Translate

Zoeken in deze blog

maandag 29 mei 2017

Frans Hals



Het Frans Hals bier is een Kuitbier. Kuit is een zeer oude NL bierstijl. De basis voor een kuit zijn Haver (minimaal 45%, tarwe en gerst). Het bier heeft een aangename citrus achtige smaak met mout en kruiden. Apart, lekker, verfrissend! (www.biernavigatie.nl/jopen-frans-hals-kuitbier/)


Frans Hals Kuitbier is een blond bier met 6% alcohol. Dit bovengistende bier heeft zachte en frisse tonen uit de haver en de tarwe en een karaktervolle hopbitterheid. Het bier wordt ongefilterd afgevuld.
Kuitbier is een historisch Nederlands bier dat in de Middeleeuwen onder andere in Haarlem gebrouwen werd. Het bier wordt gebrouwen uit drie granen; haver (minimaal 45%), tarwe en gerst. Het was de opvolger van het Hoppenbier, dat sinds 1501 op kwam. De Nederlandse brouwers zijn uitgedaagd door de CNB (Campagne Nederlandse Bierstijlen) om de vergeten Nederlands Biercultuur weer zichtbaar te maken voor het publiek, door het opnieuw brouwen van deze oude bierstijl. Jopen heeft ervoor gekozen om de Kuyt met een Saisongist te vergisten, wat het bier droger en kruidiger maakt.
Daar 2013 tot Frans Hals jaar uitgeroepen is heeft Jopen haar Kuitbier vernoemd naar deze bekende Haarlemse schilder. Eerder vernoemde Jopenbier haar Weizen naar Malle Babbe, de dame die door Frans Hals werd vereeuwigd op een van zijn schilderijen (www.jopenbier.nl/bieren/frans-hals-bier/).


De Malle Babbe van Hopen heb ik al eens gedronken (zie http://biervat.blogspot.nl/2015/03/saphyr-weizen.html).

Frans Hals (Antwerpen, ca. 1582 - Haarlem, augustus 1666) geldt als een van de belangrijkste Oude Hollandse Meesters. Hij werkte zijn hele leven in Haarlem en werd vooral bekend door zijn levendige en kleurrijke schuttersstukken en afbeeldingen van tijdgenoten (https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Hals).

Het is even onbekend als onwaarschijnlijk dat Frans Hals landschappen, stillevens of verhalende stukken heeft gemaakt. Veel 17e-eeuwse kunstenaars in Holland verkozen specialisatie, en dat was ook bij Hals het geval.
Al in de 17e eeuw werden mensen getroffen door de levendigheid van Hals’ portretten. Zo noteerde de Haarlemmer Theodorus Schrevelius, een van de mannen die hij portretteerde, dat er in Hals’ werken ‘zo’n kracht en leven’ is dat de schilder ‘de natuur schijnt uit te dagen met zijn penseel’. En twee eeuwen later schreef Vincent van Gogh aan zijn broer Theo: ‘Wat is het een genot zo’n Frans Hals te zien, wat is ’t heel iets anders dan de schilderijen – er zijn er zóó veel – waar zorgvuldig alles op dezelfde wijze is gladgestreken.’ Met die observatie slaat Van Gogh de spijker op z’n kop: Hals koos ervoor om een schilderij niet glad af te werken, zoals ongeveer al zijn tijdgenoten dat nog deden, maar probeerde het leven er in te houden. Aangezien leven te herkennen is aan beweging, zorgde hij ervoor dat de kijker de indruk krijgt dat het portret in beweging is. Wie kijkt naar iemand in beweging, ziet die persoon niet helemaal scherp: je krijgt niet helemaal vat op wie of wat zich beweegt, je ziet vlekken, lijnen, stippen, grote kleurvlakken, nauwelijks details. En zo schilderde Frans Hals zijn portretten, vooral later, wanneer hij helemaal op dreef is. Hiermee bereikte Hals een oplossing voor een aloud probleem: hoe maak je een levensechte voorstelling op een plat vlak? Weliswaar is het zogenaamde trompe-l'oeil oftewel het zo extreem mogelijk gladschilderen ook een oplossing (zoals (Gerrit Dou en de Leidse school deden), maar de keuze van Hals is zeer bijzonder en hij was met deze aanpak zijn tijd ver vooruit. Pas in de 19e eeuw kreeg hij echt volgelingen, met name onder de zogenaamde impressionisten.
...
Vaak wordt gedacht dat Hals zijn werken ‘aus einem Guss’ – in één worp – op het doek slingerde maar uit technisch en natuurwetenschappelijk onderzoek blijkt dat hij dat nauwelijks deed. Een enkel werk is weliswaar grotendeels zonder ondertekeningen of onderschildering ‘alla prima’ neergezet maar de meeste werken ontstonden toch in verschillende lagen, zoals in die tijd gebruikelijk. Op een grondlaag werd met krijt of verf een tekening gemaakt, soms in kleur soms in het grijs, die in stadia werd ingevuld. Wel lijkt zijn onderschildering in het algemeen ook zeer losjes te zijn opgezet: hij was vanaf het begin virtuoos, met name bij zijn latere, rijpe werken. Hals had een enorme durf, grote moed en virtuositeit. Hij kon zijn handen van het doek (of paneel) terugtrekken zodra de afgebeelde persoon er wat hem betrof levend en wel op stond. Hij schilderde ze niet doods, zoals veel tijdgenoten dat in hun grote nauwkeurigheid en ijver vaak wel deden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Hals).

Een schutter die een berkenmeier vasthoudt, bekend als ‘De vrolijke drinker’, Frans Hals, ca. 1628 - ca. 1630.
Uitgelaten proost deze schutter naar ons – wie zou er niet met hem meedrinken? De manier van schilderen is al even ongedwongen als de man zelf: de snelle, spontaan aangebrachte penseelstreken ondersteunen de levendige en beweeglijke indruk. Hierdoor lijkt de man echt te bewegen. Met deze bravoure van schilderen bleef Frans Hals lang ongeëvenaard (www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-135). Die had ik al eens gezien in het Rijksmuseum tijdens een dagje Amsterdam.

Frans Hals stond ook op het tientje:
Nu is die 10 gulden ineens 17,50 in euro's. Dat is pas inflatie... gelukkig heb je dat niet met bier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten