Translate

Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label wetgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetgeving. Alle posts tonen

maandag 31 mei 2021

Ow 2 het plan

Na https://biervat.blogspot.com/2017/02/milieuregelgeving-voor-microbrouwerijen.html en https://biervat.blogspot.com/2021/03/omgevingswet.html  toch weer eens een inkijkje in de wetgeving. Het is bijzonder dat als een brouwerij valt onder de IPPC >75 of 300 ton drank per dag of een stookinstallatie heeft van meer dan 10 kW er sprake is van vergunningplicht. Is de stookinstallatie en productiecapaciteit minder dan is er geen vergunningplicht. Ik denk dat er dan een meldingsplicht is. Als de brouwerij onderdeel is van een woning of horeca of op een bedrijventerrein.

Categorie D37 van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage = De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een bierbrouwerij (D37.1) of een mouterij (D37.2). (Bor, 2.2a lid 1, onder a) (https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/omgevingsvergunning/obm-categorien/voedingsmiddelen/bierbrouwerijen/) Ik weet niet of die voorwaarde blijft.

Het bestemmingsplan Wanneer je zelf bier wilt gaan produceren voor de verkoop, moet je brouwerij dus aan allerlei regelgeving voldoen. Zo moet het ook passen in het bestemmingsplan van de gemeente. Wanneer je vanuit je eigen schuur brouwt en dit wilt gaan verkopen, dan moet de gemeente hier wel akkoord op geven. Jouw schuur moet door de gemeente goed bevonden worden, om een officiële brouwerij in te beginnen. (https://brouwerijhetmaatje.nl/wet-regelgeving-brouwen-bier/)

Melding Activiteitenbesluit milieubeheer Burgemeester en wethouders maken bekend dat er voor de volgende bedrijven een melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn ingediend omdat zij zich gaat vestigen, dan wel een veranderingen gaat doorvoeren of omdat zij niet eerder een melding hebben ingediend. Stichting Rabauw Craft Beer, Torenallee 55, het oprichten van een brewpub met microbrouwerij; (https://www.eindhoven.nl/bekendmakingen/offici%C3%ABle-publicaties-27-januari-2021)

Kennisgeving beschikking Rabauw Craft Beer, locatie Torenallee 55 Het college van burgemeester en wethouders heeft een aanvraag voor een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontvangen van Rabauw Craft Beer, gelegen aan Torenallee 55 te Eindhoven. De aanvraag betreft het oprichten van een micro bierbrouwerij. Burgemeester en wethouders maken bekend dat zij in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de vergunning verlenen.  (https://www.eindhoven.nl/bekendmakingen/offici%C3%ABle-publicaties-27-januari-2021)

Dus nu is er een vergunning- en meldingsplicht. Wat is er straks?

Een nieuwe manier van werken ‘oefenen’ of vast voorzichtig uitproberen is een mooie aanbeveling, maar lastig als de organisatie nog helemaal niet is ingericht op de integratie van ruimtelijke ordening en milieu. De recente publicatie milieuzonering nieuwe stijl biedt goede houvast. De nieuwe publicatie neemt afscheid van de milieucategorieën en lijsten van bedrijfsactiviteiten en stuurt directer op milieueffecten. Een microbrouwerij bijvoorbeeld is daardoor veel makkelijker in te passen in stedelijk gemengd gebied. Met milieuzonering nieuwe stijl kun je je dus goed voorbereiden op de systeemwijziging die de Omgevingswet met zich brengt. Dit geldt in het bijzonder voor het altijd lastige vraagstuk van de planregeling voor bedrijven, temeer nu er onder de Omgevingswet sprake is van verdere integratie van ruimte en milieu. Vergeet niet dat alle bestemmingsplannen die we nu hebben, van rechtswege onderdeel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Vanaf 2021 moeten die plannen worden omgezet naar een definitief omgevingsplan. De ruis of wrijving die nu vaak bestaat met het systeem van milieucategorieën en richtafstanden per bedrijfstype, neem je dus ook mee in de nieuwe situatie. Wen alvast aan een nieuwe manier van werken en zet handig de hulpmiddelen in. Je zult jezelf vanaf 2021 dankbaar zijn voor deze oefenperiode. (https://www.gemeente.nu/whitepaper/artikel-op-weg-naar-de-omgevingswet-drie-aanbevelingen-hoe-je-met-transitie-omgaat/)

Dus straks is er een Omgevingsplan nodig voor een brouwerij. 

Met de nieuwe Omgevingswet wil het kabinet:

de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen;

duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren;

gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven. Zo kunnen zij hun omgevingsbeleid afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen.

Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen. (https://www.nen.nl/bouw/bouwregelgeving/omgevingswet)

Met de Omgevingswet vermindert het aantal algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en ministeriële regelingen aanzienlijk, namelijk van respectievelijk 60 en 100 naar 4 en 10. De 4 toekomstige AMvB's zijn:

Besluit activiteiten leefomgeving: deze is direct gericht op burgers en bedrijven. Algemene rijksregels die gelden voor diverse activiteiten zijn in dit besluit opgenomen. Het vervangt een groot aantal bestaande AMvB's, waaronder het Activiteitenbesluit.

Besluit bouwwerken leefomgeving: dit besluit bevat eveneens regels die direct op burgers of bedrijven zijn gericht. Het gaat dan met name om bouwen of slopen. Het besluit vervangt onder meer het huidige Bouwbesluit 2012.

Besluit kwaliteit leefomgeving: deze bevat instructieregels voor gemeenten, provincies en waterschappen voor het vaststellen van onder meer omgevingsplannen en verordeningen.

Omgevingsbesluit: regelt onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden.

(https://www.nen.nl/bouw/bouwregelgeving/omgevingswet)

Het omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft 1 omgevingsplan onder de Omgevingswet. (https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan-hoofdlijnen/)

Het omgevingsplan van de gemeente bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin alle gemeentelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten. (https://vng.nl/artikelen/omgevingsplan)

Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) heeft elke gemeente 1 omgevingsplan voor hun grondgebied. Wat is het omgevingsplan? In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. In haar omgevingsplan hoeft de gemeente niet specifiek te bepalen wat er in welk gebied komt. Ze kan voor een ontwikkelingsgebied kiezen voor een meer algemene beschrijving met randvoorwaarden. Ook geeft de gemeente aan welke regels zij aan de activiteiten stelt. De gemeente zorgt dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Ow). De afwegingsruimte voor de gemeente Bij het stellen van regels houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. De gemeente heeft een eigen afwegingsruimte voor het afwegen van die belangen. Binnen deze afwegingsruimte kan de gemeente specifieke regels stellen voor verschillende delen van het grondgebied. Ook kan de gemeente functies of kenmerken van locaties of gebieden aanwijzen. Aan deze aanwijzing kan de gemeente regels verbinden voor het gebruik van die plaats of dat gebied. (https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan-hoofdlijnen/omgevingsplan-hoofdlijnen/)

maandag 24 mei 2021

Verkoop

Als amateurbrouwer mag je thuis voor jezelf en je gasten bier brouwen. Voor populaire doe-het-zelf bierbrouwpakketten gelden geen regels. Maar wordt het teveel voor eigen gebruik en ga je het bier verkopen, dan ben je ondernemer. Wat betekent dat voor jou? De belangrijkste zaken bij het starten van een bierbrouwerij op een rij.... Bierbrouwen voor beginners

Je kunt op 3 manieren aan de slag met het brouwen van bier:

Bierbrouwen vanuit je woning

Als je vanuit huis wil starten, moeten je plannen passen binnen het bestemmingsplan van jouw gemeente. Is het alleen een hobby dan is dit niet van toepassing.

Bierbrouwen vanuit een bedrijfsruimte

Je kunt een bedrijfsruimte huren om van start te gaan met je eigen brouwerij. Check of deze ruimte voldoet aan jouw eisen én controleer of jouw activiteiten overeenkomen met het bestemmingsplan. Raadpleeg de regionale milieudienst om na te vragen of je een omgevingsvergunning (afvalstoffen, vervuiling, overlast geur en geluid) nodig hebt.

Huurbrouwen

Bij huurbrouwen huur je een locatie met bierbrouwinstallatie. Je maakt met de verhuurder afspraken over wat zij doen en wat je zelf doet. Zo kunnen zij je bier brouwen volgens jouw recept. Maar je kunt er ook voor kiezen alleen gebruik te maken van de installatie en de rest zelf doen. Het voordeel van huurbrouwen is dat je zelf niet hoeft te investeren in een bierbrouwerij. Daarnaast heeft de huurbrouwer ervaring, verstand van zaken, de juiste vergunningen en regelt hij vaak ook alles met betrekking tot accijns.

Regels voor bierbrouwerijen

In de Warenwet staan regels waaraan je je moet houden als je levensmiddelen bereidt, verpakt en/of verkoopt. Je kunt gebruik maken van de Hygiënecode voor Bierbrouwerijen of zelf een voedselveiligheidsplan opstellen. De NVWA controleert of bedrijven zich aan de hygiëneregels houden.


Etiket

Het etiket is de meest gebruikte manier om de consument te informeren over het bier. Wat er allemaal op een etiket mag of moet staan (en wat juist niet), is vastgelegd in de Europese etiketteringsverordening. Om brouwers wegwijs te maken in deze regelgeving heeft Nederlandse Brouwers een etiketteringshandleiding opgesteld die de verordening moet verduidelijken. Bijvoorbeeld op het gebied van allergenen en de kwantitatieve ingrediëntendeclaratie. Op basis van een wettelijke verplichting, zet je de volgende zaken in hetzelfde gezichtsveld op de verpakking:

de netto-hoeveelheid

datum van minimale houdbaarheid

het alcoholgehalte

Daarnaast is er de Europese etiketteringsverordening, die bepaalt dat de verpakking van bier voorzien moet zijn van:

de benaming of een omschrijving van het product volgens de warenwet

een lijst van ingrediënten (nog niet verplicht bij bier >1,2% alcohol)

de gegevens van de producent, verpakker of verkoper

de productiepartij

voedingswaarde (nog niet verplicht bij bier > 1,2% alcohol)

Accijns Wie een alcoholhoudende drank bereidt en verkoopt, moet accijns afdragen. Accijnsgoederen mogen alleen bereid worden in een daartoe aangewezen accijns goederenplaats. Als thuisbrouwer of startende brouwer moet je daarvoor een vergunning aanvragen bij de Belastingdienst. Zo'n vergunning heet een Vergunning accijnsgoederenplaats. In de vergunning staat onder andere op welke locatie je welke accijnsgoederen mag vervaardigen en opslaan. In 2015 is de Belastingdienst gestart met het opstellen van een aangepaste aanvraag voor kleinschalige brouwerijen. Vanaf de inkoop van ingrediënten tot verkoop van het product moet alles vastgelegd worden en te controleren zijn. Hierbij moet je denken aan facturen, coderen van elke batch mout, bewaren van exact recept en resultaten. Het betalen van accijns doe je digitaal en periodiek achteraf. Heb je er vragen over, neem dan contact op met de Belastingdienst Telefoon Douane. Afdracht btw Btw (Belasting over de toegevoegde waarde) zit op alle producten en diensten. Je betaalt btw over jouw omzet. Btw breng je in rekening aan de klant, bovenop de prijs van jouw product. Voor bier en biermengsels die meer dan 0,5% alcohol bevatten moet 21% btw worden betaald. Bier met een alcoholpercentage onder de 0,5% valt onder het tarief 9%. Bij de aangifte draag je de van de klant ontvangen btw af aan de Belastingdienst. De door jouw betaalde btw aan leveranciers mag je hier van aftrekken. Voor eventuele merchandise bereken je ook 21%. (https://www.kvk.nl/advies-en-informatie/bedrijf-starten/startsituaties/starten-met-een-bierbrouwerij/)

Wanneer je bier gaat brouwen en verkopen, zul je ook accijnzen moeten afdragen. De hoogte van deze accijnzen is afhankelijk van het aantal graden Plato in je bier. Graden Plato correspondeert met het alcoholpercentage. Wanneer je – net als wij – eerst besluit om te gaan brouwen bij een bestaande brouwerij, worden de accijnzen veelal door de brouwerij afgedragen. Anders moet je dit dus zelf doen. (https://brouwerijhetmaatje.nl/wet-regelgeving-brouwen-bier/)

U mag bier en wijn voor eigen gebruik maken. Maar u mag bier en wijn niet verkopen. Wilt u andere accijnsgoederen dan bier en/of wijn maken? Of wilt u zelfgemaakt bier en zelfgemaakte wijn verkopen? Dan moet u zich inschrijven als ondernemer bij: de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst In sommige gevallen kunt u zich bij de Kamer van Koophandel ook inschrijven voor de Belastingdienst. Daarna moet u bij Belastingdienst/Douane een vergunning aanvragen voor het zelf maken van accijnsgoederen. Zo'n vergunning heet een Vergunning accijnsgoederenplaats. Meer informatie hierover vindt u bij  Accijnsgoederen of verbruiksbelastinggoederen maken. (https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/aangifte_doen/andere_belastingen/accijnsgoederen_of_verbruiksbelastinggoederen_maken_in_nederland_2/zelf_accijnsgoederen_maken)

Micro ondernemingen

Wannneer ben ik een micro-onderneming?

Het begrip microonderneming is ingevoerd met ingang van de jaarrekening over 2016, uw onderneming kwalificeert als micro onderneming als er op twee opvolgende balansdata is voldaan aan twwe of drie van onderstaande vereisten

Balanstotaal maximaal € 350.000

Netto-omzet maximaal € 700.000

Maximaal 10 fte

(https://www.actium.nl/informatie/welk-jaarrekeningregime-is-van-toepassing)

maandag 8 maart 2021

Omgevingswet

Op https://biervat.blogspot.com/2014/11/wet-vandervelde.html en https://biervat.blogspot.com/2015/10/accijnswetgeving-gn-code-2203-en-2206.html en https://biervat.blogspot.com/2017/02/milieuregelgeving-voor-microbrouwerijen.html heb ik wetgeving vermeld. Nu schijnt er volgend jaar nieuwe (milieu)wetgeving te komen. Het gaat dan niet meer om het milieu, maar om de omgeving. De omgeving wordt dan geregeld in de Omgevingswet. Bij deze wet hoort dan  het Besluit activiteiten leefomgeving Bal). Daarin staat dat brouwerijen vanaf een 100 kW vergunningplichtig worden. 

Dan vraag ik me toch af wanneer brouwerijen zo'n vermogen aan stookinstallatie hebben...


maandag 21 januari 2019

NRB

Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
Bedrijven in Nederland gebruiken veel verschillende stoffen. Veruit de meeste van deze stoffen horen niet in de bodem thuis. Bij bedrijfsmatige activiteiten, waarbij het risico bestaat dat deze stoffen in de bodem terechtkomen, moet een bedrijf zijn bodem beschermen tegen die stoffen. De Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) beschrijft of en zo ja, hoe een bedrijf dit moet doen.
De NRB is een harmoniserend instrument voor de beoordeling van de noodzaak en redelijkheid van bodembeschermende maatregelen en voorzieningen. De richtlijn geeft voor bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten een beschrijving van geschikte combinaties van voorzieningen en maatregelen (cvm). Deze zijn gebaseerd op de stand der techniek, die is vastgelegd in kennisdocumenten en beoordelingsrichtlijnen. In de NRB staat het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico' centraal. Voorzieningen en maatregelen moeten een verwaarloosbaar bodemrisico realiseren voor de duur van de bedrijfsmatige activiteiten (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Is bier bodembedreigend en wat staat erover in de wet?

Beleidsblad Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
Opzet en opbouw van de NRB
De Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) geeft voor bedrijfsmatige activiteiten invulling aan het preventieve bodembeschermingbeleid. De NRB is een harmoniserend instrument voor de beoordeling van de noodzaak en redelijkheid van bodembeschermende maatregelen en voorzieningen. De NRB geeft voor bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten een beschrijving van geschikte combinaties van bodembeschermende voorzieningen en maatregelen gebaseerd op de stand der techniek, die is vastgelegd in kennisdocumenten en beoordelingsrichtlijnen. In de NRB staat het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico' centraal. Voorzieningen en maatregelen moeten een verwaarloosbaar bodemrisico realiseren voor de duur van de bedrijfsmatige activiteiten.

De NRB geeft aan waar en hoe een verwaarloosbaar bodemrisico kan worden bereikt. Afhankelijk van de categorie waarin een bedrijfsactiviteit valt, zijn er meestal diverse combinaties van voorzieningen en maatregelen mogelijk om de bodem te beschermen. Er worden vijf groepen bodembedreigende activiteiten onderscheiden:

  • opslag bulkvloeistoffen;
  • overslag en intern transport bulkvloeistoffen;
  • opslag en verlading van stort- en stukgoed;
  • procesinstallaties/bewerkingen;
  • activiteiten in werkplaatsen.

Onder voorzieningen worden fysieke voorzieningen begrepen, zoals vloeistofdichte vloeren en verhardingen, vloeistofkerende vloeren en lekbakken. Dergelijke voorzieningen moeten altijd in combinatie met de daarbij behorende maatregelen worden toegepast. Zo moet een vloeistofdichte vloer of verharding periodiek op vloeistofdichtheid worden gekeurd door een gekwalificeerde inspecteur. Vloeistofkerende voorzieningen moeten altijd gepaard gaan met organisatorische beheermaatregelen of incidentenmanagement.
Een bodemonderzoek is alleen gericht op de bodembedreigende stoffen die in het bedrijf door de activiteiten in de bodem kunnen komen of daarin terecht kunnen zijn gekomen.
Een bodemonderzoek moet de bodemkwaliteit bepalen voor aanvang van de activiteiten (nulsituatie onderzoek). Met het bodemonderzoek dat na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld of de bodemkwaliteit ten opzichte van de beginsituatie is veranderd (eindsituatie onderzoek). Als inderdaad sprake is van verslechtering dan moet de bodemkwaliteit worden hersteld in de oorspronkelijke situatie (de nulsituatie) of de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Het besluit bevat alleen een verplichting tot het uitvoeren van bodemonderzoek voor bedrijven die worden opgericht en bedrijven waarbinnen de activiteiten worden beëindigd. Bij veranderingen van een bedrijf moet het bevoegd gezag de noodzaak tot bodemonderzoek beoordelen.
De ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit eist een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit voor bedrijven die zich bezig houden met de volgende activiteiten:

  • installatie, verwijdering, sanering van ondergrondse tanks
  • keuren van die tanks en de daarbij behorende voorzieningen;
  • het verrichten van bodemonderzoek;
  • het aanleggen en inspecteren van vloeistofdichte vloeren of verhardingen.

(www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/beleid/beleid-van-centrale-overheid/landelijk-beleid/beleidsblad-wet-milieubeheer/beleidsblad-nederlandse-ric95101)

NRB 2012
Met de publicatie van de nieuwe NRB in april 2012 is invulling gegeven aan de uitkomsten van evaluatie. Met het opnemen van een Stoffenschema in combinatie met de Stoffenlijst is een afwegingssystematiek geïntroduceerd. Hiermee kan de bodembedreigendheid van stoffen worden bepaald en daarmee het vereiste voorzieningenniveau. Ook is in de nieuwe NRB een maatwerkroute geïntroduceerd. De keuze voor maatwerk is wel verbonden aan voorwaarden. De houder van de inrichting kiest vanwege de bijzondere bedrijfssituatie op basis van het Stoffenschema of de bodemrisicofactor voor een alternatieve combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm). Voorwaarde hierbij is dat bevoegd gezag bepaalt of deze alternatieve vorm van cvm ook leidt tot een verwaarloosbaar bodemrisico.
Met het Stappenplan in de nieuwe NRB kunnen bedrijven bepalen in hoeverre binnen de inrichting sprake is van een bodembedreigende activiteit waarvoor preventieve maatregelen moeten worden getroffen. Dit kunnen ze doen via een bodemrisicoanalyse. Bepalend hierin is het Stoffenschema. De uitkomst van het Stoffenschema bepaalt of er sprake is van een bodembedreigende activiteit. Als hiervan sprake is dan bepaalt vervolgens het Stappenplan of bedrijven gebruik kunnen maken van de standaard cvm via de bodemrisicochecklist (BRCL) of dat ze kunnen kiezen voor een alternatieve cvm via de maatwerkroute (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Wanneer is er sprake van een bodembedreigende stof?
Antwoord
De bodembedreigendheid van een stof is af te leiden uit het Stoffenschema van de NRB (zie bijlage 2 deel 3 van de NRB). Het Stoffenschema in combinatie met de toelichting en de Stoffenlijst bepaalt in hoeverre het gebruik van een stof ruimte biedt voor maatwerk of een standaard cvm volgens de BRCL vereist.
In het algemeen geldt dat stoffen binnen een bedrijfsmatige activiteit bodembedreigend zijn, tenzij het tegendeel is bewezen. In gezamenlijk overleg tussen bedrijf en bevoegd gezag kan per stof worden vastgesteld of er feitelijk sprake is van een bodembedreigende situatie. Daarbij wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheid en de opslagtemperatuur van een stof (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/vragen/faq/wanneer-sprake/).

Bodemrisicochecklist (BRCL)
De BRCL is in de nieuwe NRB geactualiseerd en vernieuwd. Per categorie zijn in tabelvorm alleen de cmv opgenomen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Daarbij zijn afhankelijk van de type categorie diverse cvm mogelijk om de bodem verwaarloosbaar te beschermen. Ook is per categorie een bodemrisicofactor opgenomen die kort het bodemrisico beschrijft dat van invloed is op de betreffende categorie.
In de BRCL kunnen aan de opgenomen voorzieningen en maatregelen normdocumenten zijn gekoppeld. Een aantal van deze normdocumenten, zoals de aanleg en inspectie van vloeistofdichte voorzieningen of de periodiek controle daarop, moeten gebeuren volgens de regels van het Activiteitenbesluit. Dit geldt ondermeer voor de 6 jaarlijkse inspectie van vloeistofdichte vloeren. In het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen voor welke van deze normdocumenten een erkenningsverplichting geldt.
Onder voorzieningen worden fysieke voorzieningen verstaan, zoals vloeistofdichte vloeren en verhardingen, vloeistofkerende vloeren en lekbakken. Dergelijke voorzieningen moeten altijd in combinatie met de daarbij behorende maatregelen worden toegepast. Zo moet een vloeistofdichte vloer of verharding periodiek op vloeistofdichtheid worden geïnspecteerd en gecontroleerd. Vloeistofkerende voorzieningen moeten altijd gepaard gaan met beheermaatregelen (incidentenmanagement). Voor het gebruik van vloeistofkerende vloeren is in de nieuwe NRB een matrix opgenomen waarmee op basis van stofeigenschappen kan worden bepaald of details moeten worden afgedicht (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Bodemonderzoek
Het uitvoeren van bodemonderzoek is verplicht voor alle inrichtingen waarbinnen wordt gewerkt met bodembedreigende stoffen. Daarbij richt het bodemonderzoek zich alleen op die stoffen die tijdens de bedrijfsactiviteit in de bodem kunnen komen. Dit ongeacht de ter plaatse aanwezige of al getroffen preventieve maatregelen (cvm).
Een bodemonderzoek moet de bodemkwaliteit bepalen voor aanvang van de activiteiten (nulsituatie onderzoek). Met het bodemonderzoek dat na beëindiging van de inrichting of bedrijfsactiviteiten wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld of de bodemkwaliteit ten opzichte van de beginsituatie is veranderd (eindsituatie onderzoek). Als inderdaad sprake is van verslechtering dan moet de bodemkwaliteit worden hersteld in de oorspronkelijke situatie (de nulsituatie) of de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Bij veranderingen van een inrichting bepaalt het bevoegd gezag afhankelijk van de activiteit de noodzaak tot bodemonderzoek. Hiervoor is in de nieuwe NRB een toelichting opgenomen over de uitvoering van een dergelijk tussensituatie onderzoek. Niet iedere verandering van een bedrijf is namelijk relevant. Het bevoegd gezag kent de lokale situatie, het bedrijf en activiteiten en kan het beste beoordelen of een bodemonderzoek in geval van een verandering binnen het bedrijf nodig is (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

dinsdag 7 februari 2017

Milieuregelgeving voor microbrouwerijen

Ik heb al vaker aandacht besteed aan (milieu)regelgeving voor microbrouwerijen.
Jacques Bertens schreef er al eerder over in het clubblad van "De Roerstok" van april 1999. en op www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html: een goede locatie voor een ... brouwerij [is] nooit te vinden is op een industrieterrein. Dit betekende tot voor kort altijd trammelant als het gaat over het verkrijgen van een milieuvergunning. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat overheidsinstanties bij bierbrouwerijen meteen denken aan grote brouwerijen met grote geurproblemen. Degenen die in de buurt van de Heinekenbrouwerij in Den Bosch wonen weten onmiddellijk wat ik bedoel. Uiteraard is de geuroverlast voor de omgeving gerelateerd aan de omvang van de brouwerij, maar omdat hierover weinig informatie bestaat spelen de gemeentelijke milieuambtenaren op zeker. Aan de paar brouwcafé's die Nederland kent zijn dan ook vrij strenge milieueisen gesteld, hoe klein de brouwerij ook is. ... Dat een dergelijke wijze van benadering wel erg rigide is vond ook de Raad van State, het hoogste bestuursrechtelijke college van Nederland. Op 13 oktober 1998 deden de rechters mr. Leyten-Wijkerslooth, mr. Konijnbelt en mr. Korte-van Hemel een uitspraak [waardoor kleine brouwerijen ook zonder milieuvergunning mogen worden opgericht] (www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html). Er is dan wel een milieumelding en (sinds 2013) een OBM nodig. Dit geeft extra werk voor brouwers, die al van veel wetgeving op de hoogte moeten zijn. Er zijn ook adviesbureau's die hierop inspringen. Op de website van Exsin vind ik onderstaand artikel:

Bent u van plan om een eigen kleinschalige bierbrouwerij op te zetten of bent u wellicht onlangs aangevangen en hebt u nog geen duidelijkheid over de milieuregelgeving en ruimtelijke ordening? Exsin kan uw vragen hierover beantwoorden.

Bierbrouwen komt steeds meer op. Het is leuk om de hobby op te schalen, maar welke verschillende wet- en regelgeving komt hierbij kijken? Naast het technische en hygiënische deel is er ook regelgeving op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening om een brouwerij te mogen vestigen en te gebruiken. Over het vestigen van een microbrouwerij en het aanvragen van milieutoestemming komen de afgelopen jaren bij onze adviseurs, steeds vaker vragen binnen. In dit artikel gaan we kort in op onze ervaringen (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Een geschikte locatie
Het kunnen en mogen brouwen is één aspect, maar vervolgens hiervoor een geschikte locatie zoeken is een heel ander karwei.
Om te beginnen vormt het bestemmingsplan een goed uitgangspunt. Het bestemmingsplan regelt een goede afstemming tussen de verschillende vormen van ruimtegebruik. Op een plankaart zijn de verschillende bestemmingen zoals wonen, recreatie en bedrijvigheid aangegeven. In het bestemmingsplan is ook een lijst opgenomen genaamd ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. In deze lijst staan de bedrijfsactiviteiten die zijn toegestaan en tot welke milieucategorie deze worden gerekend. Deze lijst is gebaseerd op de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze handreiking is per bedrijfstype een milieucategorie gegeven afhankelijk van de te verwachten hinderafstand van de gemiddelden in de betrokken branche. Deze hinderafstand is afhankelijk van de milieuaspecten. Een bierbrouwerij valt onder milieucategorie 4.2 en heeft een hinderafstand van 300 meter. Andere bedrijfsactiviteiten binnen deze milieucategorie zijn lampenfabrieken , rangeerterreinen , vuilstortplaatsen, stadions en open-lucht-ijsbanen. Het ligt voor de hand dat dit geen geschikte locatie is voor een microbrouwerij.
Een kleine brouwerij zal minder hinder geven dan een grotere brouwerij, die geldt als gemiddelde in de branche. De vraag is nu waar de grens ligt tussen een kleine en een grotere brouwerij. In de VNG-lijst wordt daar geen onderscheid in gemaakt. Wel zijn er ook andere activiteiten benoemd die kunnen lijken op een kleine brouwerij.
Bij verschillende gemeente is een kleine ambachtelijke brouwerij mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding in het plan, hetzij als ‘horeca met een specifieke vorm brouwerij’ of als ‘bedrijf met een specifieke vorm brouwerij’. Bij kleinschalige microbrouwerijen, zal naast het brouwen ook workshops/proeverijen en arrangementen voor kleine groepen aan de orde kunnen zijn. Of de locatie daarvoor geschikt is en of de activiteiten passen in het bestemmingsplan dient eerst uitgezocht te worden voordat een bedrijfsruimte wordt gekozen. Mogelijk kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van de ruimtelijke regels. Hierbij zijn ook een melding Activiteitenbesluit en Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets nodig (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Dit komt overeen met:

Een bierbrouwerij heeft volgens de VNG-lijst een afstand van 100 m (code 1105). Dit is echter van toepassing op grote(re) productiebrouwerijen en niet voor de onderhavige ambachtelijke brouwerij, waarbij het brouwen meer gericht is op workshops/proeverijen en arrangementen voor kleine groepen. Het kleinschalig en ambachtelijk bier brouwen komt voor het geluidsaspect meer overeen met de categorie 1102 tot 1104, 'vervaardiging van wijn, etc.', waarvoor een afstand van 30 meter geldt (www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1700.BPBG2011PH0023-vas1/t_NL.IMRO.1700.BPBG2011PH0023-vas1_5.3.html).

Er kan soms wel discussie over zijn, zo blijk in Bodegraven:

Geachte heer, mevrouw ............,
Brouwerij De Molen is als kleine ambachtelijke microbrouwerij in 2004 gestart in de Molen met een productiecapaciteit van 500 liter per brouwsel. Een microbrouwerij is een brouwerij met een kleine productiecapaciteit van hoogstens een paar duizend hectoliter bier per jaar.
Eind 2011 is Brouwerij De Molen verhuist naar het pand aan de Doortocht, waardoor de productiecapaciteit steeg van 500 naar 5000 liter per brouwsel. Totaal kan er op dit moment meer dan 30.000 hectoliter per jaar worden geproduceerd. Doordat bier voor 90% uit water bestaat, kan op basis van de Oases jaarafrekening 2013 snel worden bepaald hoeveel hectoliter er daadwerkelijk wordt gebrouwen.
Brouwerij De Molen is dus zeker geen kleine ambachtelijke microbrouwerij meer, ondanks het feit dat zij over een vergunning beschikt voor een microbrouwerij in milieucategorie 2. De gebruiksvergunning komt dus niet meer overeen met de huidige bedrijfsactiviteiten van Brouwerij De Molen.
Hoe kan het dan dat Brouwerij De Molen nog steeds produceert op een oude niet geldende milieuvergunning ? (www.digitalebodegraafsekrant.nl/pages/posts/reactie-brouwerij-de-molen-bv-op-ingezonden-brief-14712.php)

Volgens mij is hier het antwoord dat brouwerijen geen milieuvergunning nodig hebben (tenzij een MER is opgesteld voor het voornemen).

Het Activiteitenbesluit
Het Activiteitenbesluit geeft milieuregels voor alle bedrijven in Nederland, op grond van de Wet milieubeheer. Dit betreft zowel kleine als grote bedrijven. Het is wel van belang dat er sprake is van een ‘milieu-inrichting’. Als een brouwerij geen vaste locatie heeft, een beperkte omvang heeft of slechts korte tijd in bedrijf zal er daarvan geen sprake zijn. Als hobbyist val je dus niet onder de inrichtingsdefinitie, zelfs als je in een bedrijfspand zit. Zodra er vaker gebrouwen wordt kom je in een grijs gebied. Het is dus mogelijk dat je in het begin geen inrichting was, maar het gaandeweg wel wordt. De discussie over hobbymatig brouwen is niet erg kansrijk vanwege de zinsnede ‘in een omvang alsof‘ dus zodra er wordt gebrouwen met een grote brouwketel is er vaak al sprake van een inrichting. Ookal wordt het brouwen enkel uitgevoerd als ‘hobby’, door de omvang is het toch bedrijfsmatig. Als er binnen een horeca-inrichting wordt gebrouwen is die definitie niet eens aan de orde. Dan is er al sprake van een inrichting.
Naast hobbymatig, wordt ook vaak gewezen op de term ‘ambachtelijk’. In de milieuwetgeving wordt daarmee gedoeld op het kleinschalig uitvoeren van oude ambachten, zoals in musea. Het moderne brouwen wordt niet gezien als ambachtelijk. Door gebruik van een brouwinstallatie valt het maken van alcoholische dranken door brouwen of destilleren valt onder paragraaf 3.6.3 van het Activiteitenbesluit: ‘industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken’. In voorschrift 3.137 van het Activiteitenbesluit staat dat deze paragraaf niet van toepassing is op ‘de productie van alcohol’, hier wordt de productie van pure alcohol bedoeld.
Melding Activiteitenbesluit
Net zoals voor restaurants en dergelijke is voor brouwerijen een melding Activiteitenbesluit verplicht. De melding kan worden ingediend via de Activiteitenbesluit Internetmodule (AIM) op www.aimonline.nl. Hierbij wordt een vragenboom doorlopen, afhankelijk van de betreffende branche. Hierbij is de vraag of een brouwerij valt onder horeca of voedingsindustrie (of beide?). Er volgen veel vragen omdat de AIM is bedoeld voor alle typen bedrijven in Nederland. Enige kennis en ervaring is daarmee noodzakelijk om de vragenboom vlot te doorlopen. Verder zijn gegevens van de brouwerij nodig. Informatie is onder meer nodig over de stookinstallaties, de eventueel aanwezige gasflessen, het energieverbruik en welke maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen zijn getroffen. Ook moet bij de melding een plattegrondtekening met de inrichtingsgrens en de relevante functies zoals brouwinstallatie, opslag, de koelinstallatie, stookinstallatie, eventueel restaurant en dergelijke. Ten slotte kan de melding worden ingediend bij het bevoegde gezag. Daarbij zal de AIM ook aangeven dat een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets nodig is (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Volgens mij is bij een Activiteitenbesluitmelding naast een AIM-formulier en een plattegrondtekening ook een beschrijving van de maatregelen tegen geurhinder nodig.

Bij het nemen van maatregelen geldt in zijn algemeenheid het BBT-principe. Dit betekent dat het bevoegd gezag ook de kosteneffectiviteit van de maatregel meeweegt. Voor de beoordeling van de kosteneffectiviteit van geurhinderbestrijdingsmaatregelen bestaat geen landelijk geaccepteerd beoordelingssysteem (www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/ner/geur-0/handleiding-geur/voorbeelden/kostenafweging-drie/voorbeeld/).

En het kan zelfs nog een stap verder gaan:

Het bevoegd gezag kan binnen vier weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien onvoldoende aannemelijk is dat aan artikel 3.5b en artikel 3.5d, respectievelijk artikel 3.140 wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd.
5 Een geuronderzoek als bedoeld in het vierde lid wordt uitgevoerd overeenkomstig NTA 9065 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2016-01-01#Hoofdstuk1_Afdeling1.2_Artikel1.17).

De Roever Omgevingsadvies heeft zo een onderzoek uitgevoerd voor een microbrouwerij op 6 juli 2015:
Gebouw 5 op het NRE terrein, FIFTH|NRE, is een samenstel van gebouwen bestaande uit podiumzaal, jazzrestaurant, micro-brouwerij, grandcafé en kantoorruimte. Voor het gebouw met de podiumzaal van FIFTH|NRE is een melding ingediend op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze beoordeling voor het aspect geur behoort bij de melding op grond van het Activiteitenbesluit. De melding omvat twee geurbronnen, waarvan de invloed op geurgevoelige locaties in de omgeving moet worden beoordeeld:
- restaurant;
- stadsbrouwerij
...
Voor de beoordeling van de geurhinder door de stadsbrouwerij moet in eerste instantie worden uitgegaan van de bijzondere regeling voor bierbrouwerijen uit de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). Deze bijzondere regeling heeft alleen betrekking op grote bierbrouwerijen (IPPC). De beoogde stadsbrouwerij is geen IPPC-inrichting. Deze valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor kleinere bierbrouwerijen (niet-IPPC) gelden de regels uit de Activiteitenregeling.
Net als bij het restaurant is bij de stadsbrouwerij volgens de Activiteitenregeling (artikel 3.103 lid 1) sprake van ‘bedrijfsmatige voedselbereiding'. Voor het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder moet voldaan worden aan de voorschriften die staan in de Activiteitenregeling. Geur is voor deze activiteit uitputtend geregeld (www.eindhoven.nl/ruimtelijkeplannen/plannen/NL.IMRO.0772.80258-/NL.IMRO.0772.80258-0301/b_NL.IMRO.0772.80258-0301_tb14.pdf).

Bijzonder dat een onderzoek van 2015 verwijst naar de NER terwijl deze regeling voor brouwerijen al niet meer bestaat? Ik had in 2014 al aandacht voor de NER (omdat ik dacht dat het leek op de MER). 

Volgens mij valt een brouwerij onder een andere paragraaf dan een restaurant in het Activiteitenbesluit en zijn er andere kaders. Waar het echter om gaat zijn de maatregelen:

Maatregelen
Voor de beoogde stadsbrouwerij is gekozen voor afzuiging met een hoogte van ten minste twee meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd. De afzuiging is weergegeven op afbeelding 2. Binnen 25 meter van de afzuiging liggen geen andere gebouwen. De afzuiging bevindt zich op een hoogte van 2 meter boven de hoogste daklijn van het eigen gebouw..... Bij kleine brouwerijen moet de geurconcentratie op immissieniveau worden beperkt door het toepassen van maatregelen volgens de stand der techniek die in de hierna genoemde lijst zijn aangegeven, via good housekeeping en het gesloten houden van installaties en productieruimten. De geurconcentratie op immissieniveau kan ook worden beperkt door het verhogen van het emissiepunt van de dampen van de kookketel. Onder de maatregelen volgens de stand der techniek bij kleine brouwerijen wordt het volgende verstaan:
- het sluiten van deuren en ramen van het brouwhuis;
- het afdekken van de bostelbakken;
- het regelmatig reinigen van de bostelsilo;
- het beperken van de uitstoot bij vergisting en lagering door het plaatsen van een wasfles ter absorptie van de reukstoffen uit het koolzuur voordat deze naar buiten wordt afgeblazen;
- de gistopslag (voor hergebruik en afvoer) laten plaatsvinden in gesloten tanks;
- het combifilter (kiezelgoer en sterielplaten) uitvoeren in een gesloten systeem;
- de deksels van de rotapool, de bierketel en de klaringskuip gesloten houden;
- de opslag van verbruikt kiezelgoer afdekken;
- het afwateringssysteem gesloten uitvoeren;
- het dichten van kieren in het brouwhuis.
Als zich woningen bevinden op korte afstand van een kleine brouwerij en er is sprake van geurhinder, dan kunnen maatregelen op het gebied van good housekeeping worden toegepast om de uitworp van geur uit diffuse bronnen te verminderen of een schoorsteen kan dienen om de immissieconcentratie op leefniveau te verlagen.  (www.eindhoven.nl/ruimtelijkeplannen/plannen/NL.IMRO.0772.80258-/NL.IMRO.0772.80258-0301/b_NL.IMRO.0772.80258-0301_tb14.pdf).

De belangrijkste hindercomponent bij een brouwerij is geur. Het is technisch mogelijk om zodanig te brouwen dat er geen sprake is van geuroverlast. In de gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft men hierin ervaring. De heer Van Loon neemt maatregelen die voorkomen dat er geurhinder ontstaat. De kookdampen worden gecondenseerd via een condensor die op de pan geplaatst wordt. Hierdoor worden de kookdampen als condenswater afgevoerd via het riool. Deze brouwmethode doet geen
afbreuk aan het ambachtelijke brouwproces waarnaar hier gestreefd wordt en is goed toepasbaar. Daarnaast wordt een koolstoffilter geplaatst om eventueel nog resterende geuren te filteren (www.heusden.nl/risarchief/LoketDocumenten/02_d_1.%20ruimtelijke%20onderbouwing.pdf).

Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets
De Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) is een afweging van het bevoegde gezag om te bepalen of het bevoegd gezag wel of niet instemt met het uitvoeren van die activiteit op een specifieke locatie. De omgevingsvergunning beperkte milieutoets bevat geen voorschriften, het is een ja- of nee-beschikking.
De OBM moet verplicht worden aangevraagd, omdat in categorie D37.1 van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage de oprichting, wijziging of uitbreiding van een bierbrouwerij is vermeld. Bij bierbrouwerijen moet dus worden beoordeeld of een milieu-effectrapportage (MER) opgesteld moet worden. Deze toets lijkt overtrokken, omdat het bij kleine brouwerijen vaak niet veel onderscheid is met horeca, maar niet vergeten moet worden dat in de milieuwetgeving er geen onderscheid wordt gemaakt in omvang. Door de OBM heeft het bevoegde gezag de mogelijkheid om onderscheid te maken in grote en kleine brouwerijen. In de aanvraag om OBM kan worden aangegeven hoe kleinschalig de omvang van de brouwerij is.
Het aanvraagformulier voor de OBM is te vinden op het Omgevingsloket Online (OLO) en omvat naast de algemene NAW-gegevens enkel twee hokjes om aan te vinken. Naast het aanvraagformulier moet ook een toelichting worden gevoegd. In deze toelichting moet ingegaan op de aard en omvang van de brouwerij. Hierbij dient aandacht te zijn voor onder meer de aspecten geur, geluid en verkeersaantrekkende werking. Het blijkt dat het opstellen van een melding en het aanvragen van een OBM voor veel brouwers een klus is die veel vragen oproept. Exsin kan u hierbij ondersteunen. Wij kunnen uw vragen beantwoorden of desgewenst voor u een melding Activiteitenbesluit, tezamen met een aanvraag OBM verzorgen (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Nu zullen de regels in België anders zijn, maar de technieken zullen vergelijkbaar zijn:
In opdracht van de Vlaamse Regering is bij VITO in 1995 een kenniscentrum voor Beste
Beschikbare Technieken opgericht. Dit BBT-kenniscentrum heeft als taak informatie te verspreiden
over milieuvriendelijke technieken in bedrijven.
...
Voor producenten van mout, alsook brouwerijen, worden stofemissies (droog stof) relevant
geacht. Alle Vlaamse mouterijen passen, naast preventieve maatregelen ter beperking van stofemissies, ook doekfilters toe ter behandeling van de afgezogen lucht. Voor zover bekend, is dit ook het geval voor de meeste Vlaamse brouwerijen.
...
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van het watergebruik in drankenbedrijven zijn: een
CIP-reinigingssysteem zoveel als mogelijk toepassen en optimaliseren, het watergebruik in de
spoelzone van de flessenreinigingsinstallatie optimaliseren bij herbruikbare flessen en het surplus
aan water hergebruiken bij pasteurisatie van dranken in verpakking.
...
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van het energieverbruik in drankenbedrijven zijn:
overmatig energieverbruik in verwarmings- en koelprocessen voorkomen, warmteterugwinning
toepassen en optimaliseren, en biogas valoriseren dat gevormd wordt tijdens de anaerobe zuivering
van afvalwater.
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van afval/nevenstromen in de drankenindustrie zijn:
het afvulproces optimaliseren en uitgaande stromen scheiden ter optimalisatie van gebruik, hergebruik, terugwinning, recyclage en verwijdering.
...
Om concreet inhoud te kunnen geven aan het begrip BBT, dient de algemene definitie van VLAREM
I nader verduidelijkt te worden. Het BBT-kenniscentrum hanteert onderstaande invulling van de drie elementen.
“Beste” betekent “beste voor het milieu als geheel”, waarbij het effect van de beschouwde techniek op de verschillende milieucompartimenten (lucht, water, bodem, afval) wordt afgewogen;
“Beschikbare” duidt op het feit dat het hier gaat over iets dat op de markt verkrijgbaar en redelijk in kostprijs is. Het zijn dus technieken die niet meer in een experimenteel stadium zijn, maar effectief hun waarde in de bedrijfspraktijk bewezen hebben. De kostprijs wordt redelijk geacht indien deze haalbaar is voor een ‘gemiddeld’ bedrijf uit de beschouwde sector én niet buiten verhouding is tegenover het behaalde milieuresultaat;
“Technieken” zijn technologieën én organisatorische maatregelen. Ze hebben zowel te maken met procesaanpassingen, het gebruik van minder vervuilende grondstoffen, end-of-pipe maatregelen, als met goede bedrijfspraktijken. Het is hierbij duidelijk dat wat voor het ene bedrijf een BBT is dat niet voor een ander hoeft te zijn. (zie http://emis.vito.be/sites/emis.vito.be/files/pages/migrated/BBT_dranken_eindrapport.pdf).



vrijdag 30 december 2016

Decembernieuws zoveel

Zou ik hier niet beter een jaaroverzicht gaan geven van nieuws? Nee, daar zijn vast andere sites veel beter in. Laat ik het houden bij mijn allegaartje aan feitjes en nieuwtjes...



Bier is één van de foodtrends voor 2017.
Waar 2016 het jaar van de avocado was, wordt 2017 het jaar van spicy eten en bier volgens Biernet, die zich baseren op www.nu.nl/cookloveshare-mediapartner/4371515/spicy-eten-en-bier-foodtrends-van-2017.htmlBier drinken mannelijk? Nee hoor, inmiddels drinken vrouwen net zo lief een biertje als mannen. Waar deze trend vandaan komt? Onze liefde voor ambachtelijke producten. ...De kleine brouwerijen schieten als paddenstoelen uit de grond en er zijn steeds meer speciale bierfestivals. Ode aan het (speciaal)biertje.

Miljoen bezoekers Heineken Experience
De Heineken Experience mag zich vanaf deze maand rekenen tot een attractie met een miljoenen publiek.
De Heineken Experience is de afgelopen jaren gegroeid als kool. De oude brouwerij opende in 2008 de deuren voor het publiek. Het bezoekersaantal sprong van 433.000 in 2010 naar 887.000 in 2015. Naar verwachting heeft het museum aan het eind van dit jaar 1.027.500 bezoekers ontvangen. Dat betekent een flinke groei van 15,8 procent.
De miljoenste bezoeker, een Belg, werd feestelijk ontvangen door de directeur en beloond met levenslang gratis toegang tot de Heineken Experience (www.biernet.nl/nieuws/miljoen-bezoekers-heineken-experience).

Tony'€™s Chocolate Milk Stout
Er is weer bier van Tony's Chocolonely. Samen met de Amsterdamse Brouwerij de Prael ontwikkelden ze Tony's Chocolate Milk Stout. De flesjes zijn vanaf januari 2017 te koop bij Marqt, Gall & Gall, Mitra, een aantal Albert Heijn-winkels, zelfstandige slijterijen en in Tony’s Store aan de Polonceaukade 12 in Amsterdam (www.biernet.nl/nieuws/tonys-chocolate-milk-stout).

Leidse bierbrouwerijen presenteren gezamenlijk gebrouwen bier
Ze noemen zichzelf nog net geen vriendengroep maar de vier Leidse bierbrouwerijen zijn absoluut geen concurrenten. Woensdagavond presenteerden de brouwerijen gezamenlijk een eigen bier, de ‘Keytown Collab 2016’.
'De een is hier goed in. De ander is daar weer goed in. Zo vullen we elkaar mooi aan', legt Jan-Willem Fukkink, van de Leidsche Bierbrouwerij, uit. Van concurrentie is absoluut geen sprake. 'We zijn concullega's van elkaar. Dat is voor de biercultuur in Leiden alleen maar goed.'
'Het is bier met gember en speculaas. Heel bijzonder. Maar toch, als wij het zelf hadden gemaakt hadden we het natuurlijk wel iets anders gedaan', besluit Kienjet van Brouwerij Gunst met een knipoog. Het bier is vanaf donderdag te koop bij diverse Leidse slijterijen (www.unity.nu/Artikelen/leiden/leidse-bierbrouwerijen-presenteren-gezamenlijk-gebrouwen-bier-).

Bird Brewery
Bird Brewery brouwt o.a. Nognietnaar Huismus (American Brown Ale) en Datsmaaktnaar Meerkoet (Scotch Ale) (http://biernederland.nl/).

De Koninck Flowering Citrus Ale
Brouwerij De Koninck ging een unieke samenwerking aan begin 2016 met de New Belgium Brewing Company in Colorado. Die Amerikaanse brouwerij wilde ter gelegenheid van haar 25ste verjaardag een uniek, fris biertje op de markt brengen. Het resultaat is een uniek craft beer: De Koninck Flowering Citrus Ale.
De Koninck Flowering Citrus Ale is volgens de brouwer zelf “een hemelse explosie van citrusvruchten en bloemen”. “Je proeft frisse limoen- en citroentoetsen en ruikt het aroma van hibiscus en rozenblaadjes.” Het bier heeft een alcoholpercentage van 7,5% (www.gva.be/cnt/dmf20161227_02646349/de-koninck-verkoopt-uniek-amerikaans-antwerps-bier).

‘Liefdesbier’ laat je proeven van geluk: “Dankzij lustopwekkende kruiden”
Brouwer Joeri Cools (43) uit Sleidinge hoopt dat hij met zijn liefdesbier ‘Libidus’ een gat in de markt heeft gevonden. Na de 6.000 hectoliter amberkleurige ‘Pearl’, wil hij ook 3.000 hectoliter van zowel de donkere ‘Onyx’ als de fruitige ‘Kwarts’ op de markt brengen. Een waagstuk waarvoor hij 100.000 euro investeert.
De tekst ‘Libidus is het perfecte begin van een gelukkig eindigend verhaal’ aan Cools’ woning, is zijn filosofie achter het nieuwe bier. Dat amberkleurig gerstenat van 6,9 volumeprocent met hergisting op de fles is artisanaal gebrouwen bij Contreras in Gavere (www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161227_02647097).

Titel Brabants Lekkerste Bier zorgt voor flinke groei
Stadsbrouwerij Wilskracht in Ravenstein ging dit jaar aan de haal met de eervolle titel Brabants Lekkerste Bier, een wedstrijd van Brabants Dagblad en de twee andere Brabantse kranten. Die titel legt ze geen windeieren. 
Om aan de sindsdien toegenomen vraag te voldoen, moest de productie opgevoerd van 500 liter per twee of drie weken naar 500 liter per week. Dat zijn 1500 flesjes. Meer kan de huidige installatie niet aan.
Met meer gisttanks erbij kan de productie wel verder opgekrikt tot maximaal 500 hectoliter per jaar. „De groei is veel sneller gegaan dan we hadden durven dromen. De acceptatie van onze bieren is vrij snel van de grond gekomen. De wedstrijd heeft dat proces verder versneld." (www.bd.nl/regio/oss-uden-veghel-e-o/oss/titel-brabants-lekkerste-bier-zorgt-voor-flinke-groei-1.6785621)

Belgische en Nederlandse Halve Maan
Vanaf nu is er maar één brouwerij Halve Maan en dat is die van Brugge: Nederlandse bierbrouwerij verandert na twee eeuwen van naam 20/12/2016 om 06:59 door Koen Theuns - Print

Xavier Vanneste van De Halve Maan en zijn Nederlandse collega John Vermeersen
Opmerkelijke akkoord tussen brouwerij De Halve Maan uit Brugge en een naamgenoot in Hulst in Nederland: die laatste verandert na twee eeuwen van naam “om praktische redenen. Er kwamen facturen en zelfs bezoekersbussen aan op het verkeerde adres.”
Wie een biertje drinkt van brouwerij De Halve Maan, is voortaan zeker dat het om een Belgisch biertje gaat. Tot voor kort prijkte die naam ook op flesjes bier afkomstig uit de Nederlandse gemeente Hulst, op amper 75 kilometer van Brugge. Geen Straffe Hendrik en Brugse Zot, wel bieren als Lazarus en Zondebok gaan er sinds 1820 op de fles, met vermelding van De Halve Maan. Tot nu dus, want de Nederlandse brouwerij verandert haar naam naar Bierbrouwerij Vermeersen en past het logo aan op al haar producten. Dat zijn de twee brouwerijen in een minnelijk akkoord overeengekomen.
Xavier Vanneste van De Halve Maan en zijn Nederlandse collega John Vermeersen spreken over een beslissing uit praktische overwegingen (www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161219_02635492). Toch opvallend hoe de Belgische verslaglegging afwijkt -in positieve zin- van de Nederlandse tekst.

Correctie Widdershoven : het gelijkheidsbeginsel
Een bedrijf of een omwonende kan met een beroep op het gelijkheids- of het vertrouwensbeginsel bereiken dat de bestuursrechter alsnog een besluit toetst aan een norm die strikt genomen niet hun belangen beoogt te beschermen. Wil zo'n beroep kunnen slagen, dan zal aan bepaalde vereisten moeten worden voldaan. Staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven adviseert dus om de toepassing van het relativiteitsvereiste te corrigeren. Dit staat in zijn conclusie die hij op 2 december 2015 heeft uitgebracht. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had hem gevraagd een conclusie te nemen in een zaak over het bestemmingsplan 'Blaloweg en Katwolderweg (voormalig Shell-terrein en omgeving)' van de gemeente Zwolle. Het bestemmingsplan maakt een nieuwe bouwmarkt mogelijk in Zwolle waartegen een concurrerende bouwmarkt in beroep is gekomen (www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=798) (zie ook www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=85936).

In een drietal uitspraken van de Afdeling van 28 december 2016 komt de Afdeling tot het oordeel dat in de slijterij binnen een supermarkt altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn [Lees de volledige tekst van de uitspraken van 28 december 2016 met zaaknummers 201507699/1 (Sint-Oedenrode), 201507606/1 (Someren) en 201508017/1 (Schijndel).]. De Drank- en horecawet (Dhw) verplicht ertoe om binnen een inrichting (een afgesloten ruimte waarbinnen de sterke drank mag worden verkocht) altijd een leidinggevende aanwezig te hebben. De discussie die in bedoelde uitspraken speelde, was die of het voldoende was dat er een leidinggevende van de supermarkt zelf altijd in de supermarkt aanwezig was, of dat deze daadwerkelijk binnen het slijterij gedeelte aanwezig moet zijn. Dit laatste is dus het geval.
In de DHW (artikel 1) wordt een leidinggevende gedefinieerd als:
1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het ijtersbedrijf wordt uitgeoefend;
3. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;
3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;
Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis oordeelt de Afdeling "Gebleken is dat de omschrijvingen van de begrippen inrichting, lokaliteit, horecalokaliteit en slijterslokaliteit in onderlinge samenhang tot enige verwarring kunnen leiden. In de thans voorgestelde formulering is helder dat een inrichting bestaat uit alle lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend. Bij een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, vallen onder de inrichting de horecalokaliteit (dat is de ruimte, waarin in ieder geval alcoholhoudende drank maar ook voedsel wordt geserveerd), de keuken, de toiletten, de gangen, de voorraadruimten en alle andere ruimten die voor de bedrijfsvoering nodig zijn.
Bij een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend zal altijd sprake zijn van een slijtlokaliteit, waarin de winkelfunctie wordt uitgeoefend. Daarnaast zullen er vaak een voorraadruimte en andere ruimten zijn."
Uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1, eerste lid, van de Dhw volgt derhalve dat besloten ruimten waarin niet het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, niet tot de inrichting behoren, ook al zijn die besloten ruimten op hetzelfde adres of in hetzelfde pand gevestigd als een besloten ruimte waarin wel het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Of het slijtersbedrijf en de supermarkt door dezelfde onderneming worden geëxploiteerd, doet niet ter zake. Het oordeel van de Afdeling verbaast in deze niet. Wel is duidelijk dat dit nog al wat effect zal hebben op de praktijk. De in de supermarkt vaak geringe ruimte die is gereserveerd als slijterij dient nu te worden bemand door niet alleen een verkoper, maar ook een leidinggevende. Concreet zal dit hoogstwaarschijnlijk meebrengen dat het personeel van de slijterij als leidinggevende wordt opgeleid (met alle - financiële - gevolgen van dien) alvorens zij in de slijterij werkzaam kunnen zijn.
Correctie Widdershoven
Een ander (juridisch) zeer interessant aspect van deze uitspraak is de succesvolle toepassing van de correctie Widdershoven. Op 16 maart 2016 deed de Afdeling uitspraak waarin de correctie Widdershoven in het bestuursrecht werd geïntroduceerd. De correctie houdt in dat de schending van een wettelijke norm die niet strekt ter bescherming van de belangen van een belanghebbende kan bijdragen tot het oordeel dat een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die wel strekt tot de bescherming van de belangen van de belanghebbende is geschonden. In onderhavige uitspraken is dit relevant voor het beroep van de Slijtersunie bij de Rechtbank Oost-Brabant, waarvan in het hoger beroep door appellanten werd gesteld dat het relativiteitsvereiste aan de Slijtersunie had dienen te worden tegengeworpen. Het relativiteitsvereiste staat immers in principe in de weg aan een geslaagd beroep op een voorschrift van de Dhw door de Slijtersunie, omdat de Dhw strekt ter bescherming van de volksgezondheid en openbare orde en niet ter bescherming van de (concurrentie) belangen van de Slijtersunie. De Afdeling oordeelt evenwel dat de Slijtersunie in deze zaken wel een beroep op de Dhw kon doen. Een ander oordeel zou er toe leiden dat wordt toegestaan dat in slijterijen in supermarkten geen leidinggevende aanwezig is, terwijl dit niet is toegestaan bij zelfstandige slijterijen. Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en rechtvaardigt naar het oordeel van de Afdeling een correctie op het relativiteitsvereiste. Op het randje van 2016 een nog zeer memorabele uitspraak (www.vastgoed-advocaten.nl/werkvelden/overheid/article-correctie_widdershoven_redt_slijtersunie) (www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/afdeling-bestuursrechtspraak-raad-van-state-aanvaardt-correctie-op-het-relativiteitsvereiste-869a-awb/) (www.omgevingsweb.nl/samenvatting/130805) (www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=1010).

Dat zo'n correctie mogelijk is bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak in haar uitspraak van 16 maart 2016, nadat staatsraad advocaat-generaal Widdershoven hierover een conclusie [in 2015] had uitgebracht.
...
SlijtersUnie had de burgemeesters van Sint-Oedenrode, Someren en Schijndel gevraagd om maatregelen te nemen tegen drie slijterijen in supermarkten in hun gemeenten. Volgens SlijtersUnie was er in de slijterijen niet permanent een leidinggevende aanwezig, terwijl de Drank- en Horecawet dat volgens hen wel verplicht. De burgemeesters wezen de verzoeken van SlijtersUnie af, omdat in hun visie de supermarkt en de slijterij samen de 'inrichting' vormen. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in 2015 in drie afzonderlijke uitspraken dat de Drank- en Horecawet wel is overtreden. Tegen die uitspraken kwamen de burgemeesters, de supermarkten en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Inrichting
Het gaat in deze zaken om het begrip 'inrichting'. Uit de Drank- en Horecawet volgt dat in een 'inrichting' tijdens openingstijden een leidinggevende aanwezig moet zijn. Volgens de burgemeesters, de supermarkten en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel is voldoende dat een leidinggevende in de supermarkt aanwezig is en hoeft deze niet permanent aanwezig te zijn in de slijterij zelf. Zij gaan er daarbij vanuit dat de supermarkt zelf ook deel uitmaakt van de 'inrichting'. Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is dat niet het geval. Uit de wet en de wetsgeschiedenis volgt dat een "inrichting niet bestaat uit het gehele pand, waarin zowel de supermarkt als de slijterij is gevestigd, maar slechts uit de daarin gesitueerde besloten ruimten waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend". Naast de slijterij zelf kunnen bijvoorbeeld ook een kantoor en een voorraadruimte deel uitmaken van de 'inrichting', maar deze ruimten moeten dan wel direct in de buurt van de slijterij liggen en direct zicht bieden op de slijterij, aldus de hoogste bestuursrechter (/www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=1010).





Speciaalbier van de Belgen is Unesco werelderfgoed!
Het speciaalbier van de Belgen is op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. Het land heeft een biercultuur om trots op te zijn, vindt de VN-organisatie (www.rtlnieuws.nl/nieuws/laatste-videos-nieuws/bier-drinken-in-belgie-is-nu-een-culturele-belevenis). Het Immaterieel Erfgoedcomité van UNESCO heeft tijdens zijn jaarlijkse vergadering 33 tradities, ambachten en gebruiken ingeschreven op de Internationale Representatieve Lijst van Immaterieel Erfgoed. Een van de inschrijvingen betreft de Belgische biercultuur. Het totale aantal ingeschreven elementen komt hiermee op 366 (www.unesco.nl/artikel/immateriele-erfgoederen-toegevoegd-aan-unescos-representatieve-lijst): Making and appreciating beer is part of the living heritage of a range of communities throughout Belgium. It plays a role in daily life, as well as festive occasions. Almost 1,500 types of beer are produced in the country using different fermentation methods. Since the 80s, craft beer has become especially popular. There are certain regions, which are known for their particular varieties while some Trappist communities have also been involved in beer production giving profits to charity. In addition, beer is used for cooking including in the creation of products like beer-washed cheese (http://www.unesco.org/culture/ich/en/RL/beer-culture-in-belgium-01062De Belgische biercultuur is onlangs door UNESCO uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed. Iets om fier op te zijn, maar waarom is onze biercultuur zo speciaal? (http://newsmonkey.be/article/74428)



Brouwketels gaan naar Texas
De installatie waarmee wijlen Pierre Celis het Hoegaards witbier in 1965 weer op de markt bracht is net voor kerstmis toegekomen in Austin (Texas).
Dochter Christine Celis zopekt nu alle mogelijke hulp om met de honderd jaar oude installaties, naar oude recept, het bier van Pierre opnieuw te brouwen. Er ontstaat een brouwerij, met museum, in Austin, aan de Metric Boulevard onder de naam Flemish Fox beers. Ook de asurne van Pierre Celis kan een plaats krijgen in Austin. Oudere brouwersgraven in Hoegaarden worden behouden op de lokale begraafplaats (www.nieuwsblad.be/cnt/blrbi_02645543).


Toeristische borden aan vervanging toe
Er dringt zich een grote schoonmaak op in het bos van toeristische bordjes in de gemeente. Van in de jaren zeventig zijn de zeshoekige borden voor toeristische routes in gebruik. De autoroutes kwamen het eerst. Daarvan getuigt hier en daar nog een vergeten bord met "Pepijnroute". Daarna pakten diverse organisaties uit met kleinere zeshoekjes: wielerroutes van serviceclubs, wandelingen van Toerisme Vlaams-Brabant, wegwijzers door de natuurgebieden van Natuurpunt. Niet alle routes zijn nog intact. De Grote Routepaden (GR) brachten daarenboven aanduidingen aan in rood-witte verf. Hun "wandelboom" op de Beek (Tiensestraat/Stoopkensstraat) werd ooit geveld.
Gemeenteraadslid Herwig Princen (Open VLD) wees op de jongste raadszitting op "slordige borden". "Een grote chaos", zo zei hij. Hij stelde vast dat er voor de vervanging geen budget is voorzien in 2017. Schepen Marleen Lefevre (CD&V) antwoordde dat de bordjes niet worden verwijderd. Ze blijven hangen omdat ze nog zullen dienen voor geactualiseerde wandel- en fietspaden. Er komen dan nieuwe klevers op (www.nieuwsblad.be/cnt/blrbi_02650338).

Open brief Zythos vzw
Zythos vzw heeft een open brief geschreven aan de politiek in het algemeen, en aan Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in het bijzonder. In het kader van het aankomende Alcoholplan (www.belgischbier.eu/service/2016_zythos_alcoholplan_open_brief.pdf): Verbieden en onbereikbaar maken is volgens ons niet de juiste methode om alcoholgerelateerde problemen te bannen. De sleutel tot het terugdringen ervan ligt, denken wij, op twee domeinen:
1) Bewustmaking van de gevaren
2) Leren omgaan met alcohol
Wij zien hier een rol weggelegd voor regering, school, verenigingen, producenten, HORECA,
drankenhandels, kortom, onze gehele samenleving via sensibiliseringscampagnes allerhande

Belgische brouwers lanceren campagne '16 jaar? Bewijs 't maar!'
Toeval dat er een nieuwe campagne komt op de vooravond van en nieuw alcohol-actieplan?



De Belgische Brouwers hebben samen met de horecafederaties de campagne "16 jaar? Bewijs 't maar!" gelanceerd. Met deze sensibiliseringscampagne willen ze dat jongeren zelf het initiatief nemen om hun leeftijd te bewijzen als ze bier willen kopen of drinken.
De horecafederaties en de Belgische brouwers zijn overtuigd van het feit dat kinderen onder de 16 jaar geen alcohol moeten drinken. Daarom lanceren ze de sensibiliseringscampagne "16 jaar? Bewijs 't maar!". "Het moet voor jongere klanten een evidentie worden om zelf het initiatief te nemen om hun leeftijd te bewijzen", zegt Jean-Louis Van de Perre, voorzitter van de Belgische Brouwers. "Bij het bestellen van bier moet het tonen van een ID-bewijs door jongere klanten als normaal worden beschouwd. Met de slogan '16 jaar? Bewijs 't maar!' nodigen we hen uit om steeds hun bewijs bij de hand te hebben. Daarmee maken we het voor de horecaondernemer makkelijker om ernaar te vragen." (www.demorgen.be/binnenland/belgische-brouwers-lanceren-campagne-16-jaar-bewijs-t-maar-be6339cd/)

Dat klinkt veel logischer dan de Nederlandse aanpak waarbij iemand die ouder van 25 is, gevraagd kan worden om zichzelf te legitimeren om aan te tonen dat er inderdaad geen legitimatieplicht is.... Die geldt immers tot 20 jaar!? En onder de 18? Dan geen alcohol...



Danny Van Assche, afgevaardigd bestuurder van Horeca Vlaanderen, reageert tevreden. Van Assche herinnert eraan dat het verboden bier is te verkopen aan klanten jonger dan 16 jaar. "Uit onderzoek blijkt dat dit in de praktijk best lastig kan zijn. Ongeveer vier op de vijf cafés schenkt alcohol aan jongeren onder de wettelijke leeftijdsgrens. Dit moet en kan anders." (www.demorgen.be/binnenland/belgische-brouwers-lanceren-campagne-16-jaar-bewijs-t-maar-be6339cd/)

Op www.16jaarbewijshetmaar.be/ zijn allerlei tips te vinden voor ouders, zoals: Geef uw kind zelfvertrouwen
Een jongere met genoeg zelfvertrouwen kan gemakkelijker een aangeboden drankje afslaan.
Jongeren die minder zelfvertrouwen hebben, zullen eerder geneigd zijn om alcohol te drinken. Als ouder kunt u meehelpen om het zelfvertrouwen te ontwikkelen. Geef uw kind regelmatig complimenten. Benadruk hun positieve eigenschappen. En voorkom dat kinderen zich door uw reacties gaan schamen voor hun gedrag. 

donderdag 17 maart 2016

Iers...



Health Minister Leo Varadkar said in a statement, “Four out of ten drinkers typically engage in binge-drinking,” to which the entire world would shrug and say, “Well, yeah. They're Irish.”
Okay, so I suppose the Irish government has a point (www.obsev.com/food/irish-government-trying-stop-its-citizens-drinking-so-damn-much.html).

vrijdag 29 januari 2016

RVS

RVS is bij (hobby)brouwers wel bekend:

Roestvaststaal wordt ook wel RVS of inox (Engelse benaming) genoemd en in de volksmond beter bekend als roestvrijstaal. Het is een veredeld metaal, corrosiebestendig en zeer sterk, en heeft in geborstelde vorm een exclusieve uitstraling. RVS soorten worden uitgedrukt met cijfers zoals 304 (gewoon) en 316 (zeewaterbestendig) (www.metaalwinkel.nl/rvs+roestvaststaal.kw).
Roestvast of roestvrij staal, ook rvs of inox genoemd, is een legering van hoofdzakelijk ijzer, chroom, nikkel en koolstof. Om van roestvast staal te kunnen spreken, is minimaal 11 tot 12% chroom en maximaal 1,2% koolstof nodig. Verder zijn in veel soorten roestvast staal ook de elementen molybdeen, titanium, mangaan, stikstof en silicium terug te vinden.
De benaming roestvrij is algemeen ingeburgerd maar wordt door metallurgen liever niet gebruikt. Zij spreken van een roestvast staal, RVS kan namelijk wel roesten.
De oxidehuid van een roestvast materiaal sluit het onderliggende materiaal goed af, waardoor in bepaalde gevallen geen verdere roestvorming zal plaatsvinden of deze roestvorming vertraagd wordt. In de praktijk zijn er twee gevallen waarbij RVS kan roesten: bij de aanwezigheid van chlorides of bij de verontreiniging van het materiaal door 'gewoon' staal dat wel roest. Dit roesten kan vermeden worden door een correct type RVS te kiezen (geen 304 bij aanwezigheid van halogenen) en het materiaal te behandelen waarbij alle mogelijke verontreinigingen worden verwijderd. Dit is het zogenaamde beitsen, waarbij langs chemische weg alle verontreinigingen worden opgelost en verwijderd (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Het eerste roestvaste staal werd op 13 augustus 1913 door Harry Brearley in het laboratorium Brown-Firth gegoten, nadat hem in 1912 gevraagd was onderzoek voor de wapenindustrie te doen (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Harry Brearley (1871 - 1948) wordt beschouwd als uitvinder van roestvast staal. Op 13 augustus 1913 werd het eerste roestvast staal gegoten in het laboratorium Brown-Firth (https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Harry Brearley (18 February 1871 – 14 July 1948) was an English metallurgist, usually credited with the invention of "rustless steel" (later to be called "stainless steel" in the anglophone world) (https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Zijn vader was smelter. Brearly ging op 12-jarige leeftijd werken bij een plaatselijke staalfabriek. Al snel werd hij assistent bij het chemisch laboratorium. Daarnaast studeerde hij in de avonduren. Al snel verwierf hij een grote expertise. In 1908 werd door twee grote staalfabrieken in Sheffield een gemeenschappelijk laboratorium opgericht: Brown Firth Research Laboratories, waarover Brearley de leiding kreeg. In 1912 kreeg dit laboratorium een onderzoekvraag in verband met de wapenindustrie. Het probleem was inwendige slijtage in de loop van vuurwapens en van kanonnen ten gevolge van hoge temperaturen bij het afvuren. Brearley kwam op het idee om chroom toe te voegen en ging de mengverhoudingen (Fe, C, Cr) systematisch onderzoeken (https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

In the troubled years immediately before World War I, arms manufacturing increased significantly in the UK, but practical problems were encountered due to erosion (excessive wear) of the internal surfaces of gun barrels. Brearley began to research new steels which could better resist the erosion caused by high temperatures (rather than corrosion, as is often mentioned in this regard). He began to examine the addition of chromium to steel, which was known to raise the material’s melting point, as compared to the standard carbon steels.
...
In order to undertake metallography to study the microstructure of the experimental alloys (the main factor responsible for a steel's mechanical properties) it was necessary to polish and etch the metallic samples produced. For a carbon steel, a dilute solution of nitric acid in alcohol is sufficient to produce the required etching, but Brearley found that the new chromium steels were very resistant to chemical attack (https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Roestvast staal wordt afhankelijk van zijn metallurgische structuur in verschillende families onderverdeeld, te weten de volgende:
Austenitische staaltypen (de 200- en 300-serie)
zijn staalsoorten met een austeniete kristallijne structuur waarvan het kristalrooster kubisch vlakgecentreerd is. Austenitische roestvaste staalsoorten beslaan ongeveer 70% van de totale rvs-productie. Dit staaltype heeft een maximum percentage van 0,15% koolstof, minimaal 16% chroom en genoeg nikkel of mangaan om de austenitische structuur bij alle temperaturen te behouden. De austenitische soorten zijn door hun kristalrooster nooit magnetisch en doordat er geen faseovergang plaatsvindt bij opwarming of afkoeling, zijn zij niet hardbaar door middel van een warmtebehandeling. Wel kunnen zij door koudvervorming worden gehard.
Austenitische chroom-nikkel-mangaanlegeringen (de 200-serie)
Type 201 is hardbaar door koudvervorming. Type 202 is een algemene veel gebruikte soort.
De meest veelvoorkomende austenitische rvs-soort is type 304, ook bekend als type 18/8 vanwege de aanwezigheid van 18% chroom en 8% nikkel. Een tweede veelvoorkomende rvs-soort uit de 300-serie is type 316, ook bekend als type 18/10 vanwege de aanwezigheid van 18% chroom en 10% nikkel. Type 316 heeft een betere corrosiebestendigheid dan type 304.
Ferritische staaltypen (400-serie)
Dit materiaal is geschikt voor toepassingen in een weinig agressief milieu. Ze zijn goed bewerkbaar maar hebben een lagere corrosiebestendigheid dan de 300-serie door de lagere percentages chroom en nikkel, de corrosiebestendigheid is daarentegen wel beter dan die van de martensitische staalsoorten. Ferritische staalsoorten zijn magnetisch en niet hardbaar door middel van een warmtebehandeling.
Martensitische staaltypen (400-serie)
Dit materiaal is goed te bewerken met een hoge hardheid en rekgrens, maar met verminderde corrosiebestendigheid. Martensitische rvs-soorten zijn altijd magnetisch en zijn goed te harden door middel van een warmtebehandeling. Deze rvs-soort wordt vaak gebruikt waar een hoge hardheid en sterkte, gecombineerd met een redelijke corrosiebestendigheid noodzakelijk is.
Een speciale vorm van het martensitische rvs-type is de precipitatie-hardende vorm. Dit type staal wordt gekenmerkt door een zeer goede corrosiebestendigheid, vergelijkbaar met de austenitische soorten, en een hardheid en rekgrens die boven die van de martensitische soorten ligt. Een veelvoorkomend voorbeeld van dit type rvs is 17-4PH, zo genoemd vanwege een percentage van 17% chroom en 4% nikkel. de 'PH' staat voor precipitation hardenable.
...
Industrieel gebruikt men veelal de Amerikaanse normalisatie:
AISI 304 (1.4301) bestaat uit 18% chroom en 8% nikkel. Deze legering is in zachtgegloeide toestand niet-magnetisch en niet hardbaar, in koudvervormde toestand zwak magnetisch. Minder gevoelig voor uitscheiding van chroomcarbiden tijdens lassen.
Een meer corrosiebestendige maar duurdere soort is AISI 316 (EN 1.4401) met 16% chroom en 10% nikkel en 2% molybdeen. Type 316 is beter bestand tegen zoutcorrosie en wordt veel toegepast in de scheikundige industrie.
316L (1.4404, "L" staat voor "low carbon") heeft een laag koolstofgehalte om een gemakkelijker lasbaar roestvast staal te verkrijgen, en de corrosiegevoeligheid na het lassen te beperken.
Een andere manier om dit staal lasbaarder te maken is door toevoeging van titaan aan de legering, hetgeen het type 316Ti (1.4571) oplevert. Deze oplossing is technisch vrijwel evenwaardig. Alleen wanneer men architecturale toepassingen beschouwt, moet men rekening houden met een "typisch" slijpbeeld van titaangelegeerde soorten.
De magnetische eigenschap van rvs wordt bepaald door de kristalstructuur, dus door de samenstelling van het soort rvs. Roestvaste staalsoorten met tussen 6 en 26% nikkel (de 300-reeks uit de AISI) zijn austenitisch en daarom niet-magnetisch in geleverde toestand. Ze zijn uitstekend vervormbaar (plooien, dieptrekken, strekken) en ook schokbestendig doorheen het temperatuursbereik van heel lage tot heel hoge temperaturen. Nikkel zorgt ervoor dat het staal in zijn austenitische toestand blijft tijdens het afkoelen. De overige elementen verhogen de corrosieweerstand en verwerkbaarheid van het staal. Bij sterke koudvervorming verandert de kristalstructuur echter, waardoor wel magnetische eigenschappen optreden bij austenitisch rvs. Martensitische, ferritische en duplex roestvaststaalsoorten zijn daarentegen magnetisch (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Wanneer het chroom met zuurstof in aanraking komt, vormt het een onzichtbaar laagje chroom(III)oxide (ook genaamd: dichroomtrioxide) (Cr2O3), de oxidehuid. Dit laagje beschermt het onderliggende metaal tegen verdere roestvorming (oxidatie).
De hoeveelheid koolstof bepaalt de hardheid van het staal. Een staalsoort met veel koolstof is daardoor moeilijk bewerkbaar.
Roestvaste staalsoorten met tussen 6 en 26% nikkel (de 300-reeks uit de AISI) zijn austenitisch en niet-magnetisch in geleverde toestand. Ze zijn uitstekend vervormbaar (plooien, dieptrekken, strekken) en ook schokbestendig in het hele temperatuurbereik, van heel lage tot heel hoge temperaturen.
Vele Roestvaste staalsoorten zijn zeer gevoelig voor chloor. Stadswater, zwembadwater, natriumhypochloriet (NaOCl), waterstofchloride (HCl) en ijzer(III)chloride (Fe2Cl3) zijn zeer agressief op roestvast staal. Putcorrosie (Engels: pitting) is de corrosie waarbij zich putjes in het oppervlak vormen. Als bijvoorbeeld roestvast staal AISI 304 in contact komt met chloorhoudend water, van bijvoorbeeld drinkwater of zwembadwater, dan zal het chloor plaatselijk de beschermende laag chroomoxide aantasten. Er ontstaat dan het begin van een ondiep putje, waar zich weer meer chloorionen verzamelen, waardoor de aantasting bij voorkeur op die plaats doorgaat en het putje dieper wordt. Uiteindelijk ziet het materiaal er grotendeels gaaf uit, maar met een aantal putjes over het oppervlak. Typisch bij putcorrosie zijn de gaatjes juist naast een lasnaad. Roestvaste staalsoorten met het legeringselement molybdeen, zoals 316 en 316L, kunnen wel weerstaan aan chloor en hebben een goede weerstand tegen putcorrosie.
Door diverse bewerkingen die producten van roestvast staal ondergaan, kunnen aan de buitenzijde van het metaaloppervlak veranderingen ontstaan, waardoor het roestvaste karakter tijdelijk of blijvend wordt aangetast....Om dit euvel tegen te gaan, is er een methode ontwikkeld om het metaal te voorzien van een nieuwe passieve laag. Het is hierbij meestal gewenst de bewerkte producten eerst te ontvetten met een oplossing van natronloog (NaOH) en daarna te beitsen met een mengsel van salpeterzuur (HNO3) en waterstoffluoride (HF). Met het beitsen wordt een dunne laag van het metaaloppervlak en bestaande oxidehuid opgelost inclusief verontreinigingen. Doordat bij het beitsen ijzer sneller in oplossing gaat dan chroom, wordt de oxidehuid effectief verrijkt aan chroom. Het eigenlijke passiveren geschiedt door een behandeling in een bad met salpeterzuur, waarbij de oxidehuid wordt hersteld en de passieve toestand terugkeert. Door deze behandeling krijgt het onderliggende metaal zijn oorspronkelijke corrosiebescherming terug (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

RVS kan echter ook staan voor RvS:

De Raad van State (RvS) is in Nederland een adviesorgaan van de regering en de hoogste bestuursrechter van het land. De RvS is in 1531 opgericht door keizer Karel V en is een van de oudste regeringsorganen ter wereld (https://nl.wikipedia.org/wiki/Raad_van_State_(Nederland)).
De Raad van State heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1531. Begonnen als adviseur van de landvoogd heeft de Raad zich in bijna vijf eeuwen ontwikkeld tot bestuursrechter en wetgevingsadviseur. De Raad is niet meer weg te denken uit ons staatsbestel
....
Toen keizer Karel V op 1 oktober 1531 de Raad van State voor de Nederlanden instelde als Conseil d'Etat, sloot hij aan bij een lang bestaande traditie. Een middeleeuwse vorst besliste over de belangrijkste zaken van oorlog en vrede. Hij deed dat na overleg met de hoogste edellieden van het land, de connetabelen.
....
De landvoogdes riep de Raad niet erg vaak bijeen. Belangrijke leden als prins Willem van Oranje en de graaf van Egmond weigerden daarom na enige tijd nog langer aan de werkzaamheden van de Raad deel te nemen. Zij namen in 1567 ontslag. In datzelfde jaar, toen Alva landvoogd werd, leidde de Raad niet veel meer dan een papieren bestaan. Belangrijk was wel dat hij het gezag van de landsheer moest waarnemen als er geen landvoogd was en dat is in de geschiedenis enkele keren voor gekomen.
...
In 1795 hield de Raad van State op te bestaan. In 1805 werd hij heropgericht als adviesorgaan, maar bij de inlijving van Nederland bij Frankrijk, in 1810, verdween hij weer.... De Grondwet van 1814 bracht de gedecentraliseerde eenheidsstaat. ...De Grondwet herstelde de Raad van State in ere en bepaalde dat de koning alle 'daden van Souvereine waardigheid', zou plegen na advies van de Raad. Dit betekende dat in elk geval alle wetsontwerpen en alle belangrijke koninklijke besluiten de Raad moesten passeren. De Raad van State werd voorgezeten door de Koning zelf; de erfprins was lid van de Raad vanaf zijn achttiende  (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/geschiedenis.html).

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van Nederland. De werkwijze en taken van de Raad van State zijn vastgelegd in de Grondwet en in de Wet op de Raad van State. Koning Willem-Alexander is Voorzitter van de Raad van State. De dagelijkse leiding berust bij de vice-president, momenteel is dat mr. J.P.H. Donner (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html).

De taken van de Raad van State zijn vastgelegd in artikel 73 - 75 van de Nederlandse Grondwet en in de Wet op de Raad van State. Zijn functie is tweeledig:
1. Uitbrengen van adviezen aan de Nederlandse regering over voorgestelde wetten en algemene maatregelen van bestuur (AMvB). De RvS kijkt hierbij vooral naar kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetten en of de voorstellen wel in overeenstemming zijn met de grondwet, andere wetten en verdragen.
2. Rechtspreken over kwesties waarin burgers, asielzoekers en particuliere organisaties het niet eens zijn met beslissingen van de overheid, zoals verleende vergunningen. De RvS is de hoogste instantie die een uitspraak kan doen over een geschil tussen burger en overheid.
Wanneer er geen regent is aangewezen, is de RvS regent voor een mogelijk minderjarige of ongeboren koning. De RvS speelt ook een rol wanneer de koning niet in staat is te regeren en er geen regent is aangewezen (dit gebeurde in 1889) en wanneer de troon vacant is en er onzekerheid over de erfopvolging bestaat.
De Nederlandse Raad van State heeft twee afdelingen:
Afdeling advisering van de Raad van State (AARvS)
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de hoogste algemene bestuursrechter van Nederland (https://nl.wikipedia.org/wiki/Raad_van_State_(Nederland)).

De Afdeling bestuursrechtspraak is verdeeld in drie juridische kamers, die zich buigen over de verschillende onderwerpen. Voorbeelden van onderwerpen waarover de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraken doet
Geschillen over bouwvergunningen
Handhavingsgeschillen
Het al dan niet toekennen van subsidies
Beslissingen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)
Bestemmingsplannen
Milieuzaken
(www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html)

Iedere woensdag staat vanaf 10.15 uur de volledige tekst van de uitspraken in hoofdzaken van de Afdeling bestuursrechtspraak op de site (www.raadvanstate.nl/).

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land. De Raad van State is een Hoog College van Staat. De Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman zijn dat bijvoorbeeld ook. Dit zijn bij de Grondwet geregelde instituten belast met een eigen taak, die zij onafhankelijk van de regering uitvoeren. De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state.html).

De RvS is dus relevant voor (micro)brouwers om te weten wat wel en niet mag, volgens een bestemmingsplan, bouw- en milieuvergunning. Maar eerst is er nog de gemeente:

Het vervelende is dat een goede locatie voor een dergelijke horecagelegenheid annex brouwerij nooit te vinden is op een industrieterrein. Dit betekende tot voor kort altijd trammelant als het gaat over het verkrijgen van een milieuvergunning. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat overheidsinstanties bij bierbrouwerijen meteen denken aan grote brouwerijen met grote geurproblemen. Degenen die in de buurt van de Heinekenbrouwerij in Den Bosch wonen weten onmiddellijk wat ik bedoel. Uiteraard is de geuroverlast voor de omgeving gerelateerd aan de omvang van de brouwerij, maar omdat hierover weinig informatie bestaat spelen de gemeentelijke milieuambtenaren op zeker. Aan de paar brouwcafé's die Nederland kent zijn dan ook vrij strenge milieueisen gesteld, hoe klein de brouwerij ook is.
Dat een dergelijke wijze van benadering wel erg rigide is vond ook de Raad van State, het hoogste bestuursrechtelijke college van Nederland. Op 13 oktober 1998 deden de rechters mr. Leyten-Wijkerslooth, mr. Konijnbelt en mr. Korte-van Hemel een uitspraak over het beroep dat omwonenden had ingesteld tegen een besluit van de gemeente Heukelum. Bij dit besluit had de gemeente een vergunning verleend aan B.A. Kuipers-Weltevreden te Herwijnen (hierna door mij genoemd brouwerij 't Kuipertje) voor het oprichten en in werking hebben van een ambachtelijke bierbrouwerij annex proeflokaal, sectie D, no. 383, plaatselijk bekend Appeldijk 18 te Heukelum, zoals dat allemaal officieel heet.
Degenen die op bezoek zijn geweest bij 't Kuipertje weten dat de brouwerij buiten de bebouwde kom gevestigd is aan de rand van het terrein van een oude steenfabriek in een voormalig koetshuis. Er zijn wel woningen in de buurt en de dichtsbijgelegene bevindt zich op 10 meter van het bedrijf. De omwonenden vonden dat door de brouwerij de natuurwetenschappelijke waarden in de omgeving aangetast werden en ook waren ze bang dat ze geluidhinder van het bedrijf zouden ondervinden.
Het was de Raad van State gebleken dat het proeflokaal één dag per week is opengesteld voor publiek en verder vier à vijf dagen in de week op afspraak. Met het brouwen van bier is ongeveer anderhalve dag in de week gemoeid. Gemiddeld wordt er 375 liter bier per week gebrouwen. Dit bier wordt nagenoeg alleen binnen het proeflokaal gedronken, levering aan derden vindt nauwelijks plaats. Naar het oordeel van de Raad van State heeft onder deze omstandigheden het brouwen van bier een zodanig kleinschalig karakter dat het bedrijf in hoofdzaak is bestemd voor het tegen vergoeding schenken van bier.
Gelet daarop en gezien het feit dat de brouwerij aan alle voorwaarden van het Besluit horecabedrijven milieubeheer (hierna kortweg het Besluit genoemd) voldoet had volgens de Raad van State de gemeente Lingewaal ten onrechte een vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend omdat deze niet nodig was! Voldoe je namelijk aan alle eisen van het Besluit dan kun je volstaan met een melding aan het gemeentebestuur. Zo'n melding moet dan wel met een speciaal formulier worden gedaan.
Door beroep in te stellen tegen de milieuvergunning kregen de omwonenden de kous op de kop. In plaats dat brouwerij 't Kuipertje aan meer eisen moet voldoen hoeft ze alleen te voldoen aan het Besluit. Dit betekent niet dat de brouwerij aan geen enkele milieueis moet voldoen. Zo mag de geluidbelasting ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten niet te hoog zijn. Als een horecabedrijf onder het Besluit valt kunnen er echter geen aanvullende nadere eisen gesteld worden op het gebied van natuurbescherming, geluid, geur en dergelijke.
Conclusie
Als je een eigen brouwerijtje wilt beginnen doe dat dan in combinatie met een proeflokaal. Als de brouwactiviteiten ondergeschikt zijn aan de horeca-activiteiten heb je geen milieuvergunning nodig maar kun je volstaan met een melding op grond van het Besluit horecabedrijven milieubeheer bij de gemeente.
Wanneer je een brouwerij start zonder proeflokaal is altijd een milieuvergunning vereist (www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html).

Het Besluit horecabedrijven milieubeheer heet tegenwoordig Activiteitenbesluit. Naast dat besluit geldt ook de OBM, NeR en MER, zoals ik al eens aangaf op mijn blog.

Bierbrouwerijen worden in de regelgeving en richtlijnen niet gedifferentieerd. Er is geen onderscheid tussen een grote brouwerij, zoals Heineken, Grolsch of InBev en kleine brouwerijtjes in de achtergronddocumenten. De VNG, een vereniging van gemeenten heeft een overzicht gemaakt bedrijven en daar een staat een reguliere bierbrouwerij genoemd onder de SBI-code 1105 en wordt gewaardeerd als milieucategorie 4.2. De vraag is nu waar de grens ligt tussen een kleine en een grotere brouwerij. In de SBI-lijst wordt daar geen onderscheid in gemaakt. In verschillende gemeenten wordt een kleine ambachtelijke brouwerij mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding in het bestemmingsplan, hetzij als 'horeca met een specifieke vorm brouwerij' of als 'bedrijf met een specifieke vorm brouwerij'. Soms een brouwerij 'verstopt' en wordt een brouwerijproeflokaal beschouwd als onderdeel van een biermuseum waar na afloop van een rondleiding een biertje geproefd kan worden. Daardoor is niet altijd eenvoudig in overheidsplannen een brouwerij te vinden, terwijl er juist meer stadsbrouwerijen komen.

De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) is een hiërarchische indeling van economische activiteiten. De SBI is gebaseerd op de indeling van de Europese Unie (Nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté Européenne, afgekort : NACE) en op die van de Verenigde Naties (International Standard Industrial Classification of All Economic Activities, afgekort: ISIC). Het CBS gebruikt de SBI onder meer om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. Tot 2009 werd de SBI’93 gebruikt. In 2008 vond een ingrijpende revisie plaats van de internationale bedrijfsindelingen en daarmee ook van de daarop gebaseerde SBI. De SBI’93 maakte plaats voor de SBI 2008 die beter aansloot bij de economische realiteit.. Dit had uiteraard gevolgen voor statistieken en registers.
De SBI kent meerdere niveaus die aangegeven worden door vier of vijf cijfers. De eerste vier cijfers van de SBI-code zijn, op een enkele uitzonderingen na, gelijk aan de Europese NACE. Het 5e cijfer is een nadere Nederlandse verbijzondering. De eerste twee cijfers van de SBI en NACE stemmen overeen met de ISIC, van de Verenigde Naties. De samenhang tussen internationale standaardclassificaties en de SBI is aangegeven in een schema (www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/classificaties/overzicht/sbi/default.htm).

Aan de hand van de SBIcode en de VNGklasse worden bestemmingsplannen gemaakt. Als dat niet goed gaat kan de RvS daar uitspraken over doen, met betrekking tot brouwerijen:

Geen parkeer- en horecaproblemen bij Oijense brouwerij
23 oktober 2013
DEN HAAG/OIJEN/MACHAREN - Er zijn voldoende parkeerplaatsen bij de bierbrouwerij aan de Oijense Bovendijk in Oss, stelt de Raad van State in een uitspraak.
...
Ook hoeft buurman J. Boerakker uit Macharen niet te vrezen voor een zelfstandig cafe-restaurant naast de brouwerij. Immers, de bierbrouwerij haalt tweederde van de omzet uit het brouwen van gerstenat en eenderde uit de ondergeschikte horeca, aldus de Raad. Bovendien zijn de regels in het bestemmingsplan duidelijk, het cafe-restaurant mag alleen gekoppeld zijn aan de bierbrouwerij. Mocht die ooit verdwijnen dan zal ook het cafe-restaurant de deuren moeten sluiten.
Verder meent de Raad dat 32 parkeerplaatsen op het eigen bierbrouwerijterrein voldoende is. Daarbij gaat de Raad ervan uit dat de bezoekers gemiddeld met 5 mensen per twee auto's komen en niet allemaal alleen met 1 auto. Anders kan niemand van het bier proeven uiteraard. Kortom, alle bezwaren van Boerakker tegen de bierbrouwerij even verderop aan de dijk zijn van tafel.
(www.bd.nl/regio/oss-uden-veghel-e-o/oss/geen-parkeer-en-horecaproblemen-bij-oijense-brouwerij-1.4064180)

Uitspraak inzake bestemmingsplan "Bierbrouwerij - Oijen - 2012", Oss
23 Oktober 2013 10:50
201301370/1/R3.
Datum uitspraak: 23 oktober 2013
...
Ingevolge het bepaalde onder 4.1.2, onder a, wordt onder de functie "bierbrouwerij als hoofdfunctie met ondergeschikte horecafunctie" verstaan:
1. het brouwen van bier;
2. het geven van rondleidingen;
3. het houden van proeverijen;
4. het geven van biercursussen;
5. horeca, al dan niet voor passanten, met een oppervlakte van maximaal 113 m^2 die onlosmakelijk en als niet-zelfstandig onderdeel verbonden is met de bierbrouwerij.
Ingevolge het bepaalde onder b zijn de doelen in lid 4.1, onder 4.1.1, onder a tot en met h, vanaf 1 jaar na het onherroepelijk worden van lid 4.1, onder 4.1.1, uitsluitend toegestaan mits de inrichting van de in deze bestemming begrepen gronden voldoet aan het inrichtingsplan dat als bijlage onderdeel uitmaakt van deze regels.
5.4. Niet in geschil is dat de exploitatie van de bierbrouwerij met bijbehorende dagrecreatieve activiteiten, de horeca-activiteiten en de verblijfsrecreatieve activiteiten van invloed zullen zijn op de omgeving. In het akoestisch onderzoek van Ulehake Bouwfysica van 12 juli 2011, dat de raad als uitgangspunt heeft genomen bij zijn beoordeling van het woon- en leefklimaat voor de omgeving, is uitgegaan van streefwaarden die gelden voor een landelijk gebied met een lage geluiddruk. In het akoestisch onderzoek zijn de activiteiten in de inrichting en op het terrein van de inrichting en de indirecte hinder door verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg betrokken. In dit onderzoek is ook het terrasgeluid meegenomen. Conclusie van dit akoestisch onderzoek is dat er aan de streefwaarden geldend voor een landelijk gebied met een lage geluiddruk wordt voldaan. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitkomsten van dit onderzoek niet juist zouden zijn en dat hij in onaanvaardbare mate geluidhinder vanwege de inrichting zal ondervinden. Hierbij neemt de Afdeling voorts in aanmerking dat tussen het plangebied en de woning van [appellant] een afstand bestaat van 200 meter. Voorts wordt in aanmerking genomen dat, anders dan [appellant] heeft gesteld, in de plantoelichting niet is aangegeven dat een geluidwal zal worden aangelegd. In het inrichtingsplan, dat onderdeel uitmaakt van het plan, is wel voorzien in een houtsingel aan de oostzijde van het plangebied. Het betoog faalt.
...De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond (http://vacatures.roc.nl/default.php?fr=nieuws&nieuwsitem=38579).

Commanderie Ootmarsum van de baan
Geplaatst op 10 december 2014
OOTMARSUM - Het Commanderieplan in Ootmarsum gaat niet door. De Raad van State heeft het hele plan naar de prullenmand verwezen....Er komt dus geen woningbouw, geen brasserie, geen hotel en ook geen bierbrouwerij op de historische plek in Ootmarsum waar ooit de roemruchte Commanderie stond, het latere Huis Ootmarsum. De buurtbewoners hebben met de uitspraak van de Raad van State volledig hun zin gekregen. Want zij waren vanaf het begin fel gekant tegen de spectaculaire en ambitieuze plannen van de gemeente en enkele ondernemers. Zij vreesden overlast en aantasting van hun uitzicht. Zij bestreden bovendien de behoefte aan de grootschaligheid van de woningbouw (www.tubantia.nl/regio/dinkelland/commanderie-ootmarsum-van-de-baan-1.4666692).

Uitspraak 201311709/1/R6
Datum van uitspraak: woensdag 10 december 2014
Bij besluit van 5 november 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellante sub 1] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
Bij besluit van 24 april 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" (hierna: het wijzigingsbesluit) gewijzigd en opnieuw vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft De Commanderie Ootmarsum B.V. beroep ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:...vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Dinkelland van 24 april 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum".... vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Dinkelland van 5 november 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum";
...
2. Het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum", dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, biedt een juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van het gebied van de Commanderie dat ligt ten zuiden van de kern van Ootmarsum. Daarbij is voorzien in woningbouw, een hotel, een brouwerij en uitbreiding van de parkeerplaats Stadsweide. Het plangebied wordt begrensd door onder meer De Brake, de Wildbaan, het Oldenzaals Voetpad en de Wildehof.
2.1. Met het wijzigingsbesluit heeft de raad beoogd om een aantal ondergeschikte wijzigingen door te voeren en tevens beoogd daarmee gedeeltelijk tegemoet te komen aan de bezwaren tegen het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld door onder meer de gebruiksmogelijkheden van de voorziene brouwerij te beperken. De Afdeling merkt het wijzigingsbesluit aan als een besluit zoals bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Vaststaat dat [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] belang hebben bij de beoordeling van het wijzigingsbesluit. Gelet hierop zijn de beroepen van [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege mede gericht tegen het wijzigingsbesluit.
...
Het beroep van De Commanderie Ootmarsum B.V.
4. Het beroep van De Commanderie Ootmarsum B.V. is gericht tegen het plandeel met de bestemming "Horeca", voor zover daaraan niet tevens de aanduidingen "specifieke vorm van horeca - ambachtelijke bierbrouwerij" en "specifieke vorm van horeca - hotel" zijn toegekend. Zij betoogt dat daardoor op dit plandeel ten onrechte niet meer is voorzien in een bedrijfswoning.
4.1. Ingevolge artikel 7, lid 7.1, zijn de voor "Horeca" aangewezen gronden bestemd voor:
a. horecabedrijven categorie 1 en categorie 2, met dien verstande dat:
1. een logiesverstrekkend bedrijf c.q. hotel uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - hotel";
2. een ambachtelijke bierbrouwerij is toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - ambachtelijke bierbrouwerij", met dien verstande dat:
- de ambachtelijke bierbrouwerij onderdeel uitmaakt van het horecagebouw;
- maximaal een brouwsel van maximaal tien hectoliter per dag mag worden geproduceerd;
- de maximale productie 2.600 hectoliter eindproduct per jaar mag bedragen;
...
5.3. In paragraaf 4.1.3 van de plantoelichting staat dat het wijzigingsbesluit voorziet in de bouw van 25 nieuwe woningen, een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel. Het bestemmingsplan, dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, voorzag eveneens in deze ontwikkelingen. Niet in geschil is dat het bestemmingsplan, dat is vastgesteld op 5 november 2013, derhalve voorzag in nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro, en dat in de plantoelichting van dat bestemmingsplan moet worden verantwoord dat aan de voorwaarden in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, wordt voldaan. Nu de voorziene ontwikkelingen ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsbesluit nog niet waren opgericht op grond van het bestemmingsplan dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, en dat bestemmingsplan bovendien nog niet onherroepelijk is, dient ook in de plantoelichting bij het wijzigingsbesluit te worden verantwoord dat aan de voorwaarden van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wordt voldaan.
5.4. Met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is blijkens de Nota van toelichting (Stb. 2012, 388, p. 34, 49-51) beoogd zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
...
5.5. Ter onderbouwing van de actuele regionale behoefte aan de oprichting van een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel wordt in paragraaf 4.1.3 van de plantoelichting verwezen naar het rapport "Commanderieterrein Ootmarsum, onderzoek regionale marktbehoefte en effecten", van 7 april 2014, dat is opgesteld door ZKA Consultants & Planners en Verheijden Concepten B.V. (hierna: het behoefteonderzoek). [appellante sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen terecht dat in het behoefteonderzoek niet inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre met de voorziene oprichting van een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. Zo is bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze rekening is gehouden met het bestaande regionale aanbod en de gevolgen van het plan voor de bestaande leegstand. Gelet op het voorgaande betogen [appellante sub 1] en [appellant sub 2] en anderen terecht dat in de plantoelichting niet inzichtelijk is gemaakt dat met de plandelen met de bestemming "Horeca" en "Detailhandel" wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. Het betoog slaagt.
(www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=81916)

RvS vernietigd dus een bestemmingsplan met een bierbrouwerij omdat onvoldoende inzichtelijk is of er een  actuele regionale behoefte is... ach dat zal vast eenvoudig aan te tonen, of niet?
Bij nazoeken op internet kom ik er wel achter dat het niet eenvoudig is...

Datum : 24 februari 2015
Nr. : 2015-23
Naar aanleiding van de commissievergadering van 3 februari jl. en de daar gehouden
presentatie rondom het project Commanderie Ootmarsum heeft de fractie van D66
Dinkelland met in achtneming van artikel 39 van het “Reglement van orde voor de
vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Dinkelland 2010” een
aantal vragen gesteld.
...De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de regionale
behoefte ten aanzien van de bouw van de woningen en het hotel onvoldoende is onderzocht
en daarmee onvoldoende is onderbouwd.
... Bierbrouwerij geen regionale behoefte. Weth. Stokkelaar deed gisteravond 03-02-2015
voorkomen alsof er door de Raad van State over de bierbrouwerij geen opmerkingen zijn
gemaakt inzake de actuele regionale behoefte. Dit is wel het geval. RvS noemen het “horeca
en detailhandel” (hotel, ambachtelijke bierbrouwerij, brasserie, ambachtelijke detailhandel.)
Hoe ziet het College deze uitspraak en waarom noemt u deze uitspraak niet?”
Het is juist dat in de uitspraak ook de andere activiteiten worden genoemd. Daarnaast is het
zo dat tijdens de zitting op 8 mei 2014 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State met name is ingegaan op het hotel. De toelichting in de commissievergadering van 3
februari 2015 houdt niet in dat we bij de ontwikkeling van brasserie, brouwerij en
detailhandel de ladder van duurzame verstedelijking niet hoeven te betrekken. Bij nieuwe
planvorming zal elk initiatief getoetst moeten worden aan de ladder van duurzame
verstedelijking.
“17. Terugtrekken bezwaar geur bierbrouwerij... Er is van een omwonende bekend dat zij geen bezwaar meer had n.a.v. het geurrapport dat Heupink heeft laten maken voor het herziende bestemmingsplan maar de overige buurtbewoners hebben het bezwaar op geurhinder niet ingetrokken...Voor de verdere ontwikkeling van het plan zullen we als gemeente opnieuw
een belangenafweging moeten maken over de inrichting van het plan. Bij deze
belangenafweging wordt onder andere meegenomen of een goed woon- en leefklimaat kan
worden gegarandeerd voor de omgeving. Bij de uiteindelijke beslissing of de bierbrouwerij
zich op deze locatie kan vestigen zal er een belangenafweging worden gemaakt op
verschillende onderdelen. Indien buurtbewoners het niet eens zijn met deze afweging
kunnen zij hierop reageren (www.bestuursweb.nl/stukken/4080/1/pdf.pdf).

Othmar blijft hopen op nieuwe bierbrouwerij
Hoewel de Raad van State een streep heeft gezet door het Commanderieproject, blijft Henk Heupink, de grondlegger van Othmar bier, hopen op de komst van een nieuwe bierbrouwerij.  De ondernemer  had plannen om in de Commanderiestraat een brouwerij met brasserie te bouw, maar nu het hele project niet doorgaat, kan Heupink dat plan vergeten (https://oost.deondernemer.nl/nieuws/bedrijvennieuws/3309/othmar-blijft-hopen-op-nieuwe-bierbrouwerij).

De RvS komt er niet altijd aan te pas:

Hegeman en gemeente Oldenzaal zijn eruit; zitting Raad van State van de baan
Er lijkt geen zitting bij Raad van State te komen tussen de gemeente Oldenzaal en de projectontwikkelaar Hegeman uit Nijverdal. Beide partijen zijn tot een overeenkomst gekomen inzake de verkoop van de Tuin van Soer. Het is de bedoeling dat de tuin wordt aangetrokken bij Stadsbrouwerij De Bombazijn die op deze plek moet verrijzen (www.debombazijn.nl/?p=666).

Stadsbrouwerij De Bombazijn: Ontwikkeling van een Stadsbrouwerij met als doel het herstel van de oude stadstuinen in Oldenzaal (www.debombazijn.nl/).

Naast bestemmingsplannen zijn er ook milieuvergunningen waar de RvS zich over uitlaat:

De Brand-bierbrouwerij in Wijlre mag 's avonds en 's nachts flessen en fusten van en naar de brouwerij blijven vervoeren. De Raad van State heeft beslist dat de gemeente Gulpen-Wittem daarvoor terecht een vergunning heeft gegeven.
L1 06 augustus 2008 (www.l1.nl/nieuws/brand-brouwerij-mag-ook-s-nachts-lossen)

Raad van State: Dwangsom Bierbrouwerij in strijd met beleidsprocedure
Raad van State, 14 april 2010
200905312/1/M1. Datum uitspraak: 14 april 2010
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op woensdag 14 april 2010 uitspraak gedaan over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem heeft opgelegd aan Brand Bierbrouwerij aan de Brouwerijstraat in Wijlre.
Het gemeentebestuur heeft dat gedaan omdat de bierbrouwerij in strijd met de milieuvergunning teveel verkeersgeluid in de avond en nacht veroorzaakt. Dit zou komen doordat de bierbrouwerij enkele biertransporten heeft verplaatst van de dag naar de avond en de nacht. De bierbrouwerij is het niet eens met de dwangsom en is daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het bedrijf vindt dat hij de geluidsvoorschriften niet overtreedt. Verder vindt hij dat het gemeentebestuur hem de kans had moeten geven om die maatregelen te treffen die nodig zijn om de vermeende overtreding te beëindigen.
...
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:...verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brand Bierbrouwerij B.V. gegrond;... vernietigt de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem van 23 juni 2009, kenmerk U.09.03192 en kenmerk U.09.03193 (www.geluidnieuws.nl/2010/mei2010/wijlre.html).

Raad van State vernietigt vergunning voor uitbreiding brouwerij Dommelsch in Dommelen
DEN HAAG - De vergunning voor de uitbreiding van de bierbrouwerij van Dommelsch in Dommelen is vernietigd. Enkele inwoners van Dommelen hadden bezwaar aangetekend tegen de plannen om de productiecapaciteit te verdubbelen omdat zij vrezen voor extra geluidsoverlast. De Raad van State stelde hen dinsdag in het gelijk.
Volgens de Raad van State was de vergunning niet goed voorbereid waar het om geluidsoverlast gaat. B en W van Valkenswaard hadden de vergunning voor de uitbreiding in mei 2011 verleend (www.omroepbrabant.nl/?news/1920981183/Raad+van+State+vernietigt+vergunning+voor+uitbreiding+brouwerij+Dommelsch+in+Dommelen.aspx).

ECLI:NL:RVS:2015:1445
Datum uitspraak 06-05-2015
Zaaknummer 201407570/1/A4
Bij besluit van 22 juli 2014 heeft het college aan de naamloze vennootschap Inbev Nederland N.V. (hierna: Inbev) een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een bierbrouwerij aan het Brouwerijplein 87 te Dommelen.
...
2. Bij het bestreden besluit is vergunning verleend voor het veranderen van de bierbrouwerij en het in werking hebben na die verandering van de gehele inrichting. De verandering houdt verband met een verhoging van de productiecapaciteit van maximaal 1.000.000 naar maximaal 2.000.000 hectoliter bier per jaar. Daartoe worden onder meer machines vervangen en het aantal productiedagen uitgebreid van zes naar zeven dagen per week.
Bij uitspraak van 17 april 2013, nr. 201107146/1/A4 (www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling het eerder door het college genomen besluit tot verlening van de gevraagde vergunning van 3 mei 2011 vernietigd.
...
Bij de uitspraak van 17 april 2013 is het besluit van 3 mei 2011 vernietigd, omdat het referentieniveau van het omgevingsgeluid, de bestaande rechten en de geluidbelasting door het verkeer van en naar de inrichting onjuist waren vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft Inbev de aanvraag aangevuld met een door Witteveen en Bos uitgebracht rapport "Aanvullend akoestisch onderzoek Dommelsche bierbrouwerij" van 9 mei 2014. Voorts heeft De Roever Omgevingsadvies in opdracht van het college een aanvullend meet- en rekenonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in het rapport "Nader geluidmeetonderzoek t.b.v. revisievergunning INBEV Nederland BV, Brouwerijplein 87 te Valkenswaard" van 20 januari 2014.
...
8.4. Over de noodzaak van de activiteiten vermeldt het bestreden besluit dat de uitbreiding van de productiecapaciteit vooral is ingegeven door economische motieven en dat die uitbreiding nodig is om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Het betoog van [appellant] dat hiermee de noodzaak van de uitbreiding, mede gelet op de krimpende biermarkt in West-Europa, niet voldoende gemotiveerd is, slaagt niet. Het college mag er in het kader van de bestuurlijke afweging in beginsel van uitgaan dat een door de aanvrager gesteld bedrijfsbelang aanwezig is. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitbreiding uit een oogpunt van continuïteit van de bedrijfsvoering niet nodig is.
...
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:... verklaart het beroep ongegrond
(http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2015:1445).
(www.recht.nl/vakliteratuur/milieurecht/artikel/385434/raad-van-state-06-05-2015/)

De RvS vernietigt dus eerst een onvoldoende onderbouwde vergunning, maar laat het aangepaste besluit in stand...

De RvS bezoekt ook wel eens brouwerijen:

Donderdag 4 oktober 2012 deed afdeling I & A van de Raad van State een workshop bij De Koperen Kat bij wijze van afdelingsuitje (www.koperenkat.nl/afdelingsuitje-raad-van-state/).

Na al deze zaken kan ik ook een uitje gebruiken. Al dat juridisch geneuzel maken het er niet duidelijker op. Een brouwerij op zichzelf mag niet, maar als onderdeel van een horecagelegenheid wel? Ligt het aan mij of is een brouwerij MET horeca niet groter en milieubelastender dan een brouwerij op zich?