Translate

Zoeken in deze blog

woensdag 13 augustus 2014

Speciaalbier

Er is veel bier. Als je je voor bier gaat interesseren dan ga je eens een ander merk proberen en dan ga je ook eens buitenlandse pilsners (Belgische merken als Maes, Stella en Jupiler, Duitse merken als Warsteiner en Bittburger) opzoeken. Je leert er wat over (wat houdt het Reinhetsgebot in?, wat is hop?) en gaat de stappen van het brouwproces kennen. Ook signaleer je biersoorten. In eerste instantie licht (<5 en="" pils="" witbier="" zoals="" zwaar="">5%; zoals gerstewijn), maar dan ook lichtblond en donkerblond en zelfs bruin.

Er zijn veel bierstijlen (www.cambrinus.nl/bier/naderbekeken/biersoorten.htm). Als je je dat realiseert en je beseft dat bier meer is dan enkel pils, dan wil je wat nieuws ontdekken. Wie zich dan voor het eerst verdiept in speciaalbier komt in eerste instantie in de Guinness, Duvel, Kwak, La Chouffe, kriek en Hoegaarden.

Fruitbieren, zoals rosé en maltbieren zoals 0,0% citron worden tegenwoordig ook commercieel vermarkt.

De meeste cafés komen met hun speciaalbierkaart niet veel verder dan Duvel, Hoegaarden (of Wieckse Witte; al naar gelang de brouwerijverplichtingen) en Leffe (of Grimbergen) met eventueel nog een Westmalle tripel. Vaak kennen de serveesters het verschil tussen trappist en abdijbier niet of is het bier te koud gekoeld.

Voor de echte bieraficionado's is dat een doorn in het oog. Die weten na verloop van tijd het verschil tussen witbier, hefe- helle en dunkelweizen. Die gaan niet voor Hoegaarden (Wieckse Witte) of Leffe (Grimbergen) meer, maar  voor de echte onbekende underground haast ongrijpbare bieren van de kleine allernieuwste brouwerijtjes zoals gebeurde bij Struise Brouwers, Mikeller en Brewdog. België wordt dan te klein en ze verruimen hun blik. Engeland, Amerika en Denemarken komen dan in beeld. Deze hardcore fans gaan dan voor extreme bittere IPA's

Er zijn echter veel meer stijlen, want wat te denken van ijsbock, rookbier, saison, gueuze en Vlaams Rood.

Wat maakt speciaalbier speciaal?
Er is aandacht voor de grondstoffen (ecologisch/biologisch, streekgebonden, glutenvrij en dergelijke) of er is aandacht voor het brouwproces (locatie (bij een plaats of tussen de muren van de abdij), gisting (boven of onder of wild), historie of verhaal (Märzen, IPA e.d.). Vaak is deze aandacht en authenticiteit niet te vinden bij de grote brouwbedrijven, tenzij je terugkijkt in de historie. Ooit waren reuzen als SABMiller, ABInBev, Heineken en Carlsberg ook klein. Die verhaaltjes zijn ook inspirerend. Net zoals die nu bij de huidige kleine brouwerijtjes te vinden zijn. Dat spreekt mij ook wel aan, die verhaaltjes bij de brouwerijen, achter de etiketten, de lokale geschiedenis, de ingrediënten en zo voort. Zo heb ik hier al eens geschreven over de verschillende soorten bierliefhebbers, want de jongeling is al onder de indruk van een gueuze en kan dan zeggen wat hij wel of niet lekker vind. De geharde bierliefhebber zal meer respect voor de bierstijl hebben en aangeven of een stijl goed of niet goed is gebrouwen. Zelf houd ik niet zo van porter/stout. Ook rookbier vind ik lastig drinken. Mijn favorieten zijn Duvel en Westmalle tripel wat minder. De gueuze tripel van Vicardin en een bier van Mikeller vond ik erg lekker en zijn wat meer mijn favoriet geworden.  

Naast de smaak is ook de omgeving van belang bij de smaakbeleving. Ik heb eens een witbier in Nieuws-Zeeland gedronken: Mac's Great White. Heerlijke kauwgomballen banaansmaak! Sensationeel. Dezelfde sensatie ervoer ik bij een  bier van Mikeller, maar dan gewoon in mijn huiskamer. Tja, dat maakt het meteen wat minder bijzonder. En dat is waar het om gaat bij speciaalbier, dat het bijzonder is. Toch?

En de echte bierliefhebbers/beergeeks gaan verder op zoek. Zoals naar vergeten bieren, zoals Rauchbier, Göse, Mol en Luiksbier...