Translate

Zoeken in deze blog

zondag 17 april 2016

Chinook


De term Chinook, afgeleid van het Chehaliswoord T’sinu’k, verwijst naar een groep indianen in het noordwesten van de Verenigde Staten die talen van de Chinooktaalfamilie spraken. In het begin van de 19e eeuw leefden zij langs de benedenloop van de Columbia Rivier in het huidige Oregon en Washington. De groepen die het dichtst bij de kust wonen worden tot noordwestelijke cultuurgebied gerekend. De Chinook verder stroomopwaarts behoren tot de inheemse volken van het Plateau.
In de 2e helft van de 18e eeuw kwamen de Chinook met Spaanse en Chinese handelaren in aanraking, waarbij zich al snel Engelsen voegden.
...
De Chinook stonden bekend als uitstekende handelaren. Ze overbrugden op hun reizen honderden kilometers en verbonden met hun handel de noordwestkust tot Alaska met de Great Plains. Zalm was een belangrijk exportproduct, en daarnaast handelden ze onder meer in kano’s, slaven en schelpen. Blanke handelaren voorzagen ze van voedsel en pelzen.[10] Door hun grote rol in de handel in de regio hebben de Chinooktalen het Chinook jargon, de handelstaal van het noordwesten in de 19e eeuw, sterk beïnvloed (https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinook_(volk)).



De Indianen zijn de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Al zou je dat niet zeggen als je de naam hoort. Je zou dan eerder denken dat ze uit Indië of omstreek vandaan komen. Maar dat heeft te maken met de ontdekkingsreis. Amerika is ontdekt door de Europeaan Christoffel Columbus. Hij was van plan een andere weg naar Indië te ontdekken maar kwam aan in Amerika. Omdat Columbus dacht dat hij in Indië was en mensen zag lopen noemde hij die mensen Indianen. Zo komen de Indianen dus aan hun naam. Hoe de Indianen in Amerika zijn gekomen weten deskundige niet precies maar er is een theorie. De Indianen hebben erover zelf verschillend legendes erover en denken er heel anders over dan de deskundige. Een daarvan is deze: De stammen zouden ontstaan zijn uit stukken van een monster die verscheurt was door een dappere coyote. Weer andere zeggen dat hun voorouders naar boven zijn gekropen door een gat in de aarde. Maar de theorie van deskundige is veel waarschijnlijker al weten ze het niet precies. Maar ze denken dat het in de ijstijd is gebeurt dus zo’n 20.000 à 25.000 jaar geleden. Toen werden Azië en Amerika niet door zee gescheiden maar hielden gletsjers het water tegen. Zo kwam er een smalle strook land droog te liggen en werden Alaska en Azië. De deskundige denken dat er toen nomaden vanuit het oostpunt van Siberië naar Alaska gereisd zijn (www.scholieren.com/werkstuk/13383).


De Chinook waren in de eerste plaats jagers en handelaars maar leefden toch vooral van de visvangst. De Columbia Rivier was een uitstekende plaats voor de vangst van zalm. Het werd wel eens de 'Wall Street' van het noorden genoemd. Ze waren experten in het verhandelen van gezouten zalm en kenden het land op hun duim. Van hen verkregen de kolonisten kaarten die het mogelijk maakten deze bergachtige streek te doorkruisen (http://cinzia.plazilla.com/page/4295062568/een-vallei-van-en-voor-de-chinook-in-oregon).

De nieuwkomers brachten tot dan toe onbekende ziekten met zich mee zoals pokken, die tegen het einde van de 18e eeuw het leven van 30% van de bevolking eisten. In 1805 werden ze voor het eerst uitgebreid beschreven door de expeditie van Lewis en Clark. In die tijd leefden er ongeveer 16.000 Chinook langs de Columbiarivier in over de 40 verschillende dorpen, maar hun aantal nam al snel af door nieuwe ziekten die meegebracht werden door blanke handelaren en pelsjagers die zich in hun gebied vestigden. Een koortsepidemie in 1829 vaagde vier-vijfde van de bevolking weg, en in 1843 schatte men hun aantal op nog maar 1500. De 2e helft van de 19e eeuw zag een verdere teloorgang van de Chinook. De 2e helft van de 19e eeuw zag een verdere teloorgang van de Chinook. Veel Chinook werden naar reservaten gestuurd en in 1885 schatte de taalkundige Jay Powell hun aantal op 500 tot 600, waarvan de meeste in de reservaten Warm Springs, Yakima en Grand Ronde leefden. Daar gingen ze geleidelijk op in andere volken, zodat tegen 1900 de meeste Chinookstammen hadden opgehouden als zelfstandige eenheden te bestaan. De US-census van 2000 telde 1689 Chinook. De Chinook die het dichtst bij de kust woonden (Cathlamet, Clatsop, Lower Chinook, Wahkiakum en Willapa), georganiseerd in de Chinook Nation, werden in 2001 officieel als indianenstam erkend. In 2002 werd deze erkenning echter weer ingetrokken en tegenwoordig wacht de Chinook Nation nog steeds op officiële erkenning (https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinook_(volk)).


De door de Zwitserse tekenaar Derib geschapen serie Buddy Longway neemt een aparte plaats in binnen de stripwereld. Mooie, warme verhalen over het leven van een trapper in het Amerika van de 18de eeuw. Zijn liefde voor zijn vrouw en zijn kinderen, eenheid met de natuur en de belangrijkheid van vriendschappen. Dit zijn kenmerken van de serie.
Buddy Longway is geen held als de anderen hoofdpersonen in strips. Derib wilde de avonturen van Buddy Longway in de verhalende vorm vertellen. Het zouden niet de avonturen worden van een perfecte, onoverwinnelijk en bijna onsterfelijke held moeten worden, maar veeleer de belevenissen van een gewone man gevangen in een bepaalde periode en omstandigheden. Buddy Longway is geen cowboy maar een trapper. Hij wordt verliefd op een Indiaans meisje, Chinook, die uiteindelijk ook zijn vrouw zal worden. Gezamenlijk stichtten zij een gezin met alle hierbij horende momenten van vreugde, maar van verdriet en zorgen om het bestaan. De relatie tussen Buddy en Chinook geeft ook problemen. De vooroordelen die heersen binnen een deel van de blanke bevolking zorgen voor veel problemen die het stel moet zien te overwinnen.
Het eerste album uit de serie verscheen in 1974 met als titel Chinook. Een jonge, nog onervaren Buddy Longway is bezig om pelsen te verkrijgen die hij in het fort kan inwisselen. Het is het einde van zijn eerste jachtseizoen. Wanneer hij onderweg is naar het fort, ziet hij in de verte een rookkolom opstijgen. Nieuwsgierig stijgt Buddy af en ziet van een afstandje het tentenkamp van een indianenstam (http://www.stripsuithedenenverleden.nl/Buddy%20Longway.html).


The CH-47F is an advanced multi-mission helicopter for the U.S. Army and international defense forces. It contains a fully integrated, digital cockpit management system, Common Aviation Architecture Cockpit and advanced cargo-handling capabilities that complement the aircraft's mission performance and handling characteristics (www.boeing.com/defense/ch-47-chinook/).


Recognition: Tubular fuselage with fairings along the lower edge to give a flat appearance to the underside. Front rotor blades on a fairing above the cockpit (2). Engines mounted either side and above the rear fuselage (3). Rear rotor on a rectangular 'fin' set above the front rotor blade arc. Rear loading ramp. Four-wheel undercarriage with two wheels at the rear and the second pair just beyond halfway along the fuselage (1) (www.raf.mod.uk/equipment/chinook.cfm).  Zo klinkt de CH-47 Chinook.


The Chinook is an able and versatile support helicopter that can be armed with crew served weapons to provide self-defence, and can be operated from land or ship in such diverse environments as the Arctic, jungle and desert (www.raf.mod.uk/equipment/chinook.cfm).

In September 1958, the US Army commissioned Boeing Vertol to develop a medium transport helicopter capable of lifting a 2000kg load in all weathers. Boeing submitted a scaled-up version of its Model 107, and the new Model 114 project, the first in the very popular line of Chinook helicopters, was declared winner of the design competition in March 1959.
That it is a direct descendant of the Model 107 may be clearly seen in the broad, blunted, square fuselage section common to both aircraft. The Chinook's fuselage is in fact built around a large cargo bay, in front of which is the flight deck and above it, at either end, the pylons holding the transmission for the two rotors. The two turbine engines are installed on either side of the aft pylon. Behind the cargo bay is a hydraulically-actuated ramp which greatly facilitates loading and unloading operations. On either side of the fuselage are two large fairings, housing the fuel tanks, landing gear shock absorbers and battery for the electrical system. The cargo bay has a volume of circa 42m3 and can carry either 44 troops, 24 stretcher cases plus two medical attendants, or various items of equipment, representing a weight of between eight and 11 tonnes. A hoist at the front of the bay can be used for lifting loads vertically through a hatch in the middle of the floor or for lowering items to the ground. The Chinook also has a cargo hook at the center of gravity for carrying slung loads, enabling it to operate as a flying crane (http://www.aviastar.org/helicopters_eng/bvertol_chinook.php).



De Boeing VERTOL CH-47 Chinook is een 2-motorige multifunctionele middelzware tandemrotor-transporthelikopter die primair werd ontwikkeld voor troepen- en materieelvervoer van en naar het slagveld.
...
De geschiedenis van de Chinook begon in 1956 toen de US Army de toenmalige H-37-helikopters wilde vervangen. Als resultaat van de ontwerpwedstrijd ging in 1957 zowel de voorkeur van de US Army als van de USAF uit naar het model van de firma Boeing VERTOL die de ontwikkeling voort mocht zetten en in 1958 de eerste HC-1B Chinook produceerde.
De CH-47 Chinook werd in 1962 operationeel in de A-, B- en C-versies die destijds alle drie met wisselend succes in de Vietnamoorlog zijn ingezet. Toen de registratie van alle militaire toestellen in 1962 werd gewijzigd werd dit type omgedoopt tot de CH-47A.
...
In de loop van de jaren werden de toestellen overal ter wereld ingezet, onder meer in de Golfoorlog en Afghanistan. De Chinook maakt als multifunctioneel werkpaard deel uit van de ruggengraat van het Amerikaanse (troepen)transportwezen.
...
De Koninklijke Luchtmacht schafte in de jaren negentig 13 Chinook helikopters aan van het type CH-47D. Deze zijn in beheer bij het Defensie Helikopter Commando en vliegen vanaf het vliegveld Gilze-Rijen.
De toestellen hebben de registraties D-661 t/m D-667 - dit zijn gemodificeerde Canadese CH-47C Chinook helikopters – en D-101 t/m D-106 – dit zijn nieuw gebouwde CH-47D Chinook helikopters. De D-104 en D-105 zijn in Afghanistan verloren gegaan (https://nl.wikipedia.org/wiki/CH-47_Chinook). (www.telegraaf.nl/binnenland/24463520/__Nieuwe_Chinooks_voor_Defensie__.html)

Begin 1993 tekende Nederland met de Canadese regering een overeenkomst voor de overname van 7 Boeing CH 147 Chinooks, die niet meer werden gebruikt door de Canadese strijdkrachten. In december 1993 is het aantal van 13 Chinooks (7 gebruikte en 6 nieuwe) vastgesteld, waarbij de gebruikte Chinooks zouden worden gemoderniseerd naar dezelfde standaard als de nieuw aan te schaffen helikopters. De gemoderniseerde Chinooks zijn tussen augustus 1995 en februari 1996 door Boeing afgeleverd aan de Koninklijke Luchtmacht. De resterende 6 nieuwe Chinooks zijn in 1998 afgeleverd. Ze beschikken onder meer over een glass cockpit voorzien van digitale beeldschermen in plaats van conventionele klokjes en meters....In september 2013 is de laatste Chinook F van het project 'Chinook uitbreiding en versterking (4+2)' afgeleverd bij het Defensie Helikopter Commando (DHC). Dit was de laatste afgeleverde Chinook F sinds de contractondertekening bij de fabrikant Boeing in 2007 (https://www.defensie.nl/onderwerpen/materieel/inhoud/vliegtuigen-en-helikopters/boeing-ch-47d-en-ch-47f-chinook-transporthelikopter).


Chinook is een hopvariëteit, gebruikt voor het brouwen van bier. Deze hopvariëteit is een “dubbeldoelhop”, bij het bierbrouwen gebruikt zowel voor zijn aromatische als zijn bittereigenschappen. Deze Amerikaanse variëteit werd in 1985 op de markt gebracht en is een kruising tussen Petham Golding en een Amerikaanse mannelijke plant (USDA 63012M) met hoog alfazuurgehalte en goede bewaarbaarheid (https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinook_(hop)).

Chinook (pronounced shin-ook) hops are a high-alpha variety of around 13% AA. Chinook hops has a strong and distinctive pine-like aroma and flavor that is not common among other varieties. They are also somewhat spicy with a mild fruitiness similar to that of other Northwest hops (Cascade, Columbus, Centennial), though definitely not as strong. Al Korzonas, author of "Homebrewing: Volume I", describes Chinook hops as "a cross between Saaz and a pine forest." The distinctive aroma and flavor make these hops best suited for hoppy American ales, but may be used as bittering hops for English or European beers (http://brewwiki.com/index.php/Chinook_Hops).

De smaak die van deze aromahop is vooral een dennen- of harsachtige smaak en een lichte kruidigheid. Het lijkt qua hopsmaak op de Southern Cross en de Sticklebract.
De hop zorgt ook voor een zeer sterke bitterheid; het bezit een alfazuur gehalte van 12 tot 14% en wordt gebruikt al bitterhop (www.debierapp.nl/vraag-en-antwoord/vraag/wat-voor-een-smaakprofiel-heeft-de-chinook-hop).

Created by the U.S.D.A, Chinook was released in 1985. Chinook is categorized as a high alpha variety with an aroma of spicy, piney and a distinct grapefruit. This alluring aroma and a high bittering value has gained this hop full respect from craft & major brewers. The variety has a good resistance to disease but it susceptible to powdery mildew.
Pedigree: Cross between Petham Golding and a high alpha USDA male
Brewing Usage: Dual Purpose
Aroma: Medium intensity, spicy, piney and distinct with subtle tones of grapefruit
Alpha Acids %:  12.0-14.0
Beta Acids %: 3.0-4.0
Co-Humolone:29-34% of Alpha Acids
Total Oil:  1.5-2.5 mls/100g
General Trade Perception: A high alpha hop with an acceptable aroma profile
Possible Substitutions: Nugget, Columbus, Northern Brewer
Typical Beer Styles: US-Style Pale Ale, IPA, Stout, Porter, Lager
(www.homebrewstuff.com/chinook-leaf-hops-2oz-878.html)

Increasingly popular among craft brewers; released in 1985.
....
Pedigree: Cross between Petham Golding and a high alpha USDA male
Brewing Usage: Dual Purpose
Aroma: Distinct, medium intensity spice and pine characteristics with subtle notes of grapefruit
General Trade Perception: A high alpha hop with acceptable aroma
(http://hopunion.com/chinook/)

Typical alpha: 11.0-13.0%. Classic bittering hop for American pale ales, stouts, and porters. Sometimes used as a late addition for its intense, spicy and resiny aroma (www.northernbrewer.com/shop/chinook-hop-pellets).

CHINOOK
12-14% Alpha Acids • Domestic • Dual Purpose Hop
Categorized as a high alpha variety with an aroma of spicy, piney and a distinct grapefruit. This alluring aroma and a high bittering value has gained this hop full respect from craft & major brewers. The variety has a good resistance to disease but it susceptible to powdery mildew. Cross between Petham Golding and a high alpha USDA male.
Used For: US-Style Pale Ales, IPAs, Stouts, Porters, Lagers
Substitutes: Nugget, Columbus, Northern Brewer (www.homebrewstuff.com/hop-profiles)

Chinook Hops was a child of the 1980's, introduced the same year as Rocky IV (Rocky vs. Ivan Drago)....ie 1985. The USDA crossed Petham Golding with USDA 63102 variety and out came this craft brewer's delight.
Chinook Hops will add 12%-14% alpha acid content to your hops schedule. It is a dual purpose alpha variety, and is good for the beginning of the boil, or mid-additions in brewing. Chinook is popular in American style beers such as Pale Ale and India Pale ale, but extends itself well to Seasonal Ales, and darker beers including Porter, Stout, and Barley Wines. It has a heavy aroma, and somewhat spicy bouquet. Some piney and herbal notes will be evident in a fresh batch.
Chinook is middle of the road for its harvest yields, and produces medium compact cones. It features some resistance to common diseases, however is susceptible to Powdery Mildew. Chinook is more widely used in the US and is a part of some very compelling commercial beers (http://beerlegends.com/chinook-hops).




Zoekende naar hop en indianen kwam ik de volgende berichten tegen:

Dungeness Massacre occurs on September 21, 1868.
HistoryLink.org Essay 5743 : Printer-Friendly Format
Just before dawn on September 21, 1868, 26 S’Klallam Indians, led by a man known locally as Lame Jack (or Nu-mah the Bad by his tribesmen), conduct a raid on a party of 18 Tsimshian Indians camped on New Dungeness Spit. The Tsimshians were traveling by dugout canoe to Fort Simpson near Prince Rupert, British Columbia, from Puyallup where they had been harvesting hops.
....Within a short period of time, the S'Klallam massacre 17 Tsimshian Indians, but one woman, wounded and left for dead, escapes to tell the story. It is the last major bloodletting among Indians in this area.
The S’Klallam’s raid was in retaliation for the Tsimshians stealing one of Lame Jack’s wives and his son some nine months earlier. Raiding other tribes for slaves was a common practice of Coastal Indians and a payment could be made to remedy the wrong. As no compensation was made to Lame Jack or to the S’Klallam tribe, revenge was seen as the only means to right the wrong done to a tribal member (www.historylink.org/index.cfm?DisplayPage=output.cfm&file_id=5743).

White and Native American hop pickers attack Chinese workers in Squak (Issaquah) on September 7, 1885. HistoryLink.org Essay 2746 : Printer-Friendly Format
On September 7, 1885, in the eastern King County community of Squak (later renamed Issaquah), white and Indian hop pickers gang up on Chinese workers brought in by the Wold Bros. to pick hops at a cheaper price. On two successive days, white and Indian hop pickers try to force the Chinese workers out. When that fails, a gang of seven men (five whites and two Indians) attack the Chinese camp. They fire into tents of sleeping men, and kill three Chinese men and wound three. The perpetrators are brought to trial, but acquitted.
....
Hop farmers in the Puyallup valley relied mainly on Indians from around the Northwest, including British Columbia and Alaska, as hop pickers; after the depression of 1883, a few whites were also employed. The Wold brothers had a hop farm in Squak (which would later be renamed Issaquah), and in September 1885, employed 37 Chinese men at a cheaper-than-usual price to pick hops. On September 5, 1885, a group of white and Indian hop pickers threatened the Chinese and tried to get them to leave. The Wolds protected their pickers and the anti-Chinese hop pickers left. They returned on September 7, demanding once again that the Chinese leave. Again they failed.
That night five white men and two Indians climbed over a fence enclosing the Wold Bros. Chinese camp, and fired into the tents of the sleeping Chinese workers, killing three and wounding three. The Chinese left the following day.
In June 1887, George W. Tibbetts, a hop farmer, merchant, and the Justice of the Peace at Squak, gave his version of the event to an interviewer sent by Hubert Howe Bancroft, the early historian of the West. The interviewer recorded in handwriting Tibbets' account. ...
"This year the market for hops was very low and many growers felt that it was hardly worth while to pick and cure their crop, especially if they had to pay the ruling prices for picking. The Wald Bros. of Squak who had the largest field at this juncture, came to Seattle and made a contract with a Chinese firm to furnish a sufficient number of Chinamen to pick their crop. When this fact became known in Squak it caused a good deal of excitement and unfavorable comment.
"The usual force of white and Indian pickers had assembled in anticipation of being employed as heretofore and when they found that a large amount of work was thus to be denied they were of course disappointed. At this time the Anti-Chinese sentiment was very strong on Puget Sound, especially in King County. At Squak the declarations were early made that the Chinese should not be allowed to work in that valley.
"This opposition was nearly unanimous in that region, for aside from the antipathy to the Chinese, the fact was well known that the money paid to the whites and Indians was kept at home while nearly everything paid to the Chinese was taken out of the country by them.
"Appreciating the situation and also feeling strongly in the matter himself, Mr. Tibbets went to see the Wald Bros. and endeavored to induce them not to bring the Chinamen into the valley, but as subsequent events showed, he was not successful.
...
All of those arrested for this crime were acquitted. Hostilities continued against Chinese workers and in Seattle, on February 7, 1886, rioters forced Chinese people to board a steamer and go elsewhere (www.historylink.org/index.cfm?DisplayPage=output.cfm&file_id=2746).


Hop louse invades Washington, Oregon, and British Columbia in 1892.
HistoryLink.org Essay 2889 : Printer-Friendly Format
In 1892, the hop louse invades the enormous and profitable hop fields of the Snoqualmie Valley in eastern King County. The female hop louse can produce a trillion descendants in one summer, and a photo of the period shows one hop leaf with a thousand lice on it. The hop industry is devastated and by the turn of the century has disappeared in King County.
The hop pickers, predominately members of the Snoqualmie tribe (along with other Native Americans and a few whites), gathered by the hundreds every September to pick the crop. The Snoqualmies, the area's original inhabitants, lived nearby and also tied and cultivated the hops at other times of the year.
During the 1890s, they turned to other pursuits as hop farms such as the 1,200-acre Snoqualmie Hop Ranch reverted to food crops (www.historylink.org/index.cfm?DisplayPage=output.cfm&file_id=2889).

While North Carolina is a land peppered with more than 100 breweries, few of them are able to fully showcase the land itself. In the wine world, “terroir” illustrates how a particular area’s climate, soil, and geography impact the grapes grown there, which manifests itself in the glass as a distinct sense of place. Yet “terroir” is not a word often applied to beer around here, where brewers frequently source grains from Germany or hops from the Pacific Northwest.
There’s good reason to do so, especially in regard to the hop, that fragrant flower that imbues beer with its bitterness and flavors like pine, grapefruit, and citrus. Hops grow best along the 48th latitude, where the days are longer and the climate is cooler. You’ll find most of the large hop farms out in Washington or Oregon or overseas in Germany. However, a handful of hop farms have sprung up in good ol’ North Carolina, and most harvest their hops mid-July through early September. Like the state’s earliest vintners, they have their work cut out for them.
It’s going to be like our early wine grape industry here,” Jeanine Davis, Associate Professor and Extension Specialist in the Department of Horticultural Science at N.C. State University, admits. “It’s going to be a labor of love.”
It certainly is for Davis, who works with alternative crops at the university’s Mountain Horticultural Crops Research & Extension Center in Mills River. In the same mountain town that now houses Sierra Nevada’s new brewery, she’s overseen a quarter-acre hop yard used to run variety trials on a dozen different kinds of hops that are spread out over 200 plants.
The days are longer and cooler at the 48th parallel than they are down here. Hops are daylight-sensitive plants that thrive in the sun, meaning our shorter, hotter summer days present a challenge for hop farmers.
It kind of confuses the plants,” Davis explains. “They are expecting the days to grow. Our days never quite get long enough. We have to do some cultural manipulations.
According to Davis, Cascade, Nugget, and Chinook varieties do well in North Carolina. But because the state’s soil differs from that of the Pacific Northwest, the hops grown here will take on a different profile than those grown elsewhere. And the differences – that “terroir” – are something Davis thinks farmers should embrace (www.ourstate.com/hops-in-north-carolina/).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten