Translate

Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label milieueffectrapportage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label milieueffectrapportage. Alle posts tonen

vrijdag 29 januari 2016

RVS

RVS is bij (hobby)brouwers wel bekend:

Roestvaststaal wordt ook wel RVS of inox (Engelse benaming) genoemd en in de volksmond beter bekend als roestvrijstaal. Het is een veredeld metaal, corrosiebestendig en zeer sterk, en heeft in geborstelde vorm een exclusieve uitstraling. RVS soorten worden uitgedrukt met cijfers zoals 304 (gewoon) en 316 (zeewaterbestendig) (www.metaalwinkel.nl/rvs+roestvaststaal.kw).
Roestvast of roestvrij staal, ook rvs of inox genoemd, is een legering van hoofdzakelijk ijzer, chroom, nikkel en koolstof. Om van roestvast staal te kunnen spreken, is minimaal 11 tot 12% chroom en maximaal 1,2% koolstof nodig. Verder zijn in veel soorten roestvast staal ook de elementen molybdeen, titanium, mangaan, stikstof en silicium terug te vinden.
De benaming roestvrij is algemeen ingeburgerd maar wordt door metallurgen liever niet gebruikt. Zij spreken van een roestvast staal, RVS kan namelijk wel roesten.
De oxidehuid van een roestvast materiaal sluit het onderliggende materiaal goed af, waardoor in bepaalde gevallen geen verdere roestvorming zal plaatsvinden of deze roestvorming vertraagd wordt. In de praktijk zijn er twee gevallen waarbij RVS kan roesten: bij de aanwezigheid van chlorides of bij de verontreiniging van het materiaal door 'gewoon' staal dat wel roest. Dit roesten kan vermeden worden door een correct type RVS te kiezen (geen 304 bij aanwezigheid van halogenen) en het materiaal te behandelen waarbij alle mogelijke verontreinigingen worden verwijderd. Dit is het zogenaamde beitsen, waarbij langs chemische weg alle verontreinigingen worden opgelost en verwijderd (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Het eerste roestvaste staal werd op 13 augustus 1913 door Harry Brearley in het laboratorium Brown-Firth gegoten, nadat hem in 1912 gevraagd was onderzoek voor de wapenindustrie te doen (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Harry Brearley (1871 - 1948) wordt beschouwd als uitvinder van roestvast staal. Op 13 augustus 1913 werd het eerste roestvast staal gegoten in het laboratorium Brown-Firth (https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Harry Brearley (18 February 1871 – 14 July 1948) was an English metallurgist, usually credited with the invention of "rustless steel" (later to be called "stainless steel" in the anglophone world) (https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Zijn vader was smelter. Brearly ging op 12-jarige leeftijd werken bij een plaatselijke staalfabriek. Al snel werd hij assistent bij het chemisch laboratorium. Daarnaast studeerde hij in de avonduren. Al snel verwierf hij een grote expertise. In 1908 werd door twee grote staalfabrieken in Sheffield een gemeenschappelijk laboratorium opgericht: Brown Firth Research Laboratories, waarover Brearley de leiding kreeg. In 1912 kreeg dit laboratorium een onderzoekvraag in verband met de wapenindustrie. Het probleem was inwendige slijtage in de loop van vuurwapens en van kanonnen ten gevolge van hoge temperaturen bij het afvuren. Brearley kwam op het idee om chroom toe te voegen en ging de mengverhoudingen (Fe, C, Cr) systematisch onderzoeken (https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

In the troubled years immediately before World War I, arms manufacturing increased significantly in the UK, but practical problems were encountered due to erosion (excessive wear) of the internal surfaces of gun barrels. Brearley began to research new steels which could better resist the erosion caused by high temperatures (rather than corrosion, as is often mentioned in this regard). He began to examine the addition of chromium to steel, which was known to raise the material’s melting point, as compared to the standard carbon steels.
...
In order to undertake metallography to study the microstructure of the experimental alloys (the main factor responsible for a steel's mechanical properties) it was necessary to polish and etch the metallic samples produced. For a carbon steel, a dilute solution of nitric acid in alcohol is sufficient to produce the required etching, but Brearley found that the new chromium steels were very resistant to chemical attack (https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Brearley).

Roestvast staal wordt afhankelijk van zijn metallurgische structuur in verschillende families onderverdeeld, te weten de volgende:
Austenitische staaltypen (de 200- en 300-serie)
zijn staalsoorten met een austeniete kristallijne structuur waarvan het kristalrooster kubisch vlakgecentreerd is. Austenitische roestvaste staalsoorten beslaan ongeveer 70% van de totale rvs-productie. Dit staaltype heeft een maximum percentage van 0,15% koolstof, minimaal 16% chroom en genoeg nikkel of mangaan om de austenitische structuur bij alle temperaturen te behouden. De austenitische soorten zijn door hun kristalrooster nooit magnetisch en doordat er geen faseovergang plaatsvindt bij opwarming of afkoeling, zijn zij niet hardbaar door middel van een warmtebehandeling. Wel kunnen zij door koudvervorming worden gehard.
Austenitische chroom-nikkel-mangaanlegeringen (de 200-serie)
Type 201 is hardbaar door koudvervorming. Type 202 is een algemene veel gebruikte soort.
De meest veelvoorkomende austenitische rvs-soort is type 304, ook bekend als type 18/8 vanwege de aanwezigheid van 18% chroom en 8% nikkel. Een tweede veelvoorkomende rvs-soort uit de 300-serie is type 316, ook bekend als type 18/10 vanwege de aanwezigheid van 18% chroom en 10% nikkel. Type 316 heeft een betere corrosiebestendigheid dan type 304.
Ferritische staaltypen (400-serie)
Dit materiaal is geschikt voor toepassingen in een weinig agressief milieu. Ze zijn goed bewerkbaar maar hebben een lagere corrosiebestendigheid dan de 300-serie door de lagere percentages chroom en nikkel, de corrosiebestendigheid is daarentegen wel beter dan die van de martensitische staalsoorten. Ferritische staalsoorten zijn magnetisch en niet hardbaar door middel van een warmtebehandeling.
Martensitische staaltypen (400-serie)
Dit materiaal is goed te bewerken met een hoge hardheid en rekgrens, maar met verminderde corrosiebestendigheid. Martensitische rvs-soorten zijn altijd magnetisch en zijn goed te harden door middel van een warmtebehandeling. Deze rvs-soort wordt vaak gebruikt waar een hoge hardheid en sterkte, gecombineerd met een redelijke corrosiebestendigheid noodzakelijk is.
Een speciale vorm van het martensitische rvs-type is de precipitatie-hardende vorm. Dit type staal wordt gekenmerkt door een zeer goede corrosiebestendigheid, vergelijkbaar met de austenitische soorten, en een hardheid en rekgrens die boven die van de martensitische soorten ligt. Een veelvoorkomend voorbeeld van dit type rvs is 17-4PH, zo genoemd vanwege een percentage van 17% chroom en 4% nikkel. de 'PH' staat voor precipitation hardenable.
...
Industrieel gebruikt men veelal de Amerikaanse normalisatie:
AISI 304 (1.4301) bestaat uit 18% chroom en 8% nikkel. Deze legering is in zachtgegloeide toestand niet-magnetisch en niet hardbaar, in koudvervormde toestand zwak magnetisch. Minder gevoelig voor uitscheiding van chroomcarbiden tijdens lassen.
Een meer corrosiebestendige maar duurdere soort is AISI 316 (EN 1.4401) met 16% chroom en 10% nikkel en 2% molybdeen. Type 316 is beter bestand tegen zoutcorrosie en wordt veel toegepast in de scheikundige industrie.
316L (1.4404, "L" staat voor "low carbon") heeft een laag koolstofgehalte om een gemakkelijker lasbaar roestvast staal te verkrijgen, en de corrosiegevoeligheid na het lassen te beperken.
Een andere manier om dit staal lasbaarder te maken is door toevoeging van titaan aan de legering, hetgeen het type 316Ti (1.4571) oplevert. Deze oplossing is technisch vrijwel evenwaardig. Alleen wanneer men architecturale toepassingen beschouwt, moet men rekening houden met een "typisch" slijpbeeld van titaangelegeerde soorten.
De magnetische eigenschap van rvs wordt bepaald door de kristalstructuur, dus door de samenstelling van het soort rvs. Roestvaste staalsoorten met tussen 6 en 26% nikkel (de 300-reeks uit de AISI) zijn austenitisch en daarom niet-magnetisch in geleverde toestand. Ze zijn uitstekend vervormbaar (plooien, dieptrekken, strekken) en ook schokbestendig doorheen het temperatuursbereik van heel lage tot heel hoge temperaturen. Nikkel zorgt ervoor dat het staal in zijn austenitische toestand blijft tijdens het afkoelen. De overige elementen verhogen de corrosieweerstand en verwerkbaarheid van het staal. Bij sterke koudvervorming verandert de kristalstructuur echter, waardoor wel magnetische eigenschappen optreden bij austenitisch rvs. Martensitische, ferritische en duplex roestvaststaalsoorten zijn daarentegen magnetisch (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

Wanneer het chroom met zuurstof in aanraking komt, vormt het een onzichtbaar laagje chroom(III)oxide (ook genaamd: dichroomtrioxide) (Cr2O3), de oxidehuid. Dit laagje beschermt het onderliggende metaal tegen verdere roestvorming (oxidatie).
De hoeveelheid koolstof bepaalt de hardheid van het staal. Een staalsoort met veel koolstof is daardoor moeilijk bewerkbaar.
Roestvaste staalsoorten met tussen 6 en 26% nikkel (de 300-reeks uit de AISI) zijn austenitisch en niet-magnetisch in geleverde toestand. Ze zijn uitstekend vervormbaar (plooien, dieptrekken, strekken) en ook schokbestendig in het hele temperatuurbereik, van heel lage tot heel hoge temperaturen.
Vele Roestvaste staalsoorten zijn zeer gevoelig voor chloor. Stadswater, zwembadwater, natriumhypochloriet (NaOCl), waterstofchloride (HCl) en ijzer(III)chloride (Fe2Cl3) zijn zeer agressief op roestvast staal. Putcorrosie (Engels: pitting) is de corrosie waarbij zich putjes in het oppervlak vormen. Als bijvoorbeeld roestvast staal AISI 304 in contact komt met chloorhoudend water, van bijvoorbeeld drinkwater of zwembadwater, dan zal het chloor plaatselijk de beschermende laag chroomoxide aantasten. Er ontstaat dan het begin van een ondiep putje, waar zich weer meer chloorionen verzamelen, waardoor de aantasting bij voorkeur op die plaats doorgaat en het putje dieper wordt. Uiteindelijk ziet het materiaal er grotendeels gaaf uit, maar met een aantal putjes over het oppervlak. Typisch bij putcorrosie zijn de gaatjes juist naast een lasnaad. Roestvaste staalsoorten met het legeringselement molybdeen, zoals 316 en 316L, kunnen wel weerstaan aan chloor en hebben een goede weerstand tegen putcorrosie.
Door diverse bewerkingen die producten van roestvast staal ondergaan, kunnen aan de buitenzijde van het metaaloppervlak veranderingen ontstaan, waardoor het roestvaste karakter tijdelijk of blijvend wordt aangetast....Om dit euvel tegen te gaan, is er een methode ontwikkeld om het metaal te voorzien van een nieuwe passieve laag. Het is hierbij meestal gewenst de bewerkte producten eerst te ontvetten met een oplossing van natronloog (NaOH) en daarna te beitsen met een mengsel van salpeterzuur (HNO3) en waterstoffluoride (HF). Met het beitsen wordt een dunne laag van het metaaloppervlak en bestaande oxidehuid opgelost inclusief verontreinigingen. Doordat bij het beitsen ijzer sneller in oplossing gaat dan chroom, wordt de oxidehuid effectief verrijkt aan chroom. Het eigenlijke passiveren geschiedt door een behandeling in een bad met salpeterzuur, waarbij de oxidehuid wordt hersteld en de passieve toestand terugkeert. Door deze behandeling krijgt het onderliggende metaal zijn oorspronkelijke corrosiebescherming terug (https://nl.wikipedia.org/wiki/Roestvast_staal).

RVS kan echter ook staan voor RvS:

De Raad van State (RvS) is in Nederland een adviesorgaan van de regering en de hoogste bestuursrechter van het land. De RvS is in 1531 opgericht door keizer Karel V en is een van de oudste regeringsorganen ter wereld (https://nl.wikipedia.org/wiki/Raad_van_State_(Nederland)).
De Raad van State heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1531. Begonnen als adviseur van de landvoogd heeft de Raad zich in bijna vijf eeuwen ontwikkeld tot bestuursrechter en wetgevingsadviseur. De Raad is niet meer weg te denken uit ons staatsbestel
....
Toen keizer Karel V op 1 oktober 1531 de Raad van State voor de Nederlanden instelde als Conseil d'Etat, sloot hij aan bij een lang bestaande traditie. Een middeleeuwse vorst besliste over de belangrijkste zaken van oorlog en vrede. Hij deed dat na overleg met de hoogste edellieden van het land, de connetabelen.
....
De landvoogdes riep de Raad niet erg vaak bijeen. Belangrijke leden als prins Willem van Oranje en de graaf van Egmond weigerden daarom na enige tijd nog langer aan de werkzaamheden van de Raad deel te nemen. Zij namen in 1567 ontslag. In datzelfde jaar, toen Alva landvoogd werd, leidde de Raad niet veel meer dan een papieren bestaan. Belangrijk was wel dat hij het gezag van de landsheer moest waarnemen als er geen landvoogd was en dat is in de geschiedenis enkele keren voor gekomen.
...
In 1795 hield de Raad van State op te bestaan. In 1805 werd hij heropgericht als adviesorgaan, maar bij de inlijving van Nederland bij Frankrijk, in 1810, verdween hij weer.... De Grondwet van 1814 bracht de gedecentraliseerde eenheidsstaat. ...De Grondwet herstelde de Raad van State in ere en bepaalde dat de koning alle 'daden van Souvereine waardigheid', zou plegen na advies van de Raad. Dit betekende dat in elk geval alle wetsontwerpen en alle belangrijke koninklijke besluiten de Raad moesten passeren. De Raad van State werd voorgezeten door de Koning zelf; de erfprins was lid van de Raad vanaf zijn achttiende  (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/geschiedenis.html).

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van Nederland. De werkwijze en taken van de Raad van State zijn vastgelegd in de Grondwet en in de Wet op de Raad van State. Koning Willem-Alexander is Voorzitter van de Raad van State. De dagelijkse leiding berust bij de vice-president, momenteel is dat mr. J.P.H. Donner (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html).

De taken van de Raad van State zijn vastgelegd in artikel 73 - 75 van de Nederlandse Grondwet en in de Wet op de Raad van State. Zijn functie is tweeledig:
1. Uitbrengen van adviezen aan de Nederlandse regering over voorgestelde wetten en algemene maatregelen van bestuur (AMvB). De RvS kijkt hierbij vooral naar kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetten en of de voorstellen wel in overeenstemming zijn met de grondwet, andere wetten en verdragen.
2. Rechtspreken over kwesties waarin burgers, asielzoekers en particuliere organisaties het niet eens zijn met beslissingen van de overheid, zoals verleende vergunningen. De RvS is de hoogste instantie die een uitspraak kan doen over een geschil tussen burger en overheid.
Wanneer er geen regent is aangewezen, is de RvS regent voor een mogelijk minderjarige of ongeboren koning. De RvS speelt ook een rol wanneer de koning niet in staat is te regeren en er geen regent is aangewezen (dit gebeurde in 1889) en wanneer de troon vacant is en er onzekerheid over de erfopvolging bestaat.
De Nederlandse Raad van State heeft twee afdelingen:
Afdeling advisering van de Raad van State (AARvS)
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de hoogste algemene bestuursrechter van Nederland (https://nl.wikipedia.org/wiki/Raad_van_State_(Nederland)).

De Afdeling bestuursrechtspraak is verdeeld in drie juridische kamers, die zich buigen over de verschillende onderwerpen. Voorbeelden van onderwerpen waarover de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraken doet
Geschillen over bouwvergunningen
Handhavingsgeschillen
Het al dan niet toekennen van subsidies
Beslissingen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)
Bestemmingsplannen
Milieuzaken
(www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html)

Iedere woensdag staat vanaf 10.15 uur de volledige tekst van de uitspraken in hoofdzaken van de Afdeling bestuursrechtspraak op de site (www.raadvanstate.nl/).

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land. De Raad van State is een Hoog College van Staat. De Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman zijn dat bijvoorbeeld ook. Dit zijn bij de Grondwet geregelde instituten belast met een eigen taak, die zij onafhankelijk van de regering uitvoeren. De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag (www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state.html).

De RvS is dus relevant voor (micro)brouwers om te weten wat wel en niet mag, volgens een bestemmingsplan, bouw- en milieuvergunning. Maar eerst is er nog de gemeente:

Het vervelende is dat een goede locatie voor een dergelijke horecagelegenheid annex brouwerij nooit te vinden is op een industrieterrein. Dit betekende tot voor kort altijd trammelant als het gaat over het verkrijgen van een milieuvergunning. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat overheidsinstanties bij bierbrouwerijen meteen denken aan grote brouwerijen met grote geurproblemen. Degenen die in de buurt van de Heinekenbrouwerij in Den Bosch wonen weten onmiddellijk wat ik bedoel. Uiteraard is de geuroverlast voor de omgeving gerelateerd aan de omvang van de brouwerij, maar omdat hierover weinig informatie bestaat spelen de gemeentelijke milieuambtenaren op zeker. Aan de paar brouwcafé's die Nederland kent zijn dan ook vrij strenge milieueisen gesteld, hoe klein de brouwerij ook is.
Dat een dergelijke wijze van benadering wel erg rigide is vond ook de Raad van State, het hoogste bestuursrechtelijke college van Nederland. Op 13 oktober 1998 deden de rechters mr. Leyten-Wijkerslooth, mr. Konijnbelt en mr. Korte-van Hemel een uitspraak over het beroep dat omwonenden had ingesteld tegen een besluit van de gemeente Heukelum. Bij dit besluit had de gemeente een vergunning verleend aan B.A. Kuipers-Weltevreden te Herwijnen (hierna door mij genoemd brouwerij 't Kuipertje) voor het oprichten en in werking hebben van een ambachtelijke bierbrouwerij annex proeflokaal, sectie D, no. 383, plaatselijk bekend Appeldijk 18 te Heukelum, zoals dat allemaal officieel heet.
Degenen die op bezoek zijn geweest bij 't Kuipertje weten dat de brouwerij buiten de bebouwde kom gevestigd is aan de rand van het terrein van een oude steenfabriek in een voormalig koetshuis. Er zijn wel woningen in de buurt en de dichtsbijgelegene bevindt zich op 10 meter van het bedrijf. De omwonenden vonden dat door de brouwerij de natuurwetenschappelijke waarden in de omgeving aangetast werden en ook waren ze bang dat ze geluidhinder van het bedrijf zouden ondervinden.
Het was de Raad van State gebleken dat het proeflokaal één dag per week is opengesteld voor publiek en verder vier à vijf dagen in de week op afspraak. Met het brouwen van bier is ongeveer anderhalve dag in de week gemoeid. Gemiddeld wordt er 375 liter bier per week gebrouwen. Dit bier wordt nagenoeg alleen binnen het proeflokaal gedronken, levering aan derden vindt nauwelijks plaats. Naar het oordeel van de Raad van State heeft onder deze omstandigheden het brouwen van bier een zodanig kleinschalig karakter dat het bedrijf in hoofdzaak is bestemd voor het tegen vergoeding schenken van bier.
Gelet daarop en gezien het feit dat de brouwerij aan alle voorwaarden van het Besluit horecabedrijven milieubeheer (hierna kortweg het Besluit genoemd) voldoet had volgens de Raad van State de gemeente Lingewaal ten onrechte een vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend omdat deze niet nodig was! Voldoe je namelijk aan alle eisen van het Besluit dan kun je volstaan met een melding aan het gemeentebestuur. Zo'n melding moet dan wel met een speciaal formulier worden gedaan.
Door beroep in te stellen tegen de milieuvergunning kregen de omwonenden de kous op de kop. In plaats dat brouwerij 't Kuipertje aan meer eisen moet voldoen hoeft ze alleen te voldoen aan het Besluit. Dit betekent niet dat de brouwerij aan geen enkele milieueis moet voldoen. Zo mag de geluidbelasting ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten niet te hoog zijn. Als een horecabedrijf onder het Besluit valt kunnen er echter geen aanvullende nadere eisen gesteld worden op het gebied van natuurbescherming, geluid, geur en dergelijke.
Conclusie
Als je een eigen brouwerijtje wilt beginnen doe dat dan in combinatie met een proeflokaal. Als de brouwactiviteiten ondergeschikt zijn aan de horeca-activiteiten heb je geen milieuvergunning nodig maar kun je volstaan met een melding op grond van het Besluit horecabedrijven milieubeheer bij de gemeente.
Wanneer je een brouwerij start zonder proeflokaal is altijd een milieuvergunning vereist (www.hobbybrouwen.nl/artikel/jurispru.html).

Het Besluit horecabedrijven milieubeheer heet tegenwoordig Activiteitenbesluit. Naast dat besluit geldt ook de OBM, NeR en MER, zoals ik al eens aangaf op mijn blog.

Bierbrouwerijen worden in de regelgeving en richtlijnen niet gedifferentieerd. Er is geen onderscheid tussen een grote brouwerij, zoals Heineken, Grolsch of InBev en kleine brouwerijtjes in de achtergronddocumenten. De VNG, een vereniging van gemeenten heeft een overzicht gemaakt bedrijven en daar een staat een reguliere bierbrouwerij genoemd onder de SBI-code 1105 en wordt gewaardeerd als milieucategorie 4.2. De vraag is nu waar de grens ligt tussen een kleine en een grotere brouwerij. In de SBI-lijst wordt daar geen onderscheid in gemaakt. In verschillende gemeenten wordt een kleine ambachtelijke brouwerij mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding in het bestemmingsplan, hetzij als 'horeca met een specifieke vorm brouwerij' of als 'bedrijf met een specifieke vorm brouwerij'. Soms een brouwerij 'verstopt' en wordt een brouwerijproeflokaal beschouwd als onderdeel van een biermuseum waar na afloop van een rondleiding een biertje geproefd kan worden. Daardoor is niet altijd eenvoudig in overheidsplannen een brouwerij te vinden, terwijl er juist meer stadsbrouwerijen komen.

De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) is een hiërarchische indeling van economische activiteiten. De SBI is gebaseerd op de indeling van de Europese Unie (Nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté Européenne, afgekort : NACE) en op die van de Verenigde Naties (International Standard Industrial Classification of All Economic Activities, afgekort: ISIC). Het CBS gebruikt de SBI onder meer om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. Tot 2009 werd de SBI’93 gebruikt. In 2008 vond een ingrijpende revisie plaats van de internationale bedrijfsindelingen en daarmee ook van de daarop gebaseerde SBI. De SBI’93 maakte plaats voor de SBI 2008 die beter aansloot bij de economische realiteit.. Dit had uiteraard gevolgen voor statistieken en registers.
De SBI kent meerdere niveaus die aangegeven worden door vier of vijf cijfers. De eerste vier cijfers van de SBI-code zijn, op een enkele uitzonderingen na, gelijk aan de Europese NACE. Het 5e cijfer is een nadere Nederlandse verbijzondering. De eerste twee cijfers van de SBI en NACE stemmen overeen met de ISIC, van de Verenigde Naties. De samenhang tussen internationale standaardclassificaties en de SBI is aangegeven in een schema (www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/classificaties/overzicht/sbi/default.htm).

Aan de hand van de SBIcode en de VNGklasse worden bestemmingsplannen gemaakt. Als dat niet goed gaat kan de RvS daar uitspraken over doen, met betrekking tot brouwerijen:

Geen parkeer- en horecaproblemen bij Oijense brouwerij
23 oktober 2013
DEN HAAG/OIJEN/MACHAREN - Er zijn voldoende parkeerplaatsen bij de bierbrouwerij aan de Oijense Bovendijk in Oss, stelt de Raad van State in een uitspraak.
...
Ook hoeft buurman J. Boerakker uit Macharen niet te vrezen voor een zelfstandig cafe-restaurant naast de brouwerij. Immers, de bierbrouwerij haalt tweederde van de omzet uit het brouwen van gerstenat en eenderde uit de ondergeschikte horeca, aldus de Raad. Bovendien zijn de regels in het bestemmingsplan duidelijk, het cafe-restaurant mag alleen gekoppeld zijn aan de bierbrouwerij. Mocht die ooit verdwijnen dan zal ook het cafe-restaurant de deuren moeten sluiten.
Verder meent de Raad dat 32 parkeerplaatsen op het eigen bierbrouwerijterrein voldoende is. Daarbij gaat de Raad ervan uit dat de bezoekers gemiddeld met 5 mensen per twee auto's komen en niet allemaal alleen met 1 auto. Anders kan niemand van het bier proeven uiteraard. Kortom, alle bezwaren van Boerakker tegen de bierbrouwerij even verderop aan de dijk zijn van tafel.
(www.bd.nl/regio/oss-uden-veghel-e-o/oss/geen-parkeer-en-horecaproblemen-bij-oijense-brouwerij-1.4064180)

Uitspraak inzake bestemmingsplan "Bierbrouwerij - Oijen - 2012", Oss
23 Oktober 2013 10:50
201301370/1/R3.
Datum uitspraak: 23 oktober 2013
...
Ingevolge het bepaalde onder 4.1.2, onder a, wordt onder de functie "bierbrouwerij als hoofdfunctie met ondergeschikte horecafunctie" verstaan:
1. het brouwen van bier;
2. het geven van rondleidingen;
3. het houden van proeverijen;
4. het geven van biercursussen;
5. horeca, al dan niet voor passanten, met een oppervlakte van maximaal 113 m^2 die onlosmakelijk en als niet-zelfstandig onderdeel verbonden is met de bierbrouwerij.
Ingevolge het bepaalde onder b zijn de doelen in lid 4.1, onder 4.1.1, onder a tot en met h, vanaf 1 jaar na het onherroepelijk worden van lid 4.1, onder 4.1.1, uitsluitend toegestaan mits de inrichting van de in deze bestemming begrepen gronden voldoet aan het inrichtingsplan dat als bijlage onderdeel uitmaakt van deze regels.
5.4. Niet in geschil is dat de exploitatie van de bierbrouwerij met bijbehorende dagrecreatieve activiteiten, de horeca-activiteiten en de verblijfsrecreatieve activiteiten van invloed zullen zijn op de omgeving. In het akoestisch onderzoek van Ulehake Bouwfysica van 12 juli 2011, dat de raad als uitgangspunt heeft genomen bij zijn beoordeling van het woon- en leefklimaat voor de omgeving, is uitgegaan van streefwaarden die gelden voor een landelijk gebied met een lage geluiddruk. In het akoestisch onderzoek zijn de activiteiten in de inrichting en op het terrein van de inrichting en de indirecte hinder door verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg betrokken. In dit onderzoek is ook het terrasgeluid meegenomen. Conclusie van dit akoestisch onderzoek is dat er aan de streefwaarden geldend voor een landelijk gebied met een lage geluiddruk wordt voldaan. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitkomsten van dit onderzoek niet juist zouden zijn en dat hij in onaanvaardbare mate geluidhinder vanwege de inrichting zal ondervinden. Hierbij neemt de Afdeling voorts in aanmerking dat tussen het plangebied en de woning van [appellant] een afstand bestaat van 200 meter. Voorts wordt in aanmerking genomen dat, anders dan [appellant] heeft gesteld, in de plantoelichting niet is aangegeven dat een geluidwal zal worden aangelegd. In het inrichtingsplan, dat onderdeel uitmaakt van het plan, is wel voorzien in een houtsingel aan de oostzijde van het plangebied. Het betoog faalt.
...De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond (http://vacatures.roc.nl/default.php?fr=nieuws&nieuwsitem=38579).

Commanderie Ootmarsum van de baan
Geplaatst op 10 december 2014
OOTMARSUM - Het Commanderieplan in Ootmarsum gaat niet door. De Raad van State heeft het hele plan naar de prullenmand verwezen....Er komt dus geen woningbouw, geen brasserie, geen hotel en ook geen bierbrouwerij op de historische plek in Ootmarsum waar ooit de roemruchte Commanderie stond, het latere Huis Ootmarsum. De buurtbewoners hebben met de uitspraak van de Raad van State volledig hun zin gekregen. Want zij waren vanaf het begin fel gekant tegen de spectaculaire en ambitieuze plannen van de gemeente en enkele ondernemers. Zij vreesden overlast en aantasting van hun uitzicht. Zij bestreden bovendien de behoefte aan de grootschaligheid van de woningbouw (www.tubantia.nl/regio/dinkelland/commanderie-ootmarsum-van-de-baan-1.4666692).

Uitspraak 201311709/1/R6
Datum van uitspraak: woensdag 10 december 2014
Bij besluit van 5 november 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellante sub 1] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
Bij besluit van 24 april 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" (hierna: het wijzigingsbesluit) gewijzigd en opnieuw vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft De Commanderie Ootmarsum B.V. beroep ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:...vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Dinkelland van 24 april 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum".... vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Dinkelland van 5 november 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum";
...
2. Het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum", dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, biedt een juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van het gebied van de Commanderie dat ligt ten zuiden van de kern van Ootmarsum. Daarbij is voorzien in woningbouw, een hotel, een brouwerij en uitbreiding van de parkeerplaats Stadsweide. Het plangebied wordt begrensd door onder meer De Brake, de Wildbaan, het Oldenzaals Voetpad en de Wildehof.
2.1. Met het wijzigingsbesluit heeft de raad beoogd om een aantal ondergeschikte wijzigingen door te voeren en tevens beoogd daarmee gedeeltelijk tegemoet te komen aan de bezwaren tegen het bestemmingsplan "Commanderie Ootmarsum" dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld door onder meer de gebruiksmogelijkheden van de voorziene brouwerij te beperken. De Afdeling merkt het wijzigingsbesluit aan als een besluit zoals bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Vaststaat dat [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] belang hebben bij de beoordeling van het wijzigingsbesluit. Gelet hierop zijn de beroepen van [appellante sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellanten sub 3] ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege mede gericht tegen het wijzigingsbesluit.
...
Het beroep van De Commanderie Ootmarsum B.V.
4. Het beroep van De Commanderie Ootmarsum B.V. is gericht tegen het plandeel met de bestemming "Horeca", voor zover daaraan niet tevens de aanduidingen "specifieke vorm van horeca - ambachtelijke bierbrouwerij" en "specifieke vorm van horeca - hotel" zijn toegekend. Zij betoogt dat daardoor op dit plandeel ten onrechte niet meer is voorzien in een bedrijfswoning.
4.1. Ingevolge artikel 7, lid 7.1, zijn de voor "Horeca" aangewezen gronden bestemd voor:
a. horecabedrijven categorie 1 en categorie 2, met dien verstande dat:
1. een logiesverstrekkend bedrijf c.q. hotel uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - hotel";
2. een ambachtelijke bierbrouwerij is toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - ambachtelijke bierbrouwerij", met dien verstande dat:
- de ambachtelijke bierbrouwerij onderdeel uitmaakt van het horecagebouw;
- maximaal een brouwsel van maximaal tien hectoliter per dag mag worden geproduceerd;
- de maximale productie 2.600 hectoliter eindproduct per jaar mag bedragen;
...
5.3. In paragraaf 4.1.3 van de plantoelichting staat dat het wijzigingsbesluit voorziet in de bouw van 25 nieuwe woningen, een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel. Het bestemmingsplan, dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, voorzag eveneens in deze ontwikkelingen. Niet in geschil is dat het bestemmingsplan, dat is vastgesteld op 5 november 2013, derhalve voorzag in nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro, en dat in de plantoelichting van dat bestemmingsplan moet worden verantwoord dat aan de voorwaarden in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, wordt voldaan. Nu de voorziene ontwikkelingen ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsbesluit nog niet waren opgericht op grond van het bestemmingsplan dat bij besluit van 5 november 2013 is vastgesteld, en dat bestemmingsplan bovendien nog niet onherroepelijk is, dient ook in de plantoelichting bij het wijzigingsbesluit te worden verantwoord dat aan de voorwaarden van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wordt voldaan.
5.4. Met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is blijkens de Nota van toelichting (Stb. 2012, 388, p. 34, 49-51) beoogd zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
...
5.5. Ter onderbouwing van de actuele regionale behoefte aan de oprichting van een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel wordt in paragraaf 4.1.3 van de plantoelichting verwezen naar het rapport "Commanderieterrein Ootmarsum, onderzoek regionale marktbehoefte en effecten", van 7 april 2014, dat is opgesteld door ZKA Consultants & Planners en Verheijden Concepten B.V. (hierna: het behoefteonderzoek). [appellante sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen terecht dat in het behoefteonderzoek niet inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre met de voorziene oprichting van een hotel, een ambachtelijke bierbrouwerij, een brasserie en ambachtelijke detailhandel wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. Zo is bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze rekening is gehouden met het bestaande regionale aanbod en de gevolgen van het plan voor de bestaande leegstand. Gelet op het voorgaande betogen [appellante sub 1] en [appellant sub 2] en anderen terecht dat in de plantoelichting niet inzichtelijk is gemaakt dat met de plandelen met de bestemming "Horeca" en "Detailhandel" wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. Het betoog slaagt.
(www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=81916)

RvS vernietigd dus een bestemmingsplan met een bierbrouwerij omdat onvoldoende inzichtelijk is of er een  actuele regionale behoefte is... ach dat zal vast eenvoudig aan te tonen, of niet?
Bij nazoeken op internet kom ik er wel achter dat het niet eenvoudig is...

Datum : 24 februari 2015
Nr. : 2015-23
Naar aanleiding van de commissievergadering van 3 februari jl. en de daar gehouden
presentatie rondom het project Commanderie Ootmarsum heeft de fractie van D66
Dinkelland met in achtneming van artikel 39 van het “Reglement van orde voor de
vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Dinkelland 2010” een
aantal vragen gesteld.
...De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de regionale
behoefte ten aanzien van de bouw van de woningen en het hotel onvoldoende is onderzocht
en daarmee onvoldoende is onderbouwd.
... Bierbrouwerij geen regionale behoefte. Weth. Stokkelaar deed gisteravond 03-02-2015
voorkomen alsof er door de Raad van State over de bierbrouwerij geen opmerkingen zijn
gemaakt inzake de actuele regionale behoefte. Dit is wel het geval. RvS noemen het “horeca
en detailhandel” (hotel, ambachtelijke bierbrouwerij, brasserie, ambachtelijke detailhandel.)
Hoe ziet het College deze uitspraak en waarom noemt u deze uitspraak niet?”
Het is juist dat in de uitspraak ook de andere activiteiten worden genoemd. Daarnaast is het
zo dat tijdens de zitting op 8 mei 2014 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State met name is ingegaan op het hotel. De toelichting in de commissievergadering van 3
februari 2015 houdt niet in dat we bij de ontwikkeling van brasserie, brouwerij en
detailhandel de ladder van duurzame verstedelijking niet hoeven te betrekken. Bij nieuwe
planvorming zal elk initiatief getoetst moeten worden aan de ladder van duurzame
verstedelijking.
“17. Terugtrekken bezwaar geur bierbrouwerij... Er is van een omwonende bekend dat zij geen bezwaar meer had n.a.v. het geurrapport dat Heupink heeft laten maken voor het herziende bestemmingsplan maar de overige buurtbewoners hebben het bezwaar op geurhinder niet ingetrokken...Voor de verdere ontwikkeling van het plan zullen we als gemeente opnieuw
een belangenafweging moeten maken over de inrichting van het plan. Bij deze
belangenafweging wordt onder andere meegenomen of een goed woon- en leefklimaat kan
worden gegarandeerd voor de omgeving. Bij de uiteindelijke beslissing of de bierbrouwerij
zich op deze locatie kan vestigen zal er een belangenafweging worden gemaakt op
verschillende onderdelen. Indien buurtbewoners het niet eens zijn met deze afweging
kunnen zij hierop reageren (www.bestuursweb.nl/stukken/4080/1/pdf.pdf).

Othmar blijft hopen op nieuwe bierbrouwerij
Hoewel de Raad van State een streep heeft gezet door het Commanderieproject, blijft Henk Heupink, de grondlegger van Othmar bier, hopen op de komst van een nieuwe bierbrouwerij.  De ondernemer  had plannen om in de Commanderiestraat een brouwerij met brasserie te bouw, maar nu het hele project niet doorgaat, kan Heupink dat plan vergeten (https://oost.deondernemer.nl/nieuws/bedrijvennieuws/3309/othmar-blijft-hopen-op-nieuwe-bierbrouwerij).

De RvS komt er niet altijd aan te pas:

Hegeman en gemeente Oldenzaal zijn eruit; zitting Raad van State van de baan
Er lijkt geen zitting bij Raad van State te komen tussen de gemeente Oldenzaal en de projectontwikkelaar Hegeman uit Nijverdal. Beide partijen zijn tot een overeenkomst gekomen inzake de verkoop van de Tuin van Soer. Het is de bedoeling dat de tuin wordt aangetrokken bij Stadsbrouwerij De Bombazijn die op deze plek moet verrijzen (www.debombazijn.nl/?p=666).

Stadsbrouwerij De Bombazijn: Ontwikkeling van een Stadsbrouwerij met als doel het herstel van de oude stadstuinen in Oldenzaal (www.debombazijn.nl/).

Naast bestemmingsplannen zijn er ook milieuvergunningen waar de RvS zich over uitlaat:

De Brand-bierbrouwerij in Wijlre mag 's avonds en 's nachts flessen en fusten van en naar de brouwerij blijven vervoeren. De Raad van State heeft beslist dat de gemeente Gulpen-Wittem daarvoor terecht een vergunning heeft gegeven.
L1 06 augustus 2008 (www.l1.nl/nieuws/brand-brouwerij-mag-ook-s-nachts-lossen)

Raad van State: Dwangsom Bierbrouwerij in strijd met beleidsprocedure
Raad van State, 14 april 2010
200905312/1/M1. Datum uitspraak: 14 april 2010
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op woensdag 14 april 2010 uitspraak gedaan over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem heeft opgelegd aan Brand Bierbrouwerij aan de Brouwerijstraat in Wijlre.
Het gemeentebestuur heeft dat gedaan omdat de bierbrouwerij in strijd met de milieuvergunning teveel verkeersgeluid in de avond en nacht veroorzaakt. Dit zou komen doordat de bierbrouwerij enkele biertransporten heeft verplaatst van de dag naar de avond en de nacht. De bierbrouwerij is het niet eens met de dwangsom en is daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het bedrijf vindt dat hij de geluidsvoorschriften niet overtreedt. Verder vindt hij dat het gemeentebestuur hem de kans had moeten geven om die maatregelen te treffen die nodig zijn om de vermeende overtreding te beëindigen.
...
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:...verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brand Bierbrouwerij B.V. gegrond;... vernietigt de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem van 23 juni 2009, kenmerk U.09.03192 en kenmerk U.09.03193 (www.geluidnieuws.nl/2010/mei2010/wijlre.html).

Raad van State vernietigt vergunning voor uitbreiding brouwerij Dommelsch in Dommelen
DEN HAAG - De vergunning voor de uitbreiding van de bierbrouwerij van Dommelsch in Dommelen is vernietigd. Enkele inwoners van Dommelen hadden bezwaar aangetekend tegen de plannen om de productiecapaciteit te verdubbelen omdat zij vrezen voor extra geluidsoverlast. De Raad van State stelde hen dinsdag in het gelijk.
Volgens de Raad van State was de vergunning niet goed voorbereid waar het om geluidsoverlast gaat. B en W van Valkenswaard hadden de vergunning voor de uitbreiding in mei 2011 verleend (www.omroepbrabant.nl/?news/1920981183/Raad+van+State+vernietigt+vergunning+voor+uitbreiding+brouwerij+Dommelsch+in+Dommelen.aspx).

ECLI:NL:RVS:2015:1445
Datum uitspraak 06-05-2015
Zaaknummer 201407570/1/A4
Bij besluit van 22 juli 2014 heeft het college aan de naamloze vennootschap Inbev Nederland N.V. (hierna: Inbev) een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een bierbrouwerij aan het Brouwerijplein 87 te Dommelen.
...
2. Bij het bestreden besluit is vergunning verleend voor het veranderen van de bierbrouwerij en het in werking hebben na die verandering van de gehele inrichting. De verandering houdt verband met een verhoging van de productiecapaciteit van maximaal 1.000.000 naar maximaal 2.000.000 hectoliter bier per jaar. Daartoe worden onder meer machines vervangen en het aantal productiedagen uitgebreid van zes naar zeven dagen per week.
Bij uitspraak van 17 april 2013, nr. 201107146/1/A4 (www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling het eerder door het college genomen besluit tot verlening van de gevraagde vergunning van 3 mei 2011 vernietigd.
...
Bij de uitspraak van 17 april 2013 is het besluit van 3 mei 2011 vernietigd, omdat het referentieniveau van het omgevingsgeluid, de bestaande rechten en de geluidbelasting door het verkeer van en naar de inrichting onjuist waren vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft Inbev de aanvraag aangevuld met een door Witteveen en Bos uitgebracht rapport "Aanvullend akoestisch onderzoek Dommelsche bierbrouwerij" van 9 mei 2014. Voorts heeft De Roever Omgevingsadvies in opdracht van het college een aanvullend meet- en rekenonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in het rapport "Nader geluidmeetonderzoek t.b.v. revisievergunning INBEV Nederland BV, Brouwerijplein 87 te Valkenswaard" van 20 januari 2014.
...
8.4. Over de noodzaak van de activiteiten vermeldt het bestreden besluit dat de uitbreiding van de productiecapaciteit vooral is ingegeven door economische motieven en dat die uitbreiding nodig is om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Het betoog van [appellant] dat hiermee de noodzaak van de uitbreiding, mede gelet op de krimpende biermarkt in West-Europa, niet voldoende gemotiveerd is, slaagt niet. Het college mag er in het kader van de bestuurlijke afweging in beginsel van uitgaan dat een door de aanvrager gesteld bedrijfsbelang aanwezig is. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitbreiding uit een oogpunt van continuïteit van de bedrijfsvoering niet nodig is.
...
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:... verklaart het beroep ongegrond
(http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2015:1445).
(www.recht.nl/vakliteratuur/milieurecht/artikel/385434/raad-van-state-06-05-2015/)

De RvS vernietigt dus eerst een onvoldoende onderbouwde vergunning, maar laat het aangepaste besluit in stand...

De RvS bezoekt ook wel eens brouwerijen:

Donderdag 4 oktober 2012 deed afdeling I & A van de Raad van State een workshop bij De Koperen Kat bij wijze van afdelingsuitje (www.koperenkat.nl/afdelingsuitje-raad-van-state/).

Na al deze zaken kan ik ook een uitje gebruiken. Al dat juridisch geneuzel maken het er niet duidelijker op. Een brouwerij op zichzelf mag niet, maar als onderdeel van een horecagelegenheid wel? Ligt het aan mij of is een brouwerij MET horeca niet groter en milieubelastender dan een brouwerij op zich? 


zaterdag 17 oktober 2015

BATmen

Batman is een plaats, zoals ik hier al eens aangaf. Het log is ook op het Red Dog label te vinden.

A batman (or batwoman) is a soldier or airman assigned to a commissioned officer as a personal servant. Before the advent of motorized transport, an officer's batman was also in charge of the officer's "bat-horse" that carried the pack saddle with his officer's kit during a campaign.
The U.K. English term is derived from the obsolete bat, meaning "pack saddle" (from French bât, from Old French bast, from Late Latin bastum), and man (http://en.wikipedia.org/wiki/Batman_(military)).

A batman was in British Army parlance an officer's uniformed servant or
orderly, supposedly taken on as a voluntary extra duty, for which the
officer paid for the service. In addition to his normal duties, the batman
was responsible for the officers clothing and kit and also in preparing and
serving meals. The duties varied depending on the officer's rank and role
and whether he was serving in barracks, on training or on operations. In
the trenches, a batman carried his personal weapon and often acted as a
bodyguard, while the officer carried out his duties as a platoon, company
or battalion commander. There is anecdotal evidence of continuing close
relationships between officers and their batmen and of officers going under
fire to rescue their batman and vice versa (http://1914-1918.invisionzone.com/forums/index.php?showtopic=12919).

 I have an old dictionary (1932) which has:-
bat - a pack saddle. bat-horse - A sumpter-horse carrying officers` baggage during a campaign.
batman - A man in charge of a bat-horse and its load; the military servant of a cavalry officer; a man in charge of the cookery utensils of a company of soldiers in the field.
More or less what you said! Does this indicate that batman was a cavalry name while servant was an infantry name? (http://1914-1918.invisionzone.com/forums/index.php?showtopic=12919).

The official term used by the British Army in the First World War was "soldier-servant". Every officer was assigned a servant, usually chosen by the officer from among his men. The term batman replaced this in the inter-war years. By the Second World War, only senior officers of the army and Royal Air Force were officially assigned batmen, with junior officers usually sharing the services of one batman between several officers. Batwomen also served in the women's services.
Batman was usually seen as a desirable position. The soldier was exempted from more onerous duties and often got better rations and other favours from his officer. Senior officers' batmen usually received fast promotion to lance-corporal, with many becoming corporals and even sergeants. The position was generally phased out after the war.
In the French Army the term for batman was ordonnance. Batmen were officially abolished after World War II. However, in the 1960s there were still batmen in the French Army.
In the German Army the batman was known as Ordonnanz ("orderly") from the French "ordonnance", or colloquially as Putzer ("cleaner") or as Bursche ("boy" or "valet").
The main character Švejk of the antimilitarist, satirical novel The Good Soldier Švejk by the Czech author Jaroslav Hašek is the most famous portrayal of a batman drafted into the Austro-Hungarian Army during the First World War. (The 1967 German song "Ich war der Putzer vom Kaiser" is actually based on the British instrumental hit "I Was Kaiser Bill's Batman" of the same year, with original German lyrics.)
In the United States Army the term "dog robber" (from the peacetime occupation of the title character of The Good Soldier Švejk, a fictional batman) was unofficially used, although that could also be applied to a junior officer who acted as a gofer to somebody with high rank. The position was made famous by James Garner in the film The Americanization of Emily.
Aides are junior commissioned officers who are available to support some of the needs of general officers who serve in command positions in the rank of brigadier general and above, and their equivalent Flag Officer equivalents in the grade of Rear Admiral (lower half) and above in the Navy and Coast Guard.
In the BBC sitcom Blackadder Goes Forth, set during World War I, actor Tony Robinson portrays Private S. Baldrick, the bumbling and incompetent batman to Captain Edmund Blackadder (http://en.wikipedia.org/wiki/Batman_(military)).

Batman is a fictional superhero appearing in American comic books published by DC Comics, as well as its associated media. The character was created by artist Bob Kane and writer Bill Finger, and first appeared in Detective Comics #27 (May 1939). Originally named "the Bat-Man", the character is also referred to by such epithets as "the Caped Crusader", "the Dark Knight", and "the World's Greatest Detective".
Batman is the secret identity of Bruce Wayne, an American billionaire, industrialist, and philanthropist. Having witnessed the murder of his parents as a child, he swore revenge on criminals, an oath tempered with a sense of justice. Wayne trains himself both physically and intellectually and dons a bat-themed costume to fight crime. Batman operates in the fictional Gotham City, assisted by various supporting characters including his butler Alfred Pennyworth, his crime-fighting partner Robin, the police commissioner Jim Gordon, and occasionally the heroine Batgirl. He fights a large assortment of villains, often referred to as the "rogues gallery," which includes the Joker, the Penguin, the Riddler, Catwoman, Mr. Freeze, Two-Face, Ra's al Ghul, Scarecrow, Poison Ivy, and Clayface. Unlike most superheroes, he does not possess any superpowers; he makes use of intellect, detective skills, science and technology, wealth, physical prowess, martial arts skills, an indomitable will, fear, and intimidation in his continuous war on crime (http://en.wikipedia.org/wiki/Batman)...

Batman's vow never to kill his enemies is one of his defining traits as a hero, yet it didn't even exist in his earliest comic book adventures. Batman was a pretty grim fellow in those days. He thought nothing of carrying a pistol into battle and using lethal force against Gotham's thugs. For whatever reason, he had a particular obsession with snapping necks. Whether he punched one criminal down a flight of stairs or delivered a swinging kick to another who stuck his head out a window, Batman's prey usually wound up a lifeless, shattered corpse in the Gotham morgue...Easily the most unsettling of Batman's victims came when the Caped Crusader clashed with Hugo Strange in the original Batman #1. Strange's serum turned mental patients into enormous "man-monsters" that even a billionaire crimefighter would be hard-pressed to defeat in one-on-one combat. Sop Batman's solution was to shoot a truck of Strange's minions off the road, lower a steel cable nose, and hoist one of these monster men into the sky. The result was a grisly image of Batman flaunting his latest murder victim like a dangling trophy. The remark "He's probably better off this way," didn't really help matters. (www.ign.com/articles/2015/02/24/batmans-9-most-violent-moments). Ook in de films moordt Batman regelmatig....  Al zou het niet moorden, juist zijn kenmerk zijn:

Ra's al Ghul: “Your compassion is a weakness your enemies will not share.”
Bruce Wayne: “That's why it's so important. It's what separates us from them.”
―Ra's al Ghul and Bruce Wayne (http://batman.wikia.com/wiki/Batman_(Christian_Bale))

In early 1939, the success of Superman in Action Comics prompted editors at the comic book division of National Publications (the future DC Comics) to request more superheroes for its titles. In response, Bob Kane created "the Bat-Man." Collaborator Bill Finger recalled "Kane had an idea for a character called 'Batman', and he'd like me to see the drawings. I went over to Kane's, and he had drawn a character who looked very much like Superman with kind of ... reddish tights, I believe, with boots ... no gloves, no gauntlets ... with a small domino mask, swinging on a rope. He had two stiff wings that were sticking out, looking like bat wings. And under it was a big sign ... BATMAN." The bat-wing-like cape was suggested by Bob Kane, who was inspired by seeing Leonardo Da Vinci's sketch of an ornithopter flying device as a child.
Finger offered such suggestions as giving the character a cowl instead of a simple domino mask, a cape instead of wings, and gloves, and removing the red sections from the original costume. Finger said he devised the name Bruce Wayne for the character's secret identity: "Bruce Wayne's first name came from Robert Bruce, the Scottish patriot. Bruce, being a playboy, was a man of gentry. I searched for a name that would suggest colonialism. I tried Adams, Hancock ... then I thought of Mad Anthony Wayne." He later said his suggestions were influenced by Lee Falk's popular The Phantom, a syndicated newspaper comic-strip character with which Kane was familiar as well.
Kane and Finger drew upon contemporary 1930s popular culture for inspiration regarding much of the Bat-Man's look, personality, methods and weaponry. Details find predecessors in pulp fiction, comic strips, newspaper headlines, and autobiographical details referring to Kane himself.[ As an aristocratic hero with a double identity, the Bat-Man had predecessors in the Scarlet Pimpernel (created by Baroness Emmuska Orczy, 1903) and Zorro (created by Johnston McCulley, 1919). Like them, he performed his heroic deeds in secret, averted suspicion by playing the fool in public, and marked his work with a signature symbol. Kane specifically noted the influence of the films The Mark of Zorro (1920) and The Bat Whispers (1930) in the creation of the character's iconography. Finger, drawing inspiration from pulp heroes like Doc Savage, The Shadow, Dick Tracy, and Sherlock Holmes, made the character a master sleuth (http://en.wikipedia.org/wiki/Batman).


"As a man, I'm flesh and blood, I can be ignored, I can be destroyed. But as a symbol...as a symbol I can be incorruptible, I can be everlasting."
―Batman

Batman is the alias and second identity of billionaire Bruce Wayne, son of Thomas and Martha Wayne. Becoming the Dark Knight, he dedicated himself to protect Gotham City.
Having witnessed his parents' death at the hands of a mugger as a child, Bruce traveled the world as an adult to train and understand the criminal mind in order to combat it. Mentored by Ra's al Ghul, Bruce later returned to Gotham and challenged the city's crime lords, employing unusual weapons and tactics as a mysterious black-garbed crusader. Despite being considered an outlaw by the GCPD, Batman defeated Carmine Falcone and The Scarecrow, and later battled against Ra's al Ghul and his plan to have Gotham tear itself apart through fear (http://batman.wikia.com/wiki/Batman_(Christian_Bale)).

Hij is vernoemd naar de vleermuizen, waar ook veel over te vertellen is  (zie www.defenders.org/bats/bats).
Bats are mammals of the order Chiroptera (/kaɪˈrɒptərə/; from the Greek χείρ - cheir, "hand" and πτερόν - pteron, "wing") whose forelimbs form webbed wings, making them the only mammals naturally capable of true and sustained flight. By contrast, other mammals said to fly, such as flying squirrels, gliding possums, and colugos, can only glide for short distances. Bats do not flap their entire forelimbs, as birds do, but instead flap their spread-out digits, which are very long and covered with a thin membrane or patagium.
Bats are the second largest order of mammals (after the rodents), representing about 20% of all classified mammal species worldwide, with about 1,240 bat species divided into two suborders: the less specialized and largely fruit-eating megabats, or flying foxes, and the highly specialized and echolocating microbats. About 70% of bat species are insectivores. Most of the rest are frugivores, or fruit eaters. A few species, such as the fish-eating bat, feed from animals other than insects, with the vampire bats being hematophagous, or feeding on blood.
Bats are present throughout most of the world, performing vital ecological roles of pollinating flowers and dispersing fruit seeds. Many tropical plant species depend entirely on bats for the distribution of their seeds. Bats are economically important, as they consume insect pests, reducing the need for pesticides (http://en.wikipedia.org/wiki/Bat).


Hier nog wat feitjes:
- Bats are divided into two suborders: Megachiroptera, meaning large bat, and Microchiroptera, meaning small bat. The largest bats have a 6 foot wingspan. The bodies of the smallest bats are no more than an inch long.
- Bats can be found almost anywhere in the world except the polar regions and extreme deserts.
- 70% of bats consume insects, sharing a large part of natural pest control. There are also fruit-eating bats; nectar-eating bats; carnivorous bats that prey on small mammals, birds, lizards and frogs; fish-eating bats, and perhaps most famously, the blood-sucking vampire bats of South America.
- A single little brown bat can eat up to 1000 mosquitoes in a single hour, and is one of the world's longest-lived mammals for its size, with life spans of almost 40 years.
(www.defenders.org/bats/bats)




De vleermuis is als dranklogo het meest bekend bij rummerk Bacardi:

Vleermuizen hebben ook bierbrouwers geïnspireerd:







Blind Bat Brewery
Microbrewery? 
Nanobrewery!
Very small batches of beer craft-brewed in Centerport, Long Island, New York
We are moving the brewery to Smithtown in 2015Established in 2008 while brewing ten-gallon b
atches, Blind Bat expanded in 2010 - upgrading from a 1/3-barrel system (10 gallon batches) to a 3-barrel system (93 gallon batches).
It had pretty much been a part-time one-man operation while I continued to hold down a "regular" job, but 2014 and 2015 are a period of transition. Beer had not flowed as regularly as it does with a normal full-time brewery, but that is changing as we expand.
Why is it called the 'Blind Bat Brewery?'"
Back during Prohibition, speakeasies were often called "Blind Pigs" or "Blind Tigers."  I almost named the brewery "Blind Tiger" (even drew up a logo),  but found that the name was already taken.
I happen to be extremely near sighted (without corrective lenses, something will have to be three inches away from my nose to be in focus) as well as colorblind (which can be a challenge to a cartoonist and illustrator)1,  so the name became the "Blind Bat Brewery" instead. 
Also, if I'm wearing glasses instead of contacts, the brew kettle steams my glasses so much that I can't see (http://blindbatbrewery.com/page2/page2.html).





Green Jack have brewed a special ale to put on your bar for Halloween. Fruit Bat 5.5% is an extra special bitter flavoured with plums giving a wonderful fruity flavour scary enough for Halloween (www.green-jack.com/halloween/).

Batman became popular soon after his introduction and gained his own comic book title, Batman, in 1940. As the decades progressed, differing interpretations of the character emerged. The late 1960s Batman television series used a camp aesthetic which continued to be associated with the character for years after the show ended. Various creators worked to return the character to his dark roots, culminating in 1986 with The Dark Knight Returns by Frank Miller, followed by Batman: The Killing Joke by Alan Moore and Arkham Asylum: A Serious House on Serious Earth by Grant Morrison. The success of Warner Bros.' live-action Batman feature films have helped maintain public interest in the character. An American cultural icon, Batman has been licensed and adapted into a variety of media, from radio to television and film (http://en.wikipedia.org/wiki/Batman)...

Batman bestaat al sinds 1939, dus dat is alweer ruim 75 jaar. In die 75 jaar is hij wel wat veranderd qua uiterlijk en moraal. De moderne tijd heeft er wel wat meer realistischer geweld in verweven. daar waar in de jaren zestig nog met 'Kapow', 'Whamm' en 'Kabam' zijn er tegenwoordig ontploffende ziekenhuizen en zieke clowns...





Meerdere acteurs hebben Batman al gespeeld:
Adam West
-Michael Keaton
-Val Kilmer
-George Clooney
-Christhian Bale
-Ben Affleck
(http://alexbadass.deviantart.com/art/The-Batmen-from-the-movies-With-chest-sigil-483244640)

Er zijn ook meer Batmannen:
In de film Dark Knight is er een scene waarin er meerdere Batmannen zijn, maar ook in de stripserie blijkt het fenomeen Batman navolging te hebben:
Batmen of All Nations were a group of superheroes who were inspired by Batman to fight crime in their countries. The group first appeared in Detective Comics #215. Later the Batmen of All Nations were renamed the International Club of Heroes, often known as just the Club of Heroes. Post-Crisis on Infinite Earths, they were named the Dome (see Global Guardians) and were not inspired by Batman but the Justice Society of America (http://en.wikipedia.org/wiki/Batmen_of_All_Nations).

De Dark Knight films hebben de slechteriken sympathiek gemaakt. Volgens mij waren bij eerdere films, de supervillains als Penguin, Mr Freeze en Joker niet echt in beeld. Nu wel, en komen de kwade onverlaten goed in beeld, als grote leiders.









The Dark Knight Rises is a 2012 superhero film directed by Christopher Nolan, who co-wrote the screenplay with his brother Jonathan Nolan, and the story with David S. Goyer. Featuring the DC Comics character Batman, the film is the final installment in Nolan's Batman film trilogy, and the sequel to Batman Begins (2005) and The Dark Knight (2008). Christian Bale reprises the lead role of Bruce Wayne/Batman, with a returning cast of allies: Michael Caine as Alfred Pennyworth, Gary Oldman as James Gordon, and Morgan Freeman as Lucius Fox. The film introduces Selina Kyle (Anne Hathaway), a sly, morally ambiguous cat burglar, and Bane (Tom Hardy), a mercenary bent on destroying Gotham City who forces an older Bruce Wayne to come out of retirement and become Batman again (http://en.wikipedia.org/wiki/The_Dark_Knight_Rises).

De film maakt het ook complex: Batman is not a super hero.  He is a very human being who can do super-hero feats. He gets hurt, and he feels real pain—physical and emotional.
You have the citizens of Gotham, who both Batman and Harvey are pledged to protect, even though there are moments when you wonder why, since to the citizenry truth and justice is great as long as they don’t have to sacrifice themselves for it. This film shows human nature at its worst and its best.The ideal hero is not always the hero presented to the public.  One classic example of this is THE MAN WHO SHOT LIBERTY VALANCE. Sometimes, the lie is more important than the truth.
In the end Batman makes an unalterable decision like Harvey Dent.  Batman’s ultimate sacrifice for Gotham City is a testament that sometimes a hero must become the villain for the greater good (https://lochgarry.wordpress.com/2011/04/12/superheroes-the-batman/).



Nu we het toch over slechtheid hebben. Bierbrouwerijen kunnen soms ook slecht bezig zijn. De regels overtreden en het milieu vervuilen is natuurlijk niet goed.

Laatst had ik al over de OBM bij bierbrouwerijen. Deze is niet aan de orde bij een brouwerij die IPPC is (of er een milieueffectrapportage is gemaakt of moet worden gemaakt).

IPPC?
Een IPPC-installatie is een installatie waarin een of meer van de activiteiten plaatsvinden uit bijlage I van de Europese Richtlijn industriële emissies. Deze bijlage stond eerst in de IPPC-richtlijn (www.ondernemersplein.nl/regel/ippc/).

Een IPPC-installatie is een installatie waarin een of meer van de activiteiten uit bijlage I van de Richtlijn industriële emissies plaatsvinden.
De definitie van IPPC-installatie staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Definitie IPPC-installatie in de Wabo: installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage 1 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/bbt-ippc/ippc-installatie/).

Dus dan weet je nog niets...

Een IPPC-bedrijf is een bedrijf dat onder de IPPC-richtlijn vergunningsplichtig is. In Vlaanderen wordt dit in VLAREM I aangeduid met een X. Dit zijn veelal de bedrijven die het milieu sterk kunnen belasten. Er zijn enkele hondertallen van deze bedrijven in Vlaanderen. Voorbeelden van IPPC-bedrijven zijn onder meer afvalverbrandingsinstallaties met een capaciteit van meer dan 3 ton per uur, chemische installaties voor de fabricage van gehalogeeneerde koolwaterstoffen of intensieve pluimveehouderijen met meer dan 40 000 plaatsen voor pluimvee (http://nl.wikipedia.org/wiki/IPPC).

Waar staat IPPC voor?

De IPPC-richtlijn of richtlijn 1996/61/EC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control, geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. Ze maakt deel uit van het Europese milieurecht. Ze bestaat uit een set regels om industriële installaties te controleren. De richtlijn werd gecodifieerd in richtlijn 2008/1/EG. Ze is in 2010, samen met een aantal andere richtlijnen inzake industriële emissies, vervangen door de "RIE", de Richtlijn van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (http://nl.wikipedia.org/wiki/IPPC).

In de bijlage zie ik geen bierbrouwerij genoemd staan. Zou het categorie 6.4 b zijn? De bewerking en verwerking behalve het uitsluitend verpakken, van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder
bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van:uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 t per dag eindproducten

Dus als een brouwerij per dag 300 ton aan bier valt deze onder deze term?

Nuis het goed om eens te kijken naar die eenheid want brouwers rekenen in hectoliters. Een hectoliter is 100 liter, en 1 liter is een kg. Een ton is 1000 kg, dus 1000 liter, dus 1 m3 en 1 m3 = 10 hl (zie www.allesopeenrij.nl/article.php?aid=500, www.omzettennaar.be/hectoliter-naar-kuibiekemeter.html, www.unitjuggler.com/convert-volume-from-hl-to-m3.html).Het gaat dus om 300 ton = 300 m3 = 3000 hl. Dus als een brouwerij 3000 hl/dag brouwt is er sprake van een IPPC-brouwerij.

Inrichtingen waartoe een IPPC-installatie behoort, zijn vergunningplichtig. Dit staat aangegeven in artikel 2.1 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Bijlage I van het Bor geeft aan of de provincie bevoegd gezag is (art 3.3 lid 1 van het Bor). "Daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten" worden ook opgenomen in een omgevingsvergunning voor een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort (www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/bbt-ippc/ippc-installatie/).

De Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU) verplicht de lidstaten van de Europese Unie om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT) (www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/bbt-ippc-brefs/).

De Richtlijn industriële emissies is gericht op preventie en bestrijding van milieuverontreiniging. De richtlijn houdt bepaalde verplichtingen in voor intensieve veehouderijen en grote milieuvervuilende industriële bedrijven. Zij moeten de beste beschikbare technieken (BBT) gebruiken. Hiermee moeten zij hun verontreiniging beperken, zo min mogelijk energie en grondstoffen gebruiken en zo min mogelijk afval produceren (www.ondernemersplein.nl/regel/ippc/).

BBT staat voor de beste beschikbare technieken (BBT) in het Engels staat de afkorting BAT.

BAT kan staan voor het Brabants Afval TeamBritish American Tobacco, een Tupolev-vliegtuig,  en zo zijn er nog tal van onderwerpen die hiermee kunnen worden aangeduid.

Op infomil.nl is de Handleiding BBT bepalen verschenen. De digitale handleiding biedt het bevoegd gezag hulp bij het bepalen van de beste beschikbare technieken (BBT) voor emissies naar de lucht bij inrichtingen met een industriële IPPC-installatie (www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/bbt-ippc-brefs/menu/nieuws/handleiding-bbt/).

BREF
BREF of BREF-documents staat voor BAT Reference documents en is een uitwerking van de IPPC-richtlijn van de Europese Unie. 'BAT' staat dan weer voor Best Available Techniques oftewel Best Beschikbare Techniek. In een BREF-document staat beschreven wat de meest milieuvriendelijke technieken zijn die een bedrijf kan toepassen.
In een uitspraak van de Raad van State van 22 juli 2009 werd gesteld dat Shell Moerdijk zich aan de BREF-documenten moet houden en de best beschikbare technologie moet gebruiken, ook als deze technieken niet kosteneffectief zijn. Dit werd gezien als een belangrijke principiële uitspraak, waar ook andere partijen zich aan moeten houden (http://nl.wikipedia.org/wiki/BREF).

A BREF is a BAT Reference Document and is the result of the exchange of information for the guidance of decision makers involved in the implementation of the IPPC Directive. The BREFs are used by the Operators of the installations (during the preparation of the application for the IPPC Permit), the Environmental Authorities (Permit writers, Policy makers) and the Public in general...Pay attention to the fact that the BREFs are guidance documents only. They do not have legal status, they are meant to give guidance to industry, member states and the public on achievable emission and consumption levels when using specified BAT techniques. In every case the local conditions shall be taken into account when deciding the emission limit values and other conditions. In specific cases, the emission limit values might be higher or lower. Environmental quality standards in water and air might mean more strict values – or maybe zero emission/discharge. And there could be cases where the emission limit values could be less strict – to comply with the “best for environment as a whole” principle (www.uest.gr/infolibrary/FAQ/IPPC/bat.html#1).

De Nederlandse informatiedocumenten over BBT staan in de bijlage van de Regeling omgevingsrecht. Dit zijn onder andere circulaires, handreikingen, richtlijnen, oplegnotities en de publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS).
Voor het bepalen van BBT voor emissies naar lucht zijn de volgende Nederlandse informatiedocumenten over BBT relevant:
Nederlandse emissierichtlijn lucht
Oplegnotities (www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/bbt-ippc-brefs/handleiding-bepalen/3-identificatie-bbt/2-3-nederlandse/)
In paragraaf 5 van deze handleiding staat hoe aan deze Nederlandse BBT-documenten moet worden getoetst en wat de relatie is tussen de Nederlandse BBT-documenten en de BBT-conclusies (www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/bbt-ippc-brefs/handleiding-bepalen/3-identificatie-bbt/2-3-nederlandse/).

Brouwerijen moeten voldoen aan de NeR (regeling B 10). De regeling richt zich op het beperken of voorkomen van geuroverlast. Deze bijzondere regeling is van toepassing op IPPC-inrichtingen. Voor activiteiten van niet-IPPC inrichtingen die genoemd worden in deze bijzondere regeling geldt afdeling 3.6 Voedingsmiddelen van het Activiteitenbsluit. De activiteit ‘industrieel bewerken en vervaardigen van voedingsmiddelen' geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid per maatwerkbesluit nadere voorschriften te stellen indien het aanvaardbaar hinderniveau voor geur wordt overschreden. Bij het opstellen van dit maatwerkbesluit kan aangesloten worden bij deze bijzondere regeling.
De regeling is van toepassing op bierbrouwerijen met een productie van gemiddeld ten minste één brouwsel per dag. De regeling maakt een onderscheid tussen grote brouwerijen, waar per jaar meer dan 200.000 hectoliter bier wordt gebrouwen, en kleine brouwerijen, waar minder dan 200.000 hectoliter bier wordt gebrouwen. De regeling is niet van toepassing op mouterijen. De regeling heeft geen betrekking op de afvalwaterzuiveringsinstallatie van een brouwerij.
Onderscheid grote en kleine brouwerijen:
Zeer kleine brouwerijen die minder dan één brouwsel per dagen maken zijn vaak gekoppeld aan een andere activiteit, zoals horeca. De situatie is dan sterk lokaal gebonden en zeer specifiek. Daarom worden hiervoor in dit kader geen algemene regels gegeven. Het onderscheid tussen kleine en grote brouwerijen op basis van een jaarproductie van 200.000 hectoliter is gebaseerd op de accijnswetgeving. De regeling geeft geen eisen voor de afvalwaterzuivering omdat een afvalwaterzuivering die goed is gedimensioneerd en goed wordt bedreven normaal gesproken geen geuroverlast veroorzaakt. Als dat wel het geval is dient het bevoegd gezag in overleg met het bedrijf maatregelen vast te stellen.
Er zijn vier relevante bronnen van geuremissie bij het brouwproces. Dit zijn het maischen, het koken van het deelbeslag, het koken van de wort en de diffuse emissies. Diffuse emissies kunnen optreden bij het vergisten, lageren, filtreren en bottelen. Voor het berekenen van de geuremissies zijn de volgende kengetallen vastgesteld.
maischen                                 20 Mge/ton storting
het koken van het deelbeslag 38
de diffuse bronnen                 13
het koken van de wort       530
Kengetallen:
De kengetallen zijn afkomstig uit het geuronderzoek dat de brancheorganisatie heeft laten doen (Bedrijfstakonderzoek geurproblematiek brouwindustrie, Witteveen en Bos, 1995) (http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/ner/digitale-ner/3-eisen-en/3-3-bijzondere/b10/).

Als 300 m3 = 3000 hl., dan is 200.000 hl. 20.000 m3. Wat zou daarover in de accijnswetgeving staan?

Artikel 4.2
Degene die bier in geconcentreerde of in vaste vorm uitslaat of invoert, is op verzoek van de inspecteur gehouden alle gegevens te verstrekken die het mogelijk maken op eenvoudige wijze het volume van het bier te herleiden tot het in artikel 4.10, tweede lid, van de wet bedoelde volume van voor gebruik gereed bier (accijnswetgeving).

Artikel 4.3
1. De hoeveelheden, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, onderdeel b, van de wet zijn:
a. bier 20.000 L;
b. wijn 2.500 L;
c. overige alcoholhoudende producten 2.500 L;
d. benzine 2.500 L.
2. De inspecteur kan, onder door hem te stellen voorwaarden, in afwijking van het eerste lid, een vergunning voor een accijnsgoederenplaats verlenen indien de gemiddelde voorraad lager is dan de daar bedoelde hoeveelheden (accijnswetgeving).

20.000 liter is slechts 20 m3? Hoe zit het dan met die 200.000 hl?

Artikel 4.6
In een verzoek om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden met betrekking tot hetgeen in artikel 4.25 van de wet is bepaald, in elk geval vermeld:
a. een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer blijkt of de vergunning ook wordt gevraagd voor de vervaardiging van de desbetreffende accijnsgoederen of uitsluitend voor het voorhanden hebben van de desbetreffende accijnsgoederen;
b. het adres van de plaats waar de accijnsgoederenplaats wordt gevestigd;
c. een omschrijving van de administratie en de administratieve organisatie, en het adres waar de administratie wordt gehouden;
d. met betrekking tot accijnsgoederenplaatsen waar overige alcoholhoudende producten worden vervaardigd, het aantal en de inhoud van de apparaten waarin de vervaardiging plaatsvindt; en
e. met betrekking tot accijnsgoederenplaatsen waar bier wordt vervaardigd, het aantal en de inhoud van de bierketels waarin het wort wordt gekookt (accijnswetgeving).

Ik snap er niet veel van. Hoezo 200.000, 20.000 of 20 m3 of hl?

Als ik de Oplegnotitie BREF Voedingsmiddelen- en Zuivelindustrie zoek kom ik uit bij de grote BREF: een lijvig document met allerlei uitleg over de voedselindustrie (Ook de fabricage van diervoeder valt onder de richtlijn.) (zie www.infomil.nl/onderwerpen/duurzame/bbt-ippc-brefs/brefs-bbt-conclusies/#1Energieindustrie).

Op http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf lees ik iets over vergisting:

2.2.14 Yeast
Yeasts are single cell fungi used in a wide range of fermentation processes such as baking, beer
brewing and the manufacture of wines and spirits. Yeast is usually supplied to food
manufacturers either in a crumbled/compressed form or as active dry yeast. Although methods
vary, the essential steps in conventional processing are as described below.
Propagation takes approximately 6 to 8 days on a commercial scale using propagators sized
between 91000 and 227000 litres. Yeast production initially involves a series of small
propagations. The yeast produced at each stage being used to seed the subsequent propagation.
Ingredients typically added to the fermenter are cane and beet molasses, blended and clarified
before addition; ammonia; phosphoric acid; vitamins; minerals and de-foaming agents. (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Aeration of the fermenter is essential to achieve optimum growth Air is introduced by bubbling through a series of parallel pipes fitted at the bottom of the vessel. In agitated vessels, air is usually
introduced through a doughnut shaped sparger, located just underneath the stirred blades. In
general, 100 grams of dry yeast matter require 102.5 grams of oxygen to be supplied during
fermentation. Temperature and acidity must be regulated to optimise yields. Typically,
fermentation is carried out at 30 °C and at a pH of 4.5 – 6.5. Water may be used in external
heat-exchangers or internal coils to maintain the fermentation temperature, which otherwise
tends to rise due to the yeast growth.
After propagation, the fermenter contents are cooled and the yeast crop is removed by
centrifugal separators. The yeast cream is washed to improve its colour and cooled. Crumbled
yeast is produced by pressing in a plate and frame filter or a vacuum filter. Alternatively the
crumbled yeast may be mixed with emulsifiers and extruded to produce yeast blocks. Dried
yeast is produced in a similar manner but is extruded through a perforated plate to produce
strands of around 3 mm diameter and 0.3 to 1 cm long. The strips are usually dried in rotary or
tunnel driers before grinding and packaging. Dried yeast is usually packed in hermetically
sealed containers or film with a headspace of nitrogen to extend its active shelf-life (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Een mooie beschrijving  van hoe gist wordt geproduceerd. Vervolgens volgt een hoofdstuk over mouten:

2.2.15 Malting
Malt is a product derived from germinated grain, e.g. barley, oats or wheat, which is dried in
kilns. Malts are fermented to make beers and lagers or may be fermented and then distilled to
make spirits such as whisky. Malts may also be used in a range of foods such as non-alcoholic
malted drinks, breakfast cereals, baby foods and animal feeds.
Malting activates and develops a number of enzymes including amylolytic and proteolytic
enzymes. Amylolytic enzymes break down starch to fermentable carbohydrates. Proteolytic
enzymes act as flavour precursors and as nutrients for yeast in subsequent fermentations.
Malting involves controlled wetting by steeping, germination and drying of the grain. The
process must be carefully controlled to induce the desired physico-chemical changes required,
whilst at the same time minimising weight loss due to germination and respiration. The malted
grain is dried to halt growth, stop enzymic activity and produce a stable product with the desired
colour and flavour. Drying is followed by cooling down to 25 to 35 ºC and by the removal of
malt sprouts.
Two types of malt are generally produced on a commercial scale, i.e. brewers’ and distillers’
malts. Both types use barley as the starting raw material. Other cereals, such as wheat or rye,
can also be used. Brewers’ malt is made from plumper, heavier barley kernels with a friable
starch mass. The barley is cleaned and then steeped in water at around 16 ºC ranging from
10 to 25 ºC for about 1 to 3 days. The actual temperature and steeping periods depend on the
equipment, the process parameters, the raw material and the finished malt to be obtained.
Steeping may occur in alternate stages of wet and dry periods. The barley is germinated at
moisture contents of about 45 %, ranging from 30 to 50 %, depending on the same issues.
The resulting green malt is air-dried in kilns. Hot air, is blown through a layer of green malt of
about 50 to 150 cm thickness, without any fluidisation of the batch. The blowing lasts around
16 to 24 hours in one floor kilns and 32 to 48 hours in two floor kilns. For pale coloured malts,
resulting in a moisture content of 3 to 6.5 %, the starting air temperature is around 50 ºC and it
is increased to around 70 to 85 ºC. To obtain darker coloured malts, with lower humidity levels,
the temperature is increased further to 130 ºC. Kilning is carried out in several stages to ensure
that moisture is removed effectively without unduly reducing the enzymatic activity. In general,
the airflowrate reduces and the air temperature increases as the kilning progresses. At the end of
the kilning process, the dried malt is cooled down to about 25 to 35 ºC and the malt culms are
removed.
Distillers’ malt, also called high diastatic malt, is made from small kernelled barley which is
high in protein and enzymic potential. The barley is steeped at higher moistures levels ranging
from 45 to 49 % and dried at lower temperatures, ranging from 49 to 60 ºC to a higher final
moisture content ranging from 5 to 7 %. Brewers’ malt tends to be darker than distillers’ malt
and has an increased flavour and aroma.
Germination of the steeped grain can be brought about with a range of equipment, but
essentially the process consists of subjecting the grain to a stream of humidified air at around
10 – 30 °C, depending on the equipment, the process parameters, the raw material and the
finished malt to be obtained. The grain temperature varies between 15 and 45 ºC due to the heat
developed from respiration. Periodically, the grain is slowly turned and, in some cases, humified
to ensure an even temperature distribution and to prevent matting of rootlets. Germination has
traditionally been carried out on concrete floors in cool moist rooms with the grain turned
manually, but this method is now being replaced by more modern mechanised techniques.
After kilning, malt sprouts are removed in a cleaning stage to yield the final malted grain. This
grain may be milled to produce malt flour. Malt extract is produced by hot water extraction
from the finished malt, as carried out in the first stage of the brewing process, and then by
concentrating the resultant extract, by means of the evaporation of water in evaporation vessels.
The raw grain, the green malt or the finished malt can further be processed in the roasting drum
to produce roasted barley, caramel malt or roasted malt of different colours and flavours (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Nooit geweten dat bij het mouten er al een verschil is tussen bier en gedestilleerd...

2.2.16 Brewing
Beer is traditionally considered to include products such as lager, e.g. Pilsner malt and Munich
malt, ale, porter and stout. It is an alcoholic drink derived from malted barley, with or without
other unmalted cereal grains, and flavoured with hops. Sugar may also be added. There are three
basic steps in the process; mashing, fermentation, and maturation/conditioning (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Kijk nu wordt het interessant!

2.2.16.1 Mashing
Grains are normally received in bulk at breweries and transferred to silos. The malted barley is
milled before use, the aim is to crush the endosperm with minimal damage to the husk. After
milling, the ground materials or grist are mashed to produce a fermentable substrate for yeast
fermentation. Additives may be used as a supplementary carbohydrate source, either to the mash
kettle, e.g. maize grist or rice, or to the wort kettle, e.g. sucrose or glucose/maltose syrup. The
grist is mixed with hot water to produce a thick slurry. The mix is then held for a sufficient
period to allow the enzymes present in the malted barley to break down starch and proteins in
the cereals.
Depending on the way in which the temperature is raised, mashing processes are classified into
two types, i.e. infusion or decoction mashing. With infusion mashing, the entire mash is heated
up, with appropriate rests until reaching the final mashing-off temperature. In decoction
mashing, the temperature is increased by removing and boiling part of the mash. By returning it
back to the remainder, the temperature of the total mash is increased to the next higher rest
temperature. The vessel used for mashing is known as a mash tun. The wort is separated from
the brewers grain by filtration in a mash filter or by straining. This is called lautering and takes
place in lauter tuns. Once the so-called first wort has run off, the water is sprayed over the spent
grist to extract as much wort as possible. After completion of the lautering, the leached brewers
grains are discharged to silos and traditionally sold to farmers for use as cattle feed (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Tja, het is wel een beschrijving van het proces, maar hier zal je niet van leren hoe je brouwen moet...Het is allemaal nogal beschrijvend. Zonder in te gaan op de 'best bestaande technieken'.

2.2.16.2 Fermentation
The wort is boiled for for 1 to 1.5 hours in the wort kettle with hops or hop extracts, releasing
bitter substances that are dissolved. The wort is boiled with a boiling intensity of 5 to 8 %
evaporation of casting volume per hour. A coarse coagulum of proteinaceous precipitated
material is separated from the wort. This is known as the hot trub. Synthetic additives, based on
polyester, result in a compact separation of the unpleasant, coarse, and bitter-tasting hot trub.
The wort is clarified in a whirlpool to remove the hops and then cooled to the pitching
temperature. The hot cooling water, of about 75 to 85 ºC, is collected and used as brewing water
and for cleaning. It is possible to produce stronger wort than that corresponding to the original
gravity of the final beer produced and it is possible later, before or after fermentation, to dilute it
with water to the desired extract content. This is called high gravity brewing. Whether dilution
is performed before or after fermentation depends, among other things, on local legislation. A
further aim of wort boiling is the inactivation of all enzymes, sterilisation as well as
concentration of the wort (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Volgens mij is het dat hoe meer volume wort er meer problemen zijn met 'hot trub'. Als kleine brouwer met een paar liter in een grote soeppan zal dit probleem nog niet echt spelen.

The clear hopped wort is aerated to encourage yeast propagation prior to fermentation and
yeasts are added. The particular yeasts strains used are typical for beer production. Yeasts are
divided into two major groups, i.e. top and bottom fermenting yeasts. Yeasts that tend to rise to
the top of the fermentation vessel are typically used for ales and have a fermentation
temperature of about 15 to 25 ºC. Yeasts which tend to settle to the bottom of the vessel toward
the end of fermentation are typically used in lagers, where the fermentation is normally
performed at 8 to 15 ºC. To maintain the desired fermentation temperature, the tanks are cooled.
At the end of fermentation, the yeast is separated from the product. A part of it is used for
another batch, and the remainder is disposed of or considered to be a co-product (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Ook hier is een beschrijvende tekst, zonder adviezen wat nu een goede techniek is of werkmethode.Of zou dat bedrijfsgeheim zijn?

2.2.16.3 Maturation/conditioning
Lagers require conditioning by chilled storage for several weeks before clarification. The beer is
generally clarified in a diatomaceous earth filter, e.g. kieselguhr. After carbonation, the beer
may be subjected to a number of preservation processes, such as flash pasteurisation and aseptic
filling, membrane separation or in-container pasteurisation.
Before bottling, the beer is filtered through a filter cake. Proven materials for this purpose are
mud-free kieselguhr; calcined and screened diatomaceous earth of various particle size
distribution; and perlite from ground and calcined glassy rock of volcanic origin. Activated
carbon may be used to correct a mild off-taste. For example, it is usually used in the treatment
of rest beers. Shortly before filtration, hydro- and xero-silica gels may be added to contribute to
the build-up of the filter cake. Fining, by the addition of, e.g cross-linked polyvinylpyrrolidone
(PVP) and polyvinylpolypyrrolidine (PVPP) is carried out to clarify the beer and, e.g. reduce the
polyphenol concentration.
Cleaning agents and disinfectants are also used (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Het is wel interessant om te lezen hoe het lageren te werk gaat. Bij het filteren worden dus kieselguhr en silica-gels gebruikt om het bier helderder te maken. Actief kool kan gebruikt worden om de smaak te corrigeren.

3.3.11 Brewing
Beer is a fermented drink with a relatively low alcohol content made from various types of malt
and grain. Malted barley predominates but malted wheat, maize or other grains, or sugar and
syrups may also be used. Although there are installations where malt is also produced at the
same premises, consumption and emission levels for malt production are reported in Section 3.2.26.
Breweries use significant amounts of water and energy and produce waste water and solid
residues. Figure 3.17 shows the typical consumption and emission levels for German breweries.
Note that capacity/output of breweries is usually expressed in hectolitres (hl) not in cubic metres
(m3) of beer (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Nu ga ik die afbeelding niet overnemen, want die zijn te vinden in de BREF zelf. Wel is het handig om nog eens te kijken naar die eenheid: een hectoliter is 100 liter, 1 hectoliter = 0,1 kubieke meter (m3) , dus 1 m3 = 10 hl (zie www.allesopeenrij.nl/article.php?aid=500www.omzettennaar.be/hectoliter-naar-kuibiekemeter.htmlwww.unitjuggler.com/convert-volume-from-hl-to-m3.html).

3.3.11.1 Water consumption
Water consumption for modern breweries generally ranges from 0.4 to 1 m3/hl of beer produced. An example Finnish brewery reported an average water consumption of 0.32 m3/hl [199, Finland, 2003]. Water consumptions for individual process stages, as reported for the German brewing industry, are shown in Table 3.72.
Specific water consumption (m3/hl beer produced)
Measured** Literature Department from to from to
Brewhouse 0.174 0.26
Cold storage 0.130 0.236 0.11 0.24
Fermentation cellar 0.032 0.053 0.04 0.08
Storage cellar 0.024 0.067 0.01 0.06
Filtering cellar 0.031 0.109 0.01 0.076
Bottling cellar 0.059 0.163 0.09 0.098
Cask cellar 0.013 0.061 0.01 0.12
Miscellaneous* 0.20 0.204 0.026 0.397
TOTAL PROCESS 0.489 0.893 0.470 1.331
*Estimates
**Measurements by Heidemann, Rosenwinkel and Seyfried (1990 to 1992) or brewery figures
Table 3.72: Water consumption for different brewery processes
[65, Germany, 2002] (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Ik heb al eens gehoord dat waterverbruik een probleem is bij bierbrouwen. Als ik het no goed herinner zou 7 liter water zou nodig zijn voor het produceren van 1 liter bier. Als ik echter deze cijfers zie is het dus 4 tot 10 liter water per 1 liter bier. Dat scheelt nogal.

The water consumption figure varies depending on the type of beer, the number of beer brands,
the size of brews, the existence of a bottle washer, how the beer is packaged and pasteurised, the
age of the installation, the system used for cleaning and the type of equipment used. If an on-site
well is used, the water may require treatment before use, during which losses of up to 30 % may
occur. Bottling consumes more water than kegging. Consumption levels are high for once
through cooling systems and/or losses due to evaporation in hot climates (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Okee, dat is duidelijk. Overal ter wereld kunnen bieren worden gebrouwen, en afhankelijk van  de locatie en het klimaat is waterverbruik navenant. Logisch...

Wat wel opvalt is dat ze stellen dat waterbehandeling wordt gekoppeld aan water uit eigen bron, terwijl ook leidingwater aan behandeling kan worden onderworpen. Afhankelijk van de bierstijl is een bepaalde waterkwaliteit en samenstelling gewenst. De 'treatment' kan overigens ook als schoonmaak zijn bedoeld. Dat is inderdaad iets dat bij (Nederlands) leidingwater niet aan de orde.

3.3.11.2 Waste water
The waste water discharge is equal to the water supply minus the produced beer, the evaporated
water in the brewery and utility plants, and the water present in the by-products and solid waste.
It is reported that in Austria 0.26 – 0.6 m3 of waste water is produced per hectolitre of beer. It is reported that in modern breweries 0.3 – 0.9 m3 of waste water is produced per hectolitre of beer. An example Finnish brewery reported an average waste water production of 0.24 m3/hl [199, Finland, 2003]. Table 3.73 shows waste water production in different brewing processes (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Afvalwater is ook een probleem bij bierbrouwerijen. Bij ons kan het zo door de gootsteen, maar hoe groter de brouwerij, hoe meer afvalwater.....

The waste water is very variable and the pollution load of the different steps do not follow the
volumes throughput, e.g. bottle cleaning produces a high amount of waste water but with only a
low organic load, while waste water from fermentation and filtering account for only about 3 %
of the total waste water volume but 97 % of the BOD load [140, World Bank (IBRD), et al.,
1998]. Organic pollution in waste water mainly comes from the following sources:
• brewers grains
• yeast and surplus yeast
• trub
• weak wort discharge
• emptying and rinsing of water from kettles
• emptying of process tanks
• pre- and after-runs from diatomaceous earth filtration and filling
• chase water from process pipes
• rejected beer in the packaging area
• returned beer
• breakage of bottles in the packaging area
• ancillary materials used in the packaging area
• conveyor lubrication
• label glue.
SS in the waste water originate from the discharge of by-products, diatomaceous earth, e.g.
kieselguhr, and possible label pulp from the bottle cleaner. Nitrogen originates mainly from
detergents used for tank cleaning, from the malt and from additives. Phosphorus may come
from the cleaning agents used. Large variations in pH may occur due to the use of acids and
caustic for the cleaning of process equipment and returnable bottles. Heavy metals are normally
present in very low concentrations. Wear of the machines, especially conveyors in packaging
lines, may be sources of nickel and chromium (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Er zit nogal wat in het afvalwater van een bierbrouwerij. Als ik kijk bij mijn brouwescapades in de keuken dan gaat er heel wat water weg bij het voorreinigen, desinfecteren en schoonmaken achteraf. De tuin wordt gebruikt als dumpplaats voor de drap, draf en dergelijke.

Table 3.74 shows the characteristics of untreated
waste water from breweries. In terms of pollution load, Table 3.75 shows the ranges valid for
modern breweries.
Parameter Unit Range
BOD5 mg/l 1000 – 1500
COD mg/l 1800 – 3000
Suspended solids mg/l 10 – 60
Total nitrogen mg/l 30 – 100
Total phosphorus mg/l 30 – 100
pH – 3 – 13
Table 3.74: Untreated waste water characteristics for breweries
[65, Germany, 2002, 136, CBMC - The Brewers of Europe, 2002, 140, World Bank (IBRD), et al.,
1998] Table 3.74: Untreated waste water characteristics for breweries
[65, Germany, 2002, 136, CBMC - The Brewers of Europe, 2002, 140, World Bank (IBRD), et al.,
1998] Parameter Unit Range
Water consumption hl water/hl beer sold 4 – 10
Waste water generation hl water/hl beer sold less
water consumption 1.3 – 1.8
COD kg/hl beer sold 0.8 – 2.5
COD/BOD5 ratio – 1.5 – 1.7
Total suspended solids kg/hl beer sold 0.2 – 0.4
Table 3.75: Waste water and pollution generated in breweries
[136, CBMC - The Brewers of Europe, 2002] (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Deze cijfers zeggen mij niet zo veel....

3.3.11.3 Air emissions
Apart from the emissions to air from energy generation processes, the main potential emission
sources are dust from material intake and transport of raw materials, i.e. grains, and filtration
aids, i.e. kieselguhr. Ammonia from cooling operations may be accidentally released.
The largest source of odour emissions is the evaporation from wort boiling. Other sources are
waste water treatment, storage and handling of co-products and by-products, oil storage,
ventilation of beer cellars and packaging lines and air emissions from the boiler house (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Luchtemissiebronnen zijn dus:
- stof van graan/mout;
- ammonia van koeling (?) Ik gebruik gewoon koud water...
- wortdamp;
- geur van het afvalwater en de nevenproducten en olie (?);
- geur van ventilatie van de bierkelder en de verpakkingenlijn en het ketelhuis.

Een aantal bronnen lijken mij erg industrieel. Volgens mij is bij een brouwerij vooral de wortdamp een belangrijke geurbron. Tenminste  bij mij in de keuken is dat een opvallend iets dat volgens mij flink hinderlijk wordt als je er dagelijks mee te maken hebt. Ook de geurt van gistend bier kan volgens mij voor de buurman hinderlijk zijn. Nu komt de geur van dat ene gistvaatje bij mij niet verder dan de keuken, maar ik kan me zo voorstellen dat bij de grote brouwers zoals in Lieshout, Zoeterwoude en Enschede dat wel degelijk een rol speelt. Hoe zouden zij die geurhinder eigenlijk tegengaan?

3.3.11.4 Solid output
Solid materials enter the brewery in the form of raw and ancillary materials. Solid materials
leave the brewery as co-products such as brewers grains and surplus yeast, primary and
secondary packaging material, and other solid waste. Generally, only a very small amount of
hazardous waste is produced, e.g. spent laboratory chemicals and batteries. Major co-product,
by-product and solid waste fractions are identified in the example shown in Figure 3.18. The
generation of co-product, by-product and solid waste is quantified for a brewery that produces
one million hectolitres of beer per year. The example installation produces beer bottled mainly
in returnable bottles, and uses plastic crates. The generation of flue-gas and waste water
treatment residuals are not considered (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Wat een open deur is dit. Het afval van een brouwerij is de draf en surplus gist en verpakkingsmateriaal (wie heeft nu geen verpakkingsmateriaalafval?) en overig afval (wat een geweldige categorie). Gevaarlijk afval komt uit het laboratorium en door batterijen (ja, wie heeft nu geen batterijen als afval?). Tja, ook als kleine brouwerij heb ik deze afvalstromen. Laatst nog een batterij van de rookmelder...

3.3.11.5 Energy
Breweries need both electrical and heat energy. Combined heat and power generation is in use
in some facilities. Depending on availability, price and legal requirements, different fuels such
as coal, oil or gas are used. Table 3.76 gives average energy consumption levels for German
breweries with 20 or more employees.
Heat Specific
Coal Oil Gas Total
Electrical
Power
Beer
Year Output Heat Power
(x 106 kWh) (x 106 kWh) (x 106 hl) (kWh/hl) (kWh/hl)
1997 157 929 2992 4078 1199 114.8 35.5 10.4
1998 150 846 2943 3939 1187 111.7 35.3 10.6
1999 162 789 2956 3907 1175 112.8 34.6 10.4
2000 150 683 2809 3642 1163 110.4 33.0 10.5
(x 106 MJ) (MJ/hl)
1997 565 3345 10771 14681 127.9
1998 541 3046 10595 14182 127.0
1999 583 2841 10642 14066 124.7
2000 540 2458 10113 13111 118.7
Table 3.76: Energy consumption of German breweries with more than 20 employees
[65, Germany, 2002]
A brewery without a sophisticated heat recovery system consumes about 27.78 – 55.55 kWh/hl
beer (100 - 200 MJ/hl) [136, CBMC - The Brewers of Europe, 2002]. The main heat consuming
process steps are mashing, wort boiling, generation of hot liquor, CIP, sterilising, bottle/keg
cleaning and pasteurising. Heat consumption for some departments is given in Table 3.77.
Minimum Mean Maximum Literature1 Measured2
figure range
Department/
process
(MJ/hl beer) (MJ/hl beer)
Brewhouse 87 92 121 84 – 113 50 – 80
Bottling
installation
58 86 94 25 – 46 38 – 58
Kegging
installation
8 11 13 8 – 13
Process water 3 4 8 4 – 8
Service water 8 – 17
Miscellaneous 33 – 46 95
Total 156 193 236 162 – 243 183 – 233
(kWh/hl beer) (kWh/hl beer)
Brewhouse 24.17 25.56 33.61 23.33 – 31.39 13.89 – 22.22
Bottling
installation
16.11 23.89 26.11 6.94 – 12.78 10.56 – 16.11
Kegging
installation
2.22 3.06 3.61 2.22 – 3.61
Process water 0.83 1.11 2.22 1.11 – 2.22
Service water 2.22 – 4.72
Miscellaneous 9.17 – 12.78 26.39
Total 43.33 53.62 65.55 44.99 – 67.50 24.44 – 64.72
1) 20000 to 500000 hl beer sold/yr
2) 300000 to 500000 hl beer sold/yr
Table 3.77: Heat consumption for different brewery processes
[65, Germany, 2002] (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Nou dit is een hoop algebra, dat misschien in het BREF zelf logischer lijkt, maar ik heb niet zo veel met cijfers. Eigenlijk zou ik zelf eens moeten meten hoeveel gas ik verbruik bij het maischen en koken van de wort. En hoeveel water zou ik verbruiken? Het verpompen van dat water kost natuurlijk ook energie. Net zoals de verlichting etc...

The major consumers of electrical energy are the packaging area; cooling plant; compressed air
plant; if applied, the carbon dioxide recovery plant; WWTP and air conditioning. Pumps,
ventilators, drives, and electric lighting count for a large part of the electricity consumption,
with about 8 – 12 kWh/hl in a brewery (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Tja elektrische apparaten verbruiken energie, wie had dat gedacht? En de kooldioxideterugwinning en waterzuivering verbruiken energie. Uitzetten dan maar?

3.3.11.6 Noise
The main noise sources are transport within the brewery with lorries and forklifts, condensers
and cooling towers (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Dus bij een kleine brouwerij zonder heftruck, condensors en koeltoren is er geen geluid?

3.3.11.7 Solid output
The majority of solid waste arises from packaging (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Dit lijkt me een herhaling van 3.3.11.4, maar dan korter. Zou je dan meer bulk moeten inkopen? Dan heb je minder verpakkingsafval. Ook zou je verpakkingen kunnen hergebruiken. 

4.5.7.8.3 Brewing
Usually, there are fluctuations in the generation of waste water. The peak flow can be in the
order of 2.5 – 3.5 times the average flow, depending on how close to the production area the
measurement is made. The period of peak flow is normally short. Peak flows occur in the
brewhouse and beer processing area in connection with cleaning operations. In the packaging
area, peak flows occur during closing down of the line as bottle washers and tunnel pasteurisers
are emptied. A third area, where large peaks can occur, is in the waste water treatment area
during backwash of filters (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Tja, aangezien brouwen een batchgewijs proces is, is het afvalwater ook niet constant...

The concentration of organic material will depend on the waste water to beer ratio and the
discharge of organic material into the WWTP. The typical discharge of organic material from a
brewery is normally in the range of 0.8 – 2.5 kg COD/hl beer. Larger discharges can occur and
can be attributed to the discharge of surplus yeast, trub or other concentrated wastes into the
WWTP that could be disposed of in better ways. Production of non-alcoholic beer may result in
very high discharges if the condensed alcohol is discharged into the WWTP (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Dat is interessant: bij alcoholvrij bier wordt alcohol gecondenseerd??? Waarom zou dat in het afvalwater gaan? Het lijkt mij toch dat het afvangen van alcohol een verkoopbaar nevenproduct oplevert.

Normally, the process waste water has a low content of non-biodegradable components.
Brewery waste water normally has a COD/BOD ratio of 1.5 – 1.7 indicating that the waste
water is easily degradable.
During primary treatment, neutralisation (see Section 4.5.2.4) is essential. The dosing capacity
of the neutralisation plant will depend on the operation of the brewery, especially the design and
operation of the discharge of the caustic baths in the bottle washers and CIP tanks. Other
alternatives are using flue-gases from the boiler plant or surplus CO2 from the fermentation to
neutralise caustic in CIP plants or overflow from bottle cleaning facilities. The equipment can
be a scrubber or a simpler system with venting of the gas to a sump (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Zuur van het koolzuur kan gebruikt worden om de basische schoonmaakmiddelen in het afvalwater te neutraliseren?

Secondary treatment can include aerobic (see Section 4.5.3.1) and/or anaerobic (see
Section 4.5.3.2) processes. The most common aerobic method applied for brewery waste water
treatment is the activated sludge process (see Section 4.5.3.1.1). Nevertheless, using an
anaerobic process gives the advantage that less (or no) nutrient is needed for nutrient deficient
brewery waste water. The most commonly used anaerobic techniques are the UASB (see
Section 4.5.3.2.4) and the EGSB (see Section 4.5.3.2.8) reactors.
The excess sludge can be a significant part of the breweries’ solid waste generation and must be
disposed of. The use of sludge in land application has been reported (see Section 4.1.6).
If waste water requirements are more stringent than a BOD of 15 mg/l and an SS of
20 - 30 mg/l, tertiary treatment is necessary (see Section 4.5.4) (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

UASB en EGSB zijn veel toegepaste technieken om afvalwater te zuiveren. Bij een kleine brouwerij is de toevoer en vervuilingsgraad niet constant genoeg om dergelijke zuiveringsmethoden te onderhouden.

SS is volgens mij geen Duitse legereenheid, maar daar worden suspended solids mee bedoeld; onopgeloste deeltjes...

4.5.7.8.4 Water re-cycling in a brewery
Description
At the end of mash separation, the residual, very dilute worts, are allowed to freely drain until
an acceptable level of brewers’ grains moisture is achieved. After grains discharge, the fines
deposited beneath the false floor are removed by a hot water underplate pressure cleaning and
the false floor slots are kept unobstructed by an overhead hot water rinsing. These very dilute
worts are high in SS, lipids and polyphenols and, traditionally, have been considered
unacceptable for process re-use and are consequently sent to the WWTP. This loss is significant
in terms of water, energy and extract (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

SS is volgens mij geen Duitse legereenheid maar suspended solids; onopgeloste deeltjes.
Lipids zijn vet en polyphenols zijn polyfenolen? Wat zijn dat nu weer?

Polyfenolen zijn een groep van chemische verbindingen, die voorkomen in planten. Een molecuul polyfenol bestaat uit meer dan één fenolgroep, Ze worden onderverdeeld in tanninen en fenylpropanoïden zoals ligninen en flavonoïden. Polyfenolen kunnen worden aangetoond met een Fe(III)-chloride-oplossing, omdat ze hiermee een groene tot blauwe verbinding vormen.
De onderverdeling in tanninen, ligninen en flavonoïden is gebaseerd op zowel de polyfenyleenheden afkomstig van de secundaire plantstofwisseling in de shikimaatcyclus als van de klassieke indeling gebaseerd op het relatieve belang van elke basiscomponent bij de verschillende onderzoeksgebieden. Tannine vanwege het belang voor de leerlooierij, ligninen in verband met de structuur van de bodem en de plant en flavonoïden vanwege de secundaire plantenmetabolieten tegen vraat en de bloemkleurvorming (anthocyaninen).
Polyfenolen werken ontstekingsremmend en hebben een anticarcinogene werking. Flavonoïden en anthocyanen beschermen de lichaamscellen tegen vrije radicalen en vertragen de verbranding in de cel. Ook verminderen ze de afzet van vetachtige stoffen in de bloedvaten en zorgen voor een daling van LDL- cholesterol, waardoor minder arteriosclerose optreedt. Verder kwam uit een studie van het Vanderbilt University Medical Center naar voren dat bij het regelmatig drinken van vruchtensap het risico op de ziekte van Alzheimer met 76% werd verlaagd, waarvoor de polyfenolen verantwoordelijk gehouden worden. Polyfenolen hebben ook een bloeddrukverlagend effect (http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyfenol) (http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/100120-wat-zijn-polyfenolen.htmlhttp://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/63527-polyfenol-antioxidant-en-bioactieve-stof.html).

BITTER IN DE MOND MAAKT HET HART GEZOND
Een teveel aan polyfenolen uit de mout komt het bier niet ten goede. ....Voor wat betreft polyfenolen is er iets anders aan de hand. Wetenschappers hebben namelijk ontdekt dat polyfenolen een positieve invloed hebben op de menselijke gezondheid. Vooral ter voorkoming van kanker. Dit komt door de antioxidatieve kracht van polyfenolen waardoor de werking van zuurstofradicalen in het bloed wordt opgeheven. Daarnaast is al langer bekend dat een matig alcoholgebruik hart- en vaatziekten tegengaat (www.hobbybrouwen.nl/artikel/Polyfenolen%20anders%20bezien.html).

Voor het beperken van de hoeveelheid polyfenolen bestaan twee redenen. De eerste reden is dat polyfenolen reageren met opgeloste eiwitten en zo zorgen voor troebelingen en een mindere smaakstabiliteit (opgeloste eiwitten dragen in belangrijke mate bij aan de body/volmondigheid van een bier). De schrijvers van het Brauweltartikel komen tot de conclusie dat de stabiliteit van een bier (zowel de helderheid als de smaak) niet in het geding is bij een hoger gehalte aan polyfenolen en zelfs verbetert als het eiwitgehalte beperkt is. Een laag eiwitgehalte krijg je door mout te gebruiken die eiwitarm is en door de eiwitoplossing beperkt te houden (alweer dus reden dus om geen lange eiwitrusten aan te houden!).
De andere reden waarom vaak getracht wordt de hoeveelheid polyfenolen uit mout te beperken is de onaangename bitterheid van moutfenolen en het samentrekkend gevoel in je mond. Ten aanzien van deze effecten wordt in het artikel geen aandacht besteed. Eerlijk gezegd heb ik niet zo veel trek een bittere pil te slikken die misschien wel goed mag zijn voor mijn gezondheid maar er ook voor zorgt dat ik wat minder geniet.
Overigens hoort een zekere hoeveelheid polyfenolen altijd in het bier te zitten. Polyfenolen met hun samentrekkend karakter maken onweersprekelijk onderdeel uit van de smaak van bier. Een bier zonder polyfenolen is laf en zonder karakter (www.hobbybrouwen.nl/artikel/Polyfenolen%20anders%20bezien.html).

Dus polyfenolen komen vanuit de mout in het (afval)water. Dus maar verder met het afvalwater...

Waste water from the lauter tun is a significant contributor to a brewery’s total waste water. The
strength of the lauter tun waste water depends on several factors. In terms of water balance, the
lower the spent grain moisture content, the greater the waste water volume. It is advantageous to
reduce further the volume of dilute wort drainings, but care is needed not to entrain air or extend
the time of wort collection. It is also common practice to apply deep bed raking during the bed
drain down to speed up the draining of the residual dilute worts after completion of the wort
collection to the kettle. The more aggressively this technique is employed, the more fines pass
through to the waste water. A higher level of retained spent grain after discharge, inevitably
results in more fines/COD being entrapped in the false floor plate and removed by the
underplate pressure cleaning and going to the waste water (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Dus de wijze van brouwen heeft gevolgen voor de hoeveelheid afvalwater en de vervuiling hierin...

To enable the re-use of the waste water as process water for mashing, the removal of the very
fine colloidal size particles from the weak worts is necessary. This can be achieved by
centrifugation or two-stage filtration, i.e. coarse filtration followed by ultrafiltration. After the
coarse filtration stage, the waste water is subject to a cross-flow membrane process (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Dus het waswater kan worden gefilterd op diverse manieren om daarna weer gebruikt te worden als proceswater. De hoeveelheid afvalwater zal dan wel afnemen, maar de vervuilingsgraad neemt toe...

Achieved environmental benefits
Reduced levels of SS and COD in the waste water.
Operational data
An example UK brewery developed a pilot plant to deal with a specific high strength waste
water separately from the rest of the waste water. The lauter tun produced approximately 20 %
of the total waste water load of the brewery, as shown in Table 4.80.
Concentration Parameter
Total brewery waste water (mg/l)
Lauter tun waste water (mg/l)
Contribution of the lauter tun to the total load (%)
SS 800 6540 27
COD 2000 13100 22
Table 4.80: Waste water characteristics in a brewery
Before ultrafiltration can commence, it is necessary to remove coarse particles sized greater than
100 a. 70 % of the suspended solids are easily settleable and likely to be removed by coarse
filtration. Different in-line self-cleaning filters were trialled. Various screen sizes were used
with this unit and 30 a mesh was found to be optimal for solids removal with acceptable water
content, i.e. 75 % moisture. These were versatile enough to cope with the variable solids
loadings of the influent and also provided a discharge acceptable for disposal with the normal
brewers’ grains, rather than creating a new solid waste stream for disposal.
After the coarse filtration stage, the waste water is subject to a cross-flow membrane process.
The resultant concentrate is still very liquid at less than 1 % dry solids. If this was added to the
normal wet brewers’ grains at 75 % moisture, the overall moisture content would increase to
78 %. For a worst case scenario, this was assumed to be unacceptable and therefore the
concentrate would have to go to the WWTP. The cross-flow membrane filter retained 99 % of
the SS and 53 % of the COD, allowing for a 5-fold concentration effect.
The permeate post UF has undergone a 99 % reduction in suspended solids, a 45 % reduction in
polyphenols and a 99 % reduction in lipids. This can reportedly be used as a 1 to 3 substitute for
hot mashing water in the process. This results in an increase by 13 mg/l in polyphenols and
l mg/l in lipids (http://legsys.infomil.nl/legsys/brefs/voedingsmiddelenenzuivel.pdf).

Als kleine brouwer heb je volgens mij weinig aan zo'n filtratie. Ik heb eigenlijk sowieso niets gezien voor de kleine hobbybrouwer.

Al zou ik als kleine brouwer iets doen met de geur van de wortdamp en het het afvalwater. Afvalwater zou ik mogelijk hergebruiken bij het wateren van de hopplanten en dergelijke. Of zou dat illegaal afvaldumpen zijn? Verpakkingsafval zou ik kunnen hergebruiken als verpakking. al is het misschien weer afvaldumpen bij klanten/afnemers...Bierbostel kan voor brood worden gebruikt...Of zou dat ook niet mogen? Ik blijf met meer vragen dan antwoorden achter na het lezen van deze BREF...