 500), tot in de nieuwe tijd (circa 1500). Het feodalisme was het maatschappelijke systeem dat de gehele middeleeuwen gehandhaafd bleef. Het belangrijkste kenmerk is dat grondgebied door de eigenaar of houder in gebruik wordt toebedeeld aan anderen, waarbij bindende afspraken worden gemaakt over wederzijdse rechten en verplichtingen: de feodale overeenkomst. Degene die grond onder voorwaarden in gebruik gaf werd leenheer genoemd, en de ingebruiknemer vazal of leenman. De ontwikkelingen en gebruiken verschillen van streek tot streek en gedurende de verschillende tijdsperioden binnen de middeleeuwen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Feodalisme
Het huis Egmont (ook wel Egmond) is een adellijk geslacht, voortgekomen uit de advocati (voogden) van de Egmondse Sint-Adelbertabdij, die gesticht werd door graaf Dirk I van Holland. Als stamvader kan Wouter van Egmont (1208) worden genoemd, die regeerde in het kasteel Egmond nabij de abdij. ... Door een goede huwelijkspolitiek en erfenissen weten de Egmonds de bezittingen in de Nederlanden steeds verder uit te breiden, waardoor ze een van de rijkste families van de Nederlanden worden. Zo erfde Jan I van Egmont in 1363 door zijn huwelijk met de dochter van Arnold van IJsselstein de Baronie IJsselstein. Ook voor bewezen diensten kreeg het huis Egmont de nodige bezittingen toegewezen. Zo krijgt Arnold van Egmont in 1398 de heerlijkheid Ameland in zijn bezit voor bewezen diensten aan de Graaf van Holland. Als het huis van Arkel in 1428 uitsterft komt ook een deel van diens bezittingen aan het huis Egmont. Het huis Egmont speelde een grote rol in de Hoekse en Kabeljauwse twisten waar ze aan de zijde van de Kabeljauwen vechten. ... Door de succesvolle huwelijkspolitiek erft de achterneef van de overleden hertog Reinoud IV, Arnold van Egmont, het Hertogdom Gelre, wat leidt tot de Tweede Gelderse Successieoorlog. Na de dood van Jan II van Egmont worden de bezittingen verdeeld over zijn twee oudste zonen. Arnold krijgt naast zijn al eerder verkregen hertogdom Gelre de bezittingen van de familie in ditzelfde hertogdom Gelre. Zijn tweede zoon, Willem IV van Egmont, krijgt de overige bezittingen, zoals de heerlijkheid Egmont en de baronie IJsselstein. Uiteindelijk weten drie generaties, hoewel met veel onrust, hun gezag over Gelre te vestigen. Arnold wordt als kleinzoon van de overleden hertog door de staten van Gelre tot opvolger gekozen. Rooms-koning Sigismund wijst echter Adolf van Gulik aan als opvolger. Na de Tweede Gelderse successieoorlog breekt een periode van relatieve rust aan in het hertogdom. In 1465 werd Arnold met hulp van Filips de Goede door zijn zoon en opvolger Adolf gevangen gezet, waarna Adolf hertog van Gelre werd. Karel de Stoute, de opvolger van Filips, herstelde Arnold in zijn gezag en zette Adolf gevangen. Als dank hiervoor benoemde Arnold de Hertog van Bourgondië als zijn erfgenaam. De Staten van Gelre waren het hier weer niet mee eens en benoemden de verstoten zoon van Arnold, Adolf, als hertog. Karel de Stoute bezette hierop Gelre om zijn gezag te doen gelden. ... Toen hertog Karel bij de slag bij Nancy in 1477 sneuvelde, werd Adolf vrijgelaten, maar bood zijn diensten aan de dochter van Karel de Stoute, Maria van Bourgondië, aan. Hij kreeg als opdracht het gezag van Maria in het graafschap Vlaanderen te herstellen. Omdat het niet waarschijnlijk was dat Adolf spoedig terug zou keren naar Gelre, drongen de Staten erop aan dat Adolf zijn ongetrouwde zus, Catharina van Egmont, benoemde tot regentes. Adolf sneuvelde voor de poorten van de Vlaamse stad Doornik en zo werd Catharina ook regentes voor haar 10-jarige neefje Karel van Egmont. In 1492 nam Karel zelf het bestuur over. Tijdens zijn bestuur had Keizer Karel V zijn zinnen gezet op het hertogdom. Dit liep uit op de Gelderse oorlogen. Karel kon nog enige tijd de zelfstandigheid van het hertogdom bewaren met de hulp van de veldheer Maarten van Rossum. In 1538 overleed Karel kinderloos en erfde Willem V van Kleef het hertogdom. Hiermee eindigde de 115-jarige heerschappij van het huis Egmont over het hertogdom Gelre. Het hertogdom werd aan het einde van de Gelderse oorlogen in 1543 ingelijfd door Keizer Karel bij de Bourgondische Nederlanden. https://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Egmont
In 1538 stierf een verlaten en verbitterde Karel van Gelre in zijn hertogelijke residentie op de markt in Arnhem.[3] Gelre kwam vervolgens toe aan hertog Willem van Kleef. Deze werd echter in 1543 bij het Traktaat van Venlo gedwongen het hertogdom af te staan aan Karel V. Dat was tegen de afspraak; maar met het wegvallen van Karel van Gelre en diens bekwaamheid in politieke en militaire aangelegenheden restte Willem V van Kleef niet veel meer dan zich terug te trekken naar Gulik en Kleef. Men kan de strijd van Karel tegen de Habsburgers als de voorloper van de Tachtigjarige Oorlog zien. Immers, de strijd van lokale heersers tegen verre buitenlandse overheersers, die ook nog voortvloeide uit de Hoekse en Kabeljauwse twisten, werd in de Opstand voortgezet. Net als Willem van Oranje overigens was Karel tolerant jegens andersgelovigen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_van_Gelre
In 1423 stierf hertog Reinoud IV van Gelre kinderloos. De Staten van Gelre besloten de kleinzoon van zijn zus Johanna van Gulik te benoemen tot zijn opvolger. Dit was Arnold van Egmont. De heerschappij van de Egmonts over Gelre eindigde met de dood van Karel van Egmont in 1538. https://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Egmont
Willem V (Düsseldorf, 28 juli 1516 – aldaar, 5 januari 1592) was hertog van Kleef, Gulik en Berg, graaf van Mark, heer van Ravenstein (1533-1592), Ravensberg (1539-1592) en hertog van Gelre (1539-1543). Hij werd de Rijke genoemd.[1] Willem was humanist in de geest van Erasmus en bood bescherming aan humanisten zoals de theoloog en advocaat Konrad Heresbach, de arts Jan Wier, de cartograaf Gerard Mercator en de geleerde Stephanus Pighius. https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_V_van_Kleef
Johan Willem van Gulik-Berg-Kleef (28 mei 1562 - 25 maart 1609) was van 1574 tot 1584 prins-bisschop van Münster en van 1592 tot aan zijn dood hertog van Gulik-Berg-Kleef. Hij behoorde tot het huis van der Mark.... Johan Willem was de zoon van hertog Willem de Rijke van Gulik-Berg-Kleef en Maria van Oostenrijk, dochter van keizer Ferdinand I. Hij groeide op en volgde zijn opleiding in Xanten en als jongere zoon was hij oorspronkelijk bestemd voor een kerkelijke loopbaan. Zo was hij van 1574 tot 1584 prins-bisschop van Münster. Na de onverwachte dood van zijn oudere broer Karel Frederik werd hij echter de nieuwe erfopvolger van Gulik-Berg-Kleef, waardoor hij de geestelijkheid diende te verlaten. ... In 1592 volgde hij zijn vader op als hertog van Gulik-Berg-Kleef. ... Na de dood van Johan Willem volgde de Gulik-Kleefse Successieoorlog (1609-1614) en werd de erfenis opgeëist door onder andere de erfgenamen van zijn twee oudste zussen, samen de Bezitters genoemd: dochter van Maria Eleonora van Gulik-Kleef, nicht Anna van Pruisen en haar echtgenoot de protestantse keurvorst Johan Sigismund van Brandenburg enerzijds en de zoon van zijn zus Anna van Kleef, de vanaf 1613 bekeerde katholieke vorst Wolfgang Willem van Palts-Neuburg anderzijds. Leopold V van Habsburg probeerde tot 1610 ook aanspraak te maken op de erfenis. In 1614 volgde de 2de oorlog tussen de Bezitters onderling. Uiteindelijk ging het hertogdom Kleef naar het protestantse Brandenburg en het hertogdom Gulik-Berg naar het katholieke Palts-Neuburg, nadat de landerijen meermaals door militaire troepen waren verwoest en het grootste deel van de fabelachtige welvaart die de landerijen bezaten was verdwenen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Willem_van_Kleef
Het conflict tussen de Hoeken en Kabeljauwen was een strijd tussen verschillende facties binnen de elite van het graafschap Holland. Adel en steden waren erbij betrokken. De strijd woedde bij tussenpozen vanaf de tweede helft van de 14e eeuw tot het eind van de 15e eeuw. Gebeurtenissen tussen mei en 27 september 1350 hebben geleid tot de eerste fase van de "twisten".[1] ... De oorsprong van het conflict lag in het kinderloos overlijden op 26 september 1345 van de 38-jarige graaf Willem IV van Holland tijdens de Slag bij Stavoren (Slag bij Warns). Door de huwelijkspolitiek van zijn vader, graaf Willem III, konden de koningen van Engeland en Frankrijk en de keizer van het Heilig Roomse Rijk alle drie aanspraak maken op de opvolging. Als opperleenheer beleende keizer Lodewijk IV zijn tweede vrouw Margaretha II van Henegouwen (of Margaretha van Holland), de oudste zuster van Willem IV, op 13 januari 1346 met de graafschappen Holland en Henegouwen..... Een aantal edelen, onder wie Jan I van Egmont en Gerard van Heemskerk, zag als enige uitkomst een opstand die de banden van Willem V met zijn moeder en haar omgeving los zou maken. Wolfert III van Borselen zou deze staatsgreep begin 1350 uit moeten voeren, maar dit werd verhinderd door de terugkeer van Margaretha, waarna Willem V zich aan haar onderwierp in het besef te hebben gefaald. Naarden, bestuurd door Jan van Egmont, werd door Margaretha's leger verwoest (Slag bij Naarden). De opstandige edelen, Jan I van Egmont, Gerard III van Heemskerk, Jan IV van Arkel en Gijsbrecht II van Nijenrode, onder de geuzennaam Kabeljauwen, gaven echter niet op en sloten op 23 mei 1350 de Kabeljauwse verbondsakte, waarmee zij aangaven dat Willem V landsheer moest worden zonder de betalingsverplichting aan zijn moeder.
De meest geaccepteerde verklaring is dat de naam "Kabeljauwen" verwijst naar het wapen van het geslacht Beieren, waartoe Willem V en zijn moeder Margaretha behoorden. Dit wapen bestond uit blauw-witte ruiten (ruitvormige patronen) die deden denken aan de schubben van een vis, zoals een kabeljauw. De aanhangers van Willem V, die de Kabeljauwen werden genoemd, zouden deze naam hebben aangenomen als een symbolische verwijzing naar hun loyaliteit aan het Beierse huis. De tegenpartij, de Hoeken, zou hun naam hebben afgeleid van de "hoek" (haak), waarmee kabeljauwen gevangen worden, als een spottende of strategische tegenhanger. Hoewel enkele steden zoals Delft zich direct bij de Kabeljauwen aansloten, werd op 5 september een tegenverbond gesloten door de Hoeken, die Margaretha steunden. De naam Hoeken is afgeleid van het woord hoek, dat haak betekent, en waarmee je vissen, in dit geval 'kabeljauwen', kunt vangen. Deze aanhang van Margaretha van Beieren bestond uit de plattelandsadel. https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoekse_en_Kabeljauwse_twisten
De Tachtigjarige Oorlog was de opstand van de Zeventien Provinciën tegen drie opeenvolgende koningen van het Spaanse Rijk: Filips II, Filips III en Filips IV. Het conflict begon als een bestorming van katholieke gebouwen door protestantse groepen: de Beeldenstorm (1566). Filips II stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden, om de rust terug te brengen en het katholicisme op te leggen als staatsgodsdienst. Edellieden zoals Willem van Oranje vluchtten naar het Heilige Roomse Rijk om van daaruit het verzet te organiseren. De eerste offensieven waren Oranjes eerste invasie (1568) en Oranjes tweede invasie (1572). Toch kon alleen het graafschap Holland onafhankelijk blijven, mede dankzij het gebruik van inundaties. Dit zelfstandige gebied kon zich langzaam uitbreiden, waarna het uitgroeide tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Na decennia van strijd moest Spanje de onafhankelijkheid van de Republiek erkennen, terwijl de Zuidelijke Nederlanden onder Habsburgs gezag bleven (Vrede van Münster, 1648). ... Traditioneel wordt de Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 gezien als startpunt van de Opstand, maar eigenlijk hadden vanaf 1566 al meerdere gebeurtenissen plaatsgevonden, zoals de Slag bij Oosterweel op 13 maart 1567, die ook als beginpunt kunnen worden gezien.[14] Vanaf 1588 was het karakter van een opstand veranderd naar een geregelde oorlog. ... De doorbraak zou uit onverwachte hoek komen. De watergeuzen waren een verzameling ballingen bestaande uit lage edelen, zeelieden, vissers, kooplieden en ambachtslieden die in 1567 gevlucht waren voor Alva en uitgeweken naar Engeland en het westen van Duitsland. Vanuit die oorden voeren ze op zee en kaapten ze schepen om in hun onderhoud te voorzien en Spanje schade aan te richten. Daarbij gingen zij geregeld hun boekje te buiten met piraterij door ook neutrale schepen aan te vallen. Bovendien hielden ze strooptochten op de Nederlandse kust.[24] Na de mislukte inval van 1568 wilde Oranje in de zomer van 1572 opnieuw vanuit meerdere kanten de Nederlanden binnenvallen, Oranjes tweede invasie. De watergeuzen werden gevraagd voor afleiding te zorgen. Een watergeuzenvloot onder leiding van Willem van der Marck strandde op 1 april 1572 bij Den Briel. Het Spaanse garnizoen was uit de stad weggeroepen, omdat Alva manschappen nodig had voor de beveiliging van de Franse grens. Daardoor kon de stad makkelijk ingenomen worden. De inname was een toevalstreffer en onverwacht, aangezien Oranje nog niet gereed was met zijn legers. Onbedoeld werd Den Briel, geïsoleerd tussen waterwegen gelegen, het steunpunt voor de watergeuzen.... Filips II zag in de steun van de Engelse koningin aan de rebellen een reden om Engeland aan te vallen. Hij liet in Spanje een enorme vloot van oorlogsschepen en transportschepen bouwen. Met deze vloot moest een invasieleger van Parma over het Kanaal naar Engeland gezet worden. De verraste Engelsen zouden snel verslagen worden en daarna kon de strijd tegen de Nederlanders voortgezet worden. De Engelsen en Nederlanders kwamen echter achter het plan en bereidden zich voor. Toen de Spaanse Armada het zuiden van Engeland bereikte op 29 juli 1588, werd zij opgewacht door Engelse en Nederlandse schepen. De logge Spaanse schepen, die onderweg geteisterd waren door stormen, maakten geen kans tegen de snellere Engelse en Nederlandse aanvallers. De Armada werd verslagen en de invasie was mislukt.[61] Het Spaanse Beleg van Bergen op Zoom (1588) eindigde op 13 november 1588 ook met een Staats-Engels ontzet. ... Een ander probleem ontstond toen Spanje de hoge leningen niet meer kon afbetalen en bankroet ging. Voor de Republiek verbeterde de situatie daardoor sterk. De periode die volgde werd door historicus Fruin de Tien jaren genoemd. De Nederlandse Opstand ontwikkelde zich van vrijwel hopeloos in 1588 tot vrijwel gewonnen in 1598. Naast de Spaanse inmenging in de Franse Hugenotenoorlogen was deze ontwikkeling ook toe te schrijven aan de politieke bekwaamheid van Johan van Oldenbarnevelt en de militaire bekwaamheid van Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje. Het Staatse leger werd door Maurits en zijn neef Willem Lodewijk van Nassau hervormd. Het werd verdeeld in kleinere eenheden, waardoor het wendbaarder werd. Ook kwam er een stelsel van verstaanbare bevelen en werd een strenge discipline afgedwongen. Met deze en andere hervormingen was het leger lange tijd dé militaire leerschool van Europa. Met de inname van Groningen in 1594 was het noorden weer terug in Staatse handen nadat het in 1580 overging op Spanje met de overgang van Rennenberg. De gelegenheid brak aan om in plaats van een defensieve oorlog, een offensieve oorlog te voeren. De verovering van Breda in 1590 via een list met een turfschip, overtuigde in de eigen kracht. Plannen werden voorbereid en de financiën verhoogd voor het voeren van een offensieve oorlog. De Republiek was omsingeld met steden in het oosten, noorden en zuiden die in Spaanse handen waren. Ieder gewest zag graag nabij gelegen steden veroverd worden. Van Oldenbarnevelt kreeg het voor elkaar om allen te overtuigen het eigen belang opzij te zetten en eerst de steden in Gelderland en Overijssel te veroveren, omdat die de grootste dreiging voor het hart van de Republiek vormden. Daarna zou het mogelijk worden in het noorden en in het zuiden door te pakken. Zo geschiedde en de jonge republiek boekte hierop een reeks militaire successen. In 1591 begon Maurits een veldtocht in het oosten van het land. Hij veroverde achtereenvolgens Zutphen, Deventer, Delfzijl, Hulst en Nijmegen. In 1592 werden in het noorden Steenwijk en Coevorden heroverd. In 1593 volgde de inname van het Brabantse Geertruidenberg, in 1594 vond de 'reductie' van het hele gewest Groningen plaats. Albrecht van Oostenrijk arriveerde in 1596 in de Nederlanden als nieuwe landvoogd en veroverde kort na zijn aankomst Calais en Hulst. Engeland en Frankrijk gingen een alliantie aan in 1596 mede door de Spaanse verovering van Calais. Door de korte afstand tot Engeland werd de Spaanse inname gezien als een pistool op de borst van Engeland. De Republiek werd gevraagd zich aan te sluiten en zo ontstond de Triple Alliantie. In de praktijk veranderde er weinig na het sluiten van het verbond. Iedere partij bleef zijn eigen strategie volgen. Toen Albrecht dus in 1597 naar Frankrijk trok om Amiens te belegeren, zagen de Nederlanders kans voor een nieuwe veldtocht in plaats van Frankrijk te hulp te schieten. In het oosten werden Rijnberk, Meurs, Grol (nu Groenlo), Bredevoort, Enschede, Ootmarsum, Oldenzaal en Lingen ingenomen. Maurits' overwinningen betekenden een enorme opsteker voor de Republiek. Het gebied van de Unie van Utrecht was weer in Staatse handen waarmee zogezegd de Tuin van de Republiek was gesloten. ... Johan van Oldenbarnevelt wilde gebruikmaken van de muiterijen in het Spaanse leger. Vanuit de Vlaamse kuststeden Nieuwpoort en Duinkerke waren kapers actief die voor veel schade zorgden aan de Nederlandse handelsvloot en visserij. In een gewaagd plan werd Maurits met het leger diep vijandelijk gebied in gestuurd om deze steden aan te vallen. Albrecht kon echter op tijd de muiterij bedwingen en snelde naar Nieuwpoort waar hij Maurits verraste. De Slag bij Nieuwpoort die volgde kon maar net gewonnen worden door Maurits. De overwinning was een keerpunt in de oorlog nu bewezen was dat het Staatse leger zich prima kon meten met het Spaanse leger. Na de slag trok het Nederlandse leger zich terug. https://nl.wikipedia.org/wiki/Tachtigjarige_Oorlog
Een van die conflicten was de Gulik-Kleefse Successieoorlog. In 1609 overleed Johan Willem, de laatste hertog van Gulik, Kleef en Berg. Verschillende Duitse vorsten maakten aanspraak op de erfenis, waarvan Wolfgang Willem, paltsgraaf van Neuburg, en Johan Sigismund, keurvorst van Brandenburg, de belangrijkste waren. Doordat de landen waar het om ging dicht tegen de Nederlandse oostgrens lagen, was het een conflict van Europees belang. De keizer liet Gulik bezetten, maar dit was een te grote dreiging voor de Republiek. Samen met Frankrijk verjoeg Maurits daarop de keizerlijken uit Gulik. De strijd laaide opnieuw op in 1614 en Maurits versterkte Gulik en bezette met een Staats leger Rees. Onverwachts trok Spinola met een Spaans leger eveneens op en veroverde Aken en Wezel. Beide generaals bezetten vervolgens meerdere steden zonder de confrontatie met elkaar aan te gaan.... Op 9 april 1621 liep de wapenstilstand tussen de Republiek en Spanje af en meteen werd de strijd hervat. In Spanje was de zestienjarige Filips IV zijn overleden vader op 31 maart opgevolgd. Hij en zijn nieuwe adviseur Olivares zagen de wapenstilstand als een vernedering voor Spanje en wilden de Spaanse grandeur herstellen met het aangaan van een offensieve strijd. Maurits, die sinds de val van Johan van Oldenbarnevelt praktisch de leiding had in de Republiek, was net als de meerderheid in de Staten-Generaal voor voortzetting van de oorlog. Na het aflopen van het bestand overleed Albrecht van Oostenrijk op 13 juli. Isabella volgde hem op als soeverein van de Zuidelijke Nederlanden, maar doordat hun huwelijk kinderloos was gebleven, kwam de macht bij Spanje te liggen.... In augustus 1624 sloeg Spinola het beleg voor Breda. Het was een gewaagde onderneming doordat het al laat in het seizoen was. Spinola verwachtte de stad voor de winter in te kunnen nemen, maar dit was een misrekening: het zou tot juni 1625 duren voor hij Breda innam. De belegering was een aanslag op de Spaanse schatkist en had veel levens gekost. De prijs die betaald werd stond niet in verhouding met wat bereikt werd. Een sterke stad was nu in handen, maar de Republiek was niet naar de onderhandelingstafel gedwongen. Al tijdens het Beleg van Breda besloot Filips IV de strategie te wijzigen. Het leger werd ingekrompen en op land werd overgegaan op een goedkopere verdedigende oorlog. Op zee werd de offensieve oorlog echter gehandhaafd. Maurits was overleden in april 1625 en hij werd opgevolgd door zijn halfbroer Frederik Hendrik. ... Spanje ging over op een defensieve landoorlog en de Duitse keizer had zijn handen vol door een Deense inval tijdens de Dertigjarige Oorlog. Dat gaf de Republiek de mogelijkheid in het offensief te gaan. Het was mede mogelijk door verdragen met Frankrijk, het subsidieverdrag van 1624 (financiële steun van Frankrijk), en met Engeland, het verdrag van Southampton van 1625, wat hen betrok bij de oorlog met Spanje. Frederik Hendrik en zijn neef Ernst Casimir, die in 1620 zijn overleden broer Willem Lodewijk was opgevolgd, besloten in 1626 tot de verovering van Oldenzaal zodat Twente niet meer gebrandschat kon worden. In het opvolgende jaar werd Groenlo veroverd. Spanje kon dat jaar niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen en raakte bankroet. ... Spanje en Engeland hadden in 1630 vrede gesloten en sindsdien waren troepenverplaatsingen voor Spanje over zee betrekkelijk veilig.[73] ... In 1644 was een groot vredescongres begonnen in de Westfaalse steden Münster en Osnabrück om de Dertigjarige Oorlog tussen Zweden, Frankrijk, Spanje en de keizer te beëindigen. Het was het eerste grote vredescongres in de West-Europese geschiedenis. Door de alliantie met Frankrijk kon de Republiek ook aanschuiven bij de besprekingen. Daar schoof de Republiek in 1646 bij aan en na een aantal weken van beraad met de Spaanse ambassadeurs was een eerste akkoord al bereikt, een wapenstilstand voor twintig jaar. Krachtens het alliantieverdrag met Frankrijk mocht de Republiek niet zelfstandig een vrede sluiten met Spanje. De Fransen stelden echter hoge eisen aan een vrede. De toegeeflijkheid van Spanje aan de Staatse eisen en het wantrouwen richting de Fransen leidden tot veel discussies in de Republiek, zowel in de regeringscolleges als op straat, over hoe hiermee moest worden omgegaan. Besloten werd om de Fransen bij een vrede te betrekken, maar mochten zij onredelijke eisen stellen, dan zou de Republiek een afzonderlijke vrede sluiten. ... Op 30 januari 1648 werd de definitieve vredestekst vastgesteld. Deze werd ter ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede plechtig bezworen.[87] Overeengekomen werd dat de soevereiniteit van de Republiek door Spanje werd erkend, de Schelde werd 'gesloten' en de Vlaamse zeehavens werden belast met hoge importtarieven, veroveringen van de WIC en VOC in de Indiën werden gerespecteerd, de Meierij van 's-Hertogenbosch kwam toe aan de Republiek en er werd geen toegeving gedaan ten gunste van katholieken in de Republiek. De Dertigjarige Oorlog werd datzelfde jaar in oktober beslecht. De Frans-Spaanse oorlog werd pas beëindigd met de vrede van de Pyreneeën in 1659. https://nl.wikipedia.org/wiki/Tachtigjarige_Oorlog
Wat een strijd. Ik zou bijna vergeten dat ik hier kwam vanwege een bier, een gerstewijn, of wacht een roggewijn. De roodheid van het bier komt door deze bloederige geschiedenis nu een beetje wrang over.
Ferry | Beer with Balls Last Duke Standing by Yeasterday Brewing Ferry | Beer with Balls is drinking a Last Duke Standing by Yeasterday Brewing at Beer with Balls Tja, wat vind ik hier van? Veel rood fruit in de geur, ietwat zurig. Neigt naar een rode wijn vanwege het 'slappe' karakter... mist kracht, terwijl de alcohol behoorlijk aanwezig is. Check-in 1️⃣3️⃣4️⃣4️⃣ Purchased at Beer with Balls https://untappd.com/b/yeasterday-brewing-last-duke-standing/6729663
Yeasterday Brewing was founded in 2025, but our roots go way back. While working in the industry for over a decade something was brewing (both literally and figuratively) and it grew stronger and stronger. With beer in general having so much history and it being an eyewitness to so many fascinating moments in our past it can and should be used as a great storyteller. That’s where the idea started and friends from the industry came together to begin a journey throughout time and taste. We believe craft beer can be so much more than an enjoyable experience of flavours. It could tell many great stories that it once witnessed throughout history, stories that bring people together and let you enjoy craft beer on a deeper level. Brewing story-based gives us the opportunity to really capture the people and lives behind the history books and let us revive legends and honour forgotten moments. By adding elements of those old stories you really get the chance to taste history at its finest in a modern way. We don’t just make great craft beers, we bottle the spirits of the past for you to enjoy while you learn a thing or two about our history. Cheers. ... We're not just brewing craft beers with bold flavours, but let our beers tell stories from days of old. We hope you will learn a thing or two about inspiring stories from history in a flavourful way. We're also transparent about our processes and beers to give you all the information and enjoy our beers in the best possible way. https://yeasterdaybrewing.com/our-story/
Geen opmerkingen:
Een reactie posten