Translate

Zoeken in deze blog

zondag 27 augustus 2017

Amstel & Heineken


Op http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/ is een overzicht gegeven van Amstel en Heineken...

Johannes Hendrikus (Jan) van Marwijk Kooy (Amsterdam, 9 september 1847 – Zeist, 28 augustus 1916) heeft gewerkt bij Fa. De Pesters, Kooy & Co. handelend onder de naam Beiersch Bierbrouwerij De Amstel, N.V. Beiersch Bierbrouwerij De Amstel.
Marinus van Marwijk Kooy (Utrecht, 14 oktober 1888 – De Bilt, 15 april 1970) genoot zijn opleiding bij HBS Utrecht; propedeuse werktuigbouwkunde Technische Hogeschool Delft (1909); Hochschule für Brauerei und Landwirtschaft Weihenstephan, Duitsland en werkte bij N.V. Beiersch Bierbrouwerij De Amstel, Amstel Brouwerij N.V..
 Ir. Reinhard (Rein) van Marwijk Kooy (De Bilt, 27 december 1924 – De Bilt, 21 april 1977) werkte ook bij Amstel Brouwerij N.V. (http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/)

Hoewel de familienaam Van Marwijk Kooy langer dan honderd jaar verbonden is geweest aan brouwerij De Amstel, is het in eerste instantie niet in de reclame terug te vinden...


Het blijft bij "twee vrienden".... net zoals op www.heinekennederland.nl/merken/bieren/amstel er aandacht is voor De Vrienden van Amstel LIVE!

De Vrienden van Amstel LIVE! begon in 1998 als De Heeren van Amstel LIVE! in het gelijknamige café in Amsterdam. Binnen een jaar verhuisde het naar Ahoy waar sinds 1999 jaarlijks de grootste Amstelkroeg van Nederland herrijst. De afgelopen 17 jaar is het uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende muziek evenementen van Nederland. Een verrassende show met als vaste ingrediënten de beste artiesten van Nederlandse bodem en unieke muzikale samenwerkingen (www.heinekennederland.nl/merken/bieren/amstel).

Opmerkelijk dat de familienaam Van Marwijk Kooy langer dan honderd jaar verbonden is geweest aan brouwerij De Amstel, is het in eerste instantie niet in de reclame terug te vinden...

In 1869 neemt Jan samen met zijn zwager Jhr. Charles Antoine de Pesters (1842-1915) het besluit een bierbrouwerij te bouwen op een perceel grond aan de Buitensingel, wat dan de stadsrand is van Amsterdam. Een belangrijke bron van inspiratie voor beide jonge ondernemers vormt de in 1864 opgerichte N.V. Koninklijke Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij aan de Weesperzijde, die in 1867 met veel succes de productie en verkoop van zogenaamde Beierse bieren ter hand heeft genomen. Vooral de hoge dividenden die dit bedrijf aan haar aandeelhouders uitkeert, doen De Pesters en Van Marwijk Kooy besluiten zelf een Beierse bierbrouwerij te beginnen. Dat het Nederlandse publiek Beierse en andere buitenlandse bieren met een hoog stamwortgehalte prefereert boven de veel dunnere Hollandse bieren blijkt op een tentoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt in de zomer van 1869. Omdat De Pesters en Van Marwijk Kooy geen enkele ervaring hebben met het brouwen van bier, zien zij zich gedwongen hun kennis van elders te halen. Architect Gerlof Salm wordt naar Dortmund gestuurd om de pas geopende brouwerij van de firma Herberz & Co. te bestuderen. Heinrich Wagner, de Beierse brouwmeester in dienst van de Koninklijke Nederlandsche Beiersch-Bierbrouwerij, wordt met de belofte van een hoger salaris overgehaald zich te verbinden aan de firma De Pesters, Kooy & Co. Naast deze Beierse brouwmeester worden nog tientallen andere Duitse brouwlieden geëngageerd. Bij de bouw en inrichting van de brouwerij leunen De Pesters en Van Marwijk Kooy zwaar op de werktuigbouwkundige expertise van hun medefirmant Willem Eduard Uhlenbroek (1839-1880). ...  In juni 1870 vindt de eerste steenlegging van de brouwerij plaats, in oktober 1871 komen de eerste brouwsels gereed en in januari 1872 start de verkoop van bieren. Van aanvang af opereert de firma De Pesters, Kooy & Co. onder de naam Beiersch Bierbrouwerij De Amstel. Al binnen enkele jaren overtreft de bierafzet van De Amstel die van de Koninklijke Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij. De voornaamste concurrent ter plaatse wordt de bierbrouwerij van Gerard Heineken (1841-1893), die in 1870 is overgestapt op de productie van Beierse bieren. Heineken en De Amstel volgen grotendeels dezelfde marktstrategie. Beide brouwerijen timmeren vooral aan de weg met hun zware bieren (Pilsener, Wiener, Münchener) maar produceren daarnaast ook lichtere, goedkopere en beter doordrinkbare Lager-bieren. Waar de zware bieren vooral aftrek vinden in hotel-restaurants, grand café’s en lunchrooms, weten Heineken en De Amstel zich met hun Lager-bieren toegang te verschaffen tot de meer volkse café’s en tapperijen, waar het publiek gewend is aan dunne Hollandse bieren met een laag stamwortgehalte. Beide brouwerijen streven er naar om ook de gewone man geleidelijk aan te doen laten kiezen voor de zware bieren. In correspondentie worden bieren als Amstel Pilsener, Wiener en Münchener door de brouwerij De Amstel aangeprezen als ‘edele’ en ‘aristocratische’ bieren. Een product als Amstel Lager moet het zonder dergelijke kwalificaties stellen (http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/).

Na de Eerste Wereldoorlog weet De Amstel zijn greep op de Nederlandse markt te verstevigen. Met name met het nieuwe product Licht Lager weet de brouwerij veel marktterrein te veroveren in Zuid-Limburg, waar de bierconsumptie hoger is dan waar ook in Nederland. Een belangrijke rol bij de verovering van Zuid-Limburg speelt de overname van N.V. Stoombierbrouwerij Gambrinus in Heerlen (1919), dat wordt omgebouwd tot Amstel-filiaal (distributiecentrum). In de loop van de jaren twintig worden ook diverse andere Limburgse brouwerijen overgenomen. Deze overnames dragen ertoe bij dat het merk Amstel tot op de dag van vandaag sterk in Limburg is vertegenwoordigd. Met Heineken en Oranjeboom wordt in 1920 een overeenkomst gesloten die erop neerkomt dat de brouwerijen elkaars agenten en horecabelangen zullen respecteren. Een andere afspraak in het kader van dit zogenaamde driehoekscontract is dat de brouwerijen gezamenlijk zullen optrekken in het geval andere leden van de Bond van Nederlandsche Brouwerijen in moeilijkheden raken en dreigen om te vallen. Als uitvloeisel van deze afspraak nemen Heineken, De Amstel en Oranjeboom in 1921 elk een deel van de afnemers over van N.V. Stoombierbrouwerij De Kroon (Arnhem). Evenzo verdelen de drie grote brouwerijen in 1927 onder elkaar de afnemers van de N.V. Koninklijke Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij (Amsterdam). In navolging van het filiaal te Heerlen worden door De Amstel filialen geopend te Rotterdam (1924), Helmond (1924), Den Haag (1925) en Hengelo (1928). Kenmerkend voor deze filialen is dat ze niet alleen bier distribueren maar ook staafijs produceren en verkopen, waarmee horeca-ondernemers het bier kunnen koelen. De verantwoordelijkheid voor het opzetten en uitbouwen van het filialennetwerk berust bij Marinus van Marwijk Kooy. Een veel omvangrijker project waarvoor Marinus verantwoordelijkheid draagt is de uitbreiding van de bottelarij aan de Mauritskade. Het Amstel-flessenbier dat door de agenten in omloop wordt gebracht, voldoet niet langer aan de door de brouwerij gestelde kwaliteitseisen. Botteling van bieren op de brouwerij is hygiënischer, levert bieren op die vanwege pasteurisatie langer houdbaar zijn en geeft de producten een uniformer uiterlijk. Na de totstandkoming van de bottelarij (1931) begint het Amstel-flessenbier op de binnenlandse markt aan een onstuitbare opmars. In 1940 bestaat al 19% van de binnenlandse afzet uit flessenbier.
Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog groeit de zorg en aandacht voor de noden en verlangens van het personeel. Tot erg veel directe bemoeienis tussen de raad van beheer en het personeel komt het echter niet. De omgangsvormen op het hoofdkantoor van het bedrijf, dat in januari 1946 herdoopt is in Amstel Brouwerij N.V., kunnen worden omschreven als aristocratisch: wanneer een lid van de raad van beheer zich door de gang spoedt, dient iedereen zich met zijn rug tegen de muur op te stellen en eerbiedig te knikken. Dat twee van de drie directeuren van adel zijn – Jhr. Jan Six van Hillegom (1891-1961) en Jhr. Hendrik Wijnand Cornelis Hooft van Woudenberg (1893-1969), een kleinzoon van Charles de Pesters – draagt ongetwijfeld aan deze omgangsvormen bij. Ook Marinus van Marwijk Kooy hecht zeer aan correcte omgangsvormen. Vooral hoger opgeleide werknemers vinden de omgangsvormen op de brouwerij te formeel en ouderwets. Daarentegen gaan sommige ongeschoolde werknemers er juist prat op dat zij werken in een ‘herenbrouwerij’. Ook veel Amstel-agenten weten de deftige atmosfeer op het hoofdkantoor zeer te waarderen.
Eind jaren veertig, begin jaren vijftig neemt de Amstel-directie enkele minder gelukkige beslissingen. Zo wordt na lang aarzelen afgezien van het opbouwen van commerciële belangen in de frisdrankenindustrie, terwijl daarentegen wel geïnvesteerd wordt in dochterbedrijven die nauwelijks synergie opleveren met het kernbedrijf. Het betreft Poviet Producten N.V. te Amsterdam (1949), dat zich van een producent van gistextracten ontwikkelt tot een producent van infusievloeistoffen en bloedplasma’s, en N.V. Preservenbedrijf te Breda (1955), dat wordt ingelijfd omdat het een zoutje van gepoft aardappelmeel heeft ontwikkeld. Dat cafébezoekers wel tot een kwart meer bier consumeren als ze deze Nibb-its krijgen voorgezet mag dan experimenteel zijn aangetoond, in de praktijk blijkt dit natuurlijk niet exclusief bij te dragen aan de verkoop van Amstel-bieren (http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/).


Biermagnaat Alfred Heineken had duidelijke ideeën over hoe een echt Amsterdams café eruit moest zien: “Ik geloof in, al dan niet echt, afgetrapt interieur met een tante Marie achter de bar en een breedgeschouderde pimpelende echtgenoot op de achtergrond die tevens als uitsmijter dient.” Amsterdam telt heel wat van zulke cafés. Vaak zijn ze oud, soms zelfs met een geschiedenis die zou teruggaan tot de zeventiende eeuw. In opdracht van de Stichting Heineken Collection maakte ik de content voor de app Best Brown Bars, over zulke historische Amsterdamse cafés, waar nu net als vroeger Heineken bier geschonken wordt, of Amstel, of Brand – biermerken die tegenwoordig ook bij Heineken horen (https://mariellehageman.nl/tag/heineken/).

‘Unilever klopte in 1964 tevergeefs aan bij Heineken'
Soep en Zeepfabrikant Unilever heeft een halve eeuw geleden gekeken naar een fusie of overname van bierbrouwer Heineken.
Unilever was halverwege de jaren zestig geïnteresseerd in bier. Een overname van, of fusie met Heineken is een van de mogelijkheden die in 1964 ter sprake kwam, zo schrijft Het Financieele Dagblad op basis van het boek Heineken 150 jaar: Brouwerij, merk en familie.
Dat het uiteindelijk niet tot een samengaan is gekomen, kwam doordat de brouwer er weinig zin in had, ook al bood Unilever met zijn uitgebreide internationale netwerk veel kansen.
Unilever is nooit echt in bier gegaan. Heineken wist uiteindelijk zelf zijn ambities te verwezenlijken, onder andere door de overname van Amstel in 1968 (www.businessinsider.nl/unilever-klopte-in-1964-tevergeefs-aan-bij-heineken-489138/).


In 1949 komt het conservenbedrijf Vlinderco N.V. (Breda), dat zich tot dan toe voornamelijk heeft toegelegd op het (vries)drogen van aardappelen, groenten en fruit, met een geheel nieuw product op de markt. Het heet Nibb-it en wordt in een aanbiedingsfolder omschreven als hartig en krokant maar tevens luchtig. Die luchtigheid maakt dat “men er ongemerkt van blijft dooreten”. Merkwaardig genoeg vermeldt de folder niet waarvan de krokante knabbels zijn gemaakt, namelijk gepoft aardappelmeel. Het octrooi om aardappelmeel te poffen in de vorm van een stokje staat op naam van Vlinderco-directeur Dirk René (Dick) d’Arnaud Gerkens (1908-1990). De productie van de gepofte aardappelmeelstokjes geschiedt in de fabriek van N.V. Preservenbedrijf, het eveneens in Breda gevestigde moederbedrijf van Vlinderco. Ook van dit bedrijf is d’Arnaud Gerkens directeur.
Vlinderco hoopt het product Nibb-it vooral in de horeca af te zetten, waar de zoutjes als garnituur bij bier en borrel kunnen worden geserveerd. Om zich te verzekeren van een goede entree in het horecabedrijf wordt de hulp van Heineken ingeroepen. D’Arnaud Gerkens weet de bierbrouwerij te verleiden tot een experiment waaruit moet blijken dat het eten van Nibb-its tot meer dorst leidt en dus tot een hogere bierconsumptie.
Gegeven de uitkomst van het experiment is Heineken graag bereid Nibb-it van harte aan te bevelen bij al zijn horeca-afnemers. Veel kasteleins blijken echter niet veel op te hebben met deze aanbeveling. Een probleem is dat Vlinderco de zoutjes uitsluitend levert in kiloblikken. De bedoeling is dat kasteleins vanuit zo’n kiloblik de schaaltjes (bij)vullen waarin de Nibb-its gratis aan cafébezoekers worden geserveerd. Menig kastelein is echter niet genegen de kost voor de baat te laten uitgaan.
Al snel wordt duidelijk dat het beter is om de Nibb-its ‘voorverpakt’ in zakjes van cellofaan op de markt te brengen. Dat neemt niet alleen kruideniers veel werk uit handen maar komt  tevens de houdbaarheid en kwaliteit ten goede. Bovendien kunnen daardoor ook zelfbedieningszaken en supermarkten het product Nibb-it gaan verkopen. Omdat het Preservenbedrijf/Vlinderco ontbreekt aan middelen voor de aankoop van de gewenste verpakkingstechnologie gaat het bedrijf op zoek naar partners. Wederom komt D’Arnaud Gerkens terecht bij een bierbrouwerij. Ditmaal is het Amstel dat toehapt. Producent Preservenbedrijf wordt door Amstel overgenomen (1955). Onder de hoede van Amstel gaat het Preservenbedrijf een aantal jaren zeer voor de wind, vooral nadat voor het product Nibb-it een eigen verkoop- en marketingorganisatie is opgezet, zetelend op de brouwerij in Amsterdam. Daarbij groeit de markt voor aardappelchips en andere zoutjes explosief. De
productiecapaciteit groeit echter nog sneller met als gevolg dat sommige zoutjesfabrikanten bezwijken voor de verlokkingen van supermarktconcerns, die ook graag chips onder huismerk (private label) willen gaan verkopen. In 1967 breekt een regelrechte chipsoorlog uit, waarbij het aanbiedingen regent en de winstgevendheid sterk onder druk komt te staan. Amstel begint een beetje in zijn maag te zitten met Preservenbedrijf en met het product Nibb-it en wil er eigenlijk wel vanaf.
Als Amstel zelf in 1968 door Heineken wordt overgenomen, mag laatstgenoemde brouwerij dat klusje klaren. In 1970 verkoopt Heineken Preservenbedrijf aan Nutricia (Zoetermeer). Nutricia verkoopt het bedrijf na een flink aantal jaren door aan het Britse concern Dalgety (1987), dat het bedrijf op zijn beurt weer doorsluist naar United Biscuits (1994). In een grote portfolio-uitruil tussen United Biscuits en PepsiCo belandt het merkartikel Nibb-it uiteindelijk bij Frito-Lay, de snackdivisie van PepsiCo (1997). En daar zit het tot op de dag van vandaag. Nibb-it, het gepofte aardappelmeelstokje dat de Nederlandse biermarkt met meer dan een kwart had moeten verruimen, is een frisdrankzoutje geworden (http://peterzwaal.nl/het-bierigste-zoutje-van-nederland/).
Bij mij is Nibb-it een echt kinderchipje. Volgens mij ben ik wel eens in een fabriek in Breda geweest die zich bezig heeft gehouden met deze chips.

Smiths Food Group was een aardappelchips- en zoutjesfabrikant met merken als SuperChips, Lay's Chips, Wokkels, Hamka's, Bugles en Dorito's. Smiths is onderdeel van Frito-Lay en een zelfstandige werkmaatschappij van Pepsico Inc.
Smith Nederland is ontstaan nadat telers uit de buurt van Broek op Langedijk op zoek gingen naar mogelijkheden om hun afzet van aardappels te vergroten. Ze wilden de Engelse potato chips in Nederland introduceren en zochten daarom contact met de Britse chipsverkoper Frank Smith. Samen zetten ze een fabriek op en brachten rond 1958 Smiths chips op de Nederlandse markt.
In 2015 besloot PepsiCo om de naam Smiths alsnog helemaal af te schaffen en te vervangen door Lay's en Cheetos. [1] [2] (https://nl.wikipedia.org/wiki/Smiths_Food_Group)

Hoewel Marinus van Marwijk Kooy als commissaris bij Amstel betrokken blijft, wijdt hij zich vanaf 1959 vooral aan het beheer van zijn landgoed Vollenhoven in De Bilt. Volgens de overlevering is hij voor zijn personeel aldaar geen gemakkelijk werkgever geweest. In Amstels nieuwe vierhoofdige en verjongde raad van beheer zit slechts één persoon die zijdelings verwant is met de oprichters van de brouwerij: Rein van Marwijk Kooy, de oudste zoon van Marinus. Net als zijn vader beheert hij de portefeuille technische zaken. De nieuwe raad van beheer stelt zich onder meer ten doel om de kloof met marktleider Heineken te versmallen, een tweede brouwerij in Nederland te bouwen ter ontlasting van de brouwerij aan de Mauritskade en meer strategische samenwerkingen aan te gaan met buitenlandse brouwerijen (http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/).

Tot en met 1951 was het voor Amstel op diverse exportmarkten een groot voordeel dat het aan Duitse brouwerijen nog niet was toegestaan te exporteren. Nadien veranderde Amstel zijn strategie en besloot ter plaatste te gaan produceren. In Paramaribo in Suriname wordt de eerste buitenlandse brouwerij van Amstel gebouwd (www.heinekencollection.com/historie/amstel-het-verhaal-van-ons-bier/?lang=nl).

In 1954 begon Amstel met de bouw van een brouwerij in Suriname. Een jaar later was Amstel de eerste Nederlandse brouwerij die bier in blik exporteerde. In die tijd bedroeg de totale export van Amstel bier 101.000 hectoliter per jaar. In 1958 produceerde een aan Amstel gelieerde brouwerij in Jordanië haar eerste bier. In 1960 werd de derde aan Amstel gelieerde brouwerij geopend. Dit was de Antilliaanse brouwerij op Curaçao. Twee jaar later startte de productie van Amstel bier onder licentie door de Almaza brouwerij in Libanon. In 1963 begon men met de bouw van nieuwe brouwerijen in Puerto Rico en Griekenland. Na de instelling van het Kolonelsregime moest deze brouwerij op last van het protectionistische bewind sluiten. Als daad van verzet werd vervolgens op grote schaal Amstel (en Heineken) gesmokkeld (https://nl.wikipedia.org/wiki/Amstel_(bier)).

Parbo Bier is een Surinaams biermerk van de Surinaamse Brouwerij N.V. die voorheen deel uitmaakte van Amstel, maar sinds diens fusie in 1968 een dochteronderneming van Heineken is  (https://nl.wikipedia.org/wiki/Parbo_Bier).


Parbo bier werd in Nederland van 1999 tot 2012 verkocht onder de naam Djogo bier of Djogo pilsener, zoals de naam van het type fles.[5] Dit kwam omdat op enig moment Parbo moest stoppen met de export naar Nederland en het merk voor de Benelux hierdoor vrij kwam. In 1998 werd het woordmerk vervolgens geregistreerd door Stichting Administratiekantoor Laigsingh Holding (bekend als importeur Faja Lobi) uit Westervoort, die het vervolgens gebruikte om onder andere vanaf 1992 Parbo Bier op de markt te brengen. Dit bier werd gebrouwen door de Alfa Brouwerij maar er werd gerefereerd aan een Parbo brouwerij in Arnhem.[6][7][8] In 2012 is het tot een schikking gekomen met de Surinaamse Brouwerij om het woordmerk aan de laatste over te dragen. Tegelijkertijd was er nog een andere ondernemer uit Westervoort die de naam Parbo in 1991 had gedeponeerd, in eerste instantie enkel voor frisdranken maar later in 2009 ook voor bier. Omdat hij niet kon aantonen dat hij het merk, anders dan als naam voor zijn import bedrijf, ook daadwerkelijk gebruikte voor de naam van frisdranken verloor hij zijn recht op het merk en op de daaropvolgende inschrijvingen.[9][10]  (https://nl.wikipedia.org/wiki/Parbo_Bier).

Het verhaal begint in Zeeland met de gebroeders Piet en Arthur Dumoleijn, te Kloosterzande was er een brouwerij met de naam A.D.Quelle en die behoorde toe aan deze twee broers voor een korte tijd. Nadat ze die brouwerij runden van 1946 tot en met 1954, zoals veel brouwerijen in Nederland na de oorlog was het zwaar weer. De gebroeders hadden plannen om een brouwerij te beginnen in de tropen, liefst Nederlandstalig en dan ze keuzes niet groot. Dit wilden ze samen doen met Heineken, brouwerij met tropenervaring en ondanks de enthousiaste broers zag Heineken het vooralsnog niet zitten in een avontuur.
Dan maar naar de toenmalige concurrent in die tijd Amstel en die zagen het plan wel zien zitten en in 1955 werd de brouwerij feestelijk geopend door prins Bernhard. Aan het logo is het wel een beetje te zien dat de Amstel invloed groot was, na de fusie met Heineken in 1968 hoort de Surinaamse Brouwerij bij de “Grote Groene Reus” (http://bierverhaaltjes.blogspot.nl/2015/01/1ste-bier-verhaal-van-januari.html) (https://nl.wikipedia.org/wiki/Parbo_Bier).


Wat dit laatste betreft is men al tot het inzicht gekomen dat minderheidsparticipaties in buitenlandse brouwerijen te prefereren zijn boven het op eigen kracht stichten van buitenlandse dochterbedrijven (zoals in Suriname) of het in stand houden van een uitgebreid importeursnetwerk. De Jordan Brewery Co. in Amman (Jordanië) is in oktober 1958 de eerste buitenlandse brouwerij die Amstel in licentie gaat brouwen. Bij de bouw van de brouwerij in Amman is Rein van Marwijk ten nauwste betrokken. Ook bij de bouw van brouwerijen in Willemstad (Curaçao, 1959), Beiroet (1960), Puerto Rico (1962), Athene (1963) en Cayenne (Frans-Guyana, 1965) treedt de Amstel Brouwerij op als leverancier van technische kennis. De onderhandelingen tussen Amstel en de buitenlandse partners verlopen grotendeels via Rein van Marwijk Kooy.
Het behalen van de doelstellingen voor de binnenlandse markt verloopt veel stroever. Ondanks verschillende aandelenemissies lukt het Amstel niet om voldoende gelden bij elkaar te schrapen voor de bouw van een geheel nieuwe brouwerij. Hoewel het op 19 juni 1965 in Helmond in gebruik genomen bedrijfscomplex wel de naam brouwerij draagt, is het in feite slechts een hypermoderne bottelarij en vatenvullerij en wordt al het Amstel-bier nog steeds aan de Mauritskade gebrouwen. Ook de kloof met marktleider Heineken blijkt niet te kunnen worden versmald, allerlei mooie reclamecampagnes en inventieve promotieacties ten spijt. De raad van beheer (vanaf 1965 gewoon directie geheten) houdt daarom ook de mogelijkheid open van een fusie met andere marktpartijen. De gedroomde fusiepartner is natuurlijk Heineken: een combinatie van beide brouwerijen levert niet alleen op de Nederlandse maar ook op de internationale biermarkt een ijzersterke speler op. De vrees dat het merk Amstel na zo’n fusie zal verdwijnen, weerhoudt de Amstel-directie ervan om rechtstreekse onderhandelingen aan te knopen met Heineken. In plaats daarvan worden allerlei andere fusiecombinaties onderzocht. Het dichtst bij een overeenkomst komen de besprekingen met N.V. Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers (Breda), dat echter ook een lijntje openhoudt naar Heineken. Zowel Amstel als Heineken zijn uiterst onaangenaam verrast als op 19 augustus 1968 blijkt dat de Bredase brouwerij zichzelf heeft verkocht aan het Britse Allied Breweries Ltd., dat een jaar eerder al Oranjeboom heeft overgenomen. Na het bekend worden van dit nieuws openen Heineken en Amstel onmiddellijk onderlinge besprekingen. Een week later is de fusie tussen beide brouwerijen beklonken. Rein van Marwijk Kooy is één van de twee Amstel-directeuren die vervolgens deel gaat uitmaken van Heineken’s raad van bestuur. Daar strekt zijn verantwoordelijkheid zich vooral uit tot de concernstafdiensten Heineken Technisch Beheer (HTB) en Personeelszaken. Hij betreurt de fusie – die eigenlijk een overname is door Heineken – nimmer. Als hij in 1977 geheel onverwacht komt te overlijden bezit het Amstel-merk al lang niet meer het ‘aristocratische’ imago dat de oprichters van de Amstel brouwerij zo graag cultiveerden. Heineken heeft het merk een duidelijk volkser en minder elitair imago aangemeten (http://peterzwaal.nl/de-familie-van-marwijk-kooy-en-de-amstel-brouwerij/).

Bijzonder hoe een aristocratisch merk kan worden gedevalueerd tot een vriendenbier....


Amstel, ooit was dat het chique bier voor heren, of liever nog: heeren. Het bier werd gedronken op studentensociëteiten. De oprichters waren dan ook tamelijk deftig: de heer Van Marwijk Kooij, jonkeer De Pesters. Gelukkig is Amstel meer dan dat. Bruine kroegen met al even bruine bitterballen, ook dat is Amstel. En muziek. En natuurlijk sport, vooral wielrennen en voetbal. Een bier voor vrienden. Mannenvrienden, want bier voor vrouwen is Amstel nooit geworden (www.bierburo.nl/Bierburo/Bierlog_2016/Artikelen/2016/4/1_Amstel.html)....




De Amsterdamse brouwerijen Amstel en Heineken waren water en vuur, totdat een Britse concurrent dreigde dominant te worden op de Nederlandse biermarkt. We hebben het over een kleine halve eeuw geleden. Heineken zag zijn marktleiderschap bedreigd en Amstel was verzwakt. Binnen vijf dagen was de overname, die jarenlang onbespreekbaar was, in kannen en kruiken. Een staaltje van gedurfd ondernemerschap.
Dat Amstel eigenlijk een exclusiever bier was dan Heineken, zinde de groenen niet. Stap voor stap werd de exclusieve status van Amstel afgebroken. Van een herenbier werd Amstel een mannenbier. Illustratief is dat Amstel jarenlang sponsor was van de Champions League, maar dat deze rol binnen het concern is overgenomen door Heineken. Amstel mag de KNVB beker sponsoren. Ook leuk, maar van een heel andere orde. Heineken, dat is een wereldmerk, hip en eigentijds. Heineken ondersteunt de grote DJ’s, glimmer en glamour op een tropisch eiland. Amstel heeft zijn Vrienden in Ahoy’ (www.bierburo.nl/Bierburo/Bierlog_2016/Artikelen/2016/4/1_Amstel.html).

De protestantse familie Heineken was afkomstig uit het Noordduitse Bremen, van waaruit twee zoons rond 1750 naar Nederland vertrokken om een theologische opleiding te volgen. Een van hen, Nicolaas, werd ten slotte hoogleraar in de wijsbegeerte in Deventer. De ander, Didericus, vestigde zich als predikant in Elburg. Een zoon van deze Didericus, Gerard, vertrok aan het eind van de achttiende eeuw naar Amsterdam, waar hij een goed lopend exportbedrijf van boter en kaas stichtte. In dit bedrijf was waarschijnlijk ook Gerard Adriaans vader Cornelis enige tijd werkzaam.
Gerard Adriaan Heineken
In 1592 stichtte Weijntgen Elberts, weduwe van een brouwer, in Amsterdam Bierbrouwerij Den Hoyberch en groeide uit tot een van de grootste van Holland. De brouwerij (toen nog gelegen aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal) was duidelijk op haar retour toen in 1863 de 22-jarige ondernemer Gerard Adriaan Heineken zijn familie ervan wist te overtuigen dat het bierbrouwen een grote toekomst had. Gerard Adriaan kocht, zelf geen enkele ervaring in het brouwersvak, voor ruim 80 duizend gulden de bekende Amsterdamse brouwerij.
In de visie van Gerard Adriaan moest de Stoombierbrouwerij de Hooijberg van de Firma Heineken & Co een zeer rendabele onderneming worden door goede en constante kwaliteit te leveren en door te exporteren.
Vanaf begin 1870 ging Heineken & Co onder leiding van Feltmann en met personeel dat voor de helft uit Duitsers bestond, over op de productie van Beiers bier. Het eerste jaar kon het bedrijf daarbij profiteren van het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog, die de export van bier uit Duitsland enige tijd ernstig belemmerde.
Naar aanleiding van plannen van de Rotterdamse Brouwerij d'Oranjeboom om ondergistend te gaan brouwen, deed Heineken aan directeur mr. W. Baartz het voorstel om samen te gaan werken. Baartz accepteerde dit voorstel en vervolgens werd er een nv opgericht, waarin Heineken-Amsterdam werd ondergebracht. In 1871 opende de combinatie nieuwe brouwerij in Rotterdam.
Heineken-Rotterdam, waar dus eveneens laaggistend werd gebrouwen, startte in het voorjaar van 1874.
De goede kwaliteit van het bier en het scherpe zakelijke instinct van Heineken deden het bedrijf groeien als kool. In de loop der jaren werden vele brouwerijen (waaronder De Sleutel en Van Vollenhoven) overgenomen en exportmarkten ontgonnen.Eind jaren twintig van deze eeuw begon Heineken op grote schaal met de export van haar bier. Het Verre Oosten viel in de jaren dertig voor de Hollandse drank. Na de drooglegging van de Verenigde Staten veroverde Heineken ook dit land. (Bij de internationale ontwikkeling van Heineken speelde de export naar de "States" een belangrijke rol. Heineken was in 1933 de eerste brouwerij, direct na de opheffing van de Drooglegging, die naar dit land weer bier exporteerde. Snel werd Heineken het grootste importbier van de Verenigde Staten).
De export naar de Afrikaanse markt werd in samenwerking met het lokale bedrijfsleven opgezet in de jaren veertig en vijftig.
Eind 1958 werd in Den Bosch een nieuwe brouwerij geopend (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/nederland/zuid-holland/zoeterwoude/heineken).

De Beiersche Bierbrouwerij de Amstel, opgezet in 1870 door de firma De Pesters, Kooy en Co. (directeur Johan Hendrik van Marwijk Kooy) werd in 1892 omgezet in een N.V. In 1915 was de productie van Amstel vertwintigvoudigd en in 1926 nam Amstel een derde van de totale Nederlandse bierexport voor zijn rekening. In 1941 nam Amstel, samen met Heineken, het kapitaal van de Amsterdamse brouwerij Van Vollenhovens Bierbrouwerij De Gekroonde Valk aan de Hoogte Kadijk over. Deze brouwerij werd 1961 gesloten (www.oudefondsen.nl/overige/amstel-brouwerij-3-januari-1966-aandeel-f-10000/).

In 1968 werd Amstel overgenomen door de Amsterdamse concurrent Heineken. De brouwerij aan de Mauritskade werd gesloopt. Alleen het hoofdkantoor uit 1930, nu onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam, is blijven staan. Het beeldhouwwerk op de gevel is van Gerarda Rueter. In September 1988 werd de brouwerij aan de Stadhouderskade gesloten en werd de productie in Nederland in zowel Zoeterwoude (pils) als 's-Hertogenbosch en Wijlre (speciale bieren, bijvoorbeeld bokbier) voortgezet (https://nl.wikipedia.org/wiki/Amstel_(bier)).
(https://nl.wikipedia.org/wiki/Heineken_(brouwerij)#1968_en_later) Voor de medewerkers was er niet veel anders (behalve de kleur van de uniformen) (zie opmerking van Henk Foppen op https://heineken.memorix.nl/issue/VVV/1995-08-01/edition/0/page/10). Ook werd er bij Heineken getutoyeerd en was de werksfeer anders (zie https://heineken.memorix.nl/issue/VVV/1995-02-01/edition/0/page/25). De culturenverschillen betekende wel dat 'het Amstel-gevoel', nog jaren na de fusie aanwezig bleef...


Directieleden heffen het glas na de fusie tussen Heineken en Amstel: van links naar rechts: dr. J.P. Ton (Heineken), mr. E.J. Egberts (Amstel), ir. R. van Marwijk Kooy (Amstel), A.H. Heineken en jhr. O.A.E.E.L. Wittert van Hoogland (Heineken). Fotopersbureau Deenik, 1968, inv. nr. 16616 (http://vbh-bedrijfshistorie.nl/6,viewer?colId=21&itemId=266).

Op 27 augustus 1968 werd bekend gemaakt, dat de raden van bestuur van Amstel Brouwerij en Heineken’s Bierbrouwerij Maatschappij volledig overeenstemming hadden bereikt over een nauwe samenwerking. Op 11 september 1968 werd besloten tot een fusie (www.oudefondsen.nl/overige/amstel-brouwerij-3-januari-1966-aandeel-f-10000/).


Na de fusie opende men in 1975 een gigantisch groot nieuw brouwerij-complex in Zoeterwoude, waar ook het hoofdkantoor is ondergebracht. Per jaar wordt daar nu ruim 9 miljoen hectoliter bier gebrouwen. Om de enorme omvang ervan te illustreren een paar cijfers. In de bottelarij worden per uur ruim 500.000 flesjes schoongemaakt, afgevuld, gesloten, geëtiketteerd en verpakt, waarbij er na iedere handeling controle plaatsvindt. De hoeveelheid bier die er na een dagje bottelen in de fles gegaan is, is ongeveer even groot als de totale jaarproduktie van de zes kleinste brouwerijen van ons land. Tegelijkertijd worden er dan ook nog de nodige fusten afgevuld.
De belastinginspecteur heeft een eigen kantoor in het complex en int er ruim 5 à 6 miljoen gulden aan accijnzen per week. Bij Heineken Zoeterwoude werken ruim 2000 mensen. Na de sluiting van de Amsterdamse Amstel Brouwerij in 1980 vindt de produktie van het bier van dit merk plaats bij de brouwerijen in Zoeterwoude en Den Bosch ( 6 miljoen hectoliter). Hoewel beide biermerken uit dezelfde brouwerijen komen, worden beide volgens de eigen receptuur gebrouwen en is er dus een verschil in smaak (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/nederland/zuid-holland/zoeterwoude/heineken).

In 1968 fuseerde Heineken met de grootste concurrent: de eveneens Amsterdamse brouwerij van Amstelbier. De productie van de Amstelbrouwerij verhuisde in 1980 naar de vijf jaar eerder geopende grote brouwerij in Zoeterwoude (http://onh.nl/nl-NL/verhaal/342/heineken-een-heldere-historie).

Nee, noem het geen fabriek, dat is vloeken in de Heineken-kerk. ,,Frisdrank bottel je in een fabriek, bier wordt gebrouwen!" Heel even toont Willem de Jonge, directeur Supply van Heineken voor de Benelux [die zelf al bijna dertig jaar bij Heineken werkt.] , zich een streng docent. Want ondanks een actuele productiecapaciteit van maar liefst 1,35 miljard liter bier per jaar wordt het goudgele gerstenat nog steeds op exact dezelfde, ambachtelijke wijze gebrouwen als toen godfather Gerard Adriaan Heineken in 1864 zijn Amsterdamse brouwerijtje De Hooiberg kocht.
De receptuur van anderhalve eeuw geleden is nog immer leidend, zeggen ze bij Heineken, net als bij bijvoorbeeld Coca-Cola. ,,Alleen is bier voor 100 procent een natuurlijk product, het bestaat slechts uit vol-mout, water, hop en gist. Veel consumenten beseffen dat niet."
Het ambachtelijke proces is in Zoeterwoude naar gigaschaal getild en tot in detail geperfectioneerd, vertelt De Jonge in de oude kamer van wijlen Freddy Heineken, die vol memorabilia hangt en op verzoek van de biermagnaat is uitgerust met glas-in-loodramen.
Dat is goed zichtbaar als De Jonge de verslaggever en fotograaf meeneemt naar één van de gigantische productiehallen. Onder oorverdovend lawaai vliegen duizenden bierflesjes over honderden meters aan lopende banden voorbij. Aan de ene kant het groen van Heineken en de andere kant het rood van Amstel. ,,Elk uur worden 80.000 flesjes met bier afgevuld," weet De Jonge. En dat is per productielijn. ,,We hebben er negen, dus reken maar uit hoeveel biertjes we kunnen produceren."
Het Geheim:
Als enige brouwer ter wereld laat Heineken zijn bier gisten in horizontale tanks. Dat zorgt voor minder waterdruk dan bij gisting in een hoge, verticale tank. In combinatie met het speciale in 1896 door dr. Elion, een leerling van Louis Pasteur, ontdekte type `A-gist zorgt dat voor de kenmerkende smaak. Heineken-bier rijpt daarna enkele weken langer dan de concurrentie. Van begin tot eind vergt het brouw­proces 1 maand. Dat is duur, want er zijn aanmerkelijk meer opslagtanks nodig. In Heineken zit verder relatief weinig hop, waardoor de vergisting beter zijn werk doet. Willem de Jonge: ,,In een Heineken proef je zoetige tonen: bloemen, bananen, een beetje kers, iedereen ervaart dat iets anders. Dat zijn de door gist gemaakte componenten." ... Het brouwen gebeurt in het brouwhuis, licht hoofdbrouwer Jean Dohmen toe, door De Jonge geroepen om te assisteren. Daar wordt de uit gerst verkregen mout opgelost in tanks met 85.000 liter water. Zo komt zetmeel vrij en ontstaat de substantie 'wort'. Dan wordt hop toegevoegd, waarna verderop de vergisting volgt, waarbij ook de alcohol ontstaat.
,,In feite is brouwen het omzetten van zetmeel in suikerwater, wat weer wordt vergist," vat Dohmen samen. In het brouwhuis is het vochtig en heet, tot wel 30 graden. De wort wordt namelijk gekookt, het raampje van de tank is kokend heet. De zoete, bloemige geur van de hop is overal. ... Spoelen we door naar 2015 dan draait de brouwerij op de randen van zijn capaciteit. Het 110 voetbalvelden grote terrein is tjokvol en bevat naast de brouwerij 7,5 kilometer wegen, een afvalzuiveringsinstallatie, testlab, Heinekens proefbrouwerij voor het ontwikkelen van nieuwe bieren, een voetbalveld en vier tennisbanen.
Bovendien zijn Heineken Nederland en de wereldwijde bevoorradingsafdeling van de biergigant er gehuisvest. Al met al werken 1700 van de 2700 Heineken Nederland-werknemers in Zoeterwoude, van wie 580 in de brouwerij zelf. ,,We hebben plek om één productielijn bij te bouwen, maar dan houdt het wel op."... Het vervult De Jonge met trots. ,,Dit is behoorlijk bijzonder," zegt hij als hij op de bovenste verdieping van de 40 meter hoge moutsilo de brouwerij overziet. ,,Vanuit Zoeterwoude leveren we aan 160 landen, geen enkele bierbrouwer doet dat. Dat is onze wereldwijde Nederlandse handelsgeest."(www.destentor.nl/algemeen/economie/heinekens-victorie-begon-40-jaar-geleden-in-zoeterwoude-1.4889309)

Op 15 februari 1864 kocht de 22- jarige Gerard Adriaan Heineken brouwerij ‘De Hooiberg’ in Amsterdam. Voor een schijntje, want het ging op dat moment slecht met de Nederlandse bierindustrie. De jonge Heineken had grote plannen: hij wilde een ‘biercultuur’ introduceren in de Amsterdamse café’s en richtte zich op de artistieke en intellectuele elite van de stad. Na vier jaar opende hij een spiksplinternieuwe brouwerij op de locatie van de huidige stadhouderskade en er volgde al gauw een filiaal in Rotterdam. Ook werd in deze periode de ‘Heineken A- gist’ ontwikkeld. Deze gist vormt tot op de dag van vandaag de basis voor het Heineken bier.
Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij N.V.
In 1873 veranderde ‘De Hooiberg’ van naam. ‘Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij N.V.’ was geboren. Het bedrijf vergrootte langzamerhand zijn marktaandeel door concurrerende brouwerijen op te kopen en te sluiten. Op deze manier maakte Heineken de ooit zo diverse biercultuur in Nederland meer homogeen. Één van de brouwerijen die onderdeel werd van Heineken was ‘De Gekroonde Valk’ aan de Hoogte Kadijk. Rond 1900 was de Valk nog de grootste bierbrouwerij van Amsterdam, maar na de Tweede Wereldoorlog nam Heineken hem over. In de collectie van het Amsterdam Museum bevinden zich nog enkele overblijfselen van ‘De Gekroonde Valk’.
Het internationale succes van Heineken begon in Frankrijk. Bij de wereldtentoonstelling in Parijs in 1889 won de firma het ‘Diplôme de GRAND PRIX’. Gerard Heineken overleed in 1893, maar liet behalve zijn goede naam ook een zoon achter. Henry Pierre Heineken zou een belangrijke rol gaan spelen bij de verovering van de internationale markt. Hij stimuleerde technologische ontwikkeling in het bedrijf. Vanaf 1929 bottelde Heineken zijn eigen bier, als eerste brouwerij in Nederland. Het filiaal in Rotterdam werd omgetoverd tot een ware ‘bierkathedraal’. Hiervandaan konden vele flessen over de hele wereld verscheept worden. Met name in de Verenigde Staten werd Heineken een van de meest geliefde geïmporteerde biermerken. In 1932 nam Henry Pierre het initiatief om ook in het buitenland brouwerijen op te zetten. Dit gebeurde in de eerste instantie onder de naam ‘Tiger’ in Maleisië. In de loop van de tijd heeft de directie van Heineken door middel van overnames op alle continenten een wereldconcern opgezet (http://onh.nl/nl-NL/verhaal/342/heineken-een-heldere-historie).

De uitbouw ging in de loop der jaren gestaag door. Vanaf de jaren zeventig bouwde het concern aan de uitbouw van de Europese- en Latijns Amerikaanse markt door middel van meerderheidsbelangen in enkele bekende brouwerijen Een verdere expansie verwacht Heineken de komende Jaren in Oost-Europa en Azië. Ook in Nederland heeft Heineken zich in die jaren op het overnamepad begeven en tot het concern behoren nu ook Brouwerij de Ridder in Maastricht (1982 ) en Brand Bierbrouwerij BV in Wijlre (1989).
De Britse bierbrouwer Scottish & Newcastle (S&N) stemt in 2008 in met een overname door de branchegenoten Heineken en het Deense Carlsberg (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/nederland/zuid-holland/zoeterwoude/heineken).
Freddy Heineken
Alfred Henry (Freddy) Heineken, kleinzoon van de grondlegger van de firma, studeerde twee jaar in de Verenigde Staten. Hij leerde hier veel over de functie van reclame en marketing. De inspiratie die hij had opgedaan liet hij los op het familiebedrijf. Vele grote reclamecampagnes waren het gevolg, waarbij de nadruk lag op het aanprijzen van de merknaam in plaats van het product. De ‘lachende’ letters e in het logo zijn één van Freddy’s slim bedachte trucjes.
In 1968 fuseerde Heineken met de grootste concurrent: de eveneens Amsterdamse brouwerij van Amstelbier. De productie van de Amstelbrouwerij verhuisde in 1980 naar de vijf jaar eerder geopende grote brouwerij in Zoeterwoude. Het Heineken- filiaal op de Stadhouderskade volgde in 1988 dit voorbeeld. De brouwerij werd gesloten en de grote hal veranderde in een bezoekerscentrum. Op de plaats van een deel van het brouwerijterrein is woningbouw verrezen en een plein aangelegd, genoemd naar de schilderes Marie Heineken, familie van de brouwers. Tegenwoordig kunnen toeristen in Amsterdam een ‘Heineken Experience’ opdoen in de voormalige brouwerij. Bezoekers kunnen een zinnenprikkelende duik nemen in de wereld van het nog altijd succesvolle merk. En een biertje drinken natuurlijk (http://onh.nl/nl-NL/verhaal/342/heineken-een-heldere-historie).


Marie Heineken (Amsterdam, 8 juni 1844 - Amsterdam, 1 maart 1930) was een Nederlandse schilderes. Ze werd voornamelijk bekend met bloem-stillevens.
Marie Heineken woonde het grootse deel van haar leven in Amsterdam. Haar vader was de koopman Wijnand Heineken, een oom van de bierbrouwer Gerard Adriaan Heineken. Marie kreeg schilderles van Petrus Franciscus Greive en van August Allebé op de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Ze was lid van Arti et Amicitiae, de Amsterdamse vereniging van beeldende kunstenaars en kunstliefhebbers. Haar bloemstillevens worden als impressionistisch gekarakteriseerd. Bij haar begrafenis werd gezegd dat ze het liefst eenvoudige bloemen schilderde, 'haar door haar vrienden aangeboden, of in eigen tuin gekweekt en verzorgd'. Een enkele keer schilderde ze een stadsgezicht.
Ze is later bekend geworden als naamgeefster van het Marie Heinekenplein (1994) in Amsterdam. De keuze voor haar naam was enerzijds ingegeven door de traditie om straten in die buurt naar Nederlandse schilders te vernoemen en anderzijds door de historische locatie van het plein, waaraan de voormalige Heineken-brouwerij staat.
(https://nl.wikipedia.org/wiki/Marie_Heineken) Haar schilderijen (of althans een aantal) zijn te zien op www.simonis-buunk.com/artist/heineken-m/208/.


Het Marie Heinekenplein is een plein in Amsterdam, in de volksmond kortweg Heinekenplein genoemd. Het plein werd aangelegd in de jaren 1990 en ligt net buiten het centrum, in de buurt De Pijp, aan de Ferdinand Bolstraat. Aan de zuidkant van het plein loopt de Quellijnstraat. Tramlijn 16 heeft een halte bij het plein.
Het Marie Heinekenplein staat vooral bekend als horecagebied. Het cirkelvormige plein is omgeven door bars en cafés met terrassen. Tussen het plein en de Stadhouderskade is een deel van de voormalige Heineken-brouwerij overgebleven. Daar is nu het bezoekerscentrum Heineken Experience gevestigd. Aan de noordkant van het plein staat een flatgebouw met op de begane grond een winkelpassage en verscheidene horecagelegenheden.
Op het plein vinden verschillende evenementen plaats. Zo wordt er bijvoorbeeld regelmatig een boekenmarkt gehouden. Ook worden er op het plein in de open lucht films vertoond. Op Koninginnedag is er een feest met een apenkooi-thema op het plein.
Op de plek van het plein stond oorspronkelijk een deel van de Heinekenbrouwerij. Dit deel van de brouwerij werd in 1988 gesloopt, en in 1993 sloeg Freddy Heineken de eerste paal voor het huidige plein.
De naam van het plein zorgde voor veel discussie. Het plein is uiteindelijk in 1994 vernoemd naar
Marie Heineken, een schilderes en nicht van Gerard Adriaan Heineken, oprichter van de brouwerij Heineken. De naam was een compromis omdat de naam "Heinekenplein" niet kon, vanwege de regels dat straten in Amsterdam niet naar bedrijven of naar nog levende personen vernoemd mogen worden. Bovendien ligt het plein in het deel van de Pijp waar de straten zijn vernoemd naar Nederlandse schilders. Oorspronkelijk zou het plein naar de Zuid-Afrikaanse politicus Nelson Mandela vernoemd worden, maar dit plan werd ingetrokken nadat zijn toenmalige echtgenote Winnie Mandela in 1991 schuldig bevonden werd aan medeplichtigheid aan de ontvoering en moord van een 14-jarige jongen.
(https://nl.wikipedia.org/wiki/Marie_Heinekenplein)


Er zijn in Nederland nauwelijks straatnamen die naar bedrijven of merken zijn genoemd. Dat is heel begrijpelijk want zo'n straatnaam zou veel te veel verbonden zijn aan de identiteit van het bedrijf. Als een bedrijf negatief in het nieuws komt, kan dat negatieve gevolgen hebben voor het imago van een straat die naar het bedrijf is genoemd. Onlangs voerde de gemeente Bergen op Zoom dat nog als reden op toen een voorstel om straatnamen aan bedrijven te gaan 'verkopen' werd afgewezen. Daarnaast willen gemeentes de straatnamen ook niet misbruiken om reclame mee te maken. Maar sluikreclame kan natuurlijk wel...Maar even voor de duidelijkheid: het Heinekenplein is dus niet naar een bekend biermerk genoemd, maar naar een bekende Nederlandse schilder. Dat je dat weet (www.overstraatnamen.nl/2015/09/marie-heinekenplein-biertje.html).

Gerard Adriaan Heineken (Amsterdam, 28 september 1841 – aldaar, 18 maart 1893) was de oprichter van brouwerij Heineken. In 1864 nam hij de brouwerij De Hooiberg aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam over, waar hij een nieuw bier begon te brouwen.
Heineken werd geboren als zoon van de koopman Cornelis Heineken en Anna Geertruida van den Paauw. Na het overlijden van zijn vader kocht Heineken op 15 februari 1864 de Amsterdamse bierbrouwerij De Hooiberg. Hij richtte de Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij op en breidde de activiteiten verder uit, onder andere door een brouwerij in Rotterdam te stichten. Als bierbrouwer legde hij de nadruk op kwaliteit en zijn bier werd bekroond met internationale prijzen. Hij volgde de trend uit Duitsland door over te stappen van bovengisting naar ondergisting en was de eerste brouwer ter wereld met een laboratorium voor kwaliteitscontrole. Hij trok een leerling aan van Louis Pasteur als hoofd van het laboratorium. Deze wetenschapper, dr. Elion, isoleerde in 1886 een gist van buitengewone kwaliteit, het Heineken A-gist, dat tegenwoordig nog gebruikt wordt.
Heineken was van 1871 tot 1877 lid van de Amsterdamse gemeenteraad en speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van het Rijksmuseum, het Amstel Hotel, en de aanleg van het Noordzeekanaal.
Heineken trouwde in 1871 met jonkvrouw Maria Tindal. Hij overleed in maart 1893 onverwacht op 51-jarige leeftijd tijdens een jaarvergadering van zijn bedrijf en werd op 21 maart 1893 op de begraafplaats Zorgvlied begraven. Tegen de tijd dat Heineken overleed, was de brouwerij uitgegroeid tot één van de grootste en belangrijkste brouwerijen in Nederland. Zijn zoon Henry Pierre Heineken had vanaf 1917 de leiding over het bedrijf. Diens zoon, Freddy Heineken (1923-2002), heeft Heineken verder als brouwerij en internationaal concern uitgebouwd (https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Adriaan_Heineken).

Henry Pierre Heineken (Amsterdam, 3 april 1886 - aldaar, 3 mei 1971) was de tweede directeur van de bierbrouwerij Heineken.
Heineken studeerde vanaf 1905 scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1914 ook promoveerde. Tijdens zijn studententijd was hij lid van zowel de Senaat als het sociëteitsbestuur van het Amsterdamsch Studenten Corps. Na het plotselinge overlijden van zijn vader Gerard Adriaan Heineken in 1893 werd het bedrijf geleid door een bestuur onder leiding van Henry Pierre's moeder. Vanaf 1 oktober 1914[1] werkzaam in de directie van de Heineken Brouwerij Maatschappij, nam hij in 1917 het heft in handen als president-directeur.
Henry Pierre zette het succes van zijn vader voort en loodste het bedrijf door de economische crisis van de jaren dertig. Hij zorgde met de aankoop van een brouwerij in Brussel in 1927 voor expansie buiten Nederland. Eén van de belangrijkste bijdragen die Henry Pierre heeft geleverd is het zorgen voor een verhoging van de productie met behoud van kwaliteit. Daarnaast werd Henry Pierre Heineken bekend vanwege zijn vooruitstrevende sociaal beleid.
Hij bleef zich tot 1951 bemoeien met het bedrijf, hoewel zijn zoon Freddy Heineken de leiding al in 1941 had overgenomen. H.P. Heineken was tevens onder andere voorzitter van de Raad van Bestuur van NV Het Concertgebouw. Verder bekleedde hij diverse commissariaten (https://nl.wikipedia.org/wiki/Henry_Pierre_Heineken). Tijdens een serie over de brouwerij werd de indruk bij mij gewekt dat H.P. Heineken de familiebrouwerij had verkwanseld aan het bestuur en zijn zoon er met een slinks bestuurskundige truuk via aandelenpakketten.

Freddy Heineken
Alfred Henry (Freddy) Heineken (Amsterdam, 4 november 1923 – Noordwijk, 3 januari 2002), zoon van Henry Pierre Heineken, was een Nederlandse grootaandeelhouder en directeur van Heineken, de bierbrouwerij van zijn grootvader Gerard Adriaan Heineken.
Officieel is Freddy Heineken de kleinzoon van Maria Tindal (uit het adellijke geslacht Tindal) en Gerard Heineken. Onderzoek uit 2014 zou echter uitgewezen hebben dat zijn vader Henry Pierre een buitenechtelijk kind was en dus geen echte Heineken.[1] Zijn biologische grootvader zou Julius Petersen zijn. Na het overlijden van Gerard Heineken in 1893, trouwde hij in 1895 met Maria Tindal, nadat ze reeds langer minnaars waren.
Hij kwam in dienst van Heineken in 1941. Op dat moment was het bedrijf niet meer in bezit van de familie. Enkele jaren later kocht hij aandelen terug waardoor de familie weer een meerderheid van de aandelen van de onderneming in bezit kreeg. Om de zeggenschap over de onderneming bij de gewenste vergroting van het kapitaal te behouden, richtte hij vervolgens Heineken Holding op, die net iets meer dan 50% van de aandelen Heineken bezat terwijl hijzelf weer een meerderheid van de aandelen Heineken Holding aanhield. Later werd hij hoofd van de directie en toen hij in 1989 als zodanig terugtrad, was Heineken uitgegroeid tot een wereldwijd bekend merk.
Zelf hield hij zich graag ook bezig met de marketing van Heineken. Zo bedacht hij onder andere de lachende eerste 'e' en de slogan "Heerlijk, Helder, Heineken".[2] Hij zei weleens: "Als ik niet bij Heineken was gaan werken dan was ik de reclame ingegaan".
Heineken overleed op 3 januari 2002 op 78-jarige leeftijd. Hij was getrouwd met Lucille Cummins. Hun dochter Charlene de Carvalho was zijn belangrijkste erfgename. Heineken werd op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk aan Zee begraven,
Hij kwam in dienst van Heineken NV en vervulde diverse functies tussen 1942 en 1951, daarna commissaris (1951-1958), gedelegeerde commissaris (1958-1964) Heineken NV, voorzitter en gedelegeerd lid raad van beheer (1962-2002), lid raad van bestuur (1964-1969), vicevoorzitter raad van bestuur (1969-1971), voorzitter raad van bestuur (1971-1989), voorzitter raad van commissarissen en gedelegeerd commissaris Heineken Holding NV (1989-1995).
In 1963 produceerde Heineken de film Als twee druppels water van regisseur Fons Rademakers. Hij heeft zelf een cameo in de film. Een van de hoofdrollen werd gespeeld door Nan Los, een KLM-stewardess met wie hij een verhouding had. In 1969 verbood Heineken de openbare vertoning van de film 'om persoonlijke redenen'. De meest plausibele verklaring is dat dit een reactie was op het huwelijk van Los met autocoureur Gerard van Lennep.[3] Pas in 2003, na de dood van Heineken, werd de film weer voor vertoning vrijgegeven, op televisie uitgezonden en vervolgens op dvd uitgebracht.
Op 16 december 2005 is brug nummer 84 in Amsterdam vernoemd in de Freddy Heinekenbrug. Deze brug bevindt zich tegenover de voormalige Heineken brouwerij, nu in gebruik voor rondleidingen, maar ook vlak bij het hoofdkantoor van Heineken. Achter de voormalige brouwerij bevindt zich het Heinekenplein. Officieel is dit vernoemd naar de schilderes Marie Heineken (https://nl.wikipedia.org/wiki/Freddy_Heineken).

Nu lijkt voorgaande wat vergezocht, maar wat vind ik op internet:

"Vandaag anno 2014 is de naam Tindal weer voorpagina nieuws." Ditmaal gaat het over Marie Tindal, grootmoeder van bierfabrikant Heineken......misschien is zij ergens te koppelen aan een van de Tyndall's uit deze Blog.  Grappige bijkomstigheid: de plaats Noordwijk als bindende factor tussen beide families in deze Tyndall-Blog.......
"Freddy was eigenlijk geen Heineken
05-02-14   11:45 uur  - Bron: Het Parool
Zijn werkelijke grootvader was Julius Petersen
Freddy Heineken. © ap
Freddy Heineken was geen Heineken. Hij kreeg weliswaar de familienaam mee van zijn opa Gerard, maar niet de genen. Zijn werkelijke grootvader was Julius Petersen, huisvriend en latere echtgenoot van oma Mary Tindal (http://tyndall-deveer.blogspot.nl/2014/02/mary-tindal-en-gerard-freddy.html).


Marie Heineken (Tindal)
Datum van Geboorte 1849
Plaats van geboorte The Hague, South Holland, The Netherlands
Overlijden Overleden 25 augustus 1932 in Lucerne, Luzern, Lucerne, Switzerland
Naaste familie:
Dochter van Willem Frederik Tindal, Jkh. en Maria Tindal
Echtgenote van Gerard Adriaan Heineken en Daniel Julius Alfred Petersen
Moeder van Henry Pierre Heineken
Zuster van Willy von Barnekow-Tindal en Hendrik Pieter Tindal (www.geni.com/people/Marie-Heineken/6000000014298609116)

Maria Tindal
Geboorteplaats: 's-Gravenhage
Leeftijd: 21:
Zij is geboren op 11 juni 1849 in 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland .
Zij is overleden op 25 augustus 1932 in Luzern, Zwitserland , zij was toen 83 jaar oud.
Zij is begraven op 30 augustus 1932 in Amsterdam, Noord-Holland, Nederland (http://tyndall-deveer.blogspot.nl/2014/02/mary-tindal-en-gerard-freddy.html).

Hendrik Pieter Tindal
Datum van Geboorte 27 Juni 1852
Overlijden Overleden 31 Januari 1902
Naaste familie:
Zoon van Willem Frederik Tindal, Jkh. en Maria Tindal
Echtgenoot van Jacoba Johanna van Hoey Smith
Vader van George August Tindal
Broer van Willy von Barnekow-Tindal en Marie Heineken (www.geni.com/people/Hendrik-Pieter-Tindal/6000000041771890879)

Okee, de geboortedatum wijkt af, maar ik vind het wel vreemd al die namen buiten de aandacht...
Zoals de huidige leiding van Heineken (en Amstel):

Charlene Lucille de Carvalho-Heineken (Amsterdam, 30 juni 1954) is grootaandeelhouder en directeur van Heineken Holding.
Bij het overlijden van haar vader Freddy Heineken in 2002 erfde De Carvalho zijn aandelenpakket met een toenmalige waarde van € 3,7 miljard, waardoor ze grootaandeelhouder werd van Heineken. Ze werd ook gedelegeerd lid van de Raad van Beheer van Heineken Holding NV.[1] Haar zoon Alexander is op 1 maart 2013 voorgedragen voor benoeming als niet-uitvoerend lid van de raad van beheer van de holding van bierconcern Heineken.[2]
Op 2 januari 2014 werd bekend dat de Autoriteit Financiële Markten een onderzoek start naar het niet tijdig melden van de aankoop van aandelen door Charlene de Carvalho-Heineken.[3]. Uiteindelijk werd er een boete opgelegd. [4]
In tegenstelling tot haar vader houdt De Carvalho zich liever op de achtergrond. Ze woont met haar man Michel de Carvalho[5], vicevoorzitter van de raad van bestuur van Citibank, in Londen. Ze hebben vijf kinderen.
In 2012 en 2013 stond zij op de eerste plaats in de Quote 500, met een vermogen van € 5,4 miljard (2012), en 7,2 miljard (2013), een stijging van 33,3%[6] (in 2014 niet meer omdat het nu een lijst is van rijken die in Nederland wonen}. Het vermogen van De Carvalho wordt in 2015 geschat op $11,7 miljard, waarmee ze de rijkste persoon met de Nederlandse nationaliteit is en op elf na de rijkste vrouw ter wereld.[7] (https://nl.wikipedia.org/wiki/Charlene_de_Carvalho-Heineken)


Charlene de Carvalho-Heineken & family
Real Time Net Worth As of 12/10/16
$11.3 Billion
Age 62
Source Of Wealth Heineken
Residence London, United Kingdom
Citizenship Netherlands
Marital Status Married
Children 5
Education Bachelor of Arts / Science, Rijnlands Lyceum Wassenaar; Doctor of Jurisprudence, University of Leiden
Charlene de Carvalho-Heineken is one of the richest women in the world, thanks to her 25% controlling stake in Dutch brewer Heineken, which she inherited from her late father, Freddy Heineken, more than a decade ago. The company sells over 170 premium brands in more than 65 countries. After years of silence, the Heineken heiress finally recounted in a September 2014 magazine interview the pressure of assuming her father's role and guiding the company after his 2002 death. She had zero prior business experience and had fought to remain out of the spotlight entirely ("I didn't like the fact that my name was on every café"). Her most important decision? Finding a new CEO for Heineken, Jean-François van Boxmeer. The company has plunked down nearly $30 billion since 2000 on more than 50 acquisitions to keep pace with SABMiller and Anheuser-Busch InBev, which is run by a trio of Brazilian billionaires. In 2015, Heineken bought a 50% stake in California craft brewer Lagunitas and shored up a 73% holding in Jamaican brewer Desnoes & Geddes, adding the popular Red Stripe to its portfolio. Joining Charlene are her husband, Michel, a Heineken director and investment banker, and son Alexander, who joined the Heineken board in 2013. "Heineken is the first thing I think about when I get up in the morning," Alexander says, "and the last thing I think about when I go to bed." (www.forbes.com/profile/charlene-de-carvalho-heineken/)

Dus Alexander de Carvalho-Heineken is de naam om in de gaten te houden...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten