Translate

Zoeken in deze blog

maandag 21 januari 2019

NRB

Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
Bedrijven in Nederland gebruiken veel verschillende stoffen. Veruit de meeste van deze stoffen horen niet in de bodem thuis. Bij bedrijfsmatige activiteiten, waarbij het risico bestaat dat deze stoffen in de bodem terechtkomen, moet een bedrijf zijn bodem beschermen tegen die stoffen. De Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) beschrijft of en zo ja, hoe een bedrijf dit moet doen.
De NRB is een harmoniserend instrument voor de beoordeling van de noodzaak en redelijkheid van bodembeschermende maatregelen en voorzieningen. De richtlijn geeft voor bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten een beschrijving van geschikte combinaties van voorzieningen en maatregelen (cvm). Deze zijn gebaseerd op de stand der techniek, die is vastgelegd in kennisdocumenten en beoordelingsrichtlijnen. In de NRB staat het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico' centraal. Voorzieningen en maatregelen moeten een verwaarloosbaar bodemrisico realiseren voor de duur van de bedrijfsmatige activiteiten (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Is bier bodembedreigend en wat staat erover in de wet?

Beleidsblad Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
Opzet en opbouw van de NRB
De Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) geeft voor bedrijfsmatige activiteiten invulling aan het preventieve bodembeschermingbeleid. De NRB is een harmoniserend instrument voor de beoordeling van de noodzaak en redelijkheid van bodembeschermende maatregelen en voorzieningen. De NRB geeft voor bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten een beschrijving van geschikte combinaties van bodembeschermende voorzieningen en maatregelen gebaseerd op de stand der techniek, die is vastgelegd in kennisdocumenten en beoordelingsrichtlijnen. In de NRB staat het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico' centraal. Voorzieningen en maatregelen moeten een verwaarloosbaar bodemrisico realiseren voor de duur van de bedrijfsmatige activiteiten.

De NRB geeft aan waar en hoe een verwaarloosbaar bodemrisico kan worden bereikt. Afhankelijk van de categorie waarin een bedrijfsactiviteit valt, zijn er meestal diverse combinaties van voorzieningen en maatregelen mogelijk om de bodem te beschermen. Er worden vijf groepen bodembedreigende activiteiten onderscheiden:

  • opslag bulkvloeistoffen;
  • overslag en intern transport bulkvloeistoffen;
  • opslag en verlading van stort- en stukgoed;
  • procesinstallaties/bewerkingen;
  • activiteiten in werkplaatsen.

Onder voorzieningen worden fysieke voorzieningen begrepen, zoals vloeistofdichte vloeren en verhardingen, vloeistofkerende vloeren en lekbakken. Dergelijke voorzieningen moeten altijd in combinatie met de daarbij behorende maatregelen worden toegepast. Zo moet een vloeistofdichte vloer of verharding periodiek op vloeistofdichtheid worden gekeurd door een gekwalificeerde inspecteur. Vloeistofkerende voorzieningen moeten altijd gepaard gaan met organisatorische beheermaatregelen of incidentenmanagement.
Een bodemonderzoek is alleen gericht op de bodembedreigende stoffen die in het bedrijf door de activiteiten in de bodem kunnen komen of daarin terecht kunnen zijn gekomen.
Een bodemonderzoek moet de bodemkwaliteit bepalen voor aanvang van de activiteiten (nulsituatie onderzoek). Met het bodemonderzoek dat na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld of de bodemkwaliteit ten opzichte van de beginsituatie is veranderd (eindsituatie onderzoek). Als inderdaad sprake is van verslechtering dan moet de bodemkwaliteit worden hersteld in de oorspronkelijke situatie (de nulsituatie) of de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Het besluit bevat alleen een verplichting tot het uitvoeren van bodemonderzoek voor bedrijven die worden opgericht en bedrijven waarbinnen de activiteiten worden beëindigd. Bij veranderingen van een bedrijf moet het bevoegd gezag de noodzaak tot bodemonderzoek beoordelen.
De ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit eist een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit voor bedrijven die zich bezig houden met de volgende activiteiten:

  • installatie, verwijdering, sanering van ondergrondse tanks
  • keuren van die tanks en de daarbij behorende voorzieningen;
  • het verrichten van bodemonderzoek;
  • het aanleggen en inspecteren van vloeistofdichte vloeren of verhardingen.

(www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/beleid/beleid-van-centrale-overheid/landelijk-beleid/beleidsblad-wet-milieubeheer/beleidsblad-nederlandse-ric95101)

NRB 2012
Met de publicatie van de nieuwe NRB in april 2012 is invulling gegeven aan de uitkomsten van evaluatie. Met het opnemen van een Stoffenschema in combinatie met de Stoffenlijst is een afwegingssystematiek geïntroduceerd. Hiermee kan de bodembedreigendheid van stoffen worden bepaald en daarmee het vereiste voorzieningenniveau. Ook is in de nieuwe NRB een maatwerkroute geïntroduceerd. De keuze voor maatwerk is wel verbonden aan voorwaarden. De houder van de inrichting kiest vanwege de bijzondere bedrijfssituatie op basis van het Stoffenschema of de bodemrisicofactor voor een alternatieve combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm). Voorwaarde hierbij is dat bevoegd gezag bepaalt of deze alternatieve vorm van cvm ook leidt tot een verwaarloosbaar bodemrisico.
Met het Stappenplan in de nieuwe NRB kunnen bedrijven bepalen in hoeverre binnen de inrichting sprake is van een bodembedreigende activiteit waarvoor preventieve maatregelen moeten worden getroffen. Dit kunnen ze doen via een bodemrisicoanalyse. Bepalend hierin is het Stoffenschema. De uitkomst van het Stoffenschema bepaalt of er sprake is van een bodembedreigende activiteit. Als hiervan sprake is dan bepaalt vervolgens het Stappenplan of bedrijven gebruik kunnen maken van de standaard cvm via de bodemrisicochecklist (BRCL) of dat ze kunnen kiezen voor een alternatieve cvm via de maatwerkroute (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Wanneer is er sprake van een bodembedreigende stof?
Antwoord
De bodembedreigendheid van een stof is af te leiden uit het Stoffenschema van de NRB (zie bijlage 2 deel 3 van de NRB). Het Stoffenschema in combinatie met de toelichting en de Stoffenlijst bepaalt in hoeverre het gebruik van een stof ruimte biedt voor maatwerk of een standaard cvm volgens de BRCL vereist.
In het algemeen geldt dat stoffen binnen een bedrijfsmatige activiteit bodembedreigend zijn, tenzij het tegendeel is bewezen. In gezamenlijk overleg tussen bedrijf en bevoegd gezag kan per stof worden vastgesteld of er feitelijk sprake is van een bodembedreigende situatie. Daarbij wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheid en de opslagtemperatuur van een stof (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/vragen/faq/wanneer-sprake/).

Bodemrisicochecklist (BRCL)
De BRCL is in de nieuwe NRB geactualiseerd en vernieuwd. Per categorie zijn in tabelvorm alleen de cmv opgenomen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Daarbij zijn afhankelijk van de type categorie diverse cvm mogelijk om de bodem verwaarloosbaar te beschermen. Ook is per categorie een bodemrisicofactor opgenomen die kort het bodemrisico beschrijft dat van invloed is op de betreffende categorie.
In de BRCL kunnen aan de opgenomen voorzieningen en maatregelen normdocumenten zijn gekoppeld. Een aantal van deze normdocumenten, zoals de aanleg en inspectie van vloeistofdichte voorzieningen of de periodiek controle daarop, moeten gebeuren volgens de regels van het Activiteitenbesluit. Dit geldt ondermeer voor de 6 jaarlijkse inspectie van vloeistofdichte vloeren. In het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen voor welke van deze normdocumenten een erkenningsverplichting geldt.
Onder voorzieningen worden fysieke voorzieningen verstaan, zoals vloeistofdichte vloeren en verhardingen, vloeistofkerende vloeren en lekbakken. Dergelijke voorzieningen moeten altijd in combinatie met de daarbij behorende maatregelen worden toegepast. Zo moet een vloeistofdichte vloer of verharding periodiek op vloeistofdichtheid worden geïnspecteerd en gecontroleerd. Vloeistofkerende voorzieningen moeten altijd gepaard gaan met beheermaatregelen (incidentenmanagement). Voor het gebruik van vloeistofkerende vloeren is in de nieuwe NRB een matrix opgenomen waarmee op basis van stofeigenschappen kan worden bepaald of details moeten worden afgedicht (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Bodemonderzoek
Het uitvoeren van bodemonderzoek is verplicht voor alle inrichtingen waarbinnen wordt gewerkt met bodembedreigende stoffen. Daarbij richt het bodemonderzoek zich alleen op die stoffen die tijdens de bedrijfsactiviteit in de bodem kunnen komen. Dit ongeacht de ter plaatse aanwezige of al getroffen preventieve maatregelen (cvm).
Een bodemonderzoek moet de bodemkwaliteit bepalen voor aanvang van de activiteiten (nulsituatie onderzoek). Met het bodemonderzoek dat na beëindiging van de inrichting of bedrijfsactiviteiten wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld of de bodemkwaliteit ten opzichte van de beginsituatie is veranderd (eindsituatie onderzoek). Als inderdaad sprake is van verslechtering dan moet de bodemkwaliteit worden hersteld in de oorspronkelijke situatie (de nulsituatie) of de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Bij veranderingen van een inrichting bepaalt het bevoegd gezag afhankelijk van de activiteit de noodzaak tot bodemonderzoek. Hiervoor is in de nieuwe NRB een toelichting opgenomen over de uitvoering van een dergelijk tussensituatie onderzoek. Niet iedere verandering van een bedrijf is namelijk relevant. Het bevoegd gezag kent de lokale situatie, het bedrijf en activiteiten en kan het beste beoordelen of een bodemonderzoek in geval van een verandering binnen het bedrijf nodig is (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/nrb/).

Copyright-radar

Na bij Kassa gezien te hebben hoe een AOW'er met een gratis nieuwsbrief financieel aan de grond is geraakt haal ik mijn blog maar weer offline... enkel de blogs zonder foto's blijven...

maandag 29 oktober 2018

Brouwerij Molenduyn


Brouwerij Molenduyn

Brouwerij Molenduyn bestaat uit Kees van Roode en Wim Groeneveld.
Gedurende vele jaren is Kees van Roode bezig geweest met het bier, o.a. met vrijwilligerswerk bij Jopenbier en proefavonden bij vereniging PINT. Sinds een aantal jaren is hij zelf gaan brouwen.
Wim Groeneveld's eerste baan was bij een bierbrouwerij. Sinds die tijd heeft hij ook zelf bier willen brouwen. Een jaar of twintig later is dat pas verwezenlijkt door zelf thuis te gaan brouwen. Het zelf bier brouwen is erg leuk, maar het is nog leuker als je andere mensen van je eigen gebrouwen bier kan laten genieten. Daarom willen ze commercieel gaan om het te kunnen verkopen. Echter hun insteek is wel ambachtelijk te blijven, brouwen op kleine schaal een keer per maand. Liefst op een openbare plaats waar ook publiek kan komen kijken. Dat is waar het hen omgaat want hoe meer mensen bekend raken met het proces hoe meer mensen volgens hen het bier gaan waarderen.
Voor het brouwen van hun bieren huren ze een ruimte bij Brouwerij de 7 deugden. Daar mogen ze zelf aan de gang als huurbrouwer. (www.brouwerijmolenduyn.nl/,
www.brouwerijmolenduyn.nl/Over%20Brouwerij%20Molenduyn.htm).
(www.facebook.com/brouwerijmolenduyn/)



Wim Groeneveld en Kees van Roode zijn de drijvende krachten achter de uit Santpoort afkomstige bierbrouwerij. Jaren werkten zij beiden voor een andere brouwerij en alvorens zij hun eigen droom waarmaakten en als hobby een eigen bier brouwden. Van het één komt het ander en op 24 mei 2014 presenteerden zij hun eerste bier op de markt: Molenduyn Blond. Omdat dit bier bij velen in de smaak viel, zijn er vervolgens ook andere bieren met succes op de markt gebracht. Hun motto: Anderen laten meegenieten van onze speciaalbieren (www.bierboetiek.nl/shop/brouwerij-molenduyn-zuid-holland-santpoort-speciaalbier).

Brouwt als brouwerijhuurder bij de 7 deugden in Amsterdam.
Kees van Roode en Wim Groeneveld brouwen al enige jaren. De insteek van de brouwerij is het op ambachtelijke kleine schaal brouwen van bier. Na de diverse bieren die zijn ontstaan en positieve reacties uit hun omgeving willen ze graag ook een wat breder publiek laten meegenieten van hun bieren (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/nederland/noord-holland/santpoort-noord/molenduyn).

Ze brouwen o.a.:

  • Blond; een zware blond met een mooi fris karakter  Er is een duidelijke aanwezigheid van koriander  
  • Poorter; een engels bier met hoog alcohol gehalte. Veel smaakbeleving van koffie, chocola en gebrande mout.
  • Bockbier; een makkelijk doordrinkbaar bier met een mooie beleving van gebrande mout.
  • Dubbel; een bier dat mooi in balans is qua smaak.(zie www.brouwerijmolenduyn.nl/Onze%20Bieren.htm


Brouwerij Molenduyn  is gevestigd aan de Terrasweg 43 te Santpoort Noord. De omgevingsvergunning is hiervoor goed gekeurd. Daarna zijn ze met de douane om de tafel gegaan, al hadden ze de agp aanvraag tegelijkertijd kunnen laten lopen met de omgevingsvergunning. Die agp-vergunning was al aangevraagd, maar omdat de omgevingsvergunning erg lang had geduurd moesten ze die agp aanvraag weer sluiten..Ook kwam er nog een toezichthouder langs. Door allerlei omstandigheden zijn ze er een klein jaar mee bezig geweest, met een voorlopige aanvraag en daarna twee keer een aanvraag. Je zou bijna zeggen driemaal is scheepsrecht. In mei 2015 opende ze hun deuren (zie www.facebook.com/brouwerijmolenduyn/).  

Brouwerij Molenduyn, Terrasweg 43 te Santpoort-Noord (www.odijmond.nl/actueel/bekendmakingen/velsen/@4139/meldingen-1/)
Terrasweg 43, vestigen ambachtelijke brouwerij (11/09/2015) 8226-2015 (Gemeenteblad Velsen; http://docplayer.nl/20614354-1-aanvragen-en-verleende-omgevingsvergunningen.html)

Over de melding Activiteitenbesluit heb ik het al eens gehad (http://biervat.blogspot.nl/2016/01/activiteitenbesluit.html). Via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) kunt u checken of een vergunning of melding nodig is, 

De omgevingsvergunning voor een bierbrouwerij is een OBM: De Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) is nodig bij bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen (zie http://biervat.blogspot.nl/2015/02/obm-bierbrouwerijen-en-mouterijen.html). Met Omgevingsloket online kunt u één aanvraag opstellen voor een omgevingsvergunning.


Opslag van niet-veraccijnsde goederen vindt plaats in een Accijnsgoederenplaats (AGP)... Als een bedrijf niet-veraccijnsde producten wil opslaan of verhandelen moet het beschikken over een ‘AccijnsGoederenPlaats' (AGP). Dit is een fysiek aangewezen plek of gebouw. Om een vergunning voor een AGP te krijgen moet aan strenge administratieve en organisatorische eisen worden voldaan. Er dient bovendien zekerheid gesteld te worden aan de douane in de vorm van een bankgarantie. Binnen een AGP mag ook productie plaatsvinden, mits hiervoor een aparte vergunning is verleend (www.maco.nl/accijnsgoederenplaats).

In Nederland  worden accijnzen geheven op alcoholhoudende producten. Op dit moment is dat een bedrag van Euro 15,04 per liter alcohol 100%. Als een bedrijf alcoholhoudende producten in opslag heeft kan dat veraccijnsd en niet veraccijnsd. Over veraccijnsde producten is de accijns al voldaan. In het algemeen zullen slijters en restaurants veraccijnsde alcohol in oplag hebben. Als een bedrijf  niet veraccijnsde producten wil opslaan of verhandelen moet het beschikken over een ‘Accijns Goederen Plaats’ (AGP). Om een vergunning voor een AGP te krijgen moet aan strenge administratieve en organisatorische eisen worden voldaan. Er dient bovendien zekerheid gegeven te worden aan de douane in de vorm van een bankgarantie. Binnen een AGP mag ook productie plaatsvinden .
Het vervoer van onveraccijnsde accijnsgoederen vindt plaats met een Elektronisch Administratief Document ( EAD ) De afzender van een EAD is altijd een AGP-houder. De ontvanger kan ook een AGP-houder zijn, of een ‘Geregistreerd Bedrijf’. Een ‘Geregistreerd Bedrijf’ mag onveraccijnsde goederen in ontvangst nemen en daarvoor de accijns betalen. Een ‘Geregistreerd Bedrijf’ mag dus geen onveraccijnsde goederen in opslag hebben (www.denteck.nl/accijnzen-en-vergunningen).

Met dit formulier vraagt u aan, een Vergunning Accijnsgoederenplaats aan.  Gebruikt dit formulier ook als u accijnsgoederen in een accijnsgoederenplaats wilt gaan maken (vervaardigen) (www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/aanvraag_vergunning_accijnsgoederenplaats).

Kees van Roode en Wim Groeneveld hebben van hun hobby hun werk gemaakt. Wie volgt?

Bestaan ze anno 2018 nog?

De agenda op hun website (http://www.brouwerijmolenduyn.nl/) gaat niet verder dan 2015?




Brouwerij Molenduyn
Provincie: Noord-Holland
Opgericht: 2014
...
Geschiedenis
Kees van Roode en Wim Groeneveld brouwden al enige jaren toen ze in 2013 het initiatief namen om hun bieren door een breder publiek te laten proeven. De insteek is om bieren op ambachtelijke wijze en op kleine schaal te brouwen en te verkopen in de streek. In 2013 werd er iedere derde zaterdag van de maand gebrouwen in de schuur tegenover molen de Zandhaas in Santpoort-Noord. In april 2014 werd het eerste brouwsel gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van Brouwerij De 7 Deugden. (https://www.nederlandsebiercultuur.nl/databank/brouwerij?brouwerij_id=1211&task=display&controller=brewery&view=brewery&option=com_senb&feba4bc4c5f8c81b98705c0930b08dff=1)
(https://www.biernet.nl/bier/brouwerijen/nederland/noord-holland/santpoort-noord/molenduyn)

Ze hebben in mei 2015 een omgevingsvergunning aangevraagd (zie http://www.brouwerijmolenduyn.nl/Eigen%20Ambachtelike%20Brouwerij.htm) met kenmerk 8226-2015. Gemeente Velsen heeft gepubliceerd / laten publiceren op op https://www.jutter.nl/gemvelsen/gem_velsen_wk38_2015.pdf en https://anzdoc.com/1-aanvragen-en-verleende-omgevingsvergunningended674169a7102fbe129c3cc3cbe74ad88752.html dat op 11 september 2015 de omgevingsvergunning is verleend. Op http://bierton2.rssing.com/chan-51301026/all_p49.html had ik dat al vermeld.

Op facebook kom ik Molenslag Brouweirj tegen op https://nl-nl.facebook.com/Voswijckbrouw. Er zijn echt veel brouwerijen in Nederland. In 2016 was er een berichtj evan Brouweij Molenduyn op facebook: https://www.facebook.com/brouwerijmolenduyn/posts/ook-vandaag-zijn-we-geopend/871920566268284/.

Dus ofwel doen ze niets meer met facebook omdat ze druk aan het brouwen zijn, ofwel is er geen nieuws meer...

woensdag 24 mei 2017

BioSpitits B.V.. en anderen

Op internet vond ik op www.ofgv.nl/friksbeheer/wp-content/uploads/2014/03/Bijlage-1-Melding-A9R39E3-Markerkant-10-30-te-Almere.pdf:
De realisatie van een kleine, biologische proefbrouwerij/jeneverstokerij met een bescheiden
proeflokaal. Er wordt gebruik gemaakt van een kleine brouw­ en distilleer(potstill) installatie. Tevens
is er nog een water demineralisering installatie aanwezig. Deze installaties maken gebruik van
elektriciteit (efficiënt en veilig) en water. Zowel elektriciteit­ als de wateraansluiting is al in het pand
aanwezig. Naast de brouw/stook installatie zal ook de vergisting van fruit­ en moutwijnen en de
opslag van ingrediënten en verpakkingsmateriaal binnen dezelfde inrichting plaatsvinden. Afvoer
van restproducten (AGF) zullen bij de bio­boerderij op de Kemphaan en bestaande
kinderboerderijen in Almere worden afgezet en daar als veevoer nuttig worden toegepast. De
voorziene omvang van de proefbrouwerij/distilleerderij is kleinschalig te noemen. De
proefbrouwerij/distilleerderij hanteert een maximale brouwcapaciteit van 200 liter per batch en een
distilleercapaciteit (potstill) van 125 liter, wat resulteert in ca. 40 liter eindproduct per batch. Op
jaarbasis zal circa 10.000 liter bier en circa 1.600 liter gedistilleerd worden geproduceerd (www.ofgv.nl/friksbeheer/wp-content/uploads/2014/03/Bijlage-1-Melding-A9R39E3-Markerkant-10-30-te-Almere.pdf).

BioSpirits is de eerste ambachtelijke, 100% biologisch gecertificeerde distilleerderij in Nederland. Door het verwerken van uitsluitend biologisch geteelde en gecertificeerde grondstoffen, veel geduld en ouderwets vakmanschap bereiken wij een smaak en kwaliteit die voor de industriële distilleerderij al lang niet meer haalbaar is (www.biospirits.nl/). Het is een melding Activiteitenbesluit, waarover ik vorig jaar hier al schreef.

Er staat niet veel over bier, dus keek ik hier en hier wat verder maar dat ging weer ergens anders over. Het bedrijf Twilmij slaat biergist op. Heineken Nederland BV, heeft een verpakkingsruimte omgebouwd naar een doseerruimte op de locatie Rietveldenweg 25 te 's-Hertogenbosch. Verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-stoffen moeten worden opgeslagen in de doseerhal. In de doseerhal mag zowel de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen plaats vinden als het doseren (toevoegen) van die stoffen aan het bierproductieproces. 
In de bierbrouwerij te 's-Hertogenbosch worden steeds meer verschillende biersoorten gebrouwen.
Daarvoor is het nodig om hulpstoffen (flavours) tijdens het productieproces toe te voegen. Deze
flavours geven een bepaald aroma aan het bier. Veel van deze flavours zijn op basisvan ethanol en
vallen daardoor onder de definitie van brandbare vloeistoffen. De laatste jaren zijn op diverse
plekken in het bedrijf doseerpunten ontstaan. Vanwege het brandgevaar is dit een onwenselijke
situatie. Het doseren zal nu vanuit één ruimte plaatsvinden, de zogenaamde doseerhal. In deze
ruimte zullen de te doseren stoffen opgeslagen en aan het proces toegevoegd worden. Een
belangrijke veiligheidsmaatregel in deze ruimte is dat de ruimte gekoeld wordt, zodat het vlampunt
van de in de ruimte aanwezige stoffen nooit wordt bereikt. De koeling wordt verzorgd door de
bestaande ammoniakkoeling, die over voldoende capaciteit beschikt. De ammoniakkoelinstallatie
wordt dus niet uitgebreid. In de ruimte wordt 100 ton aan flavours opgeslagen, waarvan maximaal 45
ton flavours vallend in de ADRklasse3 (vlampunt> 21 oe en < 60 0q3. De aangevraagdeverandering
zal niet leiden tot een productieverhoging". Samengevat behelst de aanvraag niet meer dan het
centraliseren van de bestaande doseeractiviteiten..... In deze productiehal werd tot 2015 bier in de verpakkingsvorm beertender verpakt. Deze lijn is begin 2015 buiten bedrijf gesteld en ontmanteld. De aan- en afvoerbewegingen die plaatsvonden naar de beertenderlijn (aanleveren lege emballage en afvoeren volle verpakkingen) komen nagenoeg overeen met de transportbewegingen voor de doseerhal. Het aantal transportbewegingen zal zeker niet meer worden dan in de vergunde situatie. (Z/004725, 23 juni 2016).

Heineken Nederland BV, Rietveldenweg 25 te ’s-Hertogenbosch heeft op 20 november 2013 de plaatsing van twee suikersilo’s aangevraagd. Door het plaatsen van de twee suikersilo’s (met vloeibare suiker) zal de vergunde productiecapaciteit van 8 miljoen hectoliter bier niet overschreden worden. In de tanks wordt stroperig, vloeibare suiker opgeslagen. We beoordelen dit als een nietbodembedreigende stof. De voorschriften voor de opslag van suiker zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit (C2135826/3602985, 6 juni 2014).

Ook vind ik een vergunningaanvraag van Bierbrouwerij Glassbier Leerdam uit 2014. Deze gaat over het volgende:
De oprichting van een ambachtelijke bierbrouwerij in een bedrijfsverzamelgebouw op de begane
grond aan de Energieweg 17P te Leerdam.
De aard van de inrichting is het brouwen van bier, vergisten, lageren van het bier en daarna
het afvullen in recycle bare wegwerp flessen en/of fusten
De grondstoffen die worden gebruikt zijn; water, mout, hop en gist. De vrijgekomen
bijproducten zijn bostel en een geringe hoeveelheid, gist.
De maximale jaarproductie is ca. 3000 liter en het brouwen zal alleen plaats vinden in de
maanden met een R in de maand dit i.v.m. infectie van het bier door omgevingstemperaturen
boven de 23 graden. Deze maximale brouwcapaciteit is gekoppeld aan de locatie.
De brouwinstallatie bestaat uit een elektrische kookketel van 60 liter en een elektrische
brouwketel van 150 liter. De gisttanks zijn 2x 300 liter en de lagertanks zijn 2x 330 liter.
De mout zal voor het brouwproces worden geschroot in een schrootmolen.
De productie capaciteit is gekoppeld aan het lageren in de koeling met een minimale tijd van 6
weken per biersoort.
Bij het brouwen worden gerst, mout, hop en gist ingezet. Per recept kan er
maximaal 150 liter bier worden vervaardigd. Na 2 weken vergisting en minimaal 6
weken lagering wordt op fles of fust afgevuld. Tijdens het productie proces treden er
verliezen op die per brouwsel afwijken. (wortbereiding, gisting, lagering of koken van
de wort).
Bottelen gebeurt handmatig met behulp van een afvulapparaat. Dit apparaat
bepaalt het afvulniveau. Het afsluiten van de fles met een kroonkurk is handmatig en
het etiketteren met een halfautomaat etiketteer machine.
Na de bierbereiding en filtratie zal er een restproduct zijn die gebruikt kan worden als veevoer. Ook
kan er Bierbostelbrood van gebakken worden. Momenteel brengen wij de bostel, na het brouwproces,
naar een melkboerderij in de omgeving. Opslag, vervoer en overslag van deze co-producten volgens
GMP diervoedersector 2000.
De brouwerij werkt volgens de hygiënecode voor brouwers HACCP code 20-11-2002 versie 1,4.
Wij werken volgens de beheersmaatregelen die moeten worden geverifieerd volgens het
kwaliteitshandboek inkoop grondstoffen en productie e.e.a. volgens de bierverordening 1997.
Eveneens zijn hierbij opgenomen de algemene hygiënemaatregelen behorende tot het bedrijfsbasis
programma (BBP)
Alcohol
Afhankelijk van de biersoort zullen er twee categorieën bier worden gemaakt met een extractgehalte
van de stamwort in graden Plato voor bier categorie I maximaal 15,5 graden Plato en bier categorie S
boven 15,5 graden Plato.
Volgens de vergunning van de douane vergunningsnummer; NL00740005031 zullen alle
geproduceerde flessen en fusten in de AGP ruimte per kwartaal worden uitgeslagen op basis van
voorraadmutaties en financiële administratie. De netto geproduceerde hoeveelheid bier wordt belast
met accijns volgens de categorie graden Plato. Op 15 mei 2014 is er een algemene controle geweest
van de Douane Nijmegen en volgens de inspecteur geeft het onderzoek geen aanleiding tot correcties (https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2014-13518/1/Bijlage/exb-2014-13518.pdf).

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rijksweg 17-19 en Rosstraat 4a en 4b te Gulpen en
is kadastraal bekend als gemeente Gulpen, sectie A, nummers 3191, 4572, 4573, 3803 en
3650 (ged). De locatie heeft een oppervlakte van circa 3.000 m2. ... de locatie gelegen aan de Rijksweg 17-19 en Rosstraat 4a en 4b te Gulpen (bekend als Gulpener Bierbrouwerij) ...
De brouwerij is in 1965 vernieuwd door een brouwhuis, een nieuwe azijnfabriek, een
distilleerderij met centraal magazijn (1971) en een wijnhal. In de periode 1978-1979 vond
een reorganisatie plaats waarbij de B.V. Gulpener Azijn- en Mosterdfabriek en de B.V.
Gulpener Bierbrouwerij onafhankelijk van elkaar hun werkzaamheden voortzetten. 
De oude bierbrouwerij is onderkelderd. De kelder is gemetseld en heeft een betonvloer. De
verdiepingsvloeren zijn deels van beton en deels van hout. De muren zijn gemetseld en in de
werkplaats staan stalen stelkozijnen in de buitengevels. Op het dak liggen dakpannen en een
gedeelte is plat dak. De fietsenstalling en opslag van horecamateriaal bestaan uit gemetselde
muren en asbestverdachte dakbedekking. 
...
Op 16 september 1963 is door de procuaratiehouders der N.V. Gulpener Bierbrouwerij,
Distilleerderij en Azijnfabriek een aanvraag ingediend voor het aanbrengen van twee ventilatoren
(kadastrale aanduiding onbekend). De bouwvergunning is op 19 september 1963 verleend. 
Op 8 juli 1964 is door N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek een aanvraag
ingediend voor het bouwen van 3 silo’s voor het brouwhuis (sectie A 3172). De bouwvergunning is
op 21 augustus 1964 verleend. 
Op 1 april 1965 is door N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek een aanvraag
ingediend voor de tweede bouwfase van het brouwhuis (sectie A 3172). De bouwvergunning is op
11 juni 1965 verleend. 
Op 12 november 1974 is door Gulpener Bierbrouwerij Gulpen een aanvraag ingediend voor het
bouwen van een (overkapping) lagertankhal (sectie A 3172). De bouwvergunning is op 22 april 1975
verleend. 
Door Gulpener Bierbrouwerij B.V. is een aanvraag ingediend voor het vergroten van een
opslagloods / lagertanks (sectie A 3650). Aandachtspunt is de groothoogte van de reeds aanwezige
tanks. De bouwvergunning is op 8 november 1988 verleend. 
Op 16 oktober 1989 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het bouwen
van een brouwhuis (geen kadastrale aanduiding). De bouwvergunning is op 31 oktober 1989
verleend. 
Op 23 maart 1993 is door Gulpener azijn & mosterd fabriek een aanvraag ingediend voor het
plaatsen van een minitrafo (sectie B 5118) in verband met de uitbreiding van de mosterdproductie.
De bouwvergunning is op 26 mei 1993 verleend.
Op 12 september 1996 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het
bouwen van een gistkelder / opslag helder bier (sectie A 3650). De bouwvergunning is op 18
september 1996 verleend.
Op 24 maart 1997 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het bouwen
van een magazijn (B 5829, B 5118, B 5825, B 4603). De bouwvergunning is op 8 oktober 1997
verleend. ... Bijgevoegd in het dossier zijn een aantal stoffen waarvan gebruik werd gemaakt,
zoals bijvoorbeeld melkzuur, salpeterzuur, zoutzuur, salpeterzuur, natronloog etc. etc. 
Op 30 augustus 1974 is door N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek een
aanvraag ingediend voor het verbouwen van een kantoorruimte (sectie B 5118). Het aan de
straatzijde gelegen gedeelte van de verbouwing (langs Rijksweg) dient volledig aangepast te worden
aan de bestaande toestand. De bouwvergunning is op 17 september 1974 verleend. 
Op 18 februari 1982 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het bouwen
van een fietsenberging (sectie B 5118). De bouwvergunning is op 27 april 1982 verleend. 
Op 27 juni 1958 is door N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek een aanvraag
ingediend voor het bouwen van een onthardingsruimte en kleedlokaal (sectie A 2926). De
bouwvergunning is op 4 juli 1958 verleend.
Op 27 december 1973 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het
verbouwen van de bestaande zuivelfabriek en de nieuwbouw van een wijnhal (sectie C 2813 en C
3095). De bouwvergunning is op 26 februari 1974 verleend. 
Op 3 november 1972 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het
verbouwen van een café tot woonhuis (sectie A 3128). De bouwvergunning is op 21 november 1972
verleend. 
Op 16 mei 1972 is door N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek een aanvraag
ingediend voor het verbouwen van de gevel van de bedrijfsruimte aan de Rosstraat (sectie A 3172).
...De bouwvergunning is op 20 juni 1972 verleend. 
Op 20 augustus 1970 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het plaatsen
van een opslag/magazijn (sectie A 4577, A4578, A4162, A4602, A5118, A4373). De locatie is
bekend als Aan het Veld. .... De bouwvergunning is op 25 september 1970 verleend. 
Op 26 mei 1970 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een aanvraag ingediend voor het veranderen
van een bergruimte in een toiletruimte (sectie A 3113). De bouwvergunning is op 28 mei 1970
verleend. 
Op 24 augustus 2010 is door Gulpener Bierbrouwerij B.V. een melding Activiteitenbesluit verricht
voor de locatie Rijksweg 16, bierbrouwerij met centraal magazijn en kantoren. ....  In diverse (rvs) tanks vindt opslag van water plaats en stationaire wateropslag, afvullen flessen en werkplaatswerkzaamheden. 
...  Tijdens het locatiebezoek is de exacte plek aangegeven: ten zuidwesten van de waterbuffertank ontijzering (nr 162) en waterbuffertank onthard water (163). Op het terrein heeft geen (bodem)onderzoek plaatsgevonden.
Zover als zijn er geen (ondergrondse) tanks (brandstof/septictanks) aanwezig (geweest). Verder zijn

In maart 2014 heeft Royal HaskoningDHV, in opdracht van MVJ Ontwikkelingen B.V., een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein van de voormalige Stadsbrouwerij “De Ridder” aan de Oeverwal te Maastricht. 
...
De onderzoeklocatie betreft de voormalige Stadbrouwerij ‘ De Ridder’ die in 2003 diens bedrijfsactiviteiten ter plaatse heeft beëindigd. Op 17 oktober 2008 zijn de vergunningen voor de Oeverwal 3-9 in gevolge de Wet Milieubeheer definitief ingetrokken.
...
Sinds 1857 bevindt zich al een brouwerij op het onderzoeksterrein, die in 1982 onder de naam bierbrouwerij De Ridder B.V. te boek staat. Het pand bestaat uit vijf verdiepingen; een kelder die is voorzien van betonvloeren, begane grond en een drietal bovenverdiepingen. In het basisdocument is een uitvoerige beschrijving voor de bierproductie en hier mee gemoeide proces- en afvalstoffen opgenomen.  
...
Uit het gemeentearchief is destijds gebleken dat een laatste revisie in het kader van de Hinderwetvergunning is afgegeven in 1994. In 1997 is echter nog een kleine revisie verleend in het kader van een uitbreidings- en wijzigingsvergunning. 

Als het aan Jan Hoen ligt, komt er toch een brouwersopleiding in de voormalige Ridderbrouwerij. Niet zoals gepland in het hoofdgebouw, want daar is geen plaats omdat er appartementen komen.
Volgens de fractievoorzitter van de Maastrichtse Volkspartij is er wel een plek voor deze opleiding op de hoek van de Oeverwal en de Wyckerheidestraat.
En omdat deze ruimte ook nog steeds tot het voormalige Riddercomplex behoort, ziet Hoen er samen met een horecafunctie en rondleidingen een mooie toeristische trekpleister in (www.rtvmaastricht.nl/nieuws/18458733/brouwerijtraditie-terug-bij-de-ridder).

Als ik verder google op bier vind ik andere documenten:

Voorbeelden van bijvoedermiddelen zijn: producten waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden (bier, chocolade, koekjes, enz.) (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/behandelddossier/30654/stcrt-2012-23576?resultIndex=6&sorttype=1&sortorder=4)

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een
milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel
3.97, als het gaat om:
c. het brouwen van bier of het mouten,
...
bierbostelpellets S3

dinsdag 7 februari 2017

Milieuregelgeving voor microbrouwerijen

Ik heb al vaker aandacht besteed aan (milieu)regelgeving voor microbrouwerijen.
Jacques Bertens schreef er al eerder over in het clubblad van "De Roerstok" van april 1999. en op www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html: een goede locatie voor een ... brouwerij [is] nooit te vinden is op een industrieterrein. Dit betekende tot voor kort altijd trammelant als het gaat over het verkrijgen van een milieuvergunning. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat overheidsinstanties bij bierbrouwerijen meteen denken aan grote brouwerijen met grote geurproblemen. Degenen die in de buurt van de Heinekenbrouwerij in Den Bosch wonen weten onmiddellijk wat ik bedoel. Uiteraard is de geuroverlast voor de omgeving gerelateerd aan de omvang van de brouwerij, maar omdat hierover weinig informatie bestaat spelen de gemeentelijke milieuambtenaren op zeker. Aan de paar brouwcafé's die Nederland kent zijn dan ook vrij strenge milieueisen gesteld, hoe klein de brouwerij ook is. ... Dat een dergelijke wijze van benadering wel erg rigide is vond ook de Raad van State, het hoogste bestuursrechtelijke college van Nederland. Op 13 oktober 1998 deden de rechters mr. Leyten-Wijkerslooth, mr. Konijnbelt en mr. Korte-van Hemel een uitspraak [waardoor kleine brouwerijen ook zonder milieuvergunning mogen worden opgericht] (www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html). Er is dan wel een milieumelding en (sinds 2013) een OBM nodig. Dit geeft extra werk voor brouwers, die al van veel wetgeving op de hoogte moeten zijn. Er zijn ook adviesbureau's die hierop inspringen. Op de website van Exsin vind ik onderstaand artikel:

Bent u van plan om een eigen kleinschalige bierbrouwerij op te zetten of bent u wellicht onlangs aangevangen en hebt u nog geen duidelijkheid over de milieuregelgeving en ruimtelijke ordening? Exsin kan uw vragen hierover beantwoorden.

Bierbrouwen komt steeds meer op. Het is leuk om de hobby op te schalen, maar welke verschillende wet- en regelgeving komt hierbij kijken? Naast het technische en hygiënische deel is er ook regelgeving op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening om een brouwerij te mogen vestigen en te gebruiken. Over het vestigen van een microbrouwerij en het aanvragen van milieutoestemming komen de afgelopen jaren bij onze adviseurs, steeds vaker vragen binnen. In dit artikel gaan we kort in op onze ervaringen (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Een geschikte locatie
Het kunnen en mogen brouwen is één aspect, maar vervolgens hiervoor een geschikte locatie zoeken is een heel ander karwei.
Om te beginnen vormt het bestemmingsplan een goed uitgangspunt. Het bestemmingsplan regelt een goede afstemming tussen de verschillende vormen van ruimtegebruik. Op een plankaart zijn de verschillende bestemmingen zoals wonen, recreatie en bedrijvigheid aangegeven. In het bestemmingsplan is ook een lijst opgenomen genaamd ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. In deze lijst staan de bedrijfsactiviteiten die zijn toegestaan en tot welke milieucategorie deze worden gerekend. Deze lijst is gebaseerd op de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze handreiking is per bedrijfstype een milieucategorie gegeven afhankelijk van de te verwachten hinderafstand van de gemiddelden in de betrokken branche. Deze hinderafstand is afhankelijk van de milieuaspecten. Een bierbrouwerij valt onder milieucategorie 4.2 en heeft een hinderafstand van 300 meter. Andere bedrijfsactiviteiten binnen deze milieucategorie zijn lampenfabrieken , rangeerterreinen , vuilstortplaatsen, stadions en open-lucht-ijsbanen. Het ligt voor de hand dat dit geen geschikte locatie is voor een microbrouwerij.
Een kleine brouwerij zal minder hinder geven dan een grotere brouwerij, die geldt als gemiddelde in de branche. De vraag is nu waar de grens ligt tussen een kleine en een grotere brouwerij. In de VNG-lijst wordt daar geen onderscheid in gemaakt. Wel zijn er ook andere activiteiten benoemd die kunnen lijken op een kleine brouwerij.
Bij verschillende gemeente is een kleine ambachtelijke brouwerij mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding in het plan, hetzij als ‘horeca met een specifieke vorm brouwerij’ of als ‘bedrijf met een specifieke vorm brouwerij’. Bij kleinschalige microbrouwerijen, zal naast het brouwen ook workshops/proeverijen en arrangementen voor kleine groepen aan de orde kunnen zijn. Of de locatie daarvoor geschikt is en of de activiteiten passen in het bestemmingsplan dient eerst uitgezocht te worden voordat een bedrijfsruimte wordt gekozen. Mogelijk kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van de ruimtelijke regels. Hierbij zijn ook een melding Activiteitenbesluit en Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets nodig (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Dit komt overeen met:

Een bierbrouwerij heeft volgens de VNG-lijst een afstand van 100 m (code 1105). Dit is echter van toepassing op grote(re) productiebrouwerijen en niet voor de onderhavige ambachtelijke brouwerij, waarbij het brouwen meer gericht is op workshops/proeverijen en arrangementen voor kleine groepen. Het kleinschalig en ambachtelijk bier brouwen komt voor het geluidsaspect meer overeen met de categorie 1102 tot 1104, 'vervaardiging van wijn, etc.', waarvoor een afstand van 30 meter geldt (www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1700.BPBG2011PH0023-vas1/t_NL.IMRO.1700.BPBG2011PH0023-vas1_5.3.html).

Er kan soms wel discussie over zijn, zo blijk in Bodegraven:

Geachte heer, mevrouw ............,
Brouwerij De Molen is als kleine ambachtelijke microbrouwerij in 2004 gestart in de Molen met een productiecapaciteit van 500 liter per brouwsel. Een microbrouwerij is een brouwerij met een kleine productiecapaciteit van hoogstens een paar duizend hectoliter bier per jaar.
Eind 2011 is Brouwerij De Molen verhuist naar het pand aan de Doortocht, waardoor de productiecapaciteit steeg van 500 naar 5000 liter per brouwsel. Totaal kan er op dit moment meer dan 30.000 hectoliter per jaar worden geproduceerd. Doordat bier voor 90% uit water bestaat, kan op basis van de Oases jaarafrekening 2013 snel worden bepaald hoeveel hectoliter er daadwerkelijk wordt gebrouwen.
Brouwerij De Molen is dus zeker geen kleine ambachtelijke microbrouwerij meer, ondanks het feit dat zij over een vergunning beschikt voor een microbrouwerij in milieucategorie 2. De gebruiksvergunning komt dus niet meer overeen met de huidige bedrijfsactiviteiten van Brouwerij De Molen.
Hoe kan het dan dat Brouwerij De Molen nog steeds produceert op een oude niet geldende milieuvergunning ? (www.digitalebodegraafsekrant.nl/pages/posts/reactie-brouwerij-de-molen-bv-op-ingezonden-brief-14712.php)

Volgens mij is hier het antwoord dat brouwerijen geen milieuvergunning nodig hebben (tenzij een MER is opgesteld voor het voornemen).

Het Activiteitenbesluit
Het Activiteitenbesluit geeft milieuregels voor alle bedrijven in Nederland, op grond van de Wet milieubeheer. Dit betreft zowel kleine als grote bedrijven. Het is wel van belang dat er sprake is van een ‘milieu-inrichting’. Als een brouwerij geen vaste locatie heeft, een beperkte omvang heeft of slechts korte tijd in bedrijf zal er daarvan geen sprake zijn. Als hobbyist val je dus niet onder de inrichtingsdefinitie, zelfs als je in een bedrijfspand zit. Zodra er vaker gebrouwen wordt kom je in een grijs gebied. Het is dus mogelijk dat je in het begin geen inrichting was, maar het gaandeweg wel wordt. De discussie over hobbymatig brouwen is niet erg kansrijk vanwege de zinsnede ‘in een omvang alsof‘ dus zodra er wordt gebrouwen met een grote brouwketel is er vaak al sprake van een inrichting. Ookal wordt het brouwen enkel uitgevoerd als ‘hobby’, door de omvang is het toch bedrijfsmatig. Als er binnen een horeca-inrichting wordt gebrouwen is die definitie niet eens aan de orde. Dan is er al sprake van een inrichting.
Naast hobbymatig, wordt ook vaak gewezen op de term ‘ambachtelijk’. In de milieuwetgeving wordt daarmee gedoeld op het kleinschalig uitvoeren van oude ambachten, zoals in musea. Het moderne brouwen wordt niet gezien als ambachtelijk. Door gebruik van een brouwinstallatie valt het maken van alcoholische dranken door brouwen of destilleren valt onder paragraaf 3.6.3 van het Activiteitenbesluit: ‘industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken’. In voorschrift 3.137 van het Activiteitenbesluit staat dat deze paragraaf niet van toepassing is op ‘de productie van alcohol’, hier wordt de productie van pure alcohol bedoeld.
Melding Activiteitenbesluit
Net zoals voor restaurants en dergelijke is voor brouwerijen een melding Activiteitenbesluit verplicht. De melding kan worden ingediend via de Activiteitenbesluit Internetmodule (AIM) op www.aimonline.nl. Hierbij wordt een vragenboom doorlopen, afhankelijk van de betreffende branche. Hierbij is de vraag of een brouwerij valt onder horeca of voedingsindustrie (of beide?). Er volgen veel vragen omdat de AIM is bedoeld voor alle typen bedrijven in Nederland. Enige kennis en ervaring is daarmee noodzakelijk om de vragenboom vlot te doorlopen. Verder zijn gegevens van de brouwerij nodig. Informatie is onder meer nodig over de stookinstallaties, de eventueel aanwezige gasflessen, het energieverbruik en welke maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen zijn getroffen. Ook moet bij de melding een plattegrondtekening met de inrichtingsgrens en de relevante functies zoals brouwinstallatie, opslag, de koelinstallatie, stookinstallatie, eventueel restaurant en dergelijke. Ten slotte kan de melding worden ingediend bij het bevoegde gezag. Daarbij zal de AIM ook aangeven dat een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets nodig is (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Volgens mij is bij een Activiteitenbesluitmelding naast een AIM-formulier en een plattegrondtekening ook een beschrijving van de maatregelen tegen geurhinder nodig.

Bij het nemen van maatregelen geldt in zijn algemeenheid het BBT-principe. Dit betekent dat het bevoegd gezag ook de kosteneffectiviteit van de maatregel meeweegt. Voor de beoordeling van de kosteneffectiviteit van geurhinderbestrijdingsmaatregelen bestaat geen landelijk geaccepteerd beoordelingssysteem (www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/ner/geur-0/handleiding-geur/voorbeelden/kostenafweging-drie/voorbeeld/).

En het kan zelfs nog een stap verder gaan:

Het bevoegd gezag kan binnen vier weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien onvoldoende aannemelijk is dat aan artikel 3.5b en artikel 3.5d, respectievelijk artikel 3.140 wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd.
5 Een geuronderzoek als bedoeld in het vierde lid wordt uitgevoerd overeenkomstig NTA 9065 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2016-01-01#Hoofdstuk1_Afdeling1.2_Artikel1.17).

De Roever Omgevingsadvies heeft zo een onderzoek uitgevoerd voor een microbrouwerij op 6 juli 2015:
Gebouw 5 op het NRE terrein, FIFTH|NRE, is een samenstel van gebouwen bestaande uit podiumzaal, jazzrestaurant, micro-brouwerij, grandcafé en kantoorruimte. Voor het gebouw met de podiumzaal van FIFTH|NRE is een melding ingediend op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze beoordeling voor het aspect geur behoort bij de melding op grond van het Activiteitenbesluit. De melding omvat twee geurbronnen, waarvan de invloed op geurgevoelige locaties in de omgeving moet worden beoordeeld:
- restaurant;
- stadsbrouwerij
...
Voor de beoordeling van de geurhinder door de stadsbrouwerij moet in eerste instantie worden uitgegaan van de bijzondere regeling voor bierbrouwerijen uit de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). Deze bijzondere regeling heeft alleen betrekking op grote bierbrouwerijen (IPPC). De beoogde stadsbrouwerij is geen IPPC-inrichting. Deze valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor kleinere bierbrouwerijen (niet-IPPC) gelden de regels uit de Activiteitenregeling.
Net als bij het restaurant is bij de stadsbrouwerij volgens de Activiteitenregeling (artikel 3.103 lid 1) sprake van ‘bedrijfsmatige voedselbereiding'. Voor het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder moet voldaan worden aan de voorschriften die staan in de Activiteitenregeling. Geur is voor deze activiteit uitputtend geregeld (www.eindhoven.nl/ruimtelijkeplannen/plannen/NL.IMRO.0772.80258-/NL.IMRO.0772.80258-0301/b_NL.IMRO.0772.80258-0301_tb14.pdf).

Bijzonder dat een onderzoek van 2015 verwijst naar de NER terwijl deze regeling voor brouwerijen al niet meer bestaat? Ik had in 2014 al aandacht voor de NER (omdat ik dacht dat het leek op de MER). 

Volgens mij valt een brouwerij onder een andere paragraaf dan een restaurant in het Activiteitenbesluit en zijn er andere kaders. Waar het echter om gaat zijn de maatregelen:

Maatregelen
Voor de beoogde stadsbrouwerij is gekozen voor afzuiging met een hoogte van ten minste twee meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd. De afzuiging is weergegeven op afbeelding 2. Binnen 25 meter van de afzuiging liggen geen andere gebouwen. De afzuiging bevindt zich op een hoogte van 2 meter boven de hoogste daklijn van het eigen gebouw..... Bij kleine brouwerijen moet de geurconcentratie op immissieniveau worden beperkt door het toepassen van maatregelen volgens de stand der techniek die in de hierna genoemde lijst zijn aangegeven, via good housekeeping en het gesloten houden van installaties en productieruimten. De geurconcentratie op immissieniveau kan ook worden beperkt door het verhogen van het emissiepunt van de dampen van de kookketel. Onder de maatregelen volgens de stand der techniek bij kleine brouwerijen wordt het volgende verstaan:
- het sluiten van deuren en ramen van het brouwhuis;
- het afdekken van de bostelbakken;
- het regelmatig reinigen van de bostelsilo;
- het beperken van de uitstoot bij vergisting en lagering door het plaatsen van een wasfles ter absorptie van de reukstoffen uit het koolzuur voordat deze naar buiten wordt afgeblazen;
- de gistopslag (voor hergebruik en afvoer) laten plaatsvinden in gesloten tanks;
- het combifilter (kiezelgoer en sterielplaten) uitvoeren in een gesloten systeem;
- de deksels van de rotapool, de bierketel en de klaringskuip gesloten houden;
- de opslag van verbruikt kiezelgoer afdekken;
- het afwateringssysteem gesloten uitvoeren;
- het dichten van kieren in het brouwhuis.
Als zich woningen bevinden op korte afstand van een kleine brouwerij en er is sprake van geurhinder, dan kunnen maatregelen op het gebied van good housekeeping worden toegepast om de uitworp van geur uit diffuse bronnen te verminderen of een schoorsteen kan dienen om de immissieconcentratie op leefniveau te verlagen.  (www.eindhoven.nl/ruimtelijkeplannen/plannen/NL.IMRO.0772.80258-/NL.IMRO.0772.80258-0301/b_NL.IMRO.0772.80258-0301_tb14.pdf).

De belangrijkste hindercomponent bij een brouwerij is geur. Het is technisch mogelijk om zodanig te brouwen dat er geen sprake is van geuroverlast. In de gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft men hierin ervaring. De heer Van Loon neemt maatregelen die voorkomen dat er geurhinder ontstaat. De kookdampen worden gecondenseerd via een condensor die op de pan geplaatst wordt. Hierdoor worden de kookdampen als condenswater afgevoerd via het riool. Deze brouwmethode doet geen
afbreuk aan het ambachtelijke brouwproces waarnaar hier gestreefd wordt en is goed toepasbaar. Daarnaast wordt een koolstoffilter geplaatst om eventueel nog resterende geuren te filteren (www.heusden.nl/risarchief/LoketDocumenten/02_d_1.%20ruimtelijke%20onderbouwing.pdf).

Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets
De Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) is een afweging van het bevoegde gezag om te bepalen of het bevoegd gezag wel of niet instemt met het uitvoeren van die activiteit op een specifieke locatie. De omgevingsvergunning beperkte milieutoets bevat geen voorschriften, het is een ja- of nee-beschikking.
De OBM moet verplicht worden aangevraagd, omdat in categorie D37.1 van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage de oprichting, wijziging of uitbreiding van een bierbrouwerij is vermeld. Bij bierbrouwerijen moet dus worden beoordeeld of een milieu-effectrapportage (MER) opgesteld moet worden. Deze toets lijkt overtrokken, omdat het bij kleine brouwerijen vaak niet veel onderscheid is met horeca, maar niet vergeten moet worden dat in de milieuwetgeving er geen onderscheid wordt gemaakt in omvang. Door de OBM heeft het bevoegde gezag de mogelijkheid om onderscheid te maken in grote en kleine brouwerijen. In de aanvraag om OBM kan worden aangegeven hoe kleinschalig de omvang van de brouwerij is.
Het aanvraagformulier voor de OBM is te vinden op het Omgevingsloket Online (OLO) en omvat naast de algemene NAW-gegevens enkel twee hokjes om aan te vinken. Naast het aanvraagformulier moet ook een toelichting worden gevoegd. In deze toelichting moet ingegaan op de aard en omvang van de brouwerij. Hierbij dient aandacht te zijn voor onder meer de aspecten geur, geluid en verkeersaantrekkende werking. Het blijkt dat het opstellen van een melding en het aanvragen van een OBM voor veel brouwers een klus is die veel vragen oproept. Exsin kan u hierbij ondersteunen. Wij kunnen uw vragen beantwoorden of desgewenst voor u een melding Activiteitenbesluit, tezamen met een aanvraag OBM verzorgen (http://exsin.nl/milieu-en-ruimtelijke-regelgeving-voor-microbrouwerijen-niet-eenvoudig-exsin-kan-u-helpen/).

Nu zullen de regels in België anders zijn, maar de technieken zullen vergelijkbaar zijn:
In opdracht van de Vlaamse Regering is bij VITO in 1995 een kenniscentrum voor Beste
Beschikbare Technieken opgericht. Dit BBT-kenniscentrum heeft als taak informatie te verspreiden
over milieuvriendelijke technieken in bedrijven.
...
Voor producenten van mout, alsook brouwerijen, worden stofemissies (droog stof) relevant
geacht. Alle Vlaamse mouterijen passen, naast preventieve maatregelen ter beperking van stofemissies, ook doekfilters toe ter behandeling van de afgezogen lucht. Voor zover bekend, is dit ook het geval voor de meeste Vlaamse brouwerijen.
...
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van het watergebruik in drankenbedrijven zijn: een
CIP-reinigingssysteem zoveel als mogelijk toepassen en optimaliseren, het watergebruik in de
spoelzone van de flessenreinigingsinstallatie optimaliseren bij herbruikbare flessen en het surplus
aan water hergebruiken bij pasteurisatie van dranken in verpakking.
...
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van het energieverbruik in drankenbedrijven zijn:
overmatig energieverbruik in verwarmings- en koelprocessen voorkomen, warmteterugwinning
toepassen en optimaliseren, en biogas valoriseren dat gevormd wordt tijdens de anaerobe zuivering
van afvalwater.
Enkele voorbeelden van BBT ter beperking van afval/nevenstromen in de drankenindustrie zijn:
het afvulproces optimaliseren en uitgaande stromen scheiden ter optimalisatie van gebruik, hergebruik, terugwinning, recyclage en verwijdering.
...
Om concreet inhoud te kunnen geven aan het begrip BBT, dient de algemene definitie van VLAREM
I nader verduidelijkt te worden. Het BBT-kenniscentrum hanteert onderstaande invulling van de drie elementen.
“Beste” betekent “beste voor het milieu als geheel”, waarbij het effect van de beschouwde techniek op de verschillende milieucompartimenten (lucht, water, bodem, afval) wordt afgewogen;
“Beschikbare” duidt op het feit dat het hier gaat over iets dat op de markt verkrijgbaar en redelijk in kostprijs is. Het zijn dus technieken die niet meer in een experimenteel stadium zijn, maar effectief hun waarde in de bedrijfspraktijk bewezen hebben. De kostprijs wordt redelijk geacht indien deze haalbaar is voor een ‘gemiddeld’ bedrijf uit de beschouwde sector én niet buiten verhouding is tegenover het behaalde milieuresultaat;
“Technieken” zijn technologieën én organisatorische maatregelen. Ze hebben zowel te maken met procesaanpassingen, het gebruik van minder vervuilende grondstoffen, end-of-pipe maatregelen, als met goede bedrijfspraktijken. Het is hierbij duidelijk dat wat voor het ene bedrijf een BBT is dat niet voor een ander hoeft te zijn. (zie http://emis.vito.be/sites/emis.vito.be/files/pages/migrated/BBT_dranken_eindrapport.pdf).



vrijdag 30 december 2016

Decembernieuws zoveel

Zou ik hier niet beter een jaaroverzicht gaan geven van nieuws? Nee, daar zijn vast andere sites veel beter in. Laat ik het houden bij mijn allegaartje aan feitjes en nieuwtjes...



Bier is één van de foodtrends voor 2017.
Waar 2016 het jaar van de avocado was, wordt 2017 het jaar van spicy eten en bier volgens Biernet, die zich baseren op www.nu.nl/cookloveshare-mediapartner/4371515/spicy-eten-en-bier-foodtrends-van-2017.htmlBier drinken mannelijk? Nee hoor, inmiddels drinken vrouwen net zo lief een biertje als mannen. Waar deze trend vandaan komt? Onze liefde voor ambachtelijke producten. ...De kleine brouwerijen schieten als paddenstoelen uit de grond en er zijn steeds meer speciale bierfestivals. Ode aan het (speciaal)biertje.

Miljoen bezoekers Heineken Experience
De Heineken Experience mag zich vanaf deze maand rekenen tot een attractie met een miljoenen publiek.
De Heineken Experience is de afgelopen jaren gegroeid als kool. De oude brouwerij opende in 2008 de deuren voor het publiek. Het bezoekersaantal sprong van 433.000 in 2010 naar 887.000 in 2015. Naar verwachting heeft het museum aan het eind van dit jaar 1.027.500 bezoekers ontvangen. Dat betekent een flinke groei van 15,8 procent.
De miljoenste bezoeker, een Belg, werd feestelijk ontvangen door de directeur en beloond met levenslang gratis toegang tot de Heineken Experience (www.biernet.nl/nieuws/miljoen-bezoekers-heineken-experience).

Tony'€™s Chocolate Milk Stout
Er is weer bier van Tony's Chocolonely. Samen met de Amsterdamse Brouwerij de Prael ontwikkelden ze Tony's Chocolate Milk Stout. De flesjes zijn vanaf januari 2017 te koop bij Marqt, Gall & Gall, Mitra, een aantal Albert Heijn-winkels, zelfstandige slijterijen en in Tony’s Store aan de Polonceaukade 12 in Amsterdam (www.biernet.nl/nieuws/tonys-chocolate-milk-stout).

Leidse bierbrouwerijen presenteren gezamenlijk gebrouwen bier
Ze noemen zichzelf nog net geen vriendengroep maar de vier Leidse bierbrouwerijen zijn absoluut geen concurrenten. Woensdagavond presenteerden de brouwerijen gezamenlijk een eigen bier, de ‘Keytown Collab 2016’.
'De een is hier goed in. De ander is daar weer goed in. Zo vullen we elkaar mooi aan', legt Jan-Willem Fukkink, van de Leidsche Bierbrouwerij, uit. Van concurrentie is absoluut geen sprake. 'We zijn concullega's van elkaar. Dat is voor de biercultuur in Leiden alleen maar goed.'
'Het is bier met gember en speculaas. Heel bijzonder. Maar toch, als wij het zelf hadden gemaakt hadden we het natuurlijk wel iets anders gedaan', besluit Kienjet van Brouwerij Gunst met een knipoog. Het bier is vanaf donderdag te koop bij diverse Leidse slijterijen (www.unity.nu/Artikelen/leiden/leidse-bierbrouwerijen-presenteren-gezamenlijk-gebrouwen-bier-).

Bird Brewery
Bird Brewery brouwt o.a. Nognietnaar Huismus (American Brown Ale) en Datsmaaktnaar Meerkoet (Scotch Ale) (http://biernederland.nl/).

De Koninck Flowering Citrus Ale
Brouwerij De Koninck ging een unieke samenwerking aan begin 2016 met de New Belgium Brewing Company in Colorado. Die Amerikaanse brouwerij wilde ter gelegenheid van haar 25ste verjaardag een uniek, fris biertje op de markt brengen. Het resultaat is een uniek craft beer: De Koninck Flowering Citrus Ale.
De Koninck Flowering Citrus Ale is volgens de brouwer zelf “een hemelse explosie van citrusvruchten en bloemen”. “Je proeft frisse limoen- en citroentoetsen en ruikt het aroma van hibiscus en rozenblaadjes.” Het bier heeft een alcoholpercentage van 7,5% (www.gva.be/cnt/dmf20161227_02646349/de-koninck-verkoopt-uniek-amerikaans-antwerps-bier).

‘Liefdesbier’ laat je proeven van geluk: “Dankzij lustopwekkende kruiden”
Brouwer Joeri Cools (43) uit Sleidinge hoopt dat hij met zijn liefdesbier ‘Libidus’ een gat in de markt heeft gevonden. Na de 6.000 hectoliter amberkleurige ‘Pearl’, wil hij ook 3.000 hectoliter van zowel de donkere ‘Onyx’ als de fruitige ‘Kwarts’ op de markt brengen. Een waagstuk waarvoor hij 100.000 euro investeert.
De tekst ‘Libidus is het perfecte begin van een gelukkig eindigend verhaal’ aan Cools’ woning, is zijn filosofie achter het nieuwe bier. Dat amberkleurig gerstenat van 6,9 volumeprocent met hergisting op de fles is artisanaal gebrouwen bij Contreras in Gavere (www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161227_02647097).

Titel Brabants Lekkerste Bier zorgt voor flinke groei
Stadsbrouwerij Wilskracht in Ravenstein ging dit jaar aan de haal met de eervolle titel Brabants Lekkerste Bier, een wedstrijd van Brabants Dagblad en de twee andere Brabantse kranten. Die titel legt ze geen windeieren. 
Om aan de sindsdien toegenomen vraag te voldoen, moest de productie opgevoerd van 500 liter per twee of drie weken naar 500 liter per week. Dat zijn 1500 flesjes. Meer kan de huidige installatie niet aan.
Met meer gisttanks erbij kan de productie wel verder opgekrikt tot maximaal 500 hectoliter per jaar. „De groei is veel sneller gegaan dan we hadden durven dromen. De acceptatie van onze bieren is vrij snel van de grond gekomen. De wedstrijd heeft dat proces verder versneld." (www.bd.nl/regio/oss-uden-veghel-e-o/oss/titel-brabants-lekkerste-bier-zorgt-voor-flinke-groei-1.6785621)

Belgische en Nederlandse Halve Maan
Vanaf nu is er maar één brouwerij Halve Maan en dat is die van Brugge: Nederlandse bierbrouwerij verandert na twee eeuwen van naam 20/12/2016 om 06:59 door Koen Theuns - Print

Xavier Vanneste van De Halve Maan en zijn Nederlandse collega John Vermeersen
Opmerkelijke akkoord tussen brouwerij De Halve Maan uit Brugge en een naamgenoot in Hulst in Nederland: die laatste verandert na twee eeuwen van naam “om praktische redenen. Er kwamen facturen en zelfs bezoekersbussen aan op het verkeerde adres.”
Wie een biertje drinkt van brouwerij De Halve Maan, is voortaan zeker dat het om een Belgisch biertje gaat. Tot voor kort prijkte die naam ook op flesjes bier afkomstig uit de Nederlandse gemeente Hulst, op amper 75 kilometer van Brugge. Geen Straffe Hendrik en Brugse Zot, wel bieren als Lazarus en Zondebok gaan er sinds 1820 op de fles, met vermelding van De Halve Maan. Tot nu dus, want de Nederlandse brouwerij verandert haar naam naar Bierbrouwerij Vermeersen en past het logo aan op al haar producten. Dat zijn de twee brouwerijen in een minnelijk akkoord overeengekomen.
Xavier Vanneste van De Halve Maan en zijn Nederlandse collega John Vermeersen spreken over een beslissing uit praktische overwegingen (www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161219_02635492). Toch opvallend hoe de Belgische verslaglegging afwijkt -in positieve zin- van de Nederlandse tekst.

Correctie Widdershoven : het gelijkheidsbeginsel
Een bedrijf of een omwonende kan met een beroep op het gelijkheids- of het vertrouwensbeginsel bereiken dat de bestuursrechter alsnog een besluit toetst aan een norm die strikt genomen niet hun belangen beoogt te beschermen. Wil zo'n beroep kunnen slagen, dan zal aan bepaalde vereisten moeten worden voldaan. Staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven adviseert dus om de toepassing van het relativiteitsvereiste te corrigeren. Dit staat in zijn conclusie die hij op 2 december 2015 heeft uitgebracht. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had hem gevraagd een conclusie te nemen in een zaak over het bestemmingsplan 'Blaloweg en Katwolderweg (voormalig Shell-terrein en omgeving)' van de gemeente Zwolle. Het bestemmingsplan maakt een nieuwe bouwmarkt mogelijk in Zwolle waartegen een concurrerende bouwmarkt in beroep is gekomen (www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=798) (zie ook www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=85936).

In een drietal uitspraken van de Afdeling van 28 december 2016 komt de Afdeling tot het oordeel dat in de slijterij binnen een supermarkt altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn [Lees de volledige tekst van de uitspraken van 28 december 2016 met zaaknummers 201507699/1 (Sint-Oedenrode), 201507606/1 (Someren) en 201508017/1 (Schijndel).]. De Drank- en horecawet (Dhw) verplicht ertoe om binnen een inrichting (een afgesloten ruimte waarbinnen de sterke drank mag worden verkocht) altijd een leidinggevende aanwezig te hebben. De discussie die in bedoelde uitspraken speelde, was die of het voldoende was dat er een leidinggevende van de supermarkt zelf altijd in de supermarkt aanwezig was, of dat deze daadwerkelijk binnen het slijterij gedeelte aanwezig moet zijn. Dit laatste is dus het geval.
In de DHW (artikel 1) wordt een leidinggevende gedefinieerd als:
1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het ijtersbedrijf wordt uitgeoefend;
3. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;
3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;
Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis oordeelt de Afdeling "Gebleken is dat de omschrijvingen van de begrippen inrichting, lokaliteit, horecalokaliteit en slijterslokaliteit in onderlinge samenhang tot enige verwarring kunnen leiden. In de thans voorgestelde formulering is helder dat een inrichting bestaat uit alle lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend. Bij een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, vallen onder de inrichting de horecalokaliteit (dat is de ruimte, waarin in ieder geval alcoholhoudende drank maar ook voedsel wordt geserveerd), de keuken, de toiletten, de gangen, de voorraadruimten en alle andere ruimten die voor de bedrijfsvoering nodig zijn.
Bij een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend zal altijd sprake zijn van een slijtlokaliteit, waarin de winkelfunctie wordt uitgeoefend. Daarnaast zullen er vaak een voorraadruimte en andere ruimten zijn."
Uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1, eerste lid, van de Dhw volgt derhalve dat besloten ruimten waarin niet het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, niet tot de inrichting behoren, ook al zijn die besloten ruimten op hetzelfde adres of in hetzelfde pand gevestigd als een besloten ruimte waarin wel het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Of het slijtersbedrijf en de supermarkt door dezelfde onderneming worden geëxploiteerd, doet niet ter zake. Het oordeel van de Afdeling verbaast in deze niet. Wel is duidelijk dat dit nog al wat effect zal hebben op de praktijk. De in de supermarkt vaak geringe ruimte die is gereserveerd als slijterij dient nu te worden bemand door niet alleen een verkoper, maar ook een leidinggevende. Concreet zal dit hoogstwaarschijnlijk meebrengen dat het personeel van de slijterij als leidinggevende wordt opgeleid (met alle - financiële - gevolgen van dien) alvorens zij in de slijterij werkzaam kunnen zijn.
Correctie Widdershoven
Een ander (juridisch) zeer interessant aspect van deze uitspraak is de succesvolle toepassing van de correctie Widdershoven. Op 16 maart 2016 deed de Afdeling uitspraak waarin de correctie Widdershoven in het bestuursrecht werd geïntroduceerd. De correctie houdt in dat de schending van een wettelijke norm die niet strekt ter bescherming van de belangen van een belanghebbende kan bijdragen tot het oordeel dat een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die wel strekt tot de bescherming van de belangen van de belanghebbende is geschonden. In onderhavige uitspraken is dit relevant voor het beroep van de Slijtersunie bij de Rechtbank Oost-Brabant, waarvan in het hoger beroep door appellanten werd gesteld dat het relativiteitsvereiste aan de Slijtersunie had dienen te worden tegengeworpen. Het relativiteitsvereiste staat immers in principe in de weg aan een geslaagd beroep op een voorschrift van de Dhw door de Slijtersunie, omdat de Dhw strekt ter bescherming van de volksgezondheid en openbare orde en niet ter bescherming van de (concurrentie) belangen van de Slijtersunie. De Afdeling oordeelt evenwel dat de Slijtersunie in deze zaken wel een beroep op de Dhw kon doen. Een ander oordeel zou er toe leiden dat wordt toegestaan dat in slijterijen in supermarkten geen leidinggevende aanwezig is, terwijl dit niet is toegestaan bij zelfstandige slijterijen. Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en rechtvaardigt naar het oordeel van de Afdeling een correctie op het relativiteitsvereiste. Op het randje van 2016 een nog zeer memorabele uitspraak (www.vastgoed-advocaten.nl/werkvelden/overheid/article-correctie_widdershoven_redt_slijtersunie) (www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/afdeling-bestuursrechtspraak-raad-van-state-aanvaardt-correctie-op-het-relativiteitsvereiste-869a-awb/) (www.omgevingsweb.nl/samenvatting/130805) (www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=1010).

Dat zo'n correctie mogelijk is bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak in haar uitspraak van 16 maart 2016, nadat staatsraad advocaat-generaal Widdershoven hierover een conclusie [in 2015] had uitgebracht.
...
SlijtersUnie had de burgemeesters van Sint-Oedenrode, Someren en Schijndel gevraagd om maatregelen te nemen tegen drie slijterijen in supermarkten in hun gemeenten. Volgens SlijtersUnie was er in de slijterijen niet permanent een leidinggevende aanwezig, terwijl de Drank- en Horecawet dat volgens hen wel verplicht. De burgemeesters wezen de verzoeken van SlijtersUnie af, omdat in hun visie de supermarkt en de slijterij samen de 'inrichting' vormen. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in 2015 in drie afzonderlijke uitspraken dat de Drank- en Horecawet wel is overtreden. Tegen die uitspraken kwamen de burgemeesters, de supermarkten en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Inrichting
Het gaat in deze zaken om het begrip 'inrichting'. Uit de Drank- en Horecawet volgt dat in een 'inrichting' tijdens openingstijden een leidinggevende aanwezig moet zijn. Volgens de burgemeesters, de supermarkten en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel is voldoende dat een leidinggevende in de supermarkt aanwezig is en hoeft deze niet permanent aanwezig te zijn in de slijterij zelf. Zij gaan er daarbij vanuit dat de supermarkt zelf ook deel uitmaakt van de 'inrichting'. Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is dat niet het geval. Uit de wet en de wetsgeschiedenis volgt dat een "inrichting niet bestaat uit het gehele pand, waarin zowel de supermarkt als de slijterij is gevestigd, maar slechts uit de daarin gesitueerde besloten ruimten waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend". Naast de slijterij zelf kunnen bijvoorbeeld ook een kantoor en een voorraadruimte deel uitmaken van de 'inrichting', maar deze ruimten moeten dan wel direct in de buurt van de slijterij liggen en direct zicht bieden op de slijterij, aldus de hoogste bestuursrechter (/www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=1010).





Speciaalbier van de Belgen is Unesco werelderfgoed!
Het speciaalbier van de Belgen is op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. Het land heeft een biercultuur om trots op te zijn, vindt de VN-organisatie (www.rtlnieuws.nl/nieuws/laatste-videos-nieuws/bier-drinken-in-belgie-is-nu-een-culturele-belevenis). Het Immaterieel Erfgoedcomité van UNESCO heeft tijdens zijn jaarlijkse vergadering 33 tradities, ambachten en gebruiken ingeschreven op de Internationale Representatieve Lijst van Immaterieel Erfgoed. Een van de inschrijvingen betreft de Belgische biercultuur. Het totale aantal ingeschreven elementen komt hiermee op 366 (www.unesco.nl/artikel/immateriele-erfgoederen-toegevoegd-aan-unescos-representatieve-lijst): Making and appreciating beer is part of the living heritage of a range of communities throughout Belgium. It plays a role in daily life, as well as festive occasions. Almost 1,500 types of beer are produced in the country using different fermentation methods. Since the 80s, craft beer has become especially popular. There are certain regions, which are known for their particular varieties while some Trappist communities have also been involved in beer production giving profits to charity. In addition, beer is used for cooking including in the creation of products like beer-washed cheese (http://www.unesco.org/culture/ich/en/RL/beer-culture-in-belgium-01062De Belgische biercultuur is onlangs door UNESCO uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed. Iets om fier op te zijn, maar waarom is onze biercultuur zo speciaal? (http://newsmonkey.be/article/74428)



Brouwketels gaan naar Texas
De installatie waarmee wijlen Pierre Celis het Hoegaards witbier in 1965 weer op de markt bracht is net voor kerstmis toegekomen in Austin (Texas).
Dochter Christine Celis zopekt nu alle mogelijke hulp om met de honderd jaar oude installaties, naar oude recept, het bier van Pierre opnieuw te brouwen. Er ontstaat een brouwerij, met museum, in Austin, aan de Metric Boulevard onder de naam Flemish Fox beers. Ook de asurne van Pierre Celis kan een plaats krijgen in Austin. Oudere brouwersgraven in Hoegaarden worden behouden op de lokale begraafplaats (www.nieuwsblad.be/cnt/blrbi_02645543).


Toeristische borden aan vervanging toe
Er dringt zich een grote schoonmaak op in het bos van toeristische bordjes in de gemeente. Van in de jaren zeventig zijn de zeshoekige borden voor toeristische routes in gebruik. De autoroutes kwamen het eerst. Daarvan getuigt hier en daar nog een vergeten bord met "Pepijnroute". Daarna pakten diverse organisaties uit met kleinere zeshoekjes: wielerroutes van serviceclubs, wandelingen van Toerisme Vlaams-Brabant, wegwijzers door de natuurgebieden van Natuurpunt. Niet alle routes zijn nog intact. De Grote Routepaden (GR) brachten daarenboven aanduidingen aan in rood-witte verf. Hun "wandelboom" op de Beek (Tiensestraat/Stoopkensstraat) werd ooit geveld.
Gemeenteraadslid Herwig Princen (Open VLD) wees op de jongste raadszitting op "slordige borden". "Een grote chaos", zo zei hij. Hij stelde vast dat er voor de vervanging geen budget is voorzien in 2017. Schepen Marleen Lefevre (CD&V) antwoordde dat de bordjes niet worden verwijderd. Ze blijven hangen omdat ze nog zullen dienen voor geactualiseerde wandel- en fietspaden. Er komen dan nieuwe klevers op (www.nieuwsblad.be/cnt/blrbi_02650338).

Open brief Zythos vzw
Zythos vzw heeft een open brief geschreven aan de politiek in het algemeen, en aan Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in het bijzonder. In het kader van het aankomende Alcoholplan (www.belgischbier.eu/service/2016_zythos_alcoholplan_open_brief.pdf): Verbieden en onbereikbaar maken is volgens ons niet de juiste methode om alcoholgerelateerde problemen te bannen. De sleutel tot het terugdringen ervan ligt, denken wij, op twee domeinen:
1) Bewustmaking van de gevaren
2) Leren omgaan met alcohol
Wij zien hier een rol weggelegd voor regering, school, verenigingen, producenten, HORECA,
drankenhandels, kortom, onze gehele samenleving via sensibiliseringscampagnes allerhande

Belgische brouwers lanceren campagne '16 jaar? Bewijs 't maar!'
Toeval dat er een nieuwe campagne komt op de vooravond van en nieuw alcohol-actieplan?



De Belgische Brouwers hebben samen met de horecafederaties de campagne "16 jaar? Bewijs 't maar!" gelanceerd. Met deze sensibiliseringscampagne willen ze dat jongeren zelf het initiatief nemen om hun leeftijd te bewijzen als ze bier willen kopen of drinken.
De horecafederaties en de Belgische brouwers zijn overtuigd van het feit dat kinderen onder de 16 jaar geen alcohol moeten drinken. Daarom lanceren ze de sensibiliseringscampagne "16 jaar? Bewijs 't maar!". "Het moet voor jongere klanten een evidentie worden om zelf het initiatief te nemen om hun leeftijd te bewijzen", zegt Jean-Louis Van de Perre, voorzitter van de Belgische Brouwers. "Bij het bestellen van bier moet het tonen van een ID-bewijs door jongere klanten als normaal worden beschouwd. Met de slogan '16 jaar? Bewijs 't maar!' nodigen we hen uit om steeds hun bewijs bij de hand te hebben. Daarmee maken we het voor de horecaondernemer makkelijker om ernaar te vragen." (www.demorgen.be/binnenland/belgische-brouwers-lanceren-campagne-16-jaar-bewijs-t-maar-be6339cd/)

Dat klinkt veel logischer dan de Nederlandse aanpak waarbij iemand die ouder van 25 is, gevraagd kan worden om zichzelf te legitimeren om aan te tonen dat er inderdaad geen legitimatieplicht is.... Die geldt immers tot 20 jaar!? En onder de 18? Dan geen alcohol...



Danny Van Assche, afgevaardigd bestuurder van Horeca Vlaanderen, reageert tevreden. Van Assche herinnert eraan dat het verboden bier is te verkopen aan klanten jonger dan 16 jaar. "Uit onderzoek blijkt dat dit in de praktijk best lastig kan zijn. Ongeveer vier op de vijf cafés schenkt alcohol aan jongeren onder de wettelijke leeftijdsgrens. Dit moet en kan anders." (www.demorgen.be/binnenland/belgische-brouwers-lanceren-campagne-16-jaar-bewijs-t-maar-be6339cd/)

Op www.16jaarbewijshetmaar.be/ zijn allerlei tips te vinden voor ouders, zoals: Geef uw kind zelfvertrouwen
Een jongere met genoeg zelfvertrouwen kan gemakkelijker een aangeboden drankje afslaan.
Jongeren die minder zelfvertrouwen hebben, zullen eerder geneigd zijn om alcohol te drinken. Als ouder kunt u meehelpen om het zelfvertrouwen te ontwikkelen. Geef uw kind regelmatig complimenten. Benadruk hun positieve eigenschappen. En voorkom dat kinderen zich door uw reacties gaan schamen voor hun gedrag. 

donderdag 22 december 2016

milieuneutraal veranderen van een inrichting van Heineken Nederland Supply aan de Rietveldenweg 25 te 's-Hertogenbosch

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft op 11 november 2014 een aanvraag ontvangen van Heineken. Op 22 december 2014 werd een vergunning verleend onder kenmerk C2160207/3729328 voor het milieuneutraal veranderen van een inrichting van Heineken Nederland Supply aan de Rietveldenweg 25 te 's-Hertogenbosch (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196). Vandaag alweer 2 jaar geleden...

De aanvraag gaat over het saneren van de bestaande ondergrondse opslag van ethanol (inhoud 10.000 l) en het realiseren van een opslag in een bovengrondse IBC van 1.000 l. De IBC wordt rechtstreeks aan het proces gekoppeld. De ethanol moet er voor zorgen dat het koelwater niet bevriest (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

Het bedrijf heeft al meer vergunningen:
Revisievergunning* 23-01-2013 C1690433/3340839 Nieuwe vergunning voor gehele bedrijf
Milieuneutraal veranderen 06-02-2013 C2099015/3350100 Plaatsen 2 maltosetanks
Milieuneutraal veranderen 27-02-2013 C2110874/3365420 Vervangen 3 CO2 opslagtanks
Milieuneutraal veranderen 18-09-2013 C2118100/3469778 Bouw mouttransportsysteem
Milieuneutraal veranderen 06-06-2014 C2135826/3602985 Plaatsing 2 suikersilo’s
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn  volgens de Invoeringswet Wabo
gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

Ik dacht dat voor brouwerijen een melding Activiteitenbesluit met een OBM voldoende was, maar blijkbaar is dat dus niet altijd zo.

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo
juncto artikel 3.3 lid 1 van het Bor. De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I
onderdeel C categorie 1.3.b van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een
IPPC-installatie behoort (cat. 6.4.b) (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, wordt aangemerkt als een type C inrichting met
IPPC-installatie.
Volgens de aanvraag vinden de volgende activiteiten plaats, die vallen onder de werkingssfeer van
het Activiteitenbesluit:
 Het saneren van een ondergrondse ethanoltank en
 Het lozen van hemelwater, dat niet afkomstig van een bodembeschermende voorziening.
Op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moeten deze activiteiten worden gemeld. De
aanvraag wordt ten aanzien van de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen aangemerkt
als melding.
Voor de aangevraagde activiteiten houdt dit in dat - voor zover deze betrekking hebben op de
genoemde (deel)activiteiten - moet worden voldaan aan de volgende artikelen uit het
Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling  (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

De OBM is vanwege de MER:

Heineken is een bierbrouwerij. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage
zijn onder categorie 37.1 de bierbrouwerijen genoemd. Uit de omschrijving van de kolom
‘activiteiten’ blijkt dat het moet gaan om ‘De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie
van een bierbrouwerij’. Wij hebben geoordeeld het hier niet een verandering betreft aan een
installatie, die bestemd is voor de productie van bier. De M.e.r. beoordelingsplicht is daarom niet
van toepassing  (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

Als voorschrift is gesteld: Ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem als referentiesituatie moet een nulsituatieonderzoek zijn uitgevoerd ter plaatse van de opstelplaats van de IBC met ethanol  (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

Vanuit het oogpunt van de bescherming van de bodem valt de opslag van ethanol in een IBC te
verkiezen boven de opslag in een ondergrondse tank. Visuele controle op de (bovengrondse) opslag
in een IBC is namelijk altijd mogelijk.
Voor het laten uitvoeren van een nulsituatieonderzoek hebben wij, op grond van artikel 2.11 lid 2
uit het Activiteitenbesluit, een maatwerkvoorschrift opgenomen, namelijk voorschrift 1.1.1. ... De bescherming van de bodem is voor type C bedrijven met een IPPC-installatie geregeld in het
Activiteitenbesluit (afdeling 2.4). Echter, de verplichting tot het uitvoeren van een nulsituatieonderzoek (artikel 2.11, eerste lid het de Activiteitenbesluit), geldt niet voor type C bedrijven met een IPPC-installatie. Middels een maatwerkvoorschrift kan de uitvoering van dit onderzoek aan de vergunning verbonden worden  (www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=43196).

Op www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/themas/bodem-0/bodembescherming/bodemonderzoek/ lees ik:

Artikel 2.11 lid 1 van het Activiteitenbesluit geldt niet voor inrichtingen met een IPPC-installatie. Omdat volgens dit lid een situatierapport binnen drie maanden na oprichting van de inrichting moet worden opgestuurd.
Voor inrichtingen met een IPPC-installatie is in artikel 4.3 lid 2 van de Regeling omgevingsrecht opgenomen dat het situatierapport voor de start van de activiteiten moet worden ingediend (bepaling voortkomend uit de Richtlijn Industriële Emissies).
In geval van veranderingen binnen een bedrijf kan het bevoegd gezag gemotiveerd eisen dat een bodemonderzoek ter plaatse nodig is. En een maatwerkvoorschrift opstellen. Daarnaast moet het bedrijf binnen zes maanden na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten een bodemonderzoek uitvoeren. Daarna moet  binnen zes maanden na toezending van het bodemonderzoek aan het bevoegd gezag, veroorzaakte verontreiniging verwijderd worden.
Het uitvoeren en rapporteren van bodemonderzoek moet gebeuren door een erkend bedrijf op grond van het Besluit bodemkwaliteit en voldoen aan de NEN 5740. Een aanwezige vloerstofdichte vloer of verharding wordt tijdens bodemonderzoek niet doorboord of aangetast (www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/themas/bodem-0/bodembescherming/bodemonderzoek/).

Dus Heineken moet een bodemonderzoek doen naar ethanol in de bodem voor de verandering van hun opslagmethode (IBC ipv ondergrondse tank).

Een IBC container (Intermediate Bulk Container) is een van de nieuwere vormen van industriële verpakkingen met als groot voordeel meer volume inhoud op dezelfde vierkante meter. De IBC containers zijn verkrijgbaar in een 1000 liter en 600 liter uitvoering. De 1000 liter uitvoering is de meest gebruikte in de handel....Door de vorm en afmeting neemt de 1000 liter IBC container net zoveel ruimte in als 1 pallet met 4 stuks 200 liter vaten maar kan tot 20% meer vloeistof bevatten en zijn tot 2-hoog te laden in een zeecontainer.

De IBC containers zijn uitgevoerd met een stalen doorzichtig framewerk op een stalen, kunststof of houten pallet met daarin een kunststof blaas van HDPE (hoge dichtheid poly ethyleen) met aan de bovenzijde een vuldop van 150 mm of 225 mm, en aan de onderzijde een aftapkraan met een 2'' of 3'' aansluiting.
IBC containers zijn standaard uitgevoerd met een naturel binnenblaas (doorzichtig) maar zijn ook te verkrijgbaar in een zwarte en witte uitvoering (www.blomamsterdam.nl/vatenhandel/ibc-containers).

IBC = Intermediate Bulk Container, een stijve of flexibele verpakking die in hoofdstuk 6.5 van het ADR is genoemd (www.infomil.nl/onderwerpen/hinder-gezondheid/veiligheid/pgs/handleiding-pgs-15/hoofdstuk-3/verpakking/).


IBC-bouwstoffen zijn niet-vormgegeven bouwstoffen die alleen mogen worden toegepast met isolatie-, beheers- en controle- (IBC) maatregelen, omdat het toepassen zonder deze maatregelen anders leidt tot teveel emissies naar het milieu (www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/vragen/bouwstoffen-ibc/faq/ibc-bouwstoffen/).

IBC-maatregelen houden onder andere het volgende in:
1. Van het werk waarin een IBC-bouwstof wordt toegepast moet een ontwerp worden gemaakt. De onderdelen van het ontwerp zijn o.a. beschrijving van werk (incl. tekeningen), de bepaling van ontwerppeil en aanleghoogte, zettingsberekeningen van de ondergrond, de isolerende voorziening en drooglegging.
2. Het ontwerp van het werk waarin de IBC-bouwstoffen worden toegepast moet zijn gekeurd door de Advieskamer bodembescherming.
3. Vanwege de beheersbaarheid moet minimaal 10.000 m3 in een aaneengesloten, hoeveelheid worden toegepast. Hierbij is het wel toegestaan dat een ophoging wordt onderbroken door bijvoorbeeld een viaduct.
4. De bovenzijde en zijkanten van een IBC-bouwstof moet worden voorzien van een isolerende voorziening om te voorkomen dat regenwater in de IBC-bouwstof kan infiltreren.
5. De onderzijde van de toe te passen IBC-bouwstof moet minimaal 0,5 meter boven het ontwerppeil van het grondwater liggen, waarbij onder andere rekening moet worden gehouden met eventueel optredende zettingen en capillaire stijghoogte. Hiervoor kan het niveau van het oorspronkelijke maaiveld worden aangehouden.
6. Er moet controle en onderhoud plaatsvinden om de kwaliteit van het geheel aan getroffen maatregelen op peil te houden (http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/vragen/bouwstoffen-ibc/faq/ibc-maatregelen/).