Translate

Zoeken in deze blog

dinsdag 15 juli 2014

Belgische provincies: West-Vlaanderen

De vlag  van deze provincie lijkt wel wat op die van Tibet...


De provincie West-Vlaanderen is een van de vijf provincies van het Vlaams Gewest en tegelijk één van de tien provincies van België. Het is de meest westelijk gelegen provincie in Vlaanderen (http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen). De vlag  van deze provincie lijkt wel wat op die van Tibet...Daar waar Tibet staat voor geweldloos protest heeft deze regio echter heel wat geweld meegemaakt...



De provincie heeft verschillende regio's:

  • Kust
  • Brugse Ommeland
  • Leiestreek
  • Westhoek

De Kust, ook Belgische Kust of Kuststreek genoemd is de landstreek waarmee België (en meer bepaald het Vlaamse gedeelte van België) grenst aan de Noordzee. De lengte bedraagt ongeveer 67 kilometer en omvat een tot 500 meter breed zandstrand met de tot 2,5 kilometer brede duinengordel erachter. De Belgische kust heeft een negatieve connotatie vanwege haar sterk verstedelijkte kuststrook. In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw werd zowat de hele kust volgebouwd met appartementsgebouwen die thans een lange muur vormen. Langs de kust vormt Oostende, als "Koningin der Badsteden", als goed uitgeruste regionale stad, het zwaartepunt. Knokke-Heist, Blankenberge en ook Nieuwpoort zijn kleinere lokale steden. De grootste stad aan de Belgische kust is Brugge (Zeebrugge is een deelgemeente van Brugge, waardoor ook Brugge een kuststad is) (http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_Kustwww.dekust.be/). De Kust scoort hoog als het om gastronomie gaat. Dat heeft alles te maken met de vele streekproducten:

De Vlaamse grijze garnaal
Of ook wel gekend onder de keurmerknaam Purus. Alle Vlaamse garnalen die het keurmerk dragen, werden milieubewust gevangen in de Noordzee, zijn kwaliteitsvol en vers zonder toegevoegde producten.


Tomaat crevette, zoals ze dat in Vlaanderen noemen: een gewone tomaat, uitgehold en opgevuld met garnalen, blaadje sla eronder, en eigengemaakte mayonaise erover. Een heel klassiek eenvoudig gerecht (http://ministerieetenendrinken.nl/?p=4355).


Belgica mossel
Het zuivere water van de Noordzee geeft de mossel een unieke smaak. Deze mosselen hebben meer vlees en een lichtere schelp. Vlak voor de kust van Nieuwpoort groeien deze Belgische mosselen in speciale kooien.
Elke oester filtert in zijn eentje tot 144 liter water per dag. Denk daar maar eens over na als je er eentje tijdens de feestdagen naar binnen slurpt.
Ostendaise Oester
De oesterputten van de Spuikom in Oostende werden in 1996 terug in gebruik genomen. De smaakvolle oesters zijn  ter plaatse te koop of bij de vishandels of restaurants.

West-Vlaams polderrund
Hét terroirproduct bij uitstek.

Bieren:
De streekbieren worden gebrouwen in het Brugse Ommeland of in de Westhoek, maar zijn wel traditioneel voor de Kust. Zo denken we aan Keyte, Nieuwpoortse Roste Jeanne, Pier Kloeffe en Wulps Blondje (www.dekust.be/proeven/streekproducten).


Het Brugse Ommeland is een Vlaamse toeristische regio rond de stad Brugge. Ten noorden van Brugge, in de Zwinstreek rond Damme en in de Oudlandpolders, is het op zee gewonnen landschap open. Ten zuiden deint de bosrijke Brugse groene gordel uit naar het Houtland. Het Brugse Ommeland verenigt kanalen en dijken, kastelen en abdijen, beschermde dorpsgezichten en monumenten, historische hoeves en molens, groendomeinen en natuurreservaten (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugse_Ommeland_(streek)www.brugseommeland.be/nl). De Zwinstreek is een streek in het noorden van de Belgische provincie West-Vlaanderen en in het westen van Zeeuws-Vlaanderen, op het grondgebied van de gemeenten Brugge, Damme, Knokke-Heist en Sluis. Het is de streek waarin zich vroeger het Zwin en haar zijgeulen bevonden. In het landschap van de streek vinden we tal van sporen van het voormalige geulenstelsel van het Zwin (http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwinstreek). Houtland is de naam van een streek die het grootste deel van centraal West-Vlaanderen omvat. In Noorden grenst het aan Brugge, meer ten oosten aan het Meetjesland vervolgens deelt het de provinciegrens tussen Oost- en West-Vlaanderen. Zoals de naam doet vermoeden is het Houtland vrij bosrijk en zijn de bomenrijen tussen de velden een typisch kenmerk (http://nl.wikipedia.org/wiki/Houtland_(West-Vlaanderen)).

De Leiestreek is een toeristische regio van Vlaanderen. Ze volgt het verloop van de Leie van Kortrijk tot Gent en ligt in de provincies Oost- en West-Vlaanderen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leiestreek). Er zijn verschillende streekproducten (www.streekproductenwestvlaanderen.be/):
Andreas Blond, Andreas Dubbel Bruin, Big Bavik, Blond Dinner Beer, Ezelbier, Ezel Wit, Petrus Aged Pale, Petrus Blond, Petrus Dubbel Bruin, Petrus Gouden Triple, Petrus Oud Bruin, Petrus Speciale, Petrus Witbier, Pilaarbijter Blond, Pilaarbijter Bruin, Premium Puils, Snoekbier Blond, Wittekerke, Wittekerke Rosé, Wulps Blondje - Brouwerij Bavik, Rijksweg 33
Blondje, Bruin 12, Bruintje, Kerstbier, Kriek, Paasbier, Zingende Blondine - Brouwerij 't Gaverhopke, Steenbrugstraat 187 (www.harelbeke.be/vrije-tijd/toerisme/proeven).


De Westhoek is een regio die misschien zelf wel een aparte vermelding zou verdienen op dit blog. De Westhoek is een regio in België en Frankrijk die de volgende gebieden omvat de West-Vlaamse arrondissementen Diksmuide, Ieper en Veurne en  het arrondissement Duinkerke in de Franse Westhoek (http://nl.wikipedia.org/wiki/Westhoek_(Frans-Belgische_regio)). Door het gebied stroomt de rivier de IJzer. Het Belgisch gebied ten westen ervan wordt "Bachten de Kupe" genoemd. Met de Westhoek wordt in België bijna altijd op het Belgische gedeelte (Bachten de Kupe) gedoeld, het gebied tussen Ieper en Veurne. De Westhoek wordt ook vaak gebruikt als voorbeeld van een typisch agrarische regio, en iets pejoratiever als een achtergebleven gebied (http://nl.wikipedia.org/wiki/Westhoek_(Frans-Belgische_regio)). De regio heeft heel wat geweld gekend. Op 10 augustus 1566 werd na een hagenpreek een klooster nabij Steenvoorde geplunderd. Dit was het begin van de Beeldenstorm in de Nederlanden. Het militante calvinisme vond hier zijn eerste basis. De Beeldenstorm sloeg over naar het noorden en de gewelddadige contrareformatie die daartegen werd ingezet door de Spaanse koning en zijn gouverneurs in de Nederlanden had na een strijd van twee decennia een ontvolking van de Westhoek tot gevolg. Pas in de 18e eeuw kwam het bevolkingsaantal op het niveau van voor 1566. In de streek zijn ook veel herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog te vinden, waaronder musea (http://nl.wikipedia.org/wiki/Westhoek_(Frans-Belgische_regio)).


De regio lijkt achtergesteld leeg en verlaten, maar herbergt hierdoor juist rust en rijkdom. Vooral op het gebied van bier is de regio internationaal vermaard. De belangrijke plaatsen zijn hiervoor Poperinge, West-Vleteren en Watou (www.bierburo.nl/Bierburo/Bierlog_2010/Artikelen/2010/3/14_Westhoek.htmlwww.opreisgids.nl/nieuws/7387/zorgen-en-genot-rond-de-bieren-van-de-westhoek.html). Er is een verscheidenheid aan bieren, die jaarlijks nog eens extra ten toon worden gesteld, en  het beste bier ter wereld is hier te vinden. Ook Vlaanderen-vakantieland komt er graag, zoals hier, hier en hier is te zien. Net zoals concurrent VTM, zoals hier te zien. Er zijn ook genoeg bierfanaten. De regio inspireert brouwers ook (www.westhoekinspireert.be/adam-verstraete/).


Brouwers in de westhoek zijn o.a. (www.toerismewesthoek.be/proeven/brouwerijen):
Brouwerij St. Bernardus, Trappistenweg 23 - 8978 Watou (Poperinge)
De Struise Brouwers (Brouwerij Deca & 't Oud schooltje), Kasteelstraat 55 – 8640 Vleteren
Abdij Brouwerij Sint Sixtus VZW, Donkerstraat 12 – 8640 West-Vleteren
De Dolle Brouwers
Roeselarestraat 12b – 8600 Esen (Diksmuide)
Mout- & brouwhuis De Snoek (Museum)
Fortem 40 – 8690 Alveringem
Brouwerij Van Eecke
Douvieweg 2 – 8978 Watou (Poperinge)
(www.toerismewesthoek.be/proeven/brouwerijen).


In de verschillende regio's van deze provincie liggen ook verschillende  plaatsen, zoals Oostende, Bruge, Roeselare, Kortrijk en Ieper...maar er zijn nog veel meer gemeenten.

West-Vlaanderen hoort zoals de naam al doet vermoede tot Vlaanderen. Toch was dat voor de NOS niet zo heel duidelijk:


Na de Franse omroep TF1 eerder deze week, zijn nu ook onze noorderburen zwaar de mist in gegaan met de kaart van België. Volgens het NOS Journaal hoort West-Vlaanderen immers bij Wallonië.
Terwijl beide zenders de crisis in België proberen uit te leggen, blijken ze de grootste moeite te hebben met de kaart van België. Maandag plaatste TF1 Vlaanderen al in het zuiden en Wallonië in het noorden van het land (www.gva.be/nieuws/buitenland/aid923590/west-vlaanderen-hoort-volgens-nos-journaal-bij-wallonie.aspxhttp://johanenine.blogspot.nl/2010/04/en-ook-nederlanse-nos-maakt-een-foutje.html).

Onder de Franse bezetting werd het graafschap Vlaanderen opgeheven en werden uit het gebied twee Franse departementen gevormd. Het westelijke deel van Vlaanderen werd het departement van de Leie. Na de geallieerde bevrijding van 1815 werd dit departement de Nederlandse provincie West-Vlaanderen en vervolgens in 1830 na de Belgische afscheiding de Belgische provincie met deze naam. Na de vastlegging van de taalgrens in 1962 verloor de provincie de huidige Henegouwse gemeenten Komen en Moeskroen (http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen).

West-Vlaanderen is de enige Belgische provincie die aan de kust gelegen is (http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen).

Qua oppervlakte is de provincie de grootste in het Vlaams Gewest en de op vier na grootste in België....Hoogste punt: Kemmelberg (156 m)
Belangrijkste waterlopen: IJzer, Leie, Mandel
(http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen).

De rivier de IJzer is de kortste van de drie Belgische rivieren die in zee uitmonden (de andere twee zijn de Maas en de Schelde) en de enige rivier die in België in de zee uitmondt; de Schelde en de Maas monden in de zee uit in Nederland. Het gebied tussen de IJzer en de kust, ten westen van de rivier, wordt Bachten de Kupe genoemd (http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzer_(rivier)). De IJzer ontspringt ten westen van Kassel in Noord-Frankrijk en heeft twee officiële bronnen te Buisscheure en Lederzele. Deze rivier vormde tijdens de Eerste Wereldoorlog een stuk van de frontlijn en was het tafereel van een stellingenoorlog met loopgraven, waarbij de Belgische en Duitse legers zich langs weerszijden van de rivier hadden ingegraven. Het Belgische leger kon hier na de Slag om de IJzer in 1914 de rest van de oorlog standhouden na inundatie van een deel van de IJzervlakte...Evenals op andere plaatsen in de regio hebben zich hier verschrikkelijke taferelen afgespeeld waarbij elkaars stellingen keer op keer werden ingenomen en terug veroverd met een grote tol aan mensenlevens. Langs de IJzer herinneren verschillende monumenten en sites aan de oorlog, waaronder de IJzertoren en de Dodengang in Diksmuide (http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzer_(rivier)).


De IJzertoren is een toren en vredesmonument in de West-Vlaamse stad Diksmuide. Deze toren, oorspronkelijk ingewijd op 24 augustus 1930, staat aan de oever van de stroom de IJzer. Op de toren staat aan de vier zijden van de monumentale voet te lezen Nooit meer oorlog, in de vier talen van de strijdende partijen van het westelijk front tijdens de Eerste Wereldoorlog: Plus jamais de guerre, No more War, Nie wieder Krieg.

De IJzertoren is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen (zie onder meer frontbeweging, frontpartij). De jaarlijkse IJzerbedevaart aan de voet van de toren is een politieke manifestatie tegen oorlog en voor Vlaams zelfbestuur. De oorspronkelijke toren is het doelwit geweest van een dynamiet-aanslag, waardoor hij volledig verwoest werd in de nacht van 15 op 16 maart 1946. Op enige meters daarvandaan werd een nieuwe en veel hogere (84 meter) toren gebouwd. Met de resten van de opgeblazen toren werd op het voorterrein, in de IJzerbedevaartweide, in 1950 de Paxpoort of Poort van Vrede gebouwd.
De ruïne van de oude toren (destijds ongeveer 50 m hoog) wordt als blijvende getuigenis zorgvuldig bewaard. Hierbij bevindt zich een crypte, waarnaar tussen 1930 en 1937 de stoffelijke resten van enkele bekende Vlaamse frontsoldaten werden overgebracht (http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzertoren). De IJzertoren aan de IJzerdijk in Diksmuide gaat een tijdlang dicht. Het monument wordt volledig gerenoveerd en heet sinds februari 2014 Museum aan de IJzer (www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20130906_00728735).


Ook de soldaten dronken bier (www.desnoek.be/bulletin/mail10-09/IndexBulletin3.htmlhttp://biervat.blogspot.nl/2013/08/bier-aan-het-ijzerfront.html). De oorlog levert ook inspiratie voor (nieuwe) bieren.


In 2012 vond in Veurne en Nieuwpoort de lancering plaats van twee nieuwe stadsbieren: Hendrik Geeraert en Karel Cogge. Bert Gunst uit Nieuwpoort, bedenker van het concept, vertelde hoe de historisch belangrijke figuren uit WO I, schipper Hendrik Geeraert en Karel Cogge terug tot leven kwamen in een blond en bruin bier. Beide bieren van 7% VOL worden gebrouwen en gebotteld bij DECA Services in Woesten en zijn te consumeren ‘naar godsvrucht en vermogen', maar altijd met mate (bron - Georges Keters - www.bloggen.be/gastronomietoerisme,
www.newportevents.be/28092012%20stadsbier.htm).


De twee mannen zijn in de regio beroemd en geëerd vanwege hun rol bij de verdediging tegen de Duitsers, door de inundatie (http://users.skynet.be/elliotenco/onderwaterzettingkattensas.htm).


Beide figuren zijn sinds de onderwaterzetting bij Nieuwpoort in oktober 1914 onafscheidelijk geworden van elkaar. Wie van beide lag nu uiteindelijk aan de basis van de onderwater gezette vlakte tussen de IJzer en spoorwegberm? Wie van beide heeft de Duitse overweldiger aan de IJzervlakte halt toe geroepen? Er doen vele verhalen de ronde over de daden van Geeraert en Cogge en alhoewel ze steeds in dezelfde adem worden genoemd, hebben ze elkaar nooit ontmoet. Karel Cogge werd ooit onder begeleiding dicht bij Nieuwpoort gebracht om z'n visie over een eventuele inundatie uit de doeken te doen. Cogge verbleef tijdens WOI immers in Veurne. Geeraert daarentegen riskeerde zijn leven door 4 volle jaren in de verwoeste stad Nieuwpoort te verblijven aan het sluizencomplex, ten dienste van het Belgische leger. Hendrik Geeraert maakte naam door op het meest kritieke moment in oktober 1914, enorme risico's te nemen voor eigen leven en via de overlaat Veurne-Ambacht de inundatie 4 jaar in stand te houden (www.newportevents.be/28092012%20stadsbier.htm).


Het westelijke en noordelijke deel van de provincie bestaat hoofdzakelijk uit de vlakke Polders, in het westen doorsneden door de rivier de IJzer, die in Nieuwpoort in de zee uitmondt. Het binnenland is minder vlak, en in het zuiden bevindt zich het West-Vlaams Heuvelland, met als hoogste top de Kemmelberg (156 m). Het zuidoosten van de provincie wordt doorsneden door de rivier de Leie, die verder naar Oost-Vlaanderen stroomt. In het uiterste zuidoosten wordt de provinciegrens door de Schelde gevormd (http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen).

West-Vlaanderen is de enige Vlaamse provincie die aan twee buurlanden grenst, zowel aan Frankrijk als aan Nederland (http://nl.wikipedia.org/wiki/West-Vlaanderen).


De regio kent zo'n 23 streekbieren (www.streekproduct.be/producten/index.phtml?start=18&typeID=1) of misschien nog wel meer (www.streekproductenwestvlaanderen.be/). De regio heeft ook een streekbierstijl: Na de Vlaamse erkenning als streekproduct, kiezen de producenten van de Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren ervoor om ook voor een Europese erkenning te gaan. VLAM-Steunpunt Streekproducten ondersteunt en begeleidt de kandidaten. De Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren komen in aanmerking voor het Europese label van de Beschermde Geografische aanduiding (BGA). Een streekproduct met een BGA is befaamd in een bepaalde streek. Het indienen van een Europees dossier is elke keer een krachttoer. Brouwerij Rodenbach en Brouwerij Verhaeghen zetten er hun schouders onder, de brouwerijen Bavik en Bockor stappen graag mee in het verhaal. Het grote voordeel van een Europees label is dat het erkenning en bescherming biedt aan de producent. De bescherming bestaat erin dat de producent een intellectueel eigendomsrecht verwerft over zijn product. De erkenning biedt ook commerciële voordelen (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74).

Oud Bruin is een traditionele bierstijl uit de Leiestreek. De Leiestreek  strekt zich uit van de grens met Frankrijk ten zuiden van Kortrijk, tot Gent en wordt doormidden gedeeld door de rivier De Leie. Oud Bruin kan een verzamelnaam zijn voor de Roodbruine bieren (lagert hoofdzakelijk op hout) en het Vlaams Oud Bruin (lagert hoofdzakelijk op inox vaten). Om de eigenheid van de Vlaamse Rood Bruine Bieren te beschermen hebben 4 brouwerijen (Rodenbach-Palm, Verhaeghe, Bavik en Bockor) in 2011 HORARB opgericht. HORARB staat voor: De Hoge Raad voor de Authentieke Vlaamse Rood Bruine Bieren. Dit doet ons inderdaad heel sterk denken aan HORAL (de Hoge Raad voor Ambachtelijke Lambikbieren) (http://www.cartoon-productions.be/?p=21804).

De brouwerijen Rodenbach uit Roeselare, Bockor uit Bellegem, Bavik uit Bavikhove en Verhaege uit Vichte dienden samen een dossier in om een Europese erkenning te bekomen voor hun roodbruine bieren. Respectievelijk Rodenbach, Vanderghinste Oud Buin, Petrus Oud Bruin en Duchesse de Bourgogne (http://belgischebrouwers.blogspot.nl/2012/04/22-april-open-deuren-dagen-bij.html#.UtvVk9Lb-XY).

Definitie:
De Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren zijn bieren van gemengde gisting die geheel of gedeeltelijk rijpen in rechtopstaande eiken houten vaten, foeders genoemd. Ze hebben een roodbruine kleur door het gebruik van gekleurde gerstmouten. Ze zijn bekend onder de namen Zuid-West-Vlaams roodbruin bier, West-Vlaams roodbruin bier of Vlaams roodbruin bier.

Toelichting bij de Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren
We situeren de Zuid-West-Vlaamse bieren t.o.v. andere bieren (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74).

Geografisch
Tot het einde van de negentiende eeuw werden in België uitsluitend bieren gebrouwen van spontane gisting (in Brussel en het Pajottenland), van gemengde gisting (in Oost- en West-Vlaanderen) en vooral van hoge gisting. Nadien volgde de opkomst van de pilsbieren (lage gisting), die een bedreiging vormden voor de vele kleine traditionele Belgische brouwers. In enkele regio’s hield men vast aan zijn oude brouwtradities, lokale brouwers bleven naast de nieuwe modebieren ook hun streekbier brouwen. Samen met de lambiekbrouwers zijn de Zuid-West-Vlaamse roodbruine bierbrouwers de énigen die vastgehouden hebben aan het rijpen in houten vaten. In Zuid-West-Vlaanderen, met name de arrondissementen Roeselare, Tielt en Kortrijk, heeft zo het unieke Vlaams roodbruine bier van gemengde gisting gerijpt in foeders overleefd. In Oost-Vlaanderen worden er ook andere bieren van het type gemengde gisting gebrouwen. Men noemt ze meestal oud bruin of bruin bier. Deze bieren rijpen echter in metalen lagertanks en niet op houten vaten of foeders zoals de Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74).

Succesvolle biertypes, zoals de witbieren of lambiekbieren, worden traditioneel in heel België door verschillende brouwers gekopieerd. Aan het Zuid-West-Vlaamse roodbruine bier heeft men zich buiten het geografische gebied van Roeselare, Tielt en Kortrijk nooit succesvol gewaagd. Zelfs niet in het vlakbij gelegen Frans-Vlaanderen, dat heel wat gastronomische tradities deelt met Zuid-West-Vlaanderen (bv potjesvlees, boter, rode rundras, …) Ook in andere landen heeft dit biertype vroeger nooit bestaan. Sinds kort is er echter een enorme interesse voor deze productiewijze bij microbrouwerijen over heel de wereld (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74).

Dat het bier stand kon houden in een zeer beperkt gebied is te danken aan de knowhow van de lokale brouwers (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74).

Smaak
Het Vlaamse roodbruine bier heeft een zeer eigen smaakpalet met een typische zure smaak. In het buitenland spreekt men dan ook vaak over “Flemish sour Ales” of “barrel aged sour beer”. Oorspronkelijk werd er in Zuid-West-Vlaanderen enkel bier gebrouwen met kruiden of “gruyt” in plaats van met hop. Langzamerhand werden de kruiden vervangen door een klein beetje hop, omdat deze een betere bacteriostatische werking heeft en vooral een betere houdbaarheid en kleefkracht aan het schuim geeft. De hoeveelheid hop blijft echter zeer beperkt zodat de meeste hopbitterheid onder de smaakdrempel blijft. Als kruiden bleef vooral zoethout behouden. Het gebruik van gekleurde gerstmouten verleent de typische roodbruine kleur aan het bier maar zorgt ook voor de complexe smaak en het karamelaroma. Om de zure smaak in evenwicht te brengen voegen sommige brouwers zoetstoffen toe. Roodbruin bier van Zuid-West-Vlaanderen is het bier dat het meest aanleunt bij wijn. Het rijpen in houten foeders is hiervoor verantwoordelijk (www.streekproduct.be/weetjes/detail.phtml?id=74)

De revival in deze bierstijl komt mede door de zoektocht naar authenticiteit en de uniekheid: Iemand uit een pilsland kan zich moeilijk voorstellen wat roodbruin juist inhoudt en wat het specifieke karakter daarvan is. Vanuit het zoeken naar extreme smaken, zoals zuur en bitter, in het buitenland, groeit de interesse. Mensen die bewust niet kiezen voor pilsbieren, grijpen naar andere, vaak klassieke bieren, waarin nu ook iets meer extreme smaken opkomen. Binnen die filosofie kadert de vernieuwde belangstelling voor roodbruin”....“Het probleem is dat wij tot in de jaren negentig werden gecatalogeerd als zure bieren. Dat is  een negatieve omschrijving”, stelt Rudi Ghequire.

“Men denkt dat het gaat om slecht geworden bier. Een consument laat zich niet verleiden door communicatie en marketing rond zuur bier. Wij moeten een positieve boodschap brengen”, treedt Karl Verhaeghe bij.

“Merkwaardig genoeg wordt zuur of ‘sour’ bier in de Verenigde Staten niet negatief onthaald”, stipt Steven Vanhaverbeke aan. “Daar is het zelfs tekenend voor revival en ontdekking van de biercultuur”.

“Bij ons klinkt ‘zuur bier’ echter negatief”, herhaalt Rudi Ghequire, daarin gevolgd door de andere brouwers. “Wij zijn dan gekomen tot de terminologie ‘roodbruin’, maar door dat kleuraspect worden wij spontaan geassocieerd met bruine bieren, terwijl er fundamentele verschillen zijn zoals rijping op hout en natuurlijke verzuring”.

“Wij moeten inderdaad die rijping op hout naar voor schuiven als een unicum”, beklemtoont Steven Vanhaverbeke. “Wanneer je over wijn praat, dan gaat het over de vier basissmaken zout, zuur, zoet en bitter. Wanneer je over bier praat, zijn er zoveel meer basiskenmerken en opent zich voor de consument een complexe wereld van een zestigtal basissmaken, waarin ook roodbruin zijn plaats heeft. Die boodschap moeten wij kunnen brengen”.
(www.bierpassie.com/article/3185/west-vlaamse-roodbruine-bieren-worden-herontdekt).

Bavikhove is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Harelbeke. Deze deelgemeente ligt tussen Harelbeke-centrum en deelgemeente Hulste, langs de rivier de Leie.
De brouwerij Bavik, bekend om zijn pils en onder andere ook het Wittekerkebier, is in Bavikhove gevestigd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Bavikhovehttp://nl.wikipedia.org/wiki/Bavik).


De Zuid-West-Vlaamse bieren behoren tot de oudste Belgische biertypes en worden slechts door enkele brouwerijen in de arrondissementen Kortrijk, Tielt en Roeselare nog in stand gehouden.
Het geheim van deze bieren zit hem in de rijping van een jong bier, gebrouwen met voldoende gekleurde mouten, in eikenhouten foeders  (rechtopstaande eiken houten vaten). De rijping zorgt voor de typische frisse, lichtzure smaak waardoor het bier ook een ideale begeleider is bij gerechten (http://blog.seniorennet.be/bierblog/archief.php?ID=1436367).




Brouwerij De Brabandere, van 1990 tot 2013 brouwerij Bavik geheten, is een Belgische brouwerij. Bavik werd in 1894 opgericht door Adolphe De Brabandere, landbouwer op het "Hof ter Koutere" in Bavikhove. De brouwerij bestaat dus alweer 120 jaar (https://services.crmservice.eu/raiminisite?a=0HLwJDZ/4sWt6OsAWVKqvymAVIOgJRuXBbf7bXXd1/o=http://belgiq.com/2014/01/08/bavik-wordt-opnieuw-brouwerij-de-brabandere/www.brouwerijdebrabandere.be/nl/authenticiteit).
Oorspronkelijk werd het gebrouwen bier alleen verkocht aan cafés en particulieren, maar sinds 1950 ook aan bierhandelaars. Halverwege de jaren 70 werd ook de horecasector een belangrijke klant. Familiebedrijf De Brabandere ruilde haar bedrijfsnaam in 1990 in voor de naam Bavik (www.missethoreca.nl/Cafe/Nieuws/2014/1/Nieuwe-naam-voor-Bavik-Brouwerij-De-Brabandere-1441140W/www.beforethehype.com/work/brouwerij-de-brabandere). De brouwerij is aangesloten bij de Belgian Family Brewers. Het familiale karakter van de brouwerij wordt geaccentueerd door de officiële naamsverandering per 1 januari 2014 tot brouwerij De Brabandere (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Bavik).Niet te verwarren met brouwerij De Brabander, dat is een voormalige brouwerij te Elversele net op de grens met Tielrode en was actief van 1897 tot 1954 (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_De_Brabander).

Brugge is de hoofdstad en grootste stad van de Belgische provincie West-Vlaanderen en van het arrondissement Brugge, alsook de zetel van het bisdom Brugge en van een hof van assisen. De stad ligt in het noordwesten van België. Het historisch centrum is als middeleeuwse stad opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De economische betekenis van Brugge vloeit voornamelijk voort uit zijn zeehaven, Zeebrugge. Tevens is de stad een wereldberoemde toeristische trekpleister (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugge)


Zeebrugge is een dorp en badplaats, gelegen aan de Belgische kust en onderdeel van de stad Brugge, in de deelgemeente Lissewege. Bij dit dorp ligt de tweede grootste haven van België (na de haven van Antwerpen) en één van de belangrijkste en modernste in Europa. Hier bevindt zich tevens de belangrijkste marinebasis van België. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vond in Zeebrugge een belangrijke slag plaats: Saint George's Day (genoemd naar de feestdag waarop ze plaatsvond). Hij wordt nog jaarlijks herdacht en er bevinden zich dan ook talrijke oorlogsmonumenten en herdenkingstekens. In 1987 kwam Zeebrugge in het nieuws toen de Herald of Free Enterprise er vlak buiten de haven kapseisde (http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeebrugge).


De oudste tastbare bron waarop voor het eerst de naam van de stad Brugge wordt gebruikt, zijn enkele munten van voor 875. Ze vermelden Bruggia en Bruccia.  Waar de naam Brugge juist vandaan komt, is niet exact bekend. Mogelijk is het een verbastering van de Keltische naam voor de ondertussen gekanaliseerde rivier de Reie, die door Brugge stroomde en in de Noordzee uitmondde. Reie zelf komt van het Keltische woord Rogia, wat "Heilig Water" betekent. De Kelten beschouwden rivieren en bronnen als goddelijke wezens, en het is waarschijnlijk dat de Keltische naam aan de Brugse waterloop is blijven kleven. Door evolutie zou de naam van het water, Rogia of Ryggia, ook de naam van de stad geworden zijn, Bryggia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugge)


De 14e eeuw mag de Gouden Eeuw van Brugge genoemd worden. Het Bourgondische vorstenhuis had van Brugge haar residentiestad gemaakt en trok heel wat uitmuntende kunstenaars aan, waaronder schilders en architecten. Dit resulteerde in een enorme verrijking van de stad op bouwkundig, artistiek en cultureel vlak. De dood van Maria van Bourgondië in 1482 zorgde echter voor een keerpunt en al gauw trok het vorstenhuis zich uit de stad terug. Het einde van Brugge als internationale handelsmetropool was in zicht. Antwerpen nam gedurende een eeuw deze rol over en Brugge raakte volledig in verval. De Spaanse koning was ook graaf van Vlaanderen van 1592 tot 1713; deze Spaanse heerschappij, gepaard met enkele godsdienstoorlogen, sleurde de stad steeds verder de dieperik in.
Daarna volgden een Oostenrijks bewind, een Franse annexatie, een herenigd Nederland en de Belgische onafhankelijkhheid. Van 1600 tot 1885 behoorde Brugge tot de armste steden in de Nederlanden, waar de welvaart in het algemeen al zeer gering was. Ook de industriële revolutie bracht voor Brugge weinig verandering, want van industrialisatie was maar in beperkte mate sprake.
Uiteindelijk was het de roman Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach, die de stad opnieuw onder de aandacht bracht. In het boek werd Brugge als verarmd maar mysterieus voorgesteld en dit zorgde voor een plotse ommekeer in de internationale belangstelling. Het historisch patrimonium werd herontdekt en de bouw van de zeehaven in Zeebrugge in 1896 zorgde ook op economisch vlak voor een heropleving (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugge).

De kentering in Brugge is ingezet in 1892. Volgens het toen uitgegeven boekwerk “Bruges la Morte” was Brugge toen zeer armoedig, donker en vervallen. Tot 1500 een zeer welvarende en rijke stad tot de verzanding intrad en Brugge langzaam doodbloedde. De plaatselijke notabelen voelden zich door dit confronterende boek zeer aangesproken en begonnen vanaf dat moment de stad te renoveren en gelijk al toeristen te lokken. Er was weinig ander perspectief (www.sixpackrunners.nl/site/index.php?option=com_content&task=view&id=379&Itemid=132).



Brugge is op vandaag vooral bekend als een historische stad met veel cultureel erfgoed. Het historisch centrum is goed geconserveerd. Het huidige uitzicht van de binnenstad werd echter sterk beïnvloed door de belangstelling voor de neogotiek in de 19e eeuw. Veel gebouwen werden toen verfraaid, gerestaureerd of herbouwd in een neogotische stijl. De reien, de geschiedenis, de archeologische vondsten, maar ook de winkelstraten lokken dagelijks heel wat mensen naar deze stad....Tijdens de twee wereldoorlogen bleef Brugge zo goed als volledig gespaard van vernielingen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugge).


Het museum Gruuthuse, dat werd ondergebracht in het 15e-eeuwse stadspaleis van de heren van Gruuthuse aan de Dijver, bezit de meest gevarieerde verzameling toegepaste kunst of sierkunst van Brugge van de 13e tot de 19e eeuw.
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Gruuthuse_(museum)http://biervat.blogspot.nl/2012/12/geschiedenis-van-belgisch-bier.html). As soon as you enter this museum, you taste the Bruges of the Middle Ages and later. At one point this was the house belonged to the family Van Brugghe-van der Aa, the Lords van Gruuthuuse. The family owned the monopoly of 'Gruut' selling. Gruut was a medieval mixture of spices used to make beer. The family was clearly not poor. They decorated their palace with beautiful tapestries and other works of art. How did they cook 500 years ago? For this, you will have to discover the impressive medieval kitchen. The museum is more than a display of sheer opulence, however, it has a diverse collection of sculpture, furniture, silverware, metal ware, ceramics and textiles. To complete the 'Gruuthuse' treasury, one can also visit the 'numismatics' collection (only partially displayed) (www.visitflanders.us/what-to-do/attractions/museums/bruggemuseum-gruuthuse-603852.jsp).

Het Brouwerijmuseum in Brugge werd in 1990 gesticht door de vzw voor brouwerijgeschiedenis 't Hamerken, opgericht in 1988 met als doel het behoud en de bescherming van het Brugs brouwerijpatrimonium. Sinds 2005 is het museum gelegen in een kelderverdieping van brouwerij De Halve Maan aan het Walplein (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerijmuseum_Bruggehttp://home.scarlet.be/caramba/BMBM.htm). Het museum bevond zich voordien in de oude gebouwen van de mouterij die paalde aan de brouwerij De Gouden Boom (vroeger 't Hamerken), gelegen tussen de Langestraat en het Verbrand Nieuwland in het centrum van Brugge. Door de overname van brouwerij De Gouden Boom door Palm Breweries diende het museum in 2005 te worden verhuisd naar een nieuwe locatie. Deze nieuwe locatie is gelegen in een kelderverdieping van brouwerij De Halve Maan aan het Walplein.
Brouwerij Palm verkocht in 2006 de gebouwen van brouwerij De Gouden Boom aan een projectontwikkelingsbedrijf. Een deel van de voormalige brouwerij- en mouterij-installaties werd in 2006 echter als industrieel erfgoed beschermd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerijmuseum_Brugge).


Na de jammerlijke sluiting van brouwerij de Gouden Boom, heeft een verre nazaat van Paul Vanneste, Xavier Vanneste gelukkig de draad weer opgepakt en is vorig jaar weer begonnen met brouwen. Plaats van handeling huisbrouwerij De Halve Maan aan het Walplein in het zuiden van de oude stad, op een steenworp afstand van het prachtige en beroemde Begijnhof. Het Walplein is een klein en intiem pleintje. Verscholen achter een grote poort ligt de voormalige brouwerij Henri Maes, oftewel brouwerij de Halve Maan (http://users.skynet.be/fa078696/brugsezot.html).


Deze brouwerij heb ik wel eens bezocht. Het was een knusse rondleiding door de brouwerij. Ik weet nog dat we na de aankoop van de kaartjes voor de rondleiding weer op het terrasje gingen zitten. We zaten lekker in het zonnetje en zouden het haast vergeten hebben. Na het poortje ligt er een klein hofje met een paadje naar het gebouw.




De brouwerij is verdeeld over verschillende etages van het gebouwtje. Volgens mij hebben we nog op het dak van de brouwerij gestaan om over de stad heen te kijken.


Er was ook een bierflessenverzameling ergens. Na de rondleiding was er een degustatie van het bier Brugse Zot. Het bier wordt geschonken in een een apart glas om het wat meer klasse te geven.

Brugse Zot is een goudblond bier met een rijke schuimkraag en een fruitig aroma. Het bier wordt gebrouwen met 4 verschillende moutsoorten en 2 aromatische hopvariteiten die het bier een unieke smaak geven. Met het alcoholgehalte van 6 % Vol is het een evenwichtig doordrinkbier met karakter. Brugse Zot is een natuurlijk bier, dat ontstaat uit een selectie van alleen de beste ingrediënten. De hergisting op fles zorgt er bovendien voor dat het bier een langere natuurlijke houdbaarheid heeft. Brugse Zot is een levend bier met smaakevolutie (www.halvemaan.be/index.php?id=15).

Beerhunter Michael Jackson heeft het bier geproefd en omschrijft als volgt: Brugse Zot heeft een bijna regenboogkleurige bleke bronzen kleur, een bloemrijk aroma van “hop in het brouwhuis”, een fruitige smaak die doet denken aan sorbet van perziken en een lichte smakelijke droogheid in de afdronk” (http://users.skynet.be/fa078696/brugsezot.html).

Brouwerij De Halve Maan kan teruggaan op een lange geschiedenis. Reeds in 1564 vermeldt het stadsregister het bestaan van een brouwerij "Die Maene" aan het Walplein (www.halvemaan.be/index.php?id=7).

Al in 1564 was er sprake van brouwerij “Die Maene” aan het Walplein en in 1856 wordt Leon Maes (Henri I) eigenaar van het pand en met steun van zijn oom, kanunnik P.J. Maes, maakt hij er een moderne brouwerij van. Henri Maes II wordt in 1867 eigenaar en brouwer. Hij bouwt er een Engelse mouterij bij en gaat bieren brouwen in de Engelse stijl. Henri III neemt na WO I de roerstok over en richt zich vooral op Duitse bieren en bouwt de brouwerij om een brouwerij naar Duits model, inclusief koelschip en een grote moutvloer en eest. In de jaren 70 kreeg de brouwerij het moeilijk door het veranderende bestedingspatroon van de consument. In 1988 werd het biermerk Straffe Hendrik, en de brouwerij, overgenomen de Riva groep. Het pand werd omgebouwd tot een grote horecagelegenheid met zalen, waar goed eten gepaard gaat met een goed glas bier. In het begin werd het bier er nog wel gebrouwen, maar ging als wort naar Riva waar de verdere bewerking plaatsvond. Vanaf 2002 werd er helemaal niet meer gebrouwen. In het pand is ook een biermuseum te vinden en zijn er mogelijkheden voor rondleidingen (http://users.skynet.be/fa078696/brugsezot.html).


In 2005 start Xavier Vanneste, zoon van Veronique Maes, met een omvangrijke renovatie en modernisering van de brouwinstallatie en brengt onder de naam “Brugse Zot” een nieuw bier op de markt. Zo is er toch weer leven in de Brugse brouwerij gekomen. Vandaag is Brugse Zot het enige bier dat nog in de Brugse binnenstad gebrouwen wordt: het enige echte Brugse stadsbier! De naam is ontleend aan een bezoek dat Maximiliaan van Oostenrijks ooit eens aan Brugge bracht. Om hem welkom liet men een stoet van feestvierders en zotten voorbijtrekken. Hij riep dat Bruggelingen zotten waren en zo is de bijnaam Brugse Zotten voor de Bruggelingen ontstaan (http://users.skynet.be/fa078696/brugsezot.html).


In 2008 kwam er de Straffe Hendrik terug bij op de markt (www.bierenzo.nl/brouwerij/halve-maan-de)


Een groot aantal bieren wordt gebrouwen in of is gerelateerd aan Brugge: Basilius, Bourgogne des Flandres Blond, Bourgogne des Flandres Bruin, Brugge Tripel, Brugs (Tarwebier), Brugse Babbelaar, Brugse Bok, Brugse Zot, Brugse Zot Dubbel, De Garre Tripel, Fort Lapin 8, Steenbrugge Blond, Steenbrugge Dubbel Bruin, Steenbrugge Tripel, Steenbrugge Wit, Straffe Hendrik en Straffe Hendrik Quadrupel. Er zijn in Brugge verschillende biercafés en -winkels. Echter, van de vele brouwerijen die ooit in Brugge gevestigd waren, blijft vandaag alleen nog De Halve Maan over en is er verder nog de in 2012 opgerichte brouwerij Fort Lapin. Brugge staat daarnaast bekend als chocoladestad: de stad telt heel wat chocolatiers en een chocolademuseum (Choco-Story) (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brugge).

Blankenberge is een van de belangrijkste badplaatsen aan de Belgische kust wat het aantal toeristen en hotelreserveringen betreft.  Samen met Oostende is het tijdens de zomer de populairste kustbestemming (http://nl.wikipedia.org/wiki/Blankenberge). Blankenberge heeft geen brouwerijen (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/belgie/west-vlaanderen/blankenberge), maar wel  een eigen stadsbier (www.focus-wtv.be/nieuws/algemeen/blankenberge-heeft-met-blankenbergse-kokketeute-eigen-bier/article-4000111787913.htm).

De Blankenbergse Kokketeute (7,2%) werd gelanceerd op 6 juli 2012. Het wordt gebrouwen in Ertvelde door brouwerij Van Steenberge en het is een zacht blond bier van hoge gisting met heerlijke mout-, hop- en citrustoetsen. Het bier gist na in zijn fles. Het bier dankt zijn naam aan 'kokketeute' wat typisch Blankenbergs dialect is voor 'knap meisje' (www.blankenberge.be/Toerisme/Nederlands/Home/
Proeven/Blankenbergs-Bier/page.aspx/2195)

Het is een meer granenbier (met tarwebloem). De smaak ligt in de lijn van een Karmeliet en een Augustijn. We kozen voor een volmoutenbier van 7,2°: een bier van hoge gisting en nagisting op de fles (http://blankenberge.openvld.be/News.aspx?nid=9bd8ea81-3ab3-4b70-b7bd-17eaf02ade1b&id=5e3c14f7-7359-4d40-802c-dfc0f4215838#.Utw7_dLb-XY).

Door het succes van het bier werd in samenspraak met de brouwer geopteerd om nu ook een bruine Kokketeute op de markt te brengen (www.blankenberge-online.be/pers/blankenberge_
online_persbericht_03086.html#.Utw7e9Lb-XY).


De Haan (Frans: Le Coq) is een kustplaats. In tegenstelling tot de andere badplaatsen aan de Vlaamse kust is hoogbouw van meer dan 5 verdiepingen hier verboden. De "concessie" is opgenomen in de lijst van de 50 mooiste dorpen van Vlaanderen. Albert Einstein woonde in 1933 enkele maanden in De Haan. Na een verblijf als gastprofessor in de Verenigde Staten, kwam hij op zijn terugreis naar Duitsland in maart 1933 aan in de Antwerpse haven. Omdat Adolf Hitler in diezelfde maand verkozen was in Duitsland, besloot het echtpaar Einstein niet terug te keren en vertrokken naar De Haan, waar ze gingen wonen in het linker gedeelte van de dubbelvilla ‘Savoyarde’ in de Shakespearelaan. Uiteindelijk werd het voor Einstein ook in België te gevaarlijk en op 9 september 1933 verliet hij incognito De Haan, en vertrok hij voor goed naar de Verenigde Staten (http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Haan).


Gouden Pier Kloeffe is een Belgisch bier van hoge gisting (http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_Pier_Kloeffe). Het bier wordt gebrouwen in opdracht van bierfirma Slaapmutske in De Proefbrouwerij te Hijfte. Het is een goudblond bier, type tripel met een alcoholpercentage van 8,1%. Het bier is gebrouwen naar een origineel recept van De orde van Pier Kloeffe en vernoemd naar een visser Pier Kloeffe (1853-1939), wiens standbeeld in de duinen aan het strand van De Panne staat (Zeedijk 89)(http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_Pier_Kloeffe,
www.dekust.be/ontdekken/beeld-pier-kloeffe,
www.beersofeurope.co.uk/gouden-pier-kloeffewww.depannehoreca.be/pierkloeffe.html).

PIER KLOEFFE " nen echte visscher " Werd geboren in 1853 en overleed in 1939. Pier Kloeffe, wel eigenlijk heette hij Petrus Decreton. Er wordt verteld dat de familie Decreton van adel was en afkomstig zijn uit Picardi‘. Tijdens een oorlog zou de familie naar Belgi‘ gevlucht zijn, en vanuit het binnenland bereikten ze de kust waar ze vissers werden. Ooit was Pier eens bijna schatrijk geweest...volgens de vertellingen was Pier een erfgenaam van iemand uit het Brugse Groot Begijnhof. En toen deze persoon stervende was zou Pier daar een erfenis van krijgen. Hij moest dus met de trein naar Brugge. Maar 's avonds kwam hij dronken thuis. Hij had het niet aangedurfd om naar Brugge te reizen en had dan maar al zijn treingeld opgedronken ... ! Pier moest toen opnieuw naar Brugge reizen ... maar toen waren de begijnen hem reeds te snel af. Ze hielden het hoofd van de stervende vast,deden hem 'ja''knikken toen de notaris vroeg of de erfenis naar het Begijnhof mocht gaan, en zodoende kwam Pier voor de tweede keer met lege handen thuis ... Maar Pier treurde niet lang ... Op het strand van De Panne leerde Pier Kloeffe een echte vriend kennen, Louis van de Eynde. Die was kunstprofessor in Schaarbeek en had een verblijf in De Panne. De kunstenaar ging dikwijls bij het vissersgezin op bezoek. En Pier, met zijn typisch vissersgezicht, heeft vele malen geposeerd voor Louis' werken.  Van de Eynde maakte ooit een beeldje van Pier van 30cm. Het gemeentebestuur liet het vergroten tot op mansgrootte, en plaatste het op een duin aan het strand van De Panne. En zo kan Pier Kloeffe tot in de eeuwigheid blijven turen over zijn strand ... en zijn zee (www.depannehoreca.be/pierkloeffe.html).

Of het een mythe, een sterk aangedikt verhaal, of echt is [is onbekend], want op het internet kom je de meeste waar of onwaarschijnlijkste verhalen tegen.Waar ik [roy] wel van overtuigd ben is dat deze visser  steeds met kloeffen (=Klompen) op pad is gegaan, en daardoor deze ' laptjes' naam waarschijnlijk heeft gekregen (http://roys-fotoblog.skynetblogs.be/uit-tips-naar-mooie-plaatsen/).

De Panne is de meest Westelijke plaats van België en de meest Zuidelijke badplaats aan de Belgische Kust. De naam is afkomstig van het woord duinpan. Een pan of panne is een komvormige diepte in de duinen. De Panne ontstond echter pas rond 1782, tijdens Oostenrijks bewind. Keizer Jozef II wilde de kustvisserij stimuleren, hierdoor werd door vooraanstaande burgers uit Veurne een nederzetting opgericht dat men Sint-Jozefsdorp noemde, later Kerckepanne.(http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Panne). De Panne, is de plaats waar Leopold I aan land kwam om Koning der Belgen te worden (www.een.be/programmas/vlaanderen-vakantieland/fietsen-langs-de-grens-de-westhoek)


In eerste instantie zou hij aankomen in Oostende, maar omdat hij uiteindelijk via het Franse Calais reist (https://sites.google.com/site/debliedemaker/geschiedenis-1/de-echte-landing-van-leopold-i). Waarschijnlijk om aan te tonen dat zijn aanstelling ook de steun heeft van de Franse mogendheid.

Leopold Joris Christiaan Frederik (Coburg, 16 december 1790 – Laken, 10 december 1865), prins van Saksen-Coburg-Saalfeld (later van Saksen-Coburg en Gotha), hertog van Saksen, was van 1831 tot aan zijn dood de eerste Koning der Belgen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB).

In 1830 kreeg Leopold  het aanbod om koning van Griekenland te worden. Net als vele andere Europese edelen was Leopold in de ban van het filhellenisme, en steunde hij de Griekse opstand tegen het Ottomaanse Rijk. Toen hem door de ad interim-president, Graaf Ioannis Kapodistrias de troon werd aangeboden, wilde hij deze dan ook maar al te graag aanvaarden. Leopold was echter verstandig genoeg om voorzichtig te zijn en stelde strikte voorwaarden. Na de troon eerst aanvaard te hebben moest hij deze tot zijn grote spijt opgeven nadat duidelijk werd dat de Europese grote mogendheden niet zouden toegeven aan de Griekse eisen betreffende de landsgrenzen (betreffende het Noorden en de Ionische Eilanden). Aangezien er geen akkoord was en Leopold weigerde om te regeren in een onstabiel land (er dreigde een burgeroorlog uit te breken), zonder grenzen en zonder een welwillende bevolking, betekende dit het einde van zijn Griekse ambities. Kapodistrias werd vervolgens in 1831 door misnoegde clanleden vermoord in de toenmalige hoofdstad Nauplion. De troon ging uiteindelijk in 1832 naar de zeventienjarige Otto I van Griekenland, zoon van Koning Lodewijk I van Beieren (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB).

Tijdens de Belgische revolutie van 1830 werden er diverse voorstellen bedacht hoe België van Nederland kon worden afgesplitst (http://nl.wikipedia.org/wiki/Voorstellen_tot_indeling_van_Belgi%C3%AB_in_1830).

Een van de voorstellen: verdelingsplan Talleyrand-Wellington: Luxemburg en het uitgebreide Nederland onder Oranje-Nassau, de Waalse provincies en Zuid-Brabant bij FrankrijkAnder voorstel: Het verdelingsplan Talleyrand zou een vrijstaat Antwerpen creëren dat een Brits protectoraat was, Pruisen de rechter Maasoever laten, Frankrijk de rest laten annexeren tot de Demer en alles boven die rivier aan Nederland laten.

Na de Belgische Revolutie van 1830 legde het Belgische Nationaal Congres op 24 november 1830 per decreet vast dat het Huis van Oranje voor eeuwig uitgesloten was van de Belgische troon. Dit terwijl Prins Willem Frederik van Oranje (de latere Willem II) voor de Europese mogendheden aanvankelijk de topkandidaat was. De Belgen wilden echter wel een monarchie, in constitutionele en representatieve vorm. Op 3 februari had het Nationaal Congres Lodewijk van Orleans, de Hertog van Nemours en zoon van Koning Louis-Phillipe van Frankrijk als toekomstige vorst verkozen boven August van Leuchtenberg en Aartshertog Karel van Oostenrijk-Teschen. De Hertog van Nemours werd echter niet aanvaard door de Europese grote mogendheden wegens zijn te hechte connecties met Frankrijk. Bovendien vond zelfs zijn eigen vader het te gevaarlijk, waardoor hij de troon weigerde. Vervolgens werd Leopold op 4 juni 1831 door het Nationaal Congres verkozen met een grote meerderheid van 152 op 196 stemmen. Leopold had wat het congres dacht nodig te hebben, namelijk de steun van Engeland, dat het nog het best meende met de Belgische onafhankelijkheid, en internationale ervaring en prestige. Ook bij de Franse koninklijke familie stond hij in een goed blaadje, zij hadden zijn bruiloft met prinses Charlotte bijgewoond en waren op bezoek gekomen in Claremount House. Leopold sprak vloeiend Duits, Engels, Frans en een mondje Russisch en hij had goede relaties met de bankiersfamilie Rothschild. Het Nederlands was hij niet machtig. Het enige bezwaar (voor de katholieken althans) was dat de nieuwe koning protestants was. Daarom moest hij de verzekering geven dat hij met een katholieke prinses zou trouwen en zijn kinderen katholiek zou opvoeden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB).

De koning kwam per boot van Engeland en kwam aan in Calais. Vanuit Calais werd hij met de koets naar De Panne gebracht, waarna hij in Veurne een maaltijd kreeg. Via Oostende, Brugge en Gent trok hij naar Laken. Op 21 juli legde hij op het Koningsplein in Brussel de eed af (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB).

Nog geen twee weken later, op 2 augustus 1831, vielen Nederlandse troepen België binnen. Gedurende een periode van acht jaar waren er schermutselingen, maar in 1839 werd de Belgische onafhankelijkheid onder grote internationale druk officieel erkend door Nederland. Willem I, koning van Nederland, verklaarde zich pas in 1839 akkoord met het Verdrag der XXIV artikelen na een gebiedsafstand van Nederlands Limburg door het jonge koninkrijk België ten voordele van Nederland. In dat verdrag aanvaardden de grote mogendheden de Belgische onafhankelijkheid in ruil voor zijn neutraliteit (http://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB).



Met het Verdrag der XXIV werd niet enkel de grens met Nederland geregeld (en Nederlands  Limburg verkregen), ook de IJzeren Rijn en de Westerschelde zijn hier geregeld:
IJzeren Rijn
Nadat de IJzeren Rijn heel wat jaren ongebruikt was gebleven, wilde België deze verbinding tussen de Antwerpse haven en het Ruhrgebied eind 20e eeuw weer in gebruik nemen. Nederland was hier tegen. De uitspraak van het Permanent Hof van Arbitrage van 24 mei 2005 stelde België op basis van het verdrag in het gelijk, waardoor de spoorlijn weer geopend moet worden.
Westerschelde
Een uitwerking van het verdrag is het Scheldetractaat, waarmee het loodsen op de Westeschelde werd geregeld. Begin maart 2005 sloten Nederland en Vlaanderen een verdrag over het uitdiepen van de Westerschelde. Door een uitspraak in januari 2010 konden de werkzaamheden (voornamelijk baggerwerken) worden begonnen. Ter compensatie van het uitdiepen zou de Hedwigepolder onder water worden gezet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Londen_(1839)).

Wist je dat de grens tussen Limburg en Duitsland pas na 1866 definitief werd ? Bismarck was in een goede bui nadat de oorlog met Oostenrijk was gewonnen....... Pas in 1945 werden de Duitse rechten op de steenkooladers in Zuid-Limburg door de Nederlandse Staat genaast...Na de Belgische Afscheiding in 1839 werd het westelijke deel van Luxemburg bij België gevoegd. Omdat Luxemburg als geheel altijd deel had uitgemaakt van de Duitse Bond moest het verlies voor de Duitse Bond van het westelijk deel van Luxemburg gecompenseerd worden. En zo werd dus Limburg een onderdeel van de Duitse Bond, puur als genoegdoening voor het verlies van het westelijk deel van Luxemburg. Limburgse soldaten zouden dus vanaf 1839 in theorie opgeroepen kunnen worden voor een oorlog onder leiding van de Duitse Bond. In de Pruisisch - Franse oorlog van 1870 hebben inderdaad een aantal Limburgers als kok in het Pruisische leger gediend.... als onderdeel van een na 1839 speciaal geformeerde eenheid: de Limburgse Jagers (www.engelfriet.net/Alie/Aad/grens.htm).

Trouwens, ook wel eens afgevraagd waarom de Luxemburgse vlag zo sprekend lijkt op de Nederlandse vlag ? Op het Congres van Wenen in 1815 kreeg Koning Willem I Luxemburg toegewezen als persoonlijke kompensatie voor het verlies van de Nassause Stamlanden rondom Dillenburg. In de overeenkomst was wel het Zwaardrecht principe afgesproken : alleen mannelijke nakomelingen uit het Huis Oranje-Nassau konden Groothertog van Luxemburg worden en dus moesten in 1890 de Luxemburgers op zoek naar een andere mannelijke Groothertog, want in 1890 stierf Koning Willem III, hij had alleen een dochter : Wilhelmina (www.engelfriet.net/Alie/Aad/grens.htm).



Dentergem
Dentergemnaren worden ook wel eens papeters genoemd, wat symbool staat voor levensgenieters. Om dit te symboliseren werd er in 2007 een bronzen beeld De papeters onthuld.
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Dentergem).


De meest bekende Oudenaardse brouwerij is waarschijnlijk Liefmans. Tot 1930 was deze gevestigd aan de Krekelput in het stadscentrum aan de Schelde tegenover de brouwerij Clarysse.
De brouwerij bestaat al sinds 1679, echter vanaf 1770 wordt de eerste Liefmans genoemd. Dit was Jacob Liefmans. De brouwerij is tot 1905 eigendom geweest van de familie Liefmans waarna het verkocht werd aan Pierre van Geluwe de Berlaere. Wel werd overeengekomen dat de naam Liefmans moest blijven bestaan. Toen Pierre overleed in 1946 nam zijn zoon Paul de leiding van de brouwerij over. Hij kocht de rest van de familie uit en verplichtte zijn kinderen, die het brouwersvak niet mochten leren, bij zijn overlijden de brouwerij te verkopen (http://home.tiscali.nl/beercollection/brouwerijen/Belg/nliefmans.htm).


Brewing legend Rosa Merckx © Duvel-Moortgat
Aldus geschiedde en bij zijn overlijden in 1972 werd de leiding toevertrouwd aan zijn secretaresse Rose Blancquert-Merckx en de brouwerij werd verkocht aan de Engelse Brouwerijgroep Vaux uit Sunderland. Met behulp van de meesterknechten bouwt Rose de brouwerij verder uit, echter de brouwerij had het in die tijd, net zoals vele andere brouwerijen, zeer moeilijk. In 1985 koopt de bankier Bauchau van de Belgisch-Zaïrese bank Belgolaise samen met de industrieel De Wolf de brouwerij van de Engelsen. Aangezien zij te ver van de brouwerij stonden en er nog weinig heil in zagen, werd Liefmans in 1990 overgedaan aan de Brouwerij Riva (http://home.tiscali.nl/beercollection/
brouwerijen/Belg/nliefmans.htm).

Rosa Merckx has been involved in the brewing business for most of her life, and has held the stirring stick at Liefmans for over forty years.  This tough, stubborn lady has readily proved her mettle in the world of Belgian beers, a world that had long been male-dominated (http://home.tiscali.nl/beercollection/
brouwerijen/Belg/nliefmans.htm).

Brewing legend Rosa Merckx © Duvel-Moortgat

In 1679 vestigde Jacobus Liefmans zich als brouwer in de Krekelput in Oudenaarde. De brouwerij werd in 1905 aan zakenman Pierre van Geluwe de Berlaere verkocht. Om uitbreidingsplannen te kunnen realiseren, werd in 1923 naar de Aalststraat, langs de oevers van de Schelde, verhuisd. Halfweg de jaren 1980 kreeg de brouwerij andermaal een nieuwe eigenaar. De gebouwen en productie werden toen door een Belgisch-Zaïrese bank en mouterij De Wolf uit Aalst overgenomen. Sinds 1990 zit Brouwerij Liefmans onder de vleugels Riva uit Dentergem (www.belgenbier.be/brouwerijen/beschrijvingbrouwerij.php?idbrouwerij=93).


Brouwerij Riva, in 1896 opgericht als Brouwerij Desplenter, was brouwer van onder meer Dentergems Witbier. De brouwerij nam in 1990 Brouwerij Liefmans over en werd zelf in 2005 omgedoopt tot Liefmans Breweries. Eind 2007 ging ze failliet. Brouwerij Duvel-Moortgat nam wel de merken en de brouwerij in Oudenaarde over, maar niet de brouwerij in Dentergem, die werd gesloten (http://nl.wikipedia.org/wiki/Dentergem).

De brouwerij werd in 1896 opgericht aan de Wontergemstraat door Henri Desplenter. De stoombrouwerij werd in de jaren 1930 vervangen door een modernistisch gebouw. Vanaf 1927 was de leiding in handen van zoon Maurice Desplenter, die in 1950 werd opgevolgd door zijn zoon Yvan.
In 1968 richtte de familie Desplenter de vennootschap RIVA op. Het bedrijf bleef groeien en aan de Gottemstraat kwam een nieuwe brouwerij met een grotere capaciteit; de bottelarij en de administratie verhuisden naar de overkant van de Wontergemstraat. Het succes was grotendeels toe te schrijven aan het Dentergems Witbier, dat in de jaren zeventig werd gelanceerd. Het werd, in een samenwerking met verdeler Alken-Maes, de rechtstreekse concurrent voor het Hoegaards Witbier, verdeeld door Interbrew (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Riva).

Om de capaciteit van de nieuwe brouwerij ten volle te benutten ging RIVA het overnamepad op. Ze kocht de merken Vondel en Lucifer en maakte van dit laatste een sterk blond bier, zodat de vergelijking met Duvel voor de hand lag. Ze verkreeg in 1988 de controle over Brouwerij De Halve Maan uit Brugge; toen deze weer onafhankelijk werd, behield RIVA het merk Straffe Hendrik. Brouwerij Liefmans werd in 1990 ingelijfd. Tussen 1991 en 1993 maakte Brouwerij Het Anker uit Mechelen deel uit van de groep (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Riva).

Het begin van het einde werd ingeluid toen Alken-Maes de commerciële deal beëindigde en Brugs Tarwebier begon te verdelen. De familie Desplenter, ondertussen in de vierde generatie, zag zich geconfronteerd met een schuldenberg en een onderbenutting van de capaciteit. De familieleden verkochten in 2002 de brouwerij RIVA en haar andere belangen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Riva).

De nieuwe bestuurders gaven aan RIVA in 2005 de nieuwe naam Liefmans Breweries, die commercieel interessanter klinkt. Eind 2007 bleek dat de vennootschappen Liefmans Breweries en Brouwerij Liefmans niet meer aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen. De rechter sprak op 21 december 2007 het faillissement uit. De vennoten Vantieghem en Delabie poogden nog de brouwerij terug in handen te krijgen, maar de activa werden uiteindelijk toegewezen aan Duvel Moortgat. Moortgat was enkel geïnteresserd in Brouwerij Liefmans; de overige merken werden van de hand gedaan of verdwenen. De brouwerij in Dentergem werd gesloten, 54 personeelsleden verloren hun betrekking
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Riva,
www.hln.be/hln/nl/942/Economie/article/detail/
111964/2007/12/21/Brouwerij-Liefmans-failliet.dhtml).




Brouwerij De Bie is ontstaan in 1992 in de hoppetuinen van het brouwersdorp Watou, dicht bij Poperinge en de Franse grens. In 2001 verhuisde de huisbrouwerij naar Loker. Ze vestigde zich in de bekende herberg "D'Hellekapelle". Zatte Bie, Hellekapelle, Plokkersbier en Helleketelbier zijn de bekendste bieren van onze ambachtelijke brouwerij (www.brijdebie.be/dut/~/Historiek).

Brouwerij De Bie had er een café met bierwinkel en een totaal nieuwe opgerichte brouwerij. In 2011 is Brouwerij De Bie verhuisd naar Wakken (Dentergem) op een volledig gerenoveerde hoeve waar men het bierproces kan volgen van het hoppeveld tot de botteling met mogelijkheid tot proeven van 10 ongelooflijk lekkere streekbieren met elk zijn typische smaak (www.brijdebie.be/dut/~/Historiek).

Brouwerij De Bie, gelegen aan de Vijvestraat 47 in Wakken (Dentergem) brengt elke week een drieduizend liter bier op de markt, waaronder Blonde Bie, Hellekapelle Kriekedebie en Riebedebie en andere bieren (http://blog.seniorennet.be/bierblog/archief.php?ID=992112, (www.brijdebie.be/dut/~/Historiek).




Een Blonde Bie is een blond biertje van brouwerij De Bie. Het bier heeft een licht zoete neus. De smaak is zoet, tot licht bitter (http://users.skynet.be/
triplebee/bier/gedronken25.html).


Papegaei® is een artisanaal gebrouwen, blond bier. Het krijgt zijn specifieke smaak door het gebruik van verse hopbellen. De bitterhop wordt bij het begin toegevoegd aan het kookproces, de aromahop aan het einde ervan. Het is een bier van hoge gisting, ongefilterd, niet gepasteuriseerd met hergisting op de fles. Na een rijping van 3 weken op vat wordt het nog een maand in de fles bewaard vooraleer het op de markt komt. Het bier wordt gebrouwd door brouwerij Verstraete in Diksmuide in de installaties van brouwerij Deca in Woesten. De naam is afkomstig van Herberg 'Den Papegaei' in Diksmuide (Grote dijk 13) (www.westhoekstreekproduct.be/ned/streekproducten/producten/detail.asp?ProductID=1800)

Een zicht vanop de Appelmarktbrug op herberg (afspanning) Den Papegaei. Bovenaan zien we muurankers met de initialen VDM. Dit staat voor Van Diemen. Het bouwjaar staat ook met ankers aangeduid: 1631 (?). Deze foto werd getrokken omstreeks 1908. Dezelfde foto bestaat ook met 1 toegangsdeur. Hier zien we er twee, de linkerdeur was de ingang voor herberg Den Pape, de rechterdeur was de ingang voor het andere café, Den Gaei. Dit gebouwd werd onder andere bewoond door de familie Gysdael (www.westhoekverbeeldt.be/
beelden/weergave/record/layout/print/sjabloon/component/trefwoord/periode_facet/1900~1914?id=heu%3Acol14%3Adat11430http://blog.seniorennet.be/kunstschilder_g_bulcke/archief.php?ID=884090).



Ichtegem bestaat naast Ichtegem-centrum uit de deelgemeenten Eernegem en Bekegem. De naam Ichtegem is van Germaanse oorsprong. De dorpskern van Ichtegem zelf is lang uitgerekt langs de weg van Koekelare naar Aartrijke. In de gemeente is Brouwerij Strubbe actief, brouwer van verschillende streekbieren (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ichtegem).

In het hartje van West-Vlaanderen, op een goede boogscheut van de drukke verkeersweg Roeselare-Oostende, ligt het vredige Ichtegem. Een dorpje zonder geschiedenis, dat in het verleden slechts af en toe in het nieuws kwam door de aanwezigheid van drie brouwerijen op zijn grondgebied.
Vandaag is nog één brouwerij in werking. Gelegen in de schaduw van de 17de eeuwse Sint-Michielskerk, is de artisanale brouwerij Strubbe - de Maagd van Gent zoals ze eertijds genoemd werd - zo oud als ons land (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nl).




Dit amberkleurig bier van hoge gisting heeft in zijn vijftienjarige bestaan een hele historiek. Het moest een typisch Oostends bier worden. De naam van het bier lag meteen op tafel, 'Dikke Mathile' is in de volksmond de naam van dit beeld uit Oostende. Ingrediënten: Munich en ambré mout, hop, water. Koelkastfris opdienen Amberkleurig door het gebruik van Munich mout en ambré mout. Gehopt met 50% Poperingse hop en 50% Duitse Hallertau aromahop. De hoofdgisting aan 22° Celsius is na een vijftal dagen ten einde (www.dentoogoloog.be/detailbieren.php?id=18).

Brouwerij Strubbe is een Belgische familiale brouwerij, was vroeger bekend als De Maagd van Gent
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Strubbe). Sedert de oprichting is de brouwerij familiebezit gebleven, zes generaties lang, van vader op zoon. Vandaag is de zaak in handen van Norbert Strubbe, die zijn vader Etienne heeft opgevolgd, en Marc, zoon van Gilbert, die het produktieproces leidt (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nlwww.brouwerij-strubbe.be/start/contact/nl).

In 1830 verliet een zekere Carolus Strubbe het handelsstadje Tielt om in vlasgemeente Ichtegem zijn geluk te beproeven. Hij werd er boer en brouwer: in de zomermaanden werkte hij op het veld en in de wintermaanden stond hij op de moutvloer en aan de roerkuip (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nl).
Eind 2007 kozen ze ervoor om de naam 'Superpils' te wijzigen in 'Strubbe pils'. In 2012 werd het hernoemd naar Strubbe Finest Pils.

In 1830 startte Carolus Strubbe in Ichtegem een boerderij-brouwerij De Maagd van Gent. In die tijd verbouwden veel brouwers in de zomermaanden zelf de noodzakelijke grondstoffen die in de wintermaanden gebruikt werden om te brouwen. Carolus Strubbe werd opgevolgd door zijn zoon die op zijn beurt opgevolgd werd door zoon Medard. Deze derde generatie veranderde de naam in de huidige naam Brouwerij Strubbe. Diens enige zoon Aimé nam de brouwerij over.
Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog werd er enkel bier met hoge gisting gebrouwen, twee soorten, enkel bier (2%) en dobbelbier (4%). Aimé Strubbe begon daarna, zoals zovele brouwerijen in België, met het brouwen van lagegistingsbieren, eerst Bock en daarna pils. Daarnaast werd het populaire Hengstenbier gebrouwen. Het oude recept van dit bier ligt aan de basis van het huidige Ichtegem's Oud Bruin.. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Strubbe).

Het was de eerste in ons land die alcoholvrij bier brouwde. 'Edel-bräu' staat er op het etiket en verder '0,3 procent volume alcohol' (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nl).

Alcoholvrij bier is in ons land geen hoogvlieger geworden. Het heeft nauwelijks een marktaandeel van twee procent bereikt. Dat was wel enigszins te verwachten. Ter illustratie mag wel even vermeld worden dat sommige caféhouders bij elk glas alcoholvrij bier een stukje zeep gaven 'Voor bij het water', zeiden ze dan.

De belangrijkste investeringen bij Strubbe hadden plaats in 1978, toen Aigle-Belgica (voorheen brouwerij De Meulemeester-Verstraete) door Piedboeuf (nu Interbrew) werd overgenomen en ontmanteld. Al de bruikbare koperen brouwinstallaties (onder meer een hopextractor) verhuisden toen van Brugge naar Ichtegem, waar ze als kleinoden werden gekoesterd (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nl).


Gebrouwen in opdracht van Dranken Vandenameele (Aalst). Domien Camiel De Rop (07 april 1860 – 30 april 1929) was een dorpsfiguur van de wijk Steven (Moorsel), gekend om de pet of ‘klak’ die hij altijd droeg. Hij was arm, vel over been en leefde van mensen hem toestopten (http://lambikstoemper.wordpress.com/2012/10/29/pee-klak/).

In 2008 nam Stefan Strubbe (zevende generatie) volledig de taken over van zijn vader Norbert (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Strubbe). Bieren van deze brouwerij zijn: Ichtegem’s Oud Bruin is een Belgisch bier van gemengde gisting (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ichtegem%27s), Dikke Mathile is een Belgisch bier van 6% van hoge gisting. Het bier wordt sinds 1986 gebrouwen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Dikke_Mathile), Houten Kop is een Belgisch bier van 6,5% van hoge gisting. Het bier wordt sinds 1988 gebrouwen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Houten_Kop), Belgica IPA is een Belgisch bier van hoge gisting van 7,9% (http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgica_IPA), Dobbelken is een Belgisch bier van hoge gisting. Dobbelken is een benaming die eeuwenlang gebruikt werd in het Waasland voor Dobbel bier en pas in de laatste oorlogsperiode verdween. Vanaf 1985 wordt Dobbelken bruin gebrouwen en sinds april 2010 is Dobbelken Amber er bij gekomen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Dobbelken), Ter herdenking van het Beleg van Oostende wordt in 2004 Keyte Oostendse Tripel de eerste maal gebrouwen. Vanaf 2007 komt er de Keyte Dobbel-Tripel bij (http://nl.wikipedia.org/wiki/Keyte),
Trammelantje is een ambachtelijk ongefilterd amberbier dat nagist op de fles. Ingrediënten zijn mout, gerst, hop, suiker, gist en water. De naam verwijs naar het tramhuisje van De Haan en haar Belle Epoquefeest (1ste zaterdag van augustus) http://nl.wikipedia.org/wiki/Trammelantje. In 2012 presenteerde ze de Strubbe Finest Pils (http://kw.knack.be/west-vlaanderen/nieuws/algemeen/strubbe-pils-uit-ichtegem-is-geherlanceerd-onder-de-naam-strubbe-finest-pils/article-4000171205290.htm).


Ieper (Frans: Ypres) is een stad in de Westhoek, in het zuidwesten van de Belgische provincie West-Vlaanderen. De stad telt een kleine 35.000 inwoners en is daarmee de op vijf na grootste stad van West-Vlaanderen. Ieper is een belangrijke toeristische trekpleister in het zuiden van West-Vlaanderen en tevens de grootste stad in de Westhoek. De bijnaam van Ieper luidt 'de Kattenstad' of sinds het bezoek van paus Johannes Paulus II, 'Vredesstad'. Vroeger werd de stad soms ook Ieperen genoemd, zoals ook het Franse Ypres als een meervoud klinkt. Ieper ligt in de streek West-Vlaams Heuvelland. Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw als "Iprensis" en "Ipera". De naam zou afkomstig zijn van de het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ieperwww.daproverb.be/ieper).

De Kattenstoet is een driejaarlijkse stoet in Ieper waar, zoals de naam dat laat vermoeden, de kat centraal staat. Korte tijd nadat de laatste wagen en figurant van de stoet gepasseerd zijn, verschijnt de stadsnar op een platform op de belforttoren. De nar ruit het publiek op en gooit dan pluchen katjes in de menigte. Tot in 1817 werden levende katten van het belfort gegooid. Toen een kat als bij wonder de diepe val overleefde, werd dat gebruik onmiddellijk afgeschaft.
De kattenfeesten worden afgerond met de veroordeling en verbranding van de heks op de Ieperse Grote Markt (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kattenstoet).

Tijdens de eerste wereldoorlog was er de eerste tanks (in 1916 ingezet door de Britten), de eerste vlammenwerpers (door de Duitsers gebruikt in 1915 bij de Franse plaats Melancourt) en gifgas (april 1915 [al hadden in 1914 de Fransen in Mulhause in de Elzas en de Britten in Neuve Chapelle al eens traangas gebruikt, overigens hadden de Duitsers tegen de Russen ook al gas gebruikt])
(http://members.home.nl/keesdebrouwer/eerste_wereldoorlog/04_op_het_slagveld.htmhttp://members.pcug.org.au/~ppmay/worldwar/views.htmwww.wereldoorlog1418.nl/ieper2007/).

Ieper in 1914

Ieper, na de beschieting
De verwoeste stad Ieper (linksboven het stadhuis, daarachter de kerk)

(http://members.home.nl/keesdebrouwer/eerste_wereldoorlog/04_op_het_slagveld.htm) De Duitse legerleiding was zwaar teleurgesteld over het verloop van de slag om Ieper. Uit frustratie werden de kanonnen op de stad Ieper gericht en werd de stad zwaar beschoten. Eind november veranderde het historische stadje in een totale ruïne.


De '1e Slag bij de Ieper' wordt ook wel de 'Slag bij de IJzer' (= riviertje) genoemd.In het voorjaar van 1915 probeerden de Duitsers opnieuw een doorbraak te forceren bij Ieper.
Deze 2e Slag is van historisch belang doordat (door het Duitse leger) de eerste keer gifgas in de strijd gebruikt werd. Door de aanval met chloorgas werd er een enorme bres van 6 km in de geallieerde linies geslagen. De 3e Slag, ook wel de 'Slag om Passendale' genoemd, vond plaats tussen juli en november 1917. Ook nu gebruikten de Duitsers gas. Ditmaal geen chloorgas maar het moordende mosterdgas.
Wat de 3e Slag om Ieper tot symbool maakte was de modder en de hevige regenval. Het front bereiken was haast onmogelijk, laat staan een aanval. Auto's gleden van de wegen af, paarden zakten weg in de modder waardoor ze verdronken en lijken werden als stapstenen gebruikt. De zomer van 1917 was de natste zomer ooit (http://members.home.nl/keesdebrouwer/eerste_wereldoorlog/
04_op_het_slagveld.htm). Tijdens de Slag van Passendale verliezen de Duitsers ook enorme hoeveelheden materieel die door de Duitse industrie niet meer kunnen worden aangevuld. Haig heeft Zeebrugge nooit bereikt, maar met zijn uitputtingsslag heeft hij de Duitsers net die reserves ontnomen die ze in 1918 te kort komen om de oorlog te winnen (www.wereldoorlog1418.nl/ieper2007/).

Tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog was de stad aan drie zijden omringd door Duitse troepen, door de Britse verdedigers werd deze boog in het front de Ypres Salient genoemd. Eenzelfde situatie deed zich eveneens voor, verder naar het zuidoosten, bij de Franse stad Verdun. Op 21 oktober 1914 begon de Eerste Slag om Ieper. De Tweede Slag om Ieper begon op 14 april 1915 rond Hill 60. Het waren opnieuw de Duitsers die het opnamen tegen de Fransen en Britten. Deze slag staat vooral bekend omdat er voor het eerst chloorgas werd gebruikt nabij Ieper. De Duitsers maakten gebruik van gifgas op 22 april 1915. Later is door de Duitsers ook mosterdgas gebruikt. Het kreeg zo de benaming yperiet omdat het hier voor het eerst op grote schaal werd ingezet. Op 31 juli 1917 begon de Derde Slag om Ieper. Op 18 maart 1918 werd de Vierde en laatste Slag om Ieper gestreden. Na deze laatste slag was de stad Ieper geheel verwoest. Op 28 september 1918 verlieten de Duitsers Langemark. Ruim zes weken later, op 11 november 1918 om elf uur in de ochtend was de oorlog officieel afgelopen. De stad Ieper werd echter geheel verwoest. Na de oorlog gingen, vooral bij de Britten, stemmen op om de stad niet weer op te bouwen maar zo te laten liggen, als macaber gedenkteken. Toch werd de stad weer teruggebracht in de vooroorlogse staat, grotendeels met Duits geld, onderdeel van de afgedwongen Wiedergutmachung. De wederopbouw, onder leiding van architect Jules Coomans duurde meer dan veertig jaar. Voor velen, en met name de Britten, is Ieper het middelpunt van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. De velden rond de stad zijn dan ook bezaaid met  begraafplaatsen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ieper).


Ieper in 1918
Ieper in 1918

Een lange discussie volgde tussen de Britse en Belgische autoriteiten om wat er nu juist  met de Stad Ieper moest gebeuren. Churchill, toen minister van oorlog, wilde Ieper behouden in ruines als ‘heilige plaats voor het britse volk’.  Uiteindelijk werd  beslist de stad opnieuw op te bouwen in authentieke stijl en de menenpoort waarlangs vele soldaten naar het front trokken, velen om nooit meer terug te keren, aan het Britse volk te schenken. Op die plaats zou architect Blomfield zijn meesterwerk oprichten meteen dubbel doel :  memoriaal voor de gesneuvelden en monument van de overwinning (www.menenpoorthuis.be/meningate-house-ypres_history.asp?taal=nl).



Bovenop het monument de Menenpoort staart een stenen leeuw in oostelijke richting naar het oude slagveld van de Iepers Salient. Constante beschietingen van beide kanten veranderde de Salient in een door de mens gecreëerde wildernis van gebroken bomen, kraters, opgeworpen aarde en, als het regende, modder (www.ww1westernfront.gov.au/dutch/zonnebeke/menin-road.php). De Menenpoort (Menin Gate House) is een stadspoort aan de oostzijde van de oude stad. De poort werd gebouwd als Brits oorlogsmonument, en draagt de namen van 54.896 vermiste soldaten. Elke dag om acht uur 's avonds wordt de Last Post er gespeeld, als herinnering aan de gesneuvelden in Ieper (www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Ieper#De_Lakenhallen.2C_het_belfort_en_het_Nieuwerck). Iedere avond sinds die 11 november 1929 heeft de Last Post weerklonken, of er nu weinig of geen volk was (www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort). Het herdenkingsmonument werd in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van de stad Ieper. Dit ter nagedachtenis van ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog sneuvelden en niet meer geïdentificeerd of teruggevonden werden. Op de poort staan hun namen geschreven (http://historiek.net/last-post-ceremonie-ieper-mogelijk-werelderfgoed/16389/). De Last Post wordt wellicht in 2017 werelderfgoed.


Waar nu de Menenpoort staat, stond in vroegere tijden de Hangwaertpoort – de poort die naar het galgenveld leidde. Deze naam werd in de 17de eeuw verbasterd tot Antwerpenpoort. Van 1804 tot 1815 luidde de officiële naam Napoleonpoort maar na Waterloo werd dat definitief Menenpoort.
Omdat de doorgang van de poort, het verkeer hinderde, werd ze uiteindelijk in 1862 gesloopt en vervangen door een weg van 13 meter breed. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de beruchte Menin Gate niet meer dan een doorgang in de vestingen, geflankeerd door de beelden van twee leeuwen die het stadswapen vasthielden. Deze, toen zwaar beschadigde, maar intussen gerestaureerde leeuwen werden overigens in 1936 aan Australië geschonken. Daar sieren ze nu het graf van de Onbekende Soldaat in het Australian War Memorial in Canberra (www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort).


Yperman is een Belgisch bier van 5,5%. Het wordt gebrouwen door Brouwerij Het Sas te Boezinge, een deelgemeente van de Ieper. De naam van het bier verwijst naar Jan Yperman, een middeleeuws chirurgijn die werkte te Ieper. Het bier wordt gebrouwen sinds 1989. Op het etiket staat een kat met een glas bier in de hand, naast de Lakenhalle van Ieper. De kat is eveneens een verwijzing naar Ieper, de kattenstad. Yperman is erkend als streekproduct van de Westhoek (http://nl.wikipedia.org/wiki/Yperman). Of wordt het gebrouwen door Brouwerij Van Eecke? (http://beerplanet.eu/index.php?cnt=6&UBID=1110027). Lambikstoemper heeft het ook al geproefd:
Frisse geur van mout en mandarijntjes. Fruitig van smaak, met een zéér klein bittertje in de verte, een beetje karamelzoet en licht gerookt ook. Voor de rest vrij smaakloos, vooral in de afdronk, die vrij droog is (http://lambikstoemper.wordpress.com/2012/04/22/yperman/).

Brouwerij Het Sas, ook Brouwerij Leroy genoemd, is een bierbrouwerij in Boezinge, een deelgemeente van de Belgische stad Ieper (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Het_Sas). In de late middeleeuwen bouwden de Spanjaarden bij Boezinge een sluis, wat men in het West-Vlaams "Sas" noemde, vandaar de naam. De brouwerij was daar gevestigd tot in de Eerste Wereldoorlog de ganse omgeving alsook het bedrijf werd verwoest. Sylvère Leroy (1885-1961) en zijn echtgenote Rachel Sys (1881-1954) kochten een verwoeste boerderij in het dorp van Boezinge en gingen in 1924 opnieuw van start en noemden hun bedrijf Brouwerij Het Sas.Brouwerij Het Sas en Brouwerij Van Eecke zijn twee vestigingen van één bedrijf (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Het_Sas). Ze brouwen o.a. Sas Pils.


Brouwerij Van Eecke, ook bekend als Brouwerij Gouden Leeuw, is een Belgische familiebrouwerij in Watou, een deelgemeente van Poperinge. De brouwerij is in 1862 opgericht op een terrein waar al sinds de 17e eeuw wordt gebrouwen. De brouwerij kreeg na de Tweede Wereldoorlog bekendheid met haar lijn abdijbieren Kapittel. Het paradepaardje van het bedrijf is het Poperings Hommelbier, een blond bovendgistend bier van 7,5%, dat sinds 1991 op de markt is. et wordt gebrouwen bij Van Eecke, maar de lagering en afvulling gebeurt bij Brouwerij Leroy in Boezinge. Brouwerij Van Eecke en brouwerij Het Sas (of Leroy) zijn twee vestigingen van één bedrijf (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Van_Eecke).


In 2009 nam Bart Vermeulen van Ieper Strand, het vroegere openluchtzwembad langs de Lange Torhoutstraat, ter gelegenheid van het vijfde seizoen het initiatief om een eigen bier te serveren. Het werd de Neptunus, Ieperse tripel. In 2012 kwam  ‘Saturnus, Iepers Oud Bruin’.
(www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20120802_00244342)


Ingelmunster is een plaats en gemeente in de Belgische provincie West-Vlaanderen, vlakbij Roeselare. De gemeente telt ruim 10.500 inwoners.



Ingelmunster wordt ook wel eens de Brigandsgemeente genoemd, ter herinnering aan Brigandszondag (28 oktober 1798), toen hier de opstand van de Brigands tijdens de Boerenkrijg door de Fransen neergedrukt werd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ingelmunster).

De Boerenkrijg was een Zuid-Nederlandse boerenopstand uit 1798, gericht tegen de Franse bezetting (Door vele confiscaties, extra-heffingen en de oorlogsleningen, zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking, hadden de Fransen weinig geliefd gemaakt. De Fransen hadden de Zuidelijke Nederlanden slechts 3 jaar voordien (1795) in handen gekregen, na een overwinning op de Habsburgse keizer Frans II, die tot dan over de Zuidelijke Nederlanden had geregeerd). De benaming Boerenkrijg werd voor het eerst gebruikt in 1798 door een Mechelse kroniekschrijver. De schrijver Hendrik Conscience heeft met zijn boek Boerenkrijg (1853) een romantisch relaas gegeven en deze strijd wat geïdealiseerd. Moderne historici zien in deze strijd een laatste stuiptrekking van het Ancien Regime in een poging de vernieuwing van de maatschappij af te wenden. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse en Brabantse boerenbevolking (de brigands) in opstand tegen de Franse bezetter (Sansculotten) met als leuze Voor outer en heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin"). Deze opstand, gevoed door een vaag geformuleerd nationalisme, werd hard neergeslagen en vond weinig aanhang in de grotere steden en vrijwel geheel geen weerklank in de Waalse dorpen. Na de bevrijding door de geallieerde legers voerde het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen repressie tegen de Fransgezinden en de verzetsstrijders van de Boerenkrijg werden niet in ere hersteld (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brigand_(Boerenkrijg)).

Brigand is de naam die de Fransen gaven aan de Vlaamse opstandelingen die in de Boerenkrijg tegen de Franse bezetter streden op het einde van de 18e eeuw. In de Franse taal betekent brigand gewoon struikrover (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brigand_(Boerenkrijg)).
(http://biervat.blogspot.nl/2013/10/een-zware-belgische-jongen-brigand.html)

De Franse piloot Roland Garros stortte tijdens de Eerste Wereldoorlog met zijn vliegtuig neer op de grens tussen Ingelmunster en Hulste. Hij overleefde de crash maar stierf toch later tijdens de oorlog (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ingelmunster). Deze piloot was een bijzonder iemand. Hij was als eerste over de middellandse zee gevlogen in 1913 en gaf vlak voor de oorlog les in military aviation in Duitsland (www.timesofmalta.com/articles/view/20110903/life-features/First-French-aviator-to-cross-the-Mediterranean-Sea-by-air.383067#.Ut7vXdLb-XY)


Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Roland Garros de eerste die vijandelijke vliegtuigen neerschoot met een zelfontworpen constructie van op de propeller geplaatste metalen plaatjes welke de propeller beschermde bij het recht naar voren schieten. Hij wordt wel de eerste gevechtspiloot van zijn soort genoemd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Roland_Garros_(luchtheld)).

Now able to use a forward-firing machine-gun, he went out searching for his first victim. On April 1, 1915, Garros approached a German Albatros B II reconnaissance aircraft. The German pilot was surprised when Garros approached him head-on. The accepted air fighting strategy at the time was to take “pot-shots” with a revolver or rifle (www.timesofmalta.com/articles/view/20110903/life-features/First-French-aviator-to-cross-the-Mediterranean-Sea-by-air.383067#.Ut7vXdLb-XY) For the next two weeks Roland Garros flew his Morane over the battleground. His forward-firing gun shot down five German planes, and he became the first Allied ace of World War I...At that time "ace" was a word applied to anyone who accomplished something outstanding. The man who won a bicycle race was an ace. So was the soldier who performed an act of special bravery. But when the newspapers began to carry numerous stories about "that ace among pilots, Roland Garros," and the planes he had downed, the word acquired a new meaning. An ace was a pilot who shot down five planes (www.fiddlersgreen.net/models/aircraft/MoraneSaulnier-Bullet.html).


Op maandagvoormiddag 19 april 1915, tijdens een aanval op het spoorwegstation van Lendelede dropte hij 2 kleine granaten en werd zelf beschoten. Daarop moest hij een noodlanding maken op Hoog Wallegem in Hulste (nu deelgemeente van Harelbeke). Daar maakten Duitse strijdkrachten hem krijgsgevangen en confisqueerden ook zijn vliegtuigje. Vervolgens maakte (de toen in Duitsland werkende) Anthony Fokker* zijn uitvinding na, en verbeterde die. De Duitse luchtmacht wist daarmee enige tijd het luchtruim te beheersen. De Engelse RAF noemde de constructie destijds The Fokker Scourge (de Fokkergesel). In 1918, 5 weken voor het einde van de oorlog op 5 oktober 1918 stortte hij neer. Frankrijk eerde de nationale held in 1927 postuum door de Open Franse Tenniskampioenschappen naar hem te vernoemen (www.pedroamaral.com/avi3.html,
http://nl.wikipedia.org/wiki/Roland_Garros_(luchtheld),
www.fiddlersgreen.net/models/aircraft/MoraneSaulnier-Bullet.html).

*Nederland was dan misschien als land wel neutraal, maar door de Nederlander Fokker kreeg Duitsland even superioriteit in de lucht.

De rode draad doorheen de geschiedenis van Ingelmunster is het kasteel dat vandaag omgeven is door een park. Robrecht I de Fries, graaf van Vlaanderen, liet omstreeks 1075 een versterkte burcht optrekken nabij de rivier de Mandel. Hij gebruikte daarvoor de ruïnes van een klooster dat door Engelse monniken, in navolging van (de latere heilige) Amandus, in de 7de eeuw gesticht was. De zeventiende-eeuwse historicus Anthonius Sanderus meende dat de naam 'Ingelmunster' van 'Anglo-monasterium' (Engels klooster) komt. Anderen denken dat de naam Ingelmunster van 'Angle-Monastère' komt. Deze laatste mening heeft trouwens steeds meer aanhangers. Een klooster 'op de hoek van de heerlijkheid' van Dendermonde. Klooster moet in deze context dan eerder begrepen worden als een klein kerkje, een kapelletje....In 1580 vond de 'slag van Ingelmunster' plaats. Franse hugenoten (onder leiding van François de la Noue) streden tegen de Spaanse bezetters van het kasteel...Door de vele oorlogen die Frankrijk uitvocht, stond het land op de rand van het bankroet. Daarom werd de beslissing genomen om gebiedjes te verkopen. Zo ook de heerlijkheid Ingelmunster. Otto von Plotho, een Duits kolonel, kocht in 1583 het zaakje op. Het kasteel - aanvankelijk wellicht een castrale motte - was in de Middeleeuwen eigendom geweest van de graven van Vlaanderen (onder meer families de Rhode en van Gistel). Van 1384 tot 1583 waren het kasteel en de omliggende gebieden in handen van achtereenvolgens Bourgondische, Duitse en Franse huizen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ingelmunster).


In 1986 werd het kasteel aangekocht door de familie Van Honsebrouck, die sedert 1900 actief was in de brouwerijsector. In de jaren 1990 bracht deze familie er een brouwerijmuseum in onder. Op 17 september 2001 werd echter het kasteel en museum door een brand verwoest. Sedertdien is men voortdurend bezig om het kasteel zijn 'bourgeoisie'stijl terug te geven (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ingelmunsterhttp://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ingelmunster). Het kasteel prijkt op het etiket van de brouwerij Van Honsebrouck.



In de brouwerij wordt o.a. Kasteel blond gebrouwen, zoals ik al eens 'ier beschreef.


Brouwerij Van Honsebrouck heeft o.a Kasteel(bier) en Brigand. Er zijn ook diverse speciale bieren uit de Picobrouwerij Alvinne. Van deze brouwerij heb ik nog een foldertje...

Davy Spiessens and Glenn Castelein of Picobrouwerij Alvinne

Brouwerij Alvinne is een Belgische brouwerij gevestigd in het West-Vlaamse Moen, een deelgemeente van Zwevegem. Naamverklaring door de oprichters: De naam van de brouwerij verwijst naar de Middelnederlandse literatuur, de Ierse elfensprookjes en Grimms mythologie. Men kende er alven en alvinnen, beeldschone gevleugelde vrouwen, maar evenzeer gevallen engelen die den mensch ten val zochten te brengen door hem bede wakende en in drome te verleiden. De verhalen over alvinnen die gezien werden in de moerassen rondom kastelen in Vlaanderen, waaronder dat van Ingelmunster, overtuigden de oprichters van de naamkeuze. De mythische kracht van de alvinnen, het op hol doen slaan van de harten van mannen en vrouwen, proberen de brouwers te verwerken in de recepten van hun bieren en activiteiten (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Alvinne,
http://en.wikipedia.org/wiki/Picobrouwerij_Alvinne). De brouwerij werd opgericht als een vzw door Glenn Castelein en Davy Spiessens. Marc De Keukeleire werd op 1 januari 2010 de derde vennoot, die zijn eigen gist introduceerde, namelijk de Morpheusgist, waarmee nu alle Alvinnebieren gebrouwen worden. Brouwerij Alvinne is een microbrouwerij gelegen in het prachtige Westvlaamse "Land van Mortagne". Morpheusgist. Indien gewenst kunnen met de Morpheusgist ook niet zure bieren gebrouwen worden. Marc De Keukeleire ("de gistfluisteraar") plukte een gistcultuur uit de natuur (Auvergne - Frankrijk) en selecteerde, isoleerde en cultiveerde met monnikengeduld tot hij een gewenste gistcultuur bekwam. Hij gaf deze de naam Morpheusgist. Het is een cultuur van 2 biergisten (saccharomyces cerevisae) en melkzuurbacterieën (Lactobacillus). Bij "gewone" bieren worden deze laatste dan geïnactiveerd. Een reservecopie van de gistcultuur wordt bewaard in de gistbank van de universiteit van Leuven (http://alvinne.be/). Van 2003 tot 2007 was de brouwerij gevestigd in Ingelmunster, daarna verhuisde ze naar Heule. Alvinne was tot 2011 een picobrouwerij. Dit hield in dat er slechts in kleine hoeveelheden, een kleine vier hectoliter per keer, werd gebrouwen. De aldaar gebrouwen bieren zijn dan ook slechts in een handvol gespecialiseerde biercafés of in de brouwerij zelf te koop. In 2011 groeide de picobrouwerij tot een heuse brouwerij. Ze brouwen (o.a.) driekoningenbieren:


Izegem wordt ook wel pekkerstad, borstelstad of schoenenstad genoemd. Doorheen de stad stroomt de Mandel en het kanaal Roeselare-Leie (http://nl.wikipedia.org/wiki/Izegem). Er zijn bij biernet geen brouwerijen bekend. Brouwerij Het Alternatief is een Belgische bierfirma in het West-Vlaamse Izegem. De bierfirma werd in 2005 opgericht door bierliefhebbers Christine Opsomer en Piet Salomez. Piet Salomez volgde een cursus voor hobbybrouwers bij Brouwerij Alvinne en brouwde zijn eerste bier voor een wedstrijd voor amateurbrouwers. Dit bier werd winnaar in de categorie “blond” en kreeg de naam Hik blond. Een eerste brouwsel van 400 liter werd gebrouwen door Piet in de brouwerij van Alvinne te Ingelmunster en gecommercialiseerd. Er worden door Het Alternatief momenteel 8 verschillende bieren op de markt gebracht. Omdat men nog niet over een eigen brouwinstallatie beschikt worden de bieren gebrouwen bij brouwerij Alvinne of brouwerij De Graal te Brakel (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Het_Alternatief).



Hik blond, goudblond bier met een alcoholpercentage van 6,5%. Dit bier was het eerste bier van “Het Alternatief” in 2005, genaamd naar de bierproeversvereniging te Izegem waarvan Piet Salomez medeoprichter was (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hik_(bier)).


Tatsevoet is de naam van het in 2009 nieuwe, Izegemse bier ontworpen door brouwer Piet Salomez. De naam verwijst naar het aambeeld van de schoenmakers. Het bier is een zogenaamde Special Belge van 6%, bitter van smaak (www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=LG2BDPR9).

Taatsvoet, tatsevoet, tetsevoet
Uit `De lagere vaktalen: De leerlooiers-, zadelmakers- en schoenmakerstaal` 1914 ijzeren of steenen voet waarop men den schoen steekt om tatsen (nagelen) in de zolen te slaan. De taatsvoet is bij de schoenmakers wat de tas bij de smeden is. 
Gevonden op www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php
(www.encyclo.nl/begrip/Taatsvoet,%20tatsevoet,%20tetsevoet)

Het bier werd in juni 2009 gepresenteerd, zie hier een fotoverslag. Het bier is ontwikkeld met als doel een historische reconstructie te maken van een Speciale Belge uit de jaren 20- 30. Dit was de bloeiperiode van deze stijl, en ook van de Izegemse schoen en borstelnijverheid. Brouwerij Het Alternatief met "roots" te Izegem heeft dit bier speciaal voor de stad Izegem gemaakt. Het is ook een erkend streekproduct en wordt bij officiële gelegenheden op het stadhuis geschonken (http://home.scarlet.be/bha/produkten.htm#HIK6).



Koekelare is een gemeente in de provincie West-Vlaanderen en telt ruim 8.000 inwoners. Koekelare ligt net naast Ichtegem. De gemeente Koekelare vormt de overgang van de Westhoek en De Polders met het Houtland.  Koekelare ligt slechts op 18 km van de Belgische kust en ligt binnen de driehoek Diksmuide, Torhout Gistel (http://nl.wikipedia.org/wiki/Koekelare). Het heeft ook nog een brouwerij gehad. De brouwerij-mouterij Christiaen daterend van rond 1790. De brouwerij was werkzaam tot 1968 en behoorde eertijds tot de grootste werkverschaffers in Koekelare. Er wordt niet meer gebrouwen in de brouwerij, maar het bier Couckelaerschen Doedel  herinnert aan vroeger (http://blog.seniorennet.be/bierblog/archief.php?ID=1446633). Het bier wordt gebrouwen in Brouwerij Strubbe te Ichtegem. Het is een amberkleurig bier met een alcoholpercentage van 6%. Het bier wordt gebrouwen met Franse zomergerst, hop uit Poperinge en een kruidenmengeling. Het is genoemd naar de West-Vlaamse gemeente Koekelare. Dit bier wordt oorspronkelijk (vanaf 1970) gebrouwen in Koekelare door brouwerij Lootens. Vanaf 1990 neemt brouwerij Strubbe de productie ervan over. De naam doedel verwijst naar de biersoort “Scotch Ale”
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Couckelaerschen_Doedel).


De Couckelaerschen Doedel met 6 procent alcoholvolume: Gebrouwen met Franse zomergerst, Poperingse hop en een mengeling van uitgelezen Schotse kruiden (vandaar de naam), is een fris geschonken Doedel een sterk gewaardeerd streekbier (www.brouwerij-strubbe.be/start/historiek/nl).

Kortrijk (Frans: Courtrai) is een centrumstad in het zuiden van de Belgische provincie West-Vlaanderen. Een inwoner van Kortrijk wordt een Kortrijkzaan/Kortrijkzane of soms ook Kortrijkenaar genoemd. De stad staat bekend als de "Groeningestad" of "Guldensporenstad" door de Guldensporenslag, die op 11 juli 1302 plaatsvond op de Groeningekouter te Kortrijk. In de stad werd ook het Verdrag van Kortrijk (1820) ondertekend waarmee de grens werd vastgelegd tussen Frankrijk en het huidige België. Frankrijk en het Koninkrijk der Nederlanden (onder leiding van Koning Willem I) ondertekenden op 28 maart 1820 het Verdrag van Kortrijk in het huidige Broelmuseum. Met dit verdrag werd de grens tussen het huidige België en Frankrijk vastgelegd.

De charmante Isabelle Depuydt vertegenwoordigster van  brouwerij Gulden Spoor uit Gullegem.

De Guldensporenslag vond plaats op het Groeningheslagveld te Kortrijk op woensdag 11 juli 1302 tussen milities van het graafschap Vlaanderen (dit betrof enkel het gebied rond de provincies West-en Oost-Vlaanderen) en het leger van de koning van Frankrijk. De slag was in militair opzicht opmerkelijk, omdat piekeniers en boogschutters in staat bleken een ridderleger te bedwingen.  Een vernieuwing voor die tijd was dat veel voetvolk in deze slag uitgerust was met goedendags.

Hendrik Conscience beschrijft in zijn 'Geschiedenis van België' de goedendag als volgt: Dit wapen, eene lange spar met ijzeren punten beide einden, was schrikkelijk in de handen der Vlamingen, en werd uit spotternij Goedendag genoemd, omdat men er den vijand zoo wel kon mede begroeten.


De herkomst van de naam is onduidelijk. De Vlamingen zelf noemden het een gepinde staf. De naam goedendag komt uitsluitend voor in Franse verslagen uit die tijd, La Branche des royaus lingnages van Guillaume Guiart; "Godendac". Het is wellicht afgeleid van "dag", hetgeen "dolk" betekent in het Keltisch. Dagger in het Engels : dolk. Goedendag: dus goede dolk.
Hendrik Conscience beschrijft in zijn 'Geschiedenis van België' de goedendag als volgt: Dit wapen, eene lange spar met ijzeren punten beide einden, was schrikkelijk in de handen der Vlamingen, en werd uit spotternij Goedendag genoemd, omdat men er den vijand zoo wel kon mede begroeten. Vaak wordt de goedendag verward met een ander, door het voetvolk gebruikt wapen: de ghecante pede met scerpe nagelen of morgenster. Deze strijdknots bestond uit een houten schacht met een verdikt uiteinde, dat met ijzeren punten was beslagen.


In de Middeleeuwen mochten priesters en monniken geen wapens gebruiken, want in de Bijbel staat: "Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen" (o.a. Matteüs 26:52[1]). Op deze bijbelse richtlijn werd een uitvlucht verzonnen: men ontwierp een kerkattribuut, de ster van Betlehem, dat ook als wapen gebruikt kon worden. In naam bleef het een voorstelling van een ster, dus geen wapen, met het gevolg dat een monnik of priester dit object wel mocht gebruiken om in de strijd iemand te doden. De morgenster wordt vaak foutief 'goedendag' genoemd, terwijl de goedendag eigenlijk een stok met een stalen punt is. Ook worden de goedendag en de morgenster vaak verward met de strijdvlegel, die een ketting heeft tussen de gepinde bol en de stok (http://nl.wikipedia.org/wiki/Morgenster_(wapen)http://nl.wikipedia.org/wiki/Goedendag_(wapen)).


De Vlamingen stonden in gesloten gelederen met naast hen telkens een man met een lans of een piek. De piek werd in de grond geplant en schuin naar voor gericht om de aanstormende paarden ten val te brengen. De goedendags sloegen dan toe om de paarden en de ridders te doden. In historiografisch opzicht is de slag van belang door de rol die deze vanaf de negentiende eeuw speelde in de Vlaamse bewustwording en de groei van de Vlaamse Beweging.  De verzamelde stedelingen vochten voor het eerst niet voor hun graaf of voor hun stad. Er stond meer op het spel en er was behoefte aan een abstract symbool. Dit werd: de strijdkreet "Vlaendren ende Leeu", ook wel "Vlaenderen die Leu" of in modern Nederlands "Vlaanderen de leeuw"  (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vlaanderen_de_Leeuw_(kreet)). Een belangrijke bijdrage tot de collectieve bewustwording van deze gebeurtenis in Vlaanderen werd ook geleverd door Hendrik Consciences roman De leeuw van Vlaanderen (1838), die een geromantiseerd beeld van deze strijd biedt (http://nl.wikipedia.org/wiki/Guldensporenslag).

Vlaanderen behoorde bij Frankrijk en sinds 1294 was Frankrijk in oorlog met Engeland. Vlaanderen koos echter de kant van Engeland (bekrachtigd door een verdrag uit 7 januari 1297) en Frankrijk viel daarop Vlaanderen binnen. Een voor een vielen de Vlaamse steden in Franse handen. De Vlamingen sloegen terug door de Fransgezinde stadsbesturen te verjagen of te vermoorden. De Fransen besloten om hun leger te sturen. Het Franse leger trok rond juni 1302 naar het graafschap Vlaanderen om de slachting in Brugge te wreken en Vlaanderen weer onder Franse controle te brengen. De Vlamingen waren in de minderheid, maar door kennis van het gebied en gebruik van de goedendag konden ze het Franse leger verslaan. In die tijd gold diegene die overnachtte op het slagveld, als de winnaar. De Abdij van Ename leverde broden voor de hongerige strijders. De volgende dag werd het verbod opgeheven om de lijken te plunderen. De Vlamingen vonden op het slagveld – volgens de versie van Hendrik Conscience – minstens vijfhonderd vergulde sporen, vandaar de (moderne) naam van de slag. Enkel adellijke ridders konden zich de aankoop van vergulde sporen veroorloven. Andere ruiters droegen gewone ijzeren of verzilverde sporen. Maar ook nog tot in 1382 hingen er 500 paar gulden sporen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk, samen met de buitgemaakte banieren en wimpels
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Guldensporenslag).

Kortrijk is een van de oudste steden van België. Reeds in de eerste eeuw na Christus ontstond Kortrijk als de Gallo-Romeinse vicus Cortoriacum. De naam Kortrijk gaat terug op de Latijnse naam van de stad Cortoriacum. Deze benaming betekent "nederzetting gelegen aan de bocht van de rivier", wat verwijst naar de Gallo-Romeinse nederzetting of vicus nabij een bocht van de rivier de Leie. Uit de term Cortoriacum evolueerde later Cortryck wat pas vanaf de 19de eeuw met nieuwe Nederlandse spellingsregels Kortrijk werd. Opvallend is dat de stad echter zowat haar hele bestaansgeschiedenis in alle talen met een C en niet met een K werd geschreven (in het Frans heet de stad ook nu nog Courtrai) (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kortrijk).



In 1854 werd door Felix Verscheure, een brouwerij gesticht met de naam ‘Brasserie LeFort’. Deze brouwerij, gelegen aan het Plein te Kortrijk, was genoemd naar het feit dat daar in de jaren 1600-1700 een enorm fort stond die overigens later afgebroken werd. . Later vervoegden zijn dochter, Valentine Verscheure en zijn schoonzoon, Camille Vandamme hem in de brouwerij. Echter stierven zij nog voor Felix Verscheure. Toen in 1911 Felix Verscheure kwam te sterven, was zijn kleindochter, Marguerite Vandamme zijn wettelijke erfgename. Marguerite Vandamme was in 1900 getrouwd met Omer Vander Ghinste, de stichter van Brouwerij Omer Vander Ghinste, de latere Brouwerij Bockor. De brouwactiviteiten in Brasserie LeFort werden stopgezet, en werden overgebracht naar de eenvoudige dorpsbrouwerij in Bellegem die zo verder kon groeien (http://bier.blog.nl/biernieuws/2013/11/13/brouwerij-bockor-lanceert-nieuw-bier#more-9202). In 1938 veranderde men de naam "Ghinst pils" in "Bockor Pils": een samenstelling van het Duitse woord "Bock" en het Franse woord "or": de gouden pint. Bockor Pils staat voornamelijk sterk in het zuiden van West- en Oost-Vlaanderen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Bockor).


Brouwerij Bockoruit Bellegem, België heeft een nieuw logo en website gelanceerd in 2011 (http://bier.blog.nl/biernieuws/2011/04/15/brouwerij-bockor-in-een-nieuw-jasje).In 2014 ging het nogmaals in de make-over:


De brouwerij Bockor uit Bellegem bij Kortrijk heeft zichzelf omgedoopt tot Brouwerij Omer Vander Ghinste. Dat is de naam van de oprichter in 1892 en de naam die tot 1977 werd gebruikt.familie Vander Ghinste, intussen ook al aan de vijfde generatie toe, wil het familiale karakter meer in de kijker stellen (www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/westvlaanderen/1.1827587).



Met de naamsverandering wordt ook het bier Omer meer in de publiciteit gezet. Dat is een van de sterke merken van de brouwerij. Toch blijft de naam Bockor wel behouden voor het bekende pilsbier van de brouwerij. Daarnaast wordt er in Bellegem ook Vander Ghinste oud bruin gebrouwen, evenals de geuze en kriek met de naam Jacobins en de fruitbieren Max (www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/westvlaanderen/1.1827587).


Met de introductie van Omer deed brouwerij Bockor goede zaken. De naam van de brouwerij is daarom nu ook veranderd.


"VanderGhinste Oud Bruin" is een typisch Zuid-West-Vlaams roodbruin bier. Het brouwsel bestaat voor dertig procent bestaat uit bier van spontane gisting dat minstens achttien maanden gerijpt heeft op eikenhouten vaten, ook wel foeders genoemd. Het wordt gemengd met jonger bier om de zuurtegraad naar beneden te halen. VanderGhinste Oud Bruin is één van de vier erkende Zuid-West-Vlaamse roodbruine bieren. Om die bieren in de kijker te zetten, organiseren de brouwerijen Bockor, Rodenbach uit Roeselare en Verhaeghe uit Vichte soms promotionele activiteiten (http://weekend.knack.be/lifestyle/culinair/culinair-nieuws/bier-vanderghinste-oud-bruin-heruitgebracht-volgens-recept-uit-1892/article-4000061018284.htm).


Bockor herlanceert Oud Bruin Vander Ghinste, het eerste bier dat het in 1892 brouwde. De brouwerij barst van het zelfvertrouwen na de successen met Omer en de uitverkiezing van Bockor tot beste Belgische pils. brouwer Omer-Jean Vander Ghinste. 'We herlanceren dit bier omdat we authenticiteit hoog in het vaandel dragen en we willen dit bier positioneren als een uniek streekproduct. We hebben daar ook de erkenning voor.' Voor het etiket greep Bockor terug naar de originele affiche uit de beginjaren. 'Op die manier willen we ook het verhaal van 120 jaar vakmanschap overbrengen op de bierliefhebber.' (www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=LG3N4EFF)



Brouwerij Kortrijk-Dutsel is een project van Jurgen Bessendorffer uit Kortrijk-Dutsel die in 2009 begon (http://www.belgenbier.be/brouwerijen/
beschrijvingbrouwerij.php?idbrouwerij=239). Hier is de brouwer te zien in een filmpje van Dagelijkse Kost. Hij brouwt volgens een uniek gistingsprocedure met het gebruik van de opeenvolgende gisten: Kortrijk-dUtsel is een levend natuurbier met een uniek fruitig aroma, een verfrissende aciditeit en een typerend karakter eigen aan het dorp. Het bezit een vineuze neus en impressies van bloemen. De hoppige afdronk is lang met subtiele houttoetsen. Het doet eerder denken aan een mousserende wijn dan aan een bier.  Het zet de smaakpapillen open. De zacht parelende Kortrijk-dUtsel is uitermate geschikt als aperitief of voor food pairing.
(www.brouwerijkortrijkdutsel.com/#!is-het-wijn-of-bier)


Nabij Kortijk, in Moen,  staat de brouwerij "Alvinne" (http://www.alvinne.com/) hier kan men proeven van een "Morpheus". Dit biert smaakt heerlijk (http://wandelblogdidierreynaert.blogspot.nl/2013_08_01_archive.html). Brouwerij Alvinne in Moen organiseerde in 2012 een bier en vrouwen dag (www.focus-wtv.be/nieuws/algemeen/eerste-vrouwenbierdag-gehouden-in-moen/article-4000210111392.htm).

Nieuwpoort (Frans: Nieuport) is een stad en badplaats aan de Vlaamse Kust. Nieuwpoort zelf bestaat eigenlijk uit twee delen, Nieuwpoort-Stad en Nieuwpoort-Bad. Isera Portus, de eerste naam voor Nieuwpoort dook in 1150 in geschriften op. Later sprak men van Neo Portus en Novum Oppidum. Novus Portus (Nieuwpoort) is de benaming die het ten slotte haalde. In Nieuwpoort mondt de rivier de IJzer via de Ganzepoot-sluisen uit in de Noordzee
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwpoort_(Belgi%C3%AB)). Nabij deze stad vond ook de slag bij Nieuwpoort plaats. Lees hier een uitgebreid verslag.

Hendrick Ambrosius Packx 1600: Maurits van Oranje te paard tijdens de slag

De kaapvaart vanuit Duinkerken bracht veel schade toe aan de handelsvloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onverwacht kwam een groot Spaans leger onder leiding van aartshertog Albrecht van Oostenrijk richting Vlaanderen, wat leidde tot een veldslag nabij Nieuwpoort. De Republiek won deze slag door strategische stellingname en het inzetten van reservetroepen in de beslissende fase. De tocht naar Duinkerke werd uiteindelijk afgeblazen, zodat het doel niet bereikt werd. De slag is mede vanwege het gemakkelijk te onthouden jaartal een van de bekendste gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis. De veldtocht naar Duinkerken werd in de Staten Generaal beschouwd als mislukking, ondanks de gewonnen veldslag. De slag betekende een vertrouwensbreuk tussen Johan van Oldenbarnevelt en Maurits van Oranje (http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Nieuwpoorthttp://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_van_Oldenbarnevelt#Slag_bij_Nieuwpoort).

De tocht van het Staatse Leger onder aanvoering van Maurits. Let op de vorm van Zeeuws Vlaanderen http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/kaartnieuwpoort.jpg

Het jaar na de slag bij Nieuwpoort werd door de Spaanse koning de Italiaanse bevelhebber Ambrogio Spinola naar de Nederlanden gestuurd om de strijd aan te gaan met de opstandelingen. Spinola stamde uit een beroemde Italiaanse familie. Een van zijn voorouders zou tijdens de Eerste Kruistocht een doorn van de doornenkroon van Jezus hebben gevonden, aan deze legende dankte de familie haar naam (spinula betekent doorn). Spinola behoorde tot de Orde van het Gulden Vlies. In 1602 kwam Spinola met 9000 man aan in de Nederlanden. Hij redde daarmee het bewind van landvoogd Albrecht van Oostenrijk. Hoewel hij geen militaire ervaring had, werd hij vrijwel direct benoemd tot opperbevelhebber over het leger in de Zuidelijke Nederlanden. Hij werd maestre de campo general omdat hij over persoonlijke financiële middelen beschikte die hij kon aanwenden om het leger te betalen indien het geld vanuit Spanje op zich liet wachten (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ambrogio_Spinola).

Spinola sloeg onder meer het beleg om Oostende, dat uitliep op de langdurigste en kostbaarste krachtmeting van de hele Tachtigjarige Oorlog en eindigde met het verlies van dit laatste bolwerk van de Republiek in de Zuidelijke Nederlanden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Nieuwpoort). Het beleg begon op 4 juli 1601. Dankzij de verdediging van Charles van der Noot en generaal Francis Vere hield Oostende drie jaar lang stand, mede doordat de stad vanuit zee kon worden bevoorraad. Het Beleg van Oostende was de belegering, gedurende drie jaar en drie maanden (in totaal 1172 dagen), van Oostende door de koninklijke Spaanse troepen van aartshertog Albrecht van Oostenrijk en aartshertogin Isabella van Spanje. De kleur Isabel wordt hier soms -onterecht- mee in verband gebracht. Oostende werd in 1604, zij het met verlies van het noordelijker gelegen Sluis aan de Staatsen veroverd onder de Spaanse generaal Ambrogio Spinola, die als legeraanvoerder in dienst van landvoogd Albrecht was gekomen. De stad moest capituleren op 22 september. Ook Groenlo (Grol), een oostelijke vestingstad, werd in 1606 door hem belegerd en ingenomen. Op 5 juni 1625, in het jaar dat opperbevelhebber prins Maurits overleed, veroverde generaal Spinola Breda, een belangrijke vestingstad ..Bij de belegering van het Italiaanse Casale in 1630 stierf hij, ziek en berooid.(http://nl.wikipedia.org/wiki/Ambrogio_Spinola).


De naam 'Nieuwpoortse Roste Jeanne' verwijst naar Jeanne Panne, de heks van Vlaanderen, die in de 17e eeuw, net als 16 andere heksen, op het Marktplein van Nieuwpoort werd verbrand. Haar woelige leven wordt om de twee jaar (even jaren) geëvoceerd in een groots stadsfestival.

Jeanne Panne De Deyster was a flame-haired baker’s daughter who became famous in early 17th century Flanders. Born into a family of epileptics in the town of Nieuwpoort, the unattractive Jeanne grew up in a time when the region was struggling to recover from the recent religious wars. Tortured with needles by paranoid state authorities, Jeanne confessed to witchcraft and was burned at the stake in 1650 (www.mikepadgett.com/reviews/beer/roste-jeanne/).

"Roste" is een dialectvorm voor rood en roestkleurig en verwijst naar het amberkleur van het bier. "Roste Jeanne" is een licht wazig bier, oranje-amber van kleur, en heeft een mooie licht-beige schuimkraag. Het aroma is elegant en heeft hints van mout, brood, noten en verfrissende, naar bloemen ruikende hop. De ronde smaak bezit toetsen van granen, noten, caramel, walnoten, cederhout en verfijnde hoppesoorten. Dit uitzonderlijke bier heeft een zachte na-smaak en eindigt met een zinderende fraicheur van hop bitters.

Dit bier kan perfect geserveerd worden als aperitief, maar kan ook zowel bij vis- als bij vleesgerechten gesmaakt worden. Maar... een 'Nieuwpoortse Roste Jeanne' is zonder meer de moeite waard!! 'Nieuwpoortse Roste Jeanne' heeft een alcoholpercentage van 7% (www.nieuwpoort.be/nieuwpoort/view/nl/nieuwpoort/toerisme/ontspannen/souvenirs/nieuw_nieuwpoorts_bier).

Oostende is een badplaats. De stad kreeg de bijnaam "Koningin der Badsteden". Door de stedenbouw en armoede werd het een kansarm gebied. Rond de eeuwwisseling  besloot het stadsbestuur van Oostende om van de elitaire bijnaam "Koningin der badsteden" af te stappen en zich te profileren als "Stad aan zee". De eerste sporen van Oostende zijn te vinden in de 9e en 10e eeuw. Schaapherders en vissers leidden een eenvoudig leven in een kleine nederzetting op het oostelijke uiteinde van het eiland Testerep. In de 11de eeuw werd de Testerepvliet tussen het eiland en het vasteland ingepolderd, waardoor stad niet meer op eiland lag en zich kon ontwikkelen. Stormen en overstromingen dwongen Oostende te verhuizen naar verder landinwaarts gelegen gebied. In juli 1489 werd Oostende geplunderd en in brand gestoken door aanhangers van de Duitse koning Maximiliaan I van Oostenrijk, aangevoerd door Daniël van Praet, kapitein van Nieuwpoort. Dat leidde de reeks oorlogen in de Nederlanden in. Zo werd Oostende in 1548 veroverd door de Engelsen en de Hollanders. In 1572 werd uiteindelijk een verdediging rond de stad opgeworpen met de toestemming en medewerking van de Hertog van Alva. Na de Slag bij Nieuwpoort trok het leger van de Prins van Oranje zich terug op Oostende. De Oostendenaren gaven vrije toegang tot hun haven aan protestanten uit Engeland en Noord-Ierland. Zo werd Oostende het laatste protestantse bolwerk in de katholieke Spaanse Nederlanden. Als reactie daarop volgde het drie jaar durende Beleg van Oostende. De Staatse verdedigers trokken zich ten slotte terug. Door het beleg was Oostende totaal verwoest. De Noorderdijk was doorgestoken waardoor de polders onder water liepen en een grote getijdengeul ontstond, nu de huidige havengeul van Oostende. In de Eerste Wereldoorlog was Oostende een basis voor Duitse duikboten vanuit Brugge. De Britten probeerden Oostende tweemaal te blokkeren met een blokkade, de eerste op 23 april 1918 en de tweede op 9 mei 1918. De promenade werd zo goed als volledig verwoest in 1940-45 door de bommenregen van de Geallieerden op de Atlantikwall, de haven en de spoorwegen. Na de tweede wereldoorlog verpauperde de stad (http://nl.wikipedia.org/wiki/Oostende).


Niet al wat nat is in Oostende, komt uit de zee. Het Ostêns Keytebier werd in 2004 voor het eerst gebrouwen ter herdenking van het Beleg van Oostende. Deze Europese veldslag (1601-1604) plaatste de legers van de katholieke Filips II tegenover het protestantse kamp van de Engelsen en de Nederlanders. Keyte kenden ze toen ook al: een hoploos brouwsel dat werd gedronken in plaats van het vaak besmette water. Iets heel anders dan de Keyte die vandaag in Oostende geschonken wordt: een stevig blondje ( 7,7 % vol.alc.) van hoge gisting en met smaakevolutie. Het etiket van de Keyte-Oostendse Tripel verwijst naar de historische slag. De naam is afgeleid van het Franse cuire of prendre une cuite, m.a.w. boven je theewater geraken. Sinds 2007 wordt ook een Keyte-Oostendse Dobbel-Tripel gebrouwen. Zeg maar het donkere én straffere broertje van het belegeringsbier (9,2 % vol.alc.) (www.visitoostende.be/nl/streekproducten/keyte-bier/9)


Poperinge is vlakbij de Franse grens gelegen en grenst aan de Franse gemeenten: Boeschepe, Godewaarsvelde ,Steenvoorde, Winnezele (Winnezeele), Houtkerke (Houtkerque) en Bambeke (Bambecque). Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Poperinge, samen met Veurne, de enige Belgische stad die niet door de Duitsers werd bezet. Pupurninga villa is de oudste schrijfwijze en dateert van omstreeks 850. De grote motor achter de bloeitijd voor Poperinge in de 13e eeuw was, net als bij veel andere Vlaamse steden, de lakenindustrie. Toen de lakenindustrie in de 16e eeuw begon te tanen vond men nieuwe inkomsten in de hopteelt.In de omgeving wordt veel hop geteeld. Dit levert een uniek landschap op, evenals verschillende specifieke gebouwen:

Het Hopmuseum illustreert deze teelt en industrie.Nabij Watou zijn nog verschillende hopasten te vinden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Poperinge). Poperinge is een centrum voor bier en hop (http://www.westhoek.be/jewaserbij/5225/opening-ontdekkingscircuit-centrum-van-hop-en-bier)


Poperings Nunnebier is een Belgisch bier van hoge gisting. Het bier wordt gebrouwen in Brouwerij Verhaeghe te Vichte in opdracht van Drankcentrale Nevejan te Krombeke. Het is een goudblond bier met een alcoholpercentage van 7,2%. Tijdens een persconferentie aanvang 2007 werd het bier voorgesteld aan de pers, als tegenhanger van het bier van de Paters van Sint-Sixtus (Westveteren). Nunne is namelijk het West-Vlaams dialect voor non. Enkele weken later bleek het bier een grap van de carnavalsgroep “Sint-Syfilia” te zijn. Door de perscampagne was de vraag naar het bier echter zo groot dat uiteindelijk beslist werd om het bier te creëren en in juni 2007 werd het op de markt gebracht (http://nl.wikipedia.org/wiki/Poperings_Nunnebierwww.standaard.be/cnt/x176276www.nevejan.eu/nl/poperings-nunnebier-7-2-24x33cl-bak.html).



Het Hopmuseum in Poperinge (www.hopmuseum.be/) vertoont de geschiedenis van de hop vanaf de 13e eeuw. Het museum is gevestigd in het Stadsschaal-complex waar vroeger hop werd gewogen, gekeurd en gestapeld. Het museum werd geopend in 1979. In 2005 werd het museum grondig gerenoveerd (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hopmuseum). Er is een Belgische biercollectie:


Poperinge is dé hoppestreek van België. De regio is ook bekend vanwege de teelt van hopscheuten (www.hopscheuten.be/). Er wordt ook hop geteeld. soms wordt zo'n hopteler dan ook een hopbrouwer (www.plukker.be/nl/hop/een-hoppige-geschiedenis/).


Ik heb er al een keer over geschreven : Brouwerij De PlukkerDe Plukker is gevestigd aan de Elverdingseweg 16 te Poperinge. De brouwerij werd in 2010 opgericht door brouwer Kris Langouche en biohopboer Joris Cambie, beiden uit Poperinge. Het is hun bedoeling Belgisch bier te brouwen met een duidelijke inbreng van hun lokale regio. In de brouwerij wordt enkel Poperingse hop gebruikt die geteeld wordt op het biologische hopbedrijf van Joris Cambie. Waar vroeger de hopasten waren om de hop te drogen, werd een nieuwe brouwerij geïnstalleerd en in augustus 2011 werd het eerste bier gebrouwen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_De_Plukker). Hier is een fotoverslag te vinden.

Het bier dat de naam, Keikop, heeft meegekregen is blond en van hoge gisting gebrouwen met 3 verschillende hopsoorten. Een keikop is de bijnaam van de Poperingse inwoners, deze bijnaam vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen en verwijst naar zijn koppigheid. De brouwerij is open op zaterdagnamiddag van 14u tot 17u voor directe verkoop (www.toerismewesthoek.be/proeven/brouwerijen).


Begin 14e eeuw kende Vlaanderen een bloeiende lakennijverheid met als grote centra Gent, Brugge en Ieper. Ook in Poperinge was dit zo en dankzij de bloeiende lakennijverheid verrezen drie imposante gotische kerken die vandaag nog steeds het uitzicht van Poperinge kenmerken. Maar de grote centra wilden hun eigen markt beschermen en daarom verbood de Graaf van Vlaanderen de productie van laken buiten de muren van Ieper: "Er mocht vanaf nu geen laken meer geweven, geschoren of geverfd worden in een omtrek van 3 uur buiten Ieper; indien men zich daar niet aan hield volgde een boete van 50 pond en een verbeurdverklaring van de getouwen.".Dit kwam heel slecht uit voor Poperinge, dat slechts op 12 km van Ieper ligt. De Poperingenaars verzetten zich tegen dit voorrecht door wel nog laken te produceren of andere activiteiten in verband met de lakenindustrie. Het was volgens meerdere "slimme" lakenwevers meer dan 3 uur wandelen van Poperinge naar Ieper. Maar uiteindelijk kwam Poperinge door dit verbod in een diepe economische crisis terecht en kwam het tot schermutselingen tussen de twee steden (www.plukker.be/nl/bieren/keikoppenbier/).

Als reactie op dit onrecht werd de Gilde van de kei opgericht. De kei was het symbool van de koppigheid van de Poperingenaars die niet zomaar zonder slag of stoot afstand deden van hun rechten. De bijnaam van de Poperingenaars luidt dan ook weinig verrassend: de keikoppen (www.plukker.be/nl/bieren/keikoppenbier/).

In 1409 stichtte Jan zonder Vrees de hoporde: Orde van de Hop. Zo zette hij de Poperingenaars aan om hop te telen als een soort van compensatie voor het verliezen van het recht om laken te produceren. Deze toch wel bijzondere teelt zou voortaan het landschap van Poperinge en omstreken gaan bepalen en de stad groeide uit tot één van de belangrijkste centra van de hopteelt. Over laken werd nooit meer gesproken in Poperinge, want daarvan maak je geen bier…
(www.plukker.be/nl/bieren/keikoppenbier/).

Jan zonder Vrees is een Antwerps folkloristisch figuur, waarover talrijke sagen de ronde doen. Jan is een sterke, dappere man die voor niets of niemand bang is, vandaar zijn bijnaam “Jan zonder vrees”, die dezelfde is als de middeleeuwse hertog Jan Zonder Vrees. In 1910 schreef Constant de Kinder (13 april 1863- 24 december 1943) een populaire jeugdroman rond de figuur: De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees.

Jan zonder Vrees die de hoporde oprichtte zal de hertog zijn geweest en niet de befaamde Antwerpse folkloreheld. De Orde van de Hop was een in 1409 door de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees ingestelde ridderorde, gewijd aan de nagedachtenis van hertog Cambrinus van Brabant (ook wel koning van het bier genoemd) en het genot van alcohol. De orde verenigde de vrienden van de hertog en deze was zelf "voordrinker". Ook de naam "Vlaamse Orde van de Hop en de stichtingsdata 1400 en 1411 worden genoemd). De orde zou hebben getuigd van de waardering van de Bourgondische hertog voor zijn nieuw verworven hertogdom Vlaanderen en het belang van de hopteelt voor de economie. De leden droegen een krans van hop en het motto van de orde was "Ego Sileo" oftewel "ik zwijg" benadrukte dat de aanwezigen buiten de kring van door alcohol benevelde Ridders van de Hop niet spraken over wat daar werd gezegd of wat was voorgevallen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_de_Hop).

Er is ook een festival (www.poperingebierfestival.be/en/breweries/). De Hoppefeesten zijn feesten die driejaarlijks half september georganiseerd worden in het West-Vlaamse Poperinge, België (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoppefeesten).

Roeselare (Frans: Roulers) is een stad met ruim 60.000 inwoners. Roeselare werd reeds vermeld in 847. Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. Na de slag bij Waterloo werd Roeselare bij Nederland gevoegd, tot de onafhankelijkheid van België in 1830. De onafhankelijkheid bracht ook armoede mee.

In de 19de eeuw werd Roeselare een belangrijk textielcentrum. Dichter Guido Gezelle betitelde de stad zelfs als ‘het Manchester van Vlaanderen’. In Roeselare werd al in 1848 een mechanische spinnerij ingericht; dit was toen een primeur voor ons land (www.etwie.be/database/entry/roeselare).

Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, die geleid werd door Albrecht Rodenbach. Rodenbach stichtte tal van studentenverenigingen en was tevens schrijver (http://nl.wikipedia.org/wiki/Roeselare). Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur. De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Getuige hiervan is de benaming van het Polenplein (voordien de Houtmarkt) en de gedenkstenen voor de gesneuvelde Poolse soldaten (http://nl.wikipedia.org/wiki/Roeselare).

Albrecht Rodenbach (1856 -1880) wordt voorgesteld als de jonge idealist die met de ene hand de keure van de blauwvoeterie op de borst houdt en met de ander hand de blauwvoet oplaat.  Je ziet ook dat Albrecht met zijn rug naar de kerk staat. Misschien niet toevallig, want tijdens de bouwwerken aan de kerk schreef Albrecht in 1872 in één van zijn brieven dat het een eerder smakeloos bouwwerk was. http://www.roeselare.be/Toerisme/Bezienswaardigheden/AlbrechtRodenbach.asp

Albrecht Rodenbach was de oudste van 10 kinderen geboren tussen 1856 en 1872. Zijn vader Julius Rodenbach (1824-1915) kwam met zijn oom Alexander Rodenbach (de stichter van de brouwerij Rodenbach) uit een Duitse familie (uit Andernach aan de Rijn) die zich sinds 1749 te Roeselare gevestigd had. Zijn moeder Silvia de la Houttre (1834-1899), van origine een Franstalige geboren te Doornik, maakte zich vanaf haar zevende het Nederlands eigen toen ze in Roeselare kwam wonen. Albrecht Rodenbach was ook een neef van de schrijver Georges Rodenbach die onder andere Bruges-la-Morte schreef. Albrecht schreef ook gedichten.


De stad koestert de brouwerij en diens (smaak)rijkdom (www.roeselare.be/Toerisme/Roeselarelaureaat.asp). Zo is er een fietstocht uitgezet  ("Brouwen en Fietsen" - 2014). De bezoeken aan de brouwerij vinden plaats iedere dinsdag om 14.30 u. en iedere donderdag om 10 u. tijdens de maanden juli en augustus (uitgezonderd dinsdag 29/07). Je krijgt er een rondleiding met gids en vult de dag individueel verder aan met een aangename fietstocht van ongeveer 30 km. Info en reservatie: Dienst Toerisme, Ooststraat 35, 8800 Roeselare, tel: 32(0)51 26 96 00 (www.roeselare.be/Toerisme/Roeselarelaureaat.asp)





Het unieke verhaal begint in Andernach am Rhein waarvan de familie Rodenbach afkomstig is. In 1750 vestigde één van hen, de chirurgijn  Ferdinand Rodenbach (1714-1783), een Duitse geneesheer, zich in Roeselare. Hij had gediend in het Oostenrijks leger, en werd krijgsgevangene, opgesloten in Rijsel. Na zijn vrijlating nam hij ontslag uit het Oostenrijks leger en vestigde zich in Roeselare (in de toenmalige Oostenrijkse Nederlanden). Hij huwde met Johanna Vandenbossche en samen hadden ze vier kinderen. Zijn kleinzoon Alexander kocht in 1820 een kleine brouwerij van David Norbert aan de Spanjestraat. Samen met Amelia, Pedro en Ferdinand Rodenbach stichtte hij er in 1820 een vennootschap voor 15 jaar.

Pedro Rodenbach (1794-1848), mede-oprichter van de brouwerij en eigenaar vanaf 1836. Hij was kolonel in de Keizerlijke Wacht van Napoleon. Hij nam, zoals zijn broer Constantijn, deel in 1812 aan de veldtocht van Napoleon naar Rusland en vocht in 1815 in de Slag bij Waterloo aan de zijde van Nederlanders tegen de Fransen. In 1830 vocht hij rond Brussel tegen de Nederlanders gedurende de Belgische Revolutie.

Ferdinand Gregoor Rodenbach (1783-1841), broer van Alexander Rodenbach, was luitenant-grenadier in La Grande Armée tot 1815. Hij werd handelaar en pachter der stadsaccijnzen. Hij stichtte, samen met zijn broers, in 1821 de brouwerij Rodenbach en bleeft vennoot tot 1836. Hij werd eveneens arrondissementscommissaris te Roeselare en Ieper.

Het vennootschap werd ontbonden op 1 februari 1836. Brouwerij Rodenbach werd vanaf 1821 uitgebouwd onder de benaming Brouwerij Alexander Rodenbach & Cie. Op 20 september 1836 werd de brouwerij aangekocht door Regina Wouters, echtgenote van Pedro Rodenbach. Zij werd later in 1864 opgevolgd door Eduard en vervolgens Eugène Rodenbach, die in Engeland brouwtechnieken ging opsteken.

Eugène Rodenbach (1850-1889), zoon van Edward en Eugenia. Hij is de grondlegger van de smaak van de het huidige Rodenbachbier. Hij had in 1878 de leiding overgenomen van de brouwerij. Hij liep een industriële stage in Engeland waar hij zich verdiepte in de brouwwijze van Porterbier, een donkerbruine bier gemaakt met hoppe en bruine mout en met verzuring door rijping op hout. Hij perfectioneerde deze werkwijze met een rijpingsduur van twee jaar op eikenhouten foeders (eiken vaten), waarvan de brouwerij er nu een unieke collectie van 294 bevat.


Van toen af kende Rodenbach een niet te stuiten opmars en verwierf het een grensoverschrijdende faam. In 1975 besliste de Brouwerij Rodenbach om niet langer zelf mout aan te maken. De mouterij-ast bleef bewaard. In 1985-1986 werden er grote restauratiewerken uitgevoerd aan de mouterij-ast en aan het poortgebouw. De mouterij-ast werd omgevormd tot tentoonstellingsruimte in het kader van bedrijfsrondleidingen.Palm neemt in 1998, uit bewogenheid voor het Belgische bierpatrimonium, Rodenbach over. Uiteraard zien ze commerciële mogelijkheden, maar toch! Rodenbach staat model voor 's werelds meest unieke bierstijl: 'de gemengde gisting' (http://nl.wikipedia.org/wiki/Rodenbach_(brouwerij)
www.biernet.nl/bier/brouwerijen/belgie/west-vlaanderen/roeselare/rodenbach). De brouwerij is te bezoeken (www.wattedoen.be/bezoek-aan-de-brouwerij-367323.shtml). Er is ook een zaaltje voor bijeenkomsten, feesten en partijen: Ter Eeste.

De naam Ter Eeste verwijst naar de moutast die zich op de Binnenplaats bevindt en gebouwd werd naar Engels model in 1872. Hij werd in 1986 op authentieke wijze gerestaureerd en is een merkwaardig staaltje industriële archeologie (www.tereeste.be/AlgemeneInformatie.aspx).


Rodenbach is het typevoorbeeld van de roodbruine bieren van West-Vlaanderen. De biersoort ontstond in de middeleeuwen. Traditioneel werd er in Zuid-West-Vlaanderen bier gebrouwen met ‘gruyt' (een mengsel van gagel, salie, rozemarijn, koriander, duizendblad, jeneverbes, kaneel, anijs, saffraan, laurier, hars, serpentine, sinaasappel en citroenschil) in plaats van hop dat betere bewaareigenschappen geeft. Het gebruik van gruyt heeft te maken met de heerschappij van de Graven van Vlaanderen die via het gruytrecht een inkomen verwierven. Omdat gruytbieren erg gevoelig waren voor bederf, onderging het bier dikwijls een rijping op eikenhouten vaten waarbij het deels verzuurde en fruitige aroma's ontwikkelde. Dat lang gerijpte bier werd vervolgens versneden met het jonge bier. Omdat mensen vroeger niet beschikten over koeling was dit licht zurige bier smaakvoller en meer dorstlessend. Nu wordt er wel hop gebruikt in dit type bier, maar dan zeer weinig. Hop geeft immers een bittere smaak en dat gaat niet samen met de zure smaak van de Rodenbach (http://www.streekproduct.be/producten/detail.phtml?id=21).


De typische roodbruine kleur heeft het bier te danken aan het kleurmout dat wordt gebruikt voor het brouwen. Uniek is de speciale menggistcultuur van de brouwerij die uit wel 20 verschillende stammen van hoge gisten bestaat. Na het brouwen en een wekenlange rijpingsperiode wordt het bier overgepompt naar een van de 294 eikenhouten vaten waar het minstens 18 maanden lang zal rijpen. De imposante vatenzaal van Rodenbach hoort tot het beschermde erfgoed. De vaten zijn gemaakt van eik uit de Vogezen en uit Polen. Het oudste vat dateert van 1836. Elk vat is ter plaatse in elkaar gestoken. Dat kan ook niet anders, want er gaat zo'n 5 ton hout in. Het kleinste vat heeft een inhoud van 10.000 liter, het grootste van 65.000 liter. Het hele arsenaal vaten kan zo'n 75.000 hl Rodenbach herbergen. De brouwerij heeft nog altijd enkele kuipers in dienst om de vaten te herstellen en onderhouden. Na de rijping wordt het bier versneden met 25% jong bier voor de fris zure Rodenbach, terwijl het 100% belegen bier gemengd met een tikje suiker Grand Cru wordt genoemd (http://www.streekproduct.be/producten/detail.phtml?id=21).


Torhout wordt als hoofdstad van het Houtland beschouwd. Voor de spellingshervormingen werd Torhout als Thourout gespeld; in West-Vlaanderen wordt de naam dan ook nu nog steevast als i"Toeroet" uitgesproken (http://nl.wikipedia.org/wiki/Torhout). Het kasteel en het bos van Wijnendale, net buiten het centrum van Torhout. Maria van Bourgondië overleed, 25 jaar oud, aan de gevolgen van een val van haar paard tijdens een valkenjacht in de bossen van Wijnendale. In het kasteel vonden op 25 mei 1940 de belangrijke gesprekken plaats tussen koning Leopold III van België en zijn ministers die na de oorlog resulteerden in de koningskwestie. Het Torhoutse bier Thouroutenaere wordt door Alken-Maes gebrouwen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Torhout).

Thouroutenaere is een goudkleurig Belgisch streekbier van hoge gisting (alcoholvolume 8,5%). In 1987 werd het bier voor de eerste maal geschonken in Torhout. Het werd toen nog in brouwerij Louwaege in Kortemark gebrouwen. In 2002 werd de brouwerij echter overgenomen door brouwerijgroep Alken-Maes. Deze besliste om alle bieren van Louwaege, behalve Hapkin, niet meer te brouwen. Er bleef echter nog steeds grote vraag naar Thouroutenaere. De West-Vlaamse Drankencentrale besliste om het bier te laten brouwen door brouwerij Lefebvre in Quenast. Alken-Maes nam eind 2003 de West-Vlaamse Drankencentrale over en opnieuw werd het brouwen van de Thouroutenaere gestaakt. In 2004 nam het stadsbestuur van Torhout het heft in handen om Alken-Maes te overtuigen opnieuw het streekbier uit te brengen. Eind augustus van dat jaar werd het bier opnieuw verdeeld
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Thouroutenaere,
www.toerismetorhout.be/thouroutenaere).

Meulebeke is gelegen naast Ingelmunster. Etymologisch is de naam Meulebeke gemakkelijk te verklaren daar het over een nederzetting met een molen aan een beek ging (=de Devebeek).
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Meulebeke). Ook in Meulebeke wordt bier gebrouwen (www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20130805_00681924www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BLMTY_20100317_002).



Vroeger kende Meulebeke vijf brouwerijen op haar grondgebied waarbij Brouwerij Vondel (gesloten in 1961) en Brouwerij Goethals (gesloten in 1974) de voornaamste waren. Donderdag 8 april 2010 opende Brouwerij Maenhout (www.biernet.nl/bier/brouwerijen/belgie/west-vlaanderen/meulebekewww.biernet.nl/bier/brouwerijen/belgie/west-vlaanderen/meulebeke/maenhout).




Brouwerij Vondel is een voormalige Belgische brouwerij in het West-Vlaamse Meulebeke. In 1901 kocht borstelfabrikant Camiel Vande Vondele het pand en breidde het uit. Hij vestigde er eerst een borstelfabriek, maar ging al snel over op bierbrouwen. In 1922 werd Brouwerij Vondel als vennootschap opgericht. De naam verwijst zowel naar de oprichter, als naar de Nederlandse dichter Joost van den Vondel, wiens kop op alle publiciteit prijkt. In de brouwerij werd Vondel gebrouwen, een Vlaams roodbruin bier uit dezelfde familie als Rodenbach van de gelijknamige brouwerij uit Roeselare. Daarnaast was er ook Lucifer, destijds een amberkleurig bier, genoemd naar het bekende werk van Vondel (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Vondel).




Lucifer is de naam van een toneelstuk van Joost van den Vondel. Dit geheel in rijm geschreven toneelstuk gaat over de jaloezie van Lucifer die er niet tegen kan dat God de mens tot boven de engelen heeft geplaatst en een hemelse strijd begint, met als inzet de troon van God. Lucifer verliest dit uiteindelijk en wordt naar "beneden gegooid" en verandert in een wraakzuchtige duivel (http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(toneelstuk)).

In het jaar 1653 voltooide Vondel zijn treurspel Lucifer, volgens zijn gewoonte zo genoemd naar de hoofdpersoon Lucifer, die opstond uit „staatszucht” tegen zijn eigen heer en schepper. De loop van het drama is als volgt: in het eerste bedrijf geven de drie duivelen Belzebub, Belial en Apollion een uiteenzetting van den toestand. Zij vertellen hoe in het paradijs de mensen, nl. Adam en Eva, gelukkig leven en hoe dit de Engelen, wier opperheer Lucifer is, in hun heerschappij moet treffen: tot nog toe waren de Engelen Gods enige schepselen geweest. Gabriël deelt vervolgens mee, hoe God den mens heeft geschapen om hem onbeperkte heerschappij op aarde te geven (zodat de Engelen alleen in den Hemel de hoogste plaats bekleden), en hem ten slotte ook haven de Engelen te verheffen, nl. doordat God de Zoon op aarde zal komen in menselijke gedaante. Gabriël nodigt alle Engelen uit om den Mensch hulde te betonen. Lucifer, Gods Stedehouder, die zich van de aardse heerschappij door een mededinger verdreven ziet en zich tevens door de aankondiging van Gabriël in zijn hemelse macht bedreigd voelt, besluit op aandringen van Belzebub zich hiertegen te verzetten. Tevergeefs tracht Gabriël hem dit heilloze plan uit het hoofd te praten, maar Apollion weet Lucifer, die er meermalen aan twijfelt of hij wel juist zou handelen in zijn plan te stijven. Het derde bedrijf begint met een woordenstrijd tussen de Luciferisten en den Rey van (trouwe) Engelen, hetwelk herhaald wordt in een gesprek tussen Belzebub en Michael. Merkwaardig is het dat Belzebub doortastender optreedt dan Lucifer. In zekeren zin zou men de eerste als den kwaden genius van den laatste kunnen beschouwen. Lucifer blijft in het geheele drama een betrekkelijk edele figuur, die, had hij slechts betere raadgevers gehad, misschien gered had kunnen worden. Door hem een zekere distinctie te verlenen heeft Vondel de dramatische ontknoping krachtiger gemaakt (http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/vondel/lucifer/inleidin.htmlwww.scholieren.com/boekverslag/42268).

Lucifer van Van den Vondel is een van de drie invloedrijke literaire werken die de connotatie van het woord “lucifer” mede heeft bepaald, naast de werken De goddelijke komedie van Dante en Het verloren paradijs van Milton (http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(religie)).

In de gangbare Nederlandstalige Bijbelvertalingen komt het woord “lucifer” niet voor. In de Vulgaat (de Latijnse Bijbelvertaling door St. Hiëronymus) komt het woord zesmaal voor, waarbij het verwijst naar dageraad of morgenster (http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(religie)). Sommige kerkvaders stellen dat Lucifer de benaming is van voordat Satan viel, anderen zien in Lucifer en Satan twee verschillende wezens zijn

Het woord “satan” is van oorsprong een Hebreeuws woord (הַשָׂטָן), dat “tegenstander” of “aanklager” betekent. In de oudste Bijbelteksten slaat dit woord op mensen, zoals vijanden in een oorlog. Pas in latere Bijbelboeken, zoals Job, slaat het op een spiritueel wezen. In de meeste gevallen (en ook in Job) gaat het daarbij om een tegenstander van de mens, niet van God (http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(religie)).

Het woord “duivel” stamt van het Griekse “diabolos” (διάβολος), dat “aanklager” betekent. Dit woord komt overeen met het Hebreeuwse “satan”. Het Nederlandse “duivel” slaat echter enkel nog op een spiritueel wezen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(religie)).

Een satan of duivel is een willekeurige gevallen engel, terwijl de satan of duivel op de leider van alle gevallen engelen slaat. “Satan” (met hoofdletter) duidt doorgaans op de duivel, hoewel dit, net als “Lucifer” geen eigennaam van de duivel is. Ter ondersteuning van “Lucifer”, de lichtbrenger, als aanduiding voor de duivel wordt wel verwezen naar 2 Korintiërs.
Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. (2 Korintiërs 11:14)
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucifer_(religie))

Op het hoogtepunt van de brouwerij, rond 1950, werden er 35 arbeiders tewerkgesteld. Bij de leiding van de brouwerij bestond een grote aversie tegen de concurrent Rodenbach. Brouwerij Artois kocht in 1957 de aandelen, en verkocht ze onmiddellijk door aan Rodenbach, die in ruil voortaan ook Stella verdeelde. Rodenbach stelde onmiddellijk een nieuwe beheerraad aan. Nog tot begin jaren zeventig werd er hier gebrouwen. De merken Vondel en Lucifer werden doorverkocht aan Brouwerij Riva uit Dentergem. De gemeente Meulebeke kocht in 1976 de leegstaande gebouwen aan (http://nl.wikipedia.org/wiki/Brouwerij_Vondel).


Vleteren is een gemeente in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Vleteren is een echt bierdorp!  3 brouwerijen!  Meer dan 15 soorten bier! En een brouwerij die je kan bezoeken. Een echt mekka voor de bierliefhebbers dus… Van de Pannepot tot een Struise Rosse, van een Westvleteren 12 tot een Antiek bier. Je vindt het hier allemaal! (www.toerismevleteren.be/
bezienswaardigheden/brouwerijen/). De landelijke gemeente telt ruim 3.700 inwoners. De gemeente Vleteren is een samenstelling van drie landelijke kernen. De dorpen Westvleteren en Oostvleteren liggen naast elkaar, gescheiden door de Poperingevaart. In het zuidoosten ligt Woesten. Helemaal in het noorden van Oostvleteren, aan de IJzer, ligt het kleine gehuchtje Elzendamme (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vleteren_(Belgi%C3%AB)).


De Struise Brouwers zitten aan de Kasteelstraat 50 in Oostvleteren. Ze werden in 2008 wereldberoemd  met hun bier (http://bloggen.be/belgische_brouwerijen/archief.php?ID=2081432http://belgium.beertourism.com/blog/de-struise-brouwers-brewing-with-attitude). Pannepot is een reeks van Belgische bieren van hoge gisting. De naam verwijst naar de vissersboten van De Panne, begin jaren 1900 en naar de donkere ale die door de vissers gedronken werd. Het bier wordt sinds 2005 gebrouwen in Brouwerij Deca te Woesten door De Struise Brouwers (http://nl.wikipedia.org/wiki/Pannepothttp://philly.thedrinknation.com/articles/read/5694-Beer-Review-De-Struise-Brouwers-Pannepot#). Sinds 2013 is hun website vernieuwd en online op www.struise.com, met een webblog en een eigen webshop De Struise Yeastshop .


If Pannepot is the beer that put them on the map and Black Albert is the one that consolidated them, the Black Damnation series is surely the kind of beer that cements Struise into the hearts of extreme beer lovers everywhere. The project, so ambitious it verges on the ridiculous, has proven extremely successful and the latest release has been selling like hotcakes
(www.struise.com/blog/dark-days-ahead/)

De brouwzaal




Watou is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Poperinge. Het dorp telt een kleine 1900 inwoners. Mensen van buiten Watou leggen de klemtoon veelal op de tweede lettergreep. Maar de lokale ingezetenen leggen de nadruk steeds op de eerste lettergreep: Wóatou.Watou staat in de lijst van de 50 mooiste dorpen van Vlaanderen. Watou telt twee brouwerijen, Brouwerij Van Eecke en Brouwerij Sint-Bernardus (http://nl.wikipedia.org/wiki/Watou).


Watou is gezegend met twee brouwerijen. In het dorp ligt brouwerij Van Eecke, vooral bekend van zijn bitterzoete Hommelbier. Hommel is lokaal dialect voor hop, en die is bij het brouwen van dit bier dan ook rijkelijk gebruikt. Hommelbier is een stevig blond natuurtroebel bier, waarbij de ronde zoetigheid gecompenseerd wordt door de bittere kruidigheid van de hop uit de streek. Vlak buiten Watou ligt de brouwerij van Sint Bernardus, een brouwerij die vooral gekend is om zijn abdijbieren. Jarenlang brouwden ze zelfs de bieren voor de abdij van Westvleteren. Die samenwerking is verbroken, maar de kwaliteit van het bier is daardoor niet achteruit gegaan (www.bierburo.nl/Bierburo/Bierlog_2010/Artikelen/2010/3/14_Westhoek.html).  In de Brouwerij St. Bernard, brouwt men sinds 1946 de edele St. Bernardus bieren, donkere en blonde abdijbieren. Al bieren van hogere gisting, gebrouwen met mouten, hop en gist van de beste kwaliteit (www.toerismewesthoek.be/proeven/brouwerijen).

West-Vleteren is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Vleteren. De kern is een straatdorp langs de N321, nabij de Poperingevaart. De naam Westvleteren geniet vooral bekendheid dankzij het trappistenbier Westvleteren uit de Sint-Sixtusabdij (http://nl.wikipedia.org/wiki/Westvleteren_(plaats)). Dit bier staat bekend als 'het beste bier ter wereld'. Al denk ik dat het ook te maken heeft met imago en beschikbaarheid. Door de zeer beperkte beschikbaarheid en de aparte bestelwijze blijft het bier erg exclusief en daarmee erg gewild. Advies is dus om het aan te schaffen als het mogelijk is.



De Sint-Sixtus Abdij (Abdij en Brouwerij, Donkerstraat 12 8640 Westvleteren) is te vinden via de Trappistenweg....

Wulpen is een deelgemeente van de kustgemeente Koksijde (http://nl.wikipedia.org/wiki/
Wulpen_(Belgi%C3%AB)). Wulps blondje wordt verdeeld door Wulpen Evets en wordt gebrouwen door Brouwerij Bavik (de Brabandere) (https://untappd.com/b/brouwerij-bavik-wulps-blondje/440482).


Zedelgem (in de volksmond Zilleghem) ligt tussen Brugge en Torhout en telt ruim 22.000 inwoners. De oudste vermeldingen dateren van 1089. Op de kern Sint-Elooi (De Leeuw) stonden de werkhuizen Claeys, Packo en Excelsior (Hessels) aan de wieg van de metaalnijverheid in de gemeente. De verschillende fabrieken van de familie Claeys waren onder meer de constructeur van de Flandria fietsen en motorfietsen. New Holland kent nu internationale bekendheid als producent van maaidorsers. Het is de grootste industriële werkgever in de regio Brugge (http://nl.wikipedia.org/wiki/Zedelgem).


Voormalige brouwerij zogenaamd "DE LEEUW" gelegen in het dorpscentrum van Aartrijke, beschermd als monument bij M.B. van 03/10/1997. Heden in gebruik als gemeentearchief en administratief centrum door de gemeente Zedelgem en met ingang via de Engelstraat (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/209576www.flickr.com/photos/erfgoed/154917647www.zedelgem.be/inhoud/brouwerij-de-leeuwwww.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GPUS24OI).




Het Brouwersverzet is opgestart door een stel vrienden, die na hun afstuderen als een verzetje een eigen brouwfirma zijn begonnen in Azegem. Ze brouwen diverse bieren (www.brouwersverzet.be/bieren). Ze huren daarvoor voorlopig de installatie van Brouwerij Het Gulden Spoor in Gullegem.


Dus heel de regio zit vol met bier...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten